Een verhaal uit de serie Spannende Reiservaringen van Jos en Clim Schmitz

INLEIDING
In 1983 besloten we in de zomervakantie drie weken naar Turkije te gaan . We reisden per trein. Na een paar dagen Istanbul kozen we voor een niet-toeristische plaats aan de noordkust. Clim wilde namelijk wel eens een echte Turkse stad meemaken. Het werd Zonguldak, een mijnstad met veel industrie. De stad ligt op ongeveer 150 kilometer van Istanbul af. We kwamen er met de bus aan en vonden in het centrum een sfeerloos hotel. We werden er op de vierde etage ondergebracht. De stad zag er inderdaad weinig aantrekkelijk uit. Hier zouden we zeker niet lang blijven. |
|
|
|
Bonje bij de bank‘s Morgens zouden we eerst gaan wandelen, maar voor alle zekerheid (we hadden niet veel geld meer contant) wipten we een bank binnen om traveller's cheques te verzilveren. En toen begon het gedonder. De bankemployés kenden wel zo'n soort cheques, maar niet die van Thomas Cook. Jos had al getekend en eiste dat zij met geld over de brug kwamen, vergeefs. Hij begon steeds luider in zijn toeristen - Turks (natuurlijk sprak er weer niemand een of andere Europese taal) te debatteren en trok zo allerwegen aandacht. In een mum van tijd werd hij omringd door politieagenten en leden van het gewapende bewakingspersoneel. Gelukkig liep het niet zo'n vaart dat hij opgepakt werd. Op ons advies trok een van de bankbedienden de stoute schoenen aan om het hoofdkantoor van de Ak - Bank in Istanbul te bellen. En jawel hoor, daar werd hem te verstaan gegeven zo rap mogelijk uit te betalen. Ondertussen zaten wij in een hoekje te wachten, voorzien van geparfumeerde sigaretten en glaasjes thee. |
|
DM 400 in Turkse valuta rijker ontbeten we op een terras bij de haven. Jos, die de gelegenheid te baat nam om kaarten naar huis te schrijven, werd na het derde glas thee uit de samovar onpasselijk en beende gehaast weg op zoek naar een toilet. Hij kwam niet ver; tien meter verderop gaf hij luidruchtig over in de struiken. De ademnood die hem ‘s nachts in zijn greep had gehouden, brak hem nu op. Van nu af aan moest hij uitkijken dat hij niet aan een bronchitisaanval ten offer viel.
|
|
Zwarte Zee: woelige waterenVroeg in de middag zwierven we langs de
rotskust. Het water van de Zwarte Zee was wild en sloeg zijn golven met
oerkracht tegen de steile kust te pletter. Jos kreeg bij het fotograferen van
dit natuurgeweld zo'n golf over zich heen en moest met een nat pak verder, een
en ander tot groot genoegen van Clim. We beklommen de rotswand, slenterden wat
in de "bovenstad" (waar het stadion van "Zonguldak Spor",
eredivisievoetbalclub, en een technisch lyceum lag) en gingen tenslotte
in de "benedenstad" halve haan eten, een idee van Clim, die houdt wel
van een kippetje. Om een uur of drie waren we weer in het hotel voor een
middagdutje. Daarna gingen we de
andere kant van de stad verkennen. In een van de sloppen dronken we een sinas.
Het marktgebeuren (elke dag is er markt) maakten we mee met enige gêne, we
hadden weer eens veel bekijks en het gefluisterde "Bak, Alman!"
("Kijk, Duitsers!) was niet van de lucht. Naast de markt lag ook de ingang
van een van de grootste steenkoolmijnen in de omtrek. Het afval hiervan werd
langs de kust gestort. |
![]() |
![]() |
‘s Avonds aten we in een redelijk
restaurant gerechten waarvan we de
naam zijn vergeten, maar die wel smaakten. In onze birahane (Turkse versie van
een café) was het weer druk. Er liepen nu ook dronken Turken rond. Die gasten
waren niet werkeloos, want anders zouden zij geen geld hebben gehad om te kunnen
drinken. We kregen nu contact met
jongere typen die wat Duits konden lullen. Dat hadden ze opgepikt in een paar
maanden als ‘toerist’ in Duitsland. De video speelde steeds dezelfde
filmpjes met zoetgevooisde liefdes‑ en levensdrama's. Een van de filmpjes
werd illegaal afgedraaid en handelde over een (politieke?) gevangene, die huis
en haard had verloren.
Genieten van raki en knoflookworstWe wisselden adressen uit, beloofden de
volgende dag ‘s middags al terug te komen (in verband met die videofilm waarin
Jos geïnteresseerd was, beroepsmatig gezien. Hij gaf toen les aan een
Internationale Schakelklas met veel Turkse jongens erin, vers in Nederland
aangekomen.) en zochten weer het
hotel op. Clim was in een bijzonder goede bui en had geen zin om te slapen. Het
gat was echter uitgestorven en dus moest hij noodgedwongen zelf met raki een
feestje op de kamer bouwen. Terwijl hij geheel alleen naar beneden ging om o.m.
glazen en mineraalwater te halen (de bestelling in het Turks had hij van buiten
geleerd), stalde Jos de ingeslagen etenswaren op het tafeltje uit (exotische
kazen, knoflookworsten van koeienvlees en natuurlijk brood). De fles raki ging
op, het eten niet. Buiten was inmiddels een noodweer uitgebroken, maar dat
deerde ons niet; we zaten letterlijk en figuurlijk hoog en droog. Jos sliep weer
slecht. Hij werd een paar keer gewekt door alarmsirenes. maar hij voelde zich te
beroerd en te slaperig om uit het raam te kijken wat er aan de hand was. |
|
![]() |
![]() |
Vanwege de herrie buiten, waren we al
om 08.00 uur op. Wat bleek? ‘s Nachts was de hele benedenstad dankzij het
noodweer overstroomd. Bovendien scheen er ergens in de bergen een dammetje te
zijn doorgebroken. Het was één grote rotzooi in de straten. De winkeltjes op
de benedenverdiepingen waren allemaal vernield. Vooral de laagstgelegen goud- en
sieradenwinkeltjes hadden het zwaar te verduren gehad: alle kostbaarheden waren
uit de winkel gespoeld en lagen nu ergens in de kniehoge modder voor het
grijpen. Om plunderen te voorkomen patrouilleerden honderden tot de tanden
bewapende soldaten, marechaussees en politiebeambten door de straten. Deze
voorzorgsmaatregelen bleken wel effectief te zijn.
Chaos in de getroffen stadWe maakten een lange wandeling om de
schade nader in ogenschouw te nemen. Er schenen doden te betreuren zijn,
vrachtauto's waren de zee in gesleurd, de water- en elektriciteitsvoorziening
was uitgevallen, een ijzeren spoorbrug was ontzet en eeuwenoude bomen waren
ontworteld. Er was voor miljoenen gulden schade aangericht. Vooral de
middenstand had van deze ramp te lijden gehad. Alleen in de hoger gelegen delen
van de stad ging het leven zijn normale gangetje. Daar aten we dan ook.
Door de rotzooi in de straten konden we verder niets ondernemen en gingen
we maar slapen. In de namiddag trokken we opnieuw de straat op. De hulpverlening
was nu pas echt op gang gekomen: vrachtwagens vol arbeiders, brandweerkorpsen
uit de omgeving, nog meer militairen en gendarmes hadden zich gemeld. Bang om in
de prut uit te glijden, liepen we op onze tenen naar de markt. Daar was gelukkig
nog een restaurantje open, waar we door de patroon in het Frans zeer gastvrij
ontvangen werden. We gebruikten er tomatensoep (2x), gehaktballetjes, goulash en
gemengde salade (2x) voor het luttele bedrag van fl 6; kom daar maar eens in
Nederland om… |
|
![]() |
![]() |
Turks platteland |
Geitenkudde |
Medelijden met muezzin op minaret
Op onze terugweg werden via
luidsprekers berichten aan de bevolking medegedeeld: waar is gratis brood
verkrijgbaar, geen paniek laten uitbreken, waar kun je vers water krijgen, wat
wordt er gedaan om de normale gang van zaken te herstellen, etc. De muezzin op
de moskee was door het uitvallen van de elektriciteit ernstig gedupeerd, want nu
moest zijn oproep tot gebed weer letterlijk van de daken geschreeuwd worden.
Clim had meelij met hem. In de avonduren bezochten we een ander café "op het droge", ook met een video. Clim had
behoorlijk veel dorst, Jos niet want die voelde zich zo ziek als een hond. In
het hotel was geen licht. Kaarsen werden vanwege het brandgevaar niet
beschikbaar gesteld. Ook de lift werkte niet. Al vroeg, althans naar onze
begrippen, lagen we in bed. |
|
Hotelprijs afdingenOm half tien waren we pas uit de veren. Onze bagage stond al ingepakt klaar. Aan de balie protesteerde Jos tegen de rekening. Voor de prijs van TI 6.660 hadden we niet alle afgesproken comfort gekregen: geen water, geen elektriciteit, veel trappenlopen, geen licht, etc. De man achter de balie gaf de gemeente de schuld, maar dat wensten wij niet te accepteren. Na enig onderhandelen kwamen we een prijs van TL 5.000 overeen. Zo gaat dat in Turkije. Je kunt overal om onderhandelen. Buiten was men nog steeds met opruimen bezig. Ook nu werden er via de publieke omroepinstallatie officiële mededelingen gedaan. Met een taxi bereikten we het autobusstation buiten de stad. |
|
KAPALI ÇARSIDe Turkse naam voor de Overdekte Bazaarin de oudste wijk van Istanbul. Levendig, druk, uitgestrekt, kleurrijk, maar ook erg toeristisch tegenwoordig.
|
|
We hadden geluk. Om 11.00 uur vertrok
er een bus naar Istanbul waarin nog plaatsen vrij waren. We hoefden slechts een
kwartier te wachten. De bus nam dezelfde weg terug. We hadden nu niet zo veel
oog voor het landschap, maar des te meer voor het rijgedrag van de chauffeur.
Wat reed die vent krankzinnig gevaarlijk! We
zaten op de eerste bank achter hem en konden zijn capriolen en zijn gescheld op
de voet volgen. Clim moest af en toe zijn ogen sluiten van angst. De ene
roekeloze inhaalmanoeuvre na de andere volgde. Toch kwamen we zonder
kleerscheuren in Istanbul aan. Onderweg maakte Clim nog een interessante foto
van een kazerne waarvan de poort bestond uit twee gigantische geweren.
Hotel in rosse wijkOm 17.30 uur bereikten we de terminal Topkapi eindstation voor bussen in Istanbul. De reis had 5½ uur geduurd, met een uurtje pauze. We namen een taxi naar de wijk Beyoğlu, het zogenaamde uitgaanscentrum. Daar namen we onze intrek in een 1e klas hotel, maar dan zonder sterren... ..Dit hotel Akpalas was gelegen naast een van de duurste hotels van Istanbul, het Marmara Hotel waar Jos elke dag zijn buitenlandse kranten kon gaan kopen. Prijs van ons hotel per overnachting: fl 10 per persoon. We zaten hier wel aan de rand van het hoerenkwartier, de rosse buurt. De aanwezige "lichte” vrouwen deden hun naam beslist geen eer aan: ze wogen allen meer dan 100 kg per stuk, bloot aan de haak! Veel bordelen werken hier onder de dekmantel van een restaurant. De prijzen liggen rond een tientje per nummertje. In een van zo'n zogenaamde restaurantjes aten we, veel te duur. We voelden ons belazerd. De rest van de avond slenterden we door de wijk en maakten we een praatje met het jonge, onervaren hotelpersoneel We sloegen eten en drank in via een loopjongen. ‘s Avonds brak er weer een hels noodweer uit. Clim communiceerde met een"arkadasj" (= vriend) op een zolderkamer aan de overkant van de straat, tegen de loeiende wind in. |
|
|
|
Hierboven de wereldberoemde AYA SOPHIA
Hiernaast de islamitische SULTAN AHMED MOSKEE |
Door naar VAST IN BULGARIJE
Terug naar HOMEPAGE
1983 Rondreis West- en Midden-Turkije
1982 Rondreis Oost - Turkije en Koerdistan