Terug naar VOLUBILIS
Naar rondleiding en mozaïeken

Latijnse inscripties in Volubilis




Deze pagina bestaat uit:
(1) Marcus Valerius Severus
(2) Vredes-inscripties
(3) Overige Latijnse inscripties
(3a Fabia, 3b vreemde goden, 3c omgekomen legioensoldaat, 3d christenen, 3e Tacneidir.)

Voor een verwijzing naar alle Latijnse inscripties in Volubilis, zie de internet-versie van
IAM(Inscriptions Antiques du Maroc).


(1): Marcus Valerius Severus en keizer Claudius (IAM 448) [Terug]


Vlakbij de Basilica in het centrum van Volubilis staat een stèle ter ere van de vooraanstaande inwoner Marcus Valerius Severus. De inscriptie is van groot historisch belang, maar er zijn verschillende interpretaties in omloop. De tekst luidt:


M(arco) Val(erio) Bostaris
f(ilio) Gal(eria) Severo
aed(ili) sufeti IIvir(o)
flamini primo
in municipio suo
praef(ecto) auxilior(um) adversus Aedemo-
nem oppressum bello
huic ordo municipii Volub(ilitanorum) ob me-
rita erga rem pub(licam) et legatio-
nem bene gestam qua ab divo
Claudio civitatem Ro-
manam et conubium cum pere-
grinis mulieribus immunitatem
annor(um) X incolas(!) bona civium bel-
lo interfectorum quorum here-
des non extabant suis impetra-
vit

Fabia Bira Izeltae f(ilia) uxor indulge-
ntissimo viro honore usa impensam remisit
et d(e) s(ua) p(ecunia) d(edit) d(e)dic(avit)





Voor Marcus Valerius, zoon van Bostar [Punische naam (Thouvenot)], [uit de familie] Galeria, [bijgenaamd] Severus --
[voorheen?] aedilis [Romeins politiecommissaris], sufes [Punisch duo-burgemeester] en duumvir [Romeins duo-burgemeester]
en tevens eerste flamen [priester] in zijn municipium [Romeinse stad met burgerrechten]
en tevens aanvoerder van de [plaatselijke] hulptroepen tegen Aedemon, die door oorlogsgeweld is overwonnen [na 40 nC]
-- voor die man <heeft> de gemeenteraad van Volubilis <deze steen geplaatst?>
op grond van
zijn verdiensten voor het algemeen belang
en van zijn geslaagde gezantschap
waarmee hij bij de goddelijke [want overleden keizer] Claudius [regeerde 41-54 nC]
het Romeinse burgerrecht binnenhaalde,
en ook "het recht om met inheemse vrouwen te trouwen" (binnenhaalde),
en ook een belastingvrijstelling voor tien jaar (binnenhaalde),
en ook "inwoners" (binnenhaalde),
en ook "de goederen/tegoeden" van de burgers die in de oorlog waren gedood (en) waarvan de erfgenamen er niet meer zijn (binnenhaalde)
voor "de zijnen".

Zijn vrouw Fabia Bira ['Libische' naam (Thouvenot)], dochter van Izelta [id. (Thouvenot)],
heeft voor haar zeer liefhebbende echtgenoot,
nadat hij zijn ambt bekleed heeft,
de kosten op zich genomen en met eigen geld betaald en (de steen) gewijd.


Wat we zeker weten is dat Marcus Valerius Severus deel uitmaakte van de inheemse (hier: Punische) elite en dat hij met een inheemse (hier: 'Libische') vrouw getrouwd is. Hij heeft zeker het Romeinse burgerschap verworven, voor zichzelf en voor anderen ("de zijnen").
Het feit dat Marcus zelf Romeins staatsburger is geworden blijkt niet alleen uit zijn Romeinse, driedelige naam, maar ook uit zijn functies: duumvir in plaats van (eerder) sufes, en flamen (priester in dienst van één enkele god, maar ook -- vanaf Claudius -- in dienst van de keizercultus!).
Het burgerschap heeft Marcus voor elkaar gekregen door twee bijzondere verdiensten, zoals vermeld.
Ten eerste heeft hij met zijn geestverwanten tijdens een volksopstand de kant van de Romeinen gekozen, nadat keizer Caligula in/rond het jaar 40 de laatste Mauretanische koning Ptolemaeus naar Rome gelokt heeft en in het amfitheater heeft laten wurgen. Het was waarschijnlijk de vooropgezette bedoeling van Caligula om de vazalstaat Mauretania definitief als Romeinse provincia in te lijven.
(De vermoorde Ptolemaeus was overigens een zoon van Juba II en Kleopatra Selênê ('maan'), een dochter van de bekende Kleopatra VII.)
Na deze schokkende gebeurtenis is er een plaatselijke opstand uitgebroken onder leiding van een zekere Aedemon (Aidêmôn, 'eerbiedige'), een vrijgelaten slaaf van de zojuist vermoorde koning.
Marcus en zijn geestverwanten hebben blijkbaar de zijde van de Romeinen gekozen en auxilia (plaatselijke hulptroepen) geregeld ter ondersteuning van (waarschijnlijk) het roemruchte Legio Decima Gemina, dat vanuit Spanje kwam aanzetten en de opstand onderdrukte. (Voor het Tiende Legioen, zie het grafschrift van een soldaat uit Toulouse, IAM 511)
Met deze militaire steun heeft Marcus ongetwijfeld de sympathie van de Romeinen gewonnen
Verder heeft hij feitelijk het Romeinse burgerschap voor zichzelf "en de zijnen" in de wacht gesleept tijdens een gezantschap bij de nieuwe keizer Claudius (41-54 nC). Hier wordt de zaak wat schimmig; de geleerden zijn het niet met elkaar eens.

Een redelijke verklaring zou het volgende zijn:

(1) Keizer Claudius beloont de Romeins-gezinde stad Volubilis met de status van municipium (vgl. IAM 369, 370, 448). Dat houdt in dat de bestuurlijke elite van de stad (waaronder Marcus zelf natuurlijk) het Romeinse burgerrecht verwerft. (Sommigen beweren dat Volubilis al een municipium was, zoals de tekst suggereert. Harde bewijzen voor of tegen ontbreken.)
(2) Met "de zijnen" (suis) wordt dan zoiets bedoeld als: zijn medebestuurders. Het is niet waarschijnlijk dat het alleen om de familie Valerius gaat. Waarom zou de gemeenschap van Volubilis immers zo'n mooie steen aan zo'n grote egoïst gunnen? Het kan evenmin om de gehele bevolking van Volubilis gaan, want het algemene burgerrecht wordt pas door keizer Caracalla (211-217) geschonken.
Keizer Claudius staat er overigens om bekend dat hij veel niet-Romeinen het burgerschap verleend heeft. Seneca hekelt hem zelfs over dit feit in de (aan hem toegeschreven) Apocolocyntosis.
(3) Het ius conubii gaat vaak samen met het burgerrecht. Afgezwaaide legioensoldaten krijgen doorgaans ook het burgerrecht met het "recht om inheemse vrouwen te trouwen". Het blijft een beetje raadselachtig. De bedoeling is waarschijnlijk dat kinderen uit zo'n huwelijk het Romeinse burgerrecht krijgen. Mogelijk krijgt Marcus dit recht 'met terugwerkende kracht'. (4) De belastingvrijstelling dient niet alleen om de burgers van Volubilis te danken, maar ook om de stad schadeloos te stellen. Er is waarschijnlijk veel schade ontstaan als gevolg van het krijgsgeweld. Zware oorlogsschade uit dezelfde tijd is aangetoond in Tingis (Tanger) en Tamuda (Tetouan).
(Lluis Pons Pujol citeert een publicatie van zekere mevrouw Contelloni-Trannoy "Le royaume de Mauretanie ..." 1997, p 61.)Met dit punt hangt het volgende samen.
(5) Met "incolas" ("inwoners") wordt bedoeld: een aantal niet-Romeinen uit de buurt mogen zich in Volubilis vestigen; ze scharen zich onder het gezag van het municipium; dit is nodig om de uitgedunde bevolking van Volubilis aan te vullen. We gaan er dus vanuit dat de lezing "incolas" gewoon klopt. (Sommige anderen willen de tekst liever 'verbeteren' in incolis)
(6) De erfenissen van mensen zonder erfgenamen zouden normaal aan de staatskas vervallen. Nu komen ze de gemeenschap van Volubilis ten goede.
(Maar Cuq (1917) beweert dat de gestorvenen al Romeinse burgers waren, want anders valt er niks te erven voor de Romeinse overheid. Dus misschien waren er al burgers voor 40 nC., zie punt (1)>

Overigens heeft een zekere En-Nachioui (1995, 1996) kritiek op de zijns inziens eurocentrische benadering van anderen, bv Gascou. "Het waren de Romeinse die een misdaad begingen en niet andersom. Het waren de Romeinen die Mauretanië binnenvielen nadat ze de koning ervan vermoord hadden, en niet andersom." Volgens hem identificeerden de "koloniale" Fransen zich teveel met de Romeinen (142-3).


(2). Vredes-inscripties [Terug]

In de derde eeuw neemt de Romeinse greep op de zaken in en rond Volubilis af. Dit blijkt onder meer uit een aantal zogeheten vredes-inscripties, die bij de ingang van Volubilis te zien zijn. De Romeinen sluiten met enige regelmaat en op plechtige wijze vrede met plaatselijke hoofdmannen, wat ze niet zouden doen als ze de teugels strak konden aanhouden. Rond 285 nC zijn de Romeinen helemaal verdwenen. Hier volgt een voorbeeld van zo'n vredesinscriptie.
(Er bestaat overigens een speciale website over zo'n inscriptie, met zeer gedetailleerde uitleg.)

IAM-02, 356 = AE 1924, 0304.

I(ovi) [O(ptimo) M(aximo)]
ceterisq(ue) diis d[eabus(que) immortalibus pro salute]
et victoria Imp(eratoris) C[aes(aris) M(arci) Aureli Severi Alexandri(?)]
[A]ug(usti) Q(uintus) Herenni[us 3]
[v(ir) e(gregius) proc(urator) eius conlocutus]
[cum] U[r]elio(?) [princ(ipe) gentis Baquatium pa]cis firmand[ae causa]
[aram posuit et dedicavit Idibus Sep]tembribus I[mp(eratore) Severo Alexandro Aug(usto) II Aufidio Marcello II co(n)s(ulibus)?]


Hier staat dat een zekere "Quintus Herennius", gouverneur (procurator) van de provincie namens keizer Alexander Severus (223-235) een gesprek heeft gehad (conlocutus) met het stamhoofd U[r]elius, leider van de 'Berberse' stam der Baquates, teneinde "de vrede te bekrachtigen" (pacis confirmandae causa).


(3). Overige inscripties [Terug]


(3a) Fabia, de vrouw van Marcus

(IAM-02, 342)
Cereri Aug(ustae) / sacrum / [Fabia] Bira / [Izeltae f(ilia)] flami[nica)


De eerder genoemde Fabia, vrouw van Marcus Valerius Severus (zie (1)), wijdt een steen aan de "keizerlijke" (augustae) graangodin Ceres; Marcus en Fabia zijn flamen en flaminica (zie onder (1)). Een flamen houdt zich oorspronkelijk bezig met de cultus van één enkele godheid. In de keizertijd (m.n. sinds claudius) houden de flamines zich vooral bezig met de keizercultus


(3b) Vreemde goden

IAM-02, 352.

Isidi Aug(ustae) sacr(um)
[L(ucius)] Caecilius Felix L(uci) Caec(ilii)
[C]aeciliani libertus
[ob h]onorem IIIIIIvir(atus)
d(e) s(uo) [d(edit)

"Gewijd aan de Keizerlijke (Egyptische godin) Isis. Lucius Caecilius Felix, vrijgelatene (en zoon?) van L. C. Caecilianus, heeft van zijn eigen geld (deze steen) geschonken vanwege (het verkrijgen van) het ere-ambt van lid van de commissie van zes man."

IAM-02, 364 = AE 1920, 0047.
I(nvicto) D(eo) M(ithrae) /
Aur(elius) Nectore/ca |(centurio) vex(illationis) Brit(onum) /
Volubili /
agentium /
l(ibens) l(aetus) m(erito)


"Aan de onoverwinnelijke (Perzische god) Mithras. Aurelius Nectoreca, centurio (aanvoerder) van de vexillatio (vaandel) van de Britten die in Volubilis gelegerd zijn, (wijdt deze steen) met plezier en met recht."

Zoals bekend (zie bv Naerebout & Singor) waren 'vreemde' goden, zoals Isis en Mithras, in de late Romeinse oudheid overal populair. Mithras werd vooral door militairen vereerd.


(3c) Omgekomen legioensoldaat

IAM-02, 511
M(arcus) Vale/rius M(arci) / Vol(tinia) Tol(osa) / Rufinus / mil(es) leg(ionis) X Gem(inae) [|(centuria) 3]/atii an(norum) XXX / ae(rum) XI h(ic) s(itus) / e(st) s(it) t(ibi) t(erra) l(evis) / Sec(undus) her(es) f[ec(it)]

"Marcus Valerius, zoon van Marcus, (van de stam) Voltinia, (uit?) Toulouse, soldaat van het Tiende Dubbele Legioen (Legio Decima Gemina), (....) is hier begraven. Zijn erfgenaam Secundus (heeft dit grafmonument) gemaakt."

Hieruit blijkt dat het roemruchte Legio X Gemina actief is geweest, waarschijnlijk ten tijde van de opstand van Aedemon (zie onder (1)).


IAM-02, 512
] A A[3] / [6] / [c]oh(ortis) [I] / Hispa(norum) / oc[c]isus / [a]b [h]os[tibus]


"(...) van het (eerste?) cohort van de Spanjaarden, gedood door de vijanden".


(3d) Christenen in Volubilis


IAM-02, 619.
[Memoria Iu]li(?) Mater(ni) / [3] cui fili(i) et mat(er) fe/[cer(unt) do]mum (a)eternale(m) / [3] vics(it) plus minus / [3 dis]cessit in pace / an(no) pr(ovinciae) DCX(?)


"Gedenkteken van Julius Maternus (...), voor wie zijn kinderen en zijn moeder (dit) eeuwige huis gemaakt hebben; hij leefde ongeveer (... (jaar)); hij is in vreed heengegaan in het jaar (...) (na de stichting van?) de provincie"

Uit het feit dat Julius "in vrede" (in pace) is heengegaan blijkt dat hij christen was.



Literatuur

IAM (II) = Inscriptions antiques du Maroc (deel 2): Inscriptions latines (Maurice Euzennat & Jean Marion) publiées par Jacques Gascou. 1982.
Kleinwächter, Claudia: bespreking van M. Risse: “Volubilis. Eine Römische Stadt ...” Göttinger Forum für Altertumswissenschaft 4 (2001) 1139-1142. (Ook op internet. Vrij zure kritiek op het boek van Risse.
Lluis Pons Pujol: Volubilis i els bona vacantia: una sintesi. In: Pyrenae 28 (1997), 133-149. (Ook op internet: www.ub.es/ceipac.)
Naerebout, F.G. & H.W. Singor: De oudheid. Grieken en Romeinen in de context van de wereldgeschiedenis. 1995.
Risse, Martina (Hrsg.). Volubilis. Eine römische Stadt in Marokko von der Frühzeit bis in die islamische Periode. 2001. (Zie ook: Kleinwächter)
Suetonius, Keizers van Rome. Vertaald door D. den Hengst.
Thouvenot, Raymond: Volubilis. 1949. http://www.archeologhia.com/CIL/txt/Inschriften/cil08/iam-02.txt