KORTE REIS NAAR
OOST - DUITSLAND
EN POLEN

Reisgenoten:
Wiet Crienen (Baarlo) en Jos Schmitz (Roermond). De verteller is Jos.
Reisperiode: Van 25 - 29 mei 1985 met de auto van Wiet (Audi 80 van twee jaar oud).
We vertrekken om vier uur 's morgens. Het is rustig op de weg. Onderweg houd ik Wiet bezig met kennisvragen over teeltbegeleiding. We nuttigen meegebrachte koffie en broodjes bij een Raststätte. Al voor negenen zijn we in Eisenach, een stad in de voormalige DDR. Daar bezoeken we de beroemde Wartburg. (Foto's Wartburg) In deze burcht hield de kerkhervormer Luther zich een tijd verborgen. We kunnen er genieten van een weids uitzicht op de omgeving.
Om 11.00 uur melden we ons vlak voor Weimar bij
Hotel Schwartze dat Jos enige weken van te voren heeft gereserveerd. We checken in
(DM 80 per persoon) en lunchen in de binnenstad van Weimar, waar we en passant
enige gevels bekijken. Daarna gaan we op weg naar een kwekerij zo'n 150 km
verderop. Wiet gaat daar proefadviezen over het telen van diverse gewassen
geven. Robert, een Limburgse kennis, is daar sinds kort bedrijfsleider. In
Gera krijgen we echter pech aan de auto: het koelsysteem functioneert niet
naar behoren, gevolg: oververhitting. Bij een garage wordt het euvel
verholpen. Wiet heeft de auto pas een week geleden gekocht, nu al panne vindt
hij uiteraard niet zo leuk. We struinen rond op de voormalige staatsboerderij
en bezoeken velden en akkers.
's Avonds eten we met de zakelijke kennissen van Wiet asperge in een restaurant; Wiet heeft dat witte goud uit Limburg als presentje meegenomen. Ondertussen wordt er een zakengesprek gevoerd, waar overigens niets concreets uitkomt. Pas om 12.00uur 's nachts keren we terug in ons hotel. Nog een pilsje aan de bar en naar bed.
In de ochtenduren bezoeken we het historische
Weimar. De
stad valt in mijn ogen ietwat
tegen. Daarna bekijken we het nabijgelegen concentratiekamp Buchenwald. Een
must voor Wiet. Het is er niet echt druk. Er bevinden zich vooral later
opgerichte monumenten ter nagedachtenis van de gruwelen;
er staat nog maar weinig overeind, dus je moet stevig je fantasie
gebruiken. Op weg naar Dresden namen we voornamelijk binnenweggetjes om van
het mooie landschap te kunnen genieten. Tegen de avond vinden we, na enkele
vergeefse pogingen in allerlei dorpjes onderweg, een hotel in Pirna; deze stad
ligt ten zuiden van Dresden. 's
Avonds bezoeken we het dorp Königstein die aan de oever van de snelstromende
Elbe gelegen is. We maken er gebruik van het veer. We wandelen er wat rond en
dineren in een gezellige en drukke Gasthof.

In alle vroegte hebben we al de imposante burcht Königstein bezocht. Deze onneembare vesting ligt op een zandstenen tafelberg en is nooit veroverd. Van hieruit hebben we een spectaculair uitzicht over kronkelende Elbe en het Elbsandsteingebirge. We lopen aan de andere kant van de rivier ook nog het kasteel Hohenstein binnen, tegenwoordig is er een jeugdherberg in gehuisvest. We zoeken nog even naar de befaamde Bastei (een spectaculaire rotsformatie), maar we kunnen die zo gauw niet vinden. We verlaten het bergachtige Thüringen en rijden over glooiende velden via Bautzen naar de Poolse grens. Onderweg eten we in een Gasthof, hier zien we geen toeristen meer. Bij de grensstad Görlitz komen we probleemloos door de douane.
In Polen gaan we direct de autobaan op, richting Liegnitz (Legnica
in het Pools).
(Kaart
Polen) IJs en bier drinken
in een zaakje langs de weg. Om 16.00 uur komen we aan bij Teresa, de vriendin
van Martin, een neef van Wiet die haar als zijn bruid naar Nederland wil
halen. Wiet laat uit gewoonte zijn paspoort en autopapieren in de wagen
achter, maar Jos neemt die voor alle zekerheid mee, je weet maar nooit. We
worden zeer gastvrij op een flatje ontvangen en we moeten eten, drinken en nog
eens eten. Teresa is afkomstig uit een typisch middenklassegezin. Met de
moeder communiceren we in het Russisch, met Teresa in het Engels (hoewel ze
ook al een beetje Nederlands spreekt). De vader laat zich niet blikken. We
laden cadeaus uit en bieden een mand met etenswaar aan.
Om 20.00 uur gaan we de stad in. Na een korte wandeling belanden we in een café voor koffie en pils. De auto staat pal langs een drukke voetgangerspassage geparkeerd. Als we om half tien terugkomen is hij verdwenen. Teresa raakt een beetje in paniek, ze voelt zich verantwoordelijk voor het verdwijnen van de auto. Omstanders hebben twee jongelui met sleutels bezig gezien bij de auto , zij zijn uiteindelijk met de kar weggereden. In haar wanhoop wil Teresa taxichauffeurs charteren om achter de boeven aan te gaan, maar daar wordt toch maar van afgezien. Op naar het dichtstbijzijnde politiebureau waar ze net willen sluiten, zodat we niet echt hartelijk worden ontvangen door een rechercheur. Het is er een sjofele bedoening, waar hoognodig achterstallig onderhoud gepleegd dient te worden. Er wordt protocol opgemaakt op een typmachine die zo te zien uit de jaren ’50 stamt. Langs de wanden staan de dossiers hoog opgestapeld. Teresa, die zich nog steeds schuldig voelt, fungeert als tolk. We moeten de volgende dag terugkomen voor nadere plichtplegingen. De politie zal ondertussen een 'blokkade' in de wijde omgeving opwerpen, waarin we overigens weinig fiducie hebben.
‘s Morgens moeten we ons
melden bij een ander politiebureau, het hoofdbureau blijkbaar, waar een
officiële Duitssprekende tolk
ons terzijde staat. Alle drie worden we één uur lang apart verhoord.
Uiteraard hebben we van te voren al geoefend om elkaar niet tegen te spreken.
Al onze verklaringen worden in het Pools uitgetikt. De Russische criminelen
krijgen de schuld van de diefstal. (Of de Oekraïense maffia, dat wordt ons
niet helemaal duidelijk; de Polen zelf hebben geen autodieven natuurlijk…).
De tolk is een aardige oudere heer die plechtstatig en een beetje ouderwets
aandoend Duits spreekt.
Met behulp van Teresa's broer bestellen we bustickets voor de
bus terug naar Düsseldorf voor DM 70 per
persoon. We vertrekken om 16.30 uur, rechtstreeks en non stop naar
Düsseldorf. We reizen in een luxe Mercedesbus en we hebben alleen oponthoud
bij de grens.
Op zondagmorgen om 07.00 uur komen we in Düsseldorf aan. Teresa heeft haar vriend Martin per telefoon van het gebeurde op de hoogte gesteld, dus hij staat ons al op te wachten om ons op te pikken. Om 09.00 uur sta ik weer thuis op de Herderstraat. Zelf mis ik door de diefstal: paraplu, jasje, draagtas, koeltas, boeken, ansichtkaarten, pet, drinkbekers en dergelijke. Wiet is echter veel zwaarder gedupeerd, dat spreekt. Hij heeft zijn auto dagelijks nodig voor zijn werk in Duitsland.
Terug naar REISAVONTUREN
Terug naar HOMEPAGE