
In de zomer van 2001 reisden we door de Zuid-Amerikaanse landen Chili en Peru. Met name over Peru hadden we tal van griezelverhalen gehoord over berovingen, diefstallen en wat dies meer zij. We waren op alles voorbereid. De eerste week in Peru verliep zonder noemenswaardige incidenten. In de tweede week waren we inmiddels gevorderd tot Trujillo, een grote stad in het noorden van Peru. We voelden ons al iets meer op ons gemak. Niet dat onze aandacht verslapt was, zeker niet, maar voorzichtigheid was nu op het tweede gekomen. Maar helaas, al op de eerste dag liep het mis. |
NB: De
verteller is Jos.
Zo rond twee uur bevinden we ons midden in het centrum van
deze stad die zich onderscheidt doorveel koloniale architectuur.
We lopen door een minder drukke winkelstraat, als er plotseling een auto naast
ons stopt. Een man draait het
raampje open en begint in het Spaans tegen ons aan te lullen. We verstaan
woorden als "criminalistas” en “ladrones” (dieven). Daarop raken we
geïnteresseerd en we buigen ons voorover naar het portier toe. De man haalt
vervolgens een revolver te voorschijn en toont die ons veelbetekenend. Op dat
moment slaakt Clim een kreet en begint te vloeken.
![]() |
|
In dergelijke straatjes probeerde de zakkenroller zijn slag te slaan. |
|
Hij gooit zich achterover, waarna ik ook een andere stem hoor.
Als ik me omdraai zie ik Clim
boven op een vent liggen die pogingen doet onder hem uit te kruipen.
Dat kost hem zo veel tijd, zodat ik hem bij zijn keel kan grijpen en
tegen een etalageruit kan drukken. Ik hou instinctief mijn gespreide vingers
voor zijn ogen om hem heel stil
te houden. Hij kan geen kant meer uit. Uit woede wil ik hem met zijn hoofd
door de ruit slaan, maar ik bedenk me bijtijds: wie betaalt dan die ruit?
Misschien verwond ik hem ernstig, slagaderlijke bloeding of zo, en dat wil ik
ook niet op mijn geweten hebben.
Een tweede optie is wachten tot de politie komt opdagen.
(Die is hier alomtegenwoordig, maar als je ze nodig hebt zijn ze er niet).
Ook die mogelijkheid verwerp ik: ik zie ons al uren op een stoffig bureau
zitten, wachtend op een tolk en
gade geslagen door corrupte politiefunctionarissen die plannetjes uitbroeden
hoe ze ons als rijke westerlingen een oor kunnen aannaaien.
(De goede niet te na gesproken overigens, maar daar ben je nooit zeker
van.) Achter me hoor ik Clim nog
steeds tieren, hij blijkt moeite te hebben met opstaan. Misschien hebben ze
hem wel met een mes verwond en heeft hij hulp nodig.
Daarop besluit ik de zakkenroller, een goed geklede man van
een jaar of dertig trouwens die steeds “No, no” roept (zeker bang om blind
gemaakt te worden), toch te laten lopen. Gelukkig is er met Clim niets ergs
aan de hand . In de consternatie is hij ietwat gedesoriënteerd geraakt. Hij
baalt wel dat ik de dief heb laten ontsnappen; hij had hem een stevige
aframmeling willen geven. Als stille getuige ligt er een zakdoek op de grond. Dat is het enige dat gestolen had kunnen worden
en onze dagrugzak met fototoestel natuurlijk waaraan gerukt werd. De man in de auto, de
afleider met zijn praatjes over criminaliteit, rijdt doodgemoedereerd weg, hem
hunnen we niets maken. In de open winkelpuien staan tal van mensen toe te
kijken, zij zijn ongetwijfeld getuige geweest van deze poging tot beroving.
Geen van hen heeft echter een poot uitgestoken om ons te helpen of de politie
te roepen. Dat valt ons bitter tegen. Waarschijnlijk zijn deze eerzame
middenstanders bang dat het boeventuig later wraak op hun en hun bezittingen
zal komen nemen.
|
Nog natrillend van de zenuwen schuiven we aan voor een standaardlunch in een cafetaria. We laten de gebeurtenissen nog eens aan ons voorbij trekken. Clim staat er op dat we onze money belts (met reispapieren, paspoorten, geld en cheques die we overdag op ons lichaam onder onze onderkleding dragen) in de kluis van ons hotel opbergen. Dat regelen we ’s avonds dan ook direct als we terugkomen in het hotel. Aan de balie reageert men niet erg verbaasd als we over de overval vertellen. In die bewuste straat is het al vaker prijs geweest, criminaliteit wordt hier kennelijk tot het leven van alledag gerekend. Overal in dit land stikt het van de bewakers, veiligheidsfunctionarissen en politieagenten, alleen in die beruchte straat zijn ze opvallend afwezig. Is hier sprake van toeval? Hoe dan ook, met onze kostbaarheden op een veilige plek is Clim een stuk geruster. |
Dat was ons avontuur in Trujillo. We waren weer helemaal bij de les. Enkele dagen later komen we na een enerverende busrit door de bergen (3 klapbanden langs ravijnen!) aan in het stadje Huaraz. Het is dan al laat op de dag. Ergens in een buitenwijk moeten we allemaal uitstappen: het eindstation is bereikt. Dan begint episode 2... |
|
|
|
We rijden Huaraz binnen terwijl de duisternis invalt en het
begint te motregenen, niet bepaald uitnodigend. In een achterafstraatje worden
wij passagiers geloosd. Clim helpt de bagage van het dak afnemen. Terwijl hij
zo bezig is, slaat achter zijn rug een tassensnaaier toe. Hij neemt een
van onze tassen op en loopt er rustig en onopvallend mee weg. Gelukkig heb ik hem in de gaten.
Ik bedenk me niet lang en sla de dief met één
welgerichte slag tegen de grond, waarna ik hem bespring en hem met een knie in
bedwang hou. Ook Clim doet een duit in het zakje. Daar heeft de
onverlaat niet van terug. Hij smeekt om losgelaten te worden; als laatste
toevlucht beweert hij taxichauffeur
te zijn die ons wilde helpen. Een taxi is echter in geen velden of wegen te
bekennen, dus die smoes vindt in onze ogen geen genade. Uiteindelijk laten we
hem toch maar lopen, wat moeten we anders? Twee jonge Amerikaanse
rugzaktoeristes
uit de bus kijken ons misprijzend aan: waarom schreeuwen die dikke Hollanders zo
hard tegen
die arme man en laten ze hem niet los? Weten zij veel….
Hotels
vol en duur
We staan weer van emotie te trillen op onze benen. Door de duisternis en het ontbreken van een goede plattegrond van de stad zijn we ook nog eens helemaal gedesoriënteerd. We nemen dan ook een taxi in de arm (een echte…) en laten ons naar het centrum brengen. Daar blijken de middenklassenhotels zoals het Gran Hotel volgeboekt; het is hier momenteel vanwege al die bergbeklimmers en trekkers hoogseizoen en de prijzen schieten dan de hoogte in. We vinden na een uurtje toch een redelijk onderkomen bij hotel Santa Victoria. |
|
|
|
|
Lees ook onze reisverhalen over PERU en CHILI en bekijk onze foto's. |