
8 juni - in de verloskamer
8 juni 2001, de geboortedag en sterfdag van onze lieve kleine meid Kelly Jeline Sijbolts. Het is allemaal zo onwerkelijk. We hebben nog slechts 5 dagen samen met ons meisje. We laten haar zien aan iedereen die langs komt en genieten van onze schat, nu ze nog bij ons is. Ook maken we ontzettend veel foto's; een kostbare schat.

9 juni - samen in het grote bed
Kelly ligt naast mijn bed in haar mandje. Bij haar liggen een paar knuffels, waaronder een lief schaapje en ook bij ons in bed ligt er eentje, een knuffelkonijn. Na een paar dagen ruilen we en zo heeft ze onze geur voor altijd bij zich en wij die van haar. Op deze dag, 9 juni krijgt ons meisje, de 1e kleindochter, een bedelarmbandje van haar opa en oma Vennema met daaraan een zilveren hartje. Ook van oma Sijbolts komt er een zilveren hartje aan en eentje van de neefjes en nichtjes. Wij laten er een gouden hartje aanzetten en krijgen elk precies net zo een, dat we altijd bij ons dragen; Arnold aan z'n ketting met Kelly's naamplaatje en ik aan m'n armband.
Ik krijg last van m'n been en moet voor een echo. De pijn zit aan de achterkant, alleen kan ik natuurlijk niet op m'n buik liggen, dus moet dat op m'n zij. Het duurt allemaal erg lang, zo lang dat ik een spier verrek in m'n zij en daar nog weken last van heb. Ze zijn niet helemaal zeker of het trombose is, maar omdat ik geen trombosespuit heb gehad tijdens de keizersnee, gaan ze het wel als zodanig behandelen.

10 juni - nieuwe sokjes van oma Vennema
Oma Vennema heeft sokjes gebreid toen ik nog zwanger was en natuurlijk krijgt ons meisje die aan: gele sokjes. We trekken haar elk eentje aan; wat is ze mooi en wat zijn we trots op onze dochter!
Ik krijg inmiddels tabletjes vanwege de trombose. De internist komt echter langs, want hij wil zeker weten dat het ook echt trombose is en dus moet ik weer voor een echo. Dit keer gaat het beter en legt de echografist een zachte verhoging onder m'n been en kan ik gewoon op m'n rug blijven liggen. Het wordt duidelijk dat het toch echt trombose is en dus zit ik voor 3 maand aan de syntrom vast en regelmatig bloedprikken door de trombosedienst. Alsof we nog niet genoeg ellende hebben. Ook moet ik aan de staaltabletten, want m'n HB is veel te laag.

11 juni - een nieuw mutsje van oma Sijbolts
Het is maandag en vandaag gaat Arnold onze dochter aangeven bij de gemeente. Dat kan gewoon in het ziekenhuis zelf, alleen omdat Kelly is gestorven, komt er iemand bij ons op de kamer met alle papieren; eerst de geboorteakte en dan de overlijdensakte. Ook laten we Kelly later bijschrijven in ons trouwboekje. Bij de juwelier hebben we een kettinkje besteld met daaraan een rond naamplaatje met daarin een hartvormpje waarin we Kelly's naam hebben laten graveren. Arnold doet deze bij Kelly om. Oma Sijbolts komt met een nieuw mutsje, want wij willen het mutsje dat Kelly tot dan toe heeft gedragen, zelf houden.
's Avonds krijg ik ineens vreselijke buikpijn, zo erg dat de verpleging denkt aan longembolie. Ze halen bloed uit m'n slagader en dat wordt onderzocht. De dienstdoende longarts maakt Arnold bang met z'n gepraat en ik ben opstandig en zeg morgen gewoon naar de begrafenis te gaan, hoe dan ook. De uitslag is gelukkig negatief en later blijkt dat het m'n darmen waren. Waarschijnlijk een darmverlamming door de Ferro (een ijzerdrankje) en staaltabletten die ik slik.
>
12 juni - de laatste foto van ons drietjes
Dinsdag gaan we voor de begrafenis eerst naar huis. We willen gewoon nog even thuis zijn met z'n drietjes. Eenmaal thuis haalt Arnold de schommelstoel van boven, terwijl ik me de trap op worstel (we wonen op een bovenwoning). Die schommelstoel heb ik van hem gekregen tijdens de zwangerschap. We hebben er al veel samen ingezeten toen Kelly nog in m'n buik zat en nu wil ik graag met m'n meisje in m'n armen daarin zitten. We maken foto's van elkaar en van Kelly en mijn zus, die ons heeft thuisgebracht, maakt foto's van ons drietjes. We zijn krap een uurtje thuis of het is al weer tijd om te gaan. Ik leg Kelly in haar mandje en lees haar nog een verhaaltje voor: 'Raad eens hoeveel ik van je hou' van Sam McBratney. We spelen het muziekdoosje nog een keer en dan sluit Arnold het mandje, oh wat is dat moeilijk. Het liefst pak ik haar er zo weer uit, maar dat kan niet. Aan de handvatten van het mandje hangen knuffeltjes die Kelly's neefjes haar hebben meegegeven; hun eigen kleine knuffeltjes, wat een lieverds!
We rijden eerst naar het gebouw van de begrafenisonderneming waar onze familie
en naaste vrienden op ons wachten. Dan gaan we samen naar de begraafplaats,
Arnold achterin de auto met ons meisje in haar mandje. Bij de begraafplaats
ga ik verder in een rolstoel en draagt Arnold het mandje met Kelly. We gaan
samen met de anderen naar het kinderhofje waar ons meisje komt te liggen bij
al die andere kleine engeltjes. Daar zegt onze dominee nog even kort iets, niet
te lang, dat willen we niet. Hij leest een gedichtje voor: 'Huilen mag' uit
'Het grote versjesboek' van Marianne Busser. Daarna leest m'n moeder op boze
toon een gedicht voor dat ze zelf heeft geschreven, een gedicht aan God. Ze
is net als wij boos op God omdat Kelly is gestorven. We leggen kleine bloemstukjes
neer; een hartje van ons met daarin rode en witte roosjes, dezelfde bloemen
als in m'n bruidsboeket, kleine gele biedermeiers van onze ouders, broers en
zussen en ook nog eentje van de neefjes en nichtjes. We hebben losse rode en
witte rozen en iedereen gooit om de beurt een roos in het grafje en gaat dan
weg. We houden zelf nog 8 roosjes en drogen die, 4 witte en 4 rode; die hangen
nu bij ons in de woonkamer.
Arnold en ik blijven alleen achter en dan is ze opeens weg, onze kleine meid...
Huilen is niet erg - zelfs niet een beetje
het maakt niet uit of je nou huilt of lacht
want huilen hoort erbij voor alle mensen
en daar is dus een zakdoek voor bedacht.
Huilen is niet erg - zelfs niet een beetje
huil maar als je pijn hebt of verdriet
ook grote mensen moeten wel eens huilen
mensen die nooit huilen zijn er niet!
(Marianne Busser)