Het moza´ek "Kat vangt rat" (23f),

het moza´ek van de "Vogels als wagenrenners" (23g),

de twee moza´eken "Eros gestraft" (deel 23c)

en het moza´ek "Eroten voeren vogels" (23e)

in het Huis van Venus (23)

 

Kat vangt rat (23f)

Een huiselijk maar vrij ongewoon tafereel. Een kat (rechts, met halsband) grijpt een rat (?) in zijn klauwen en staat op het punt zijn prooi te verslinden. (Aynard; Dunbabin 277: 2e.)

Bij de rat staat geschreven: (L)VXVRIVS (boven) CV(R?)AS (onder); bij de kat staat vincentius (boven) enicesas (onder). Blijkbaar gaat het om een parodie op het amphitheater. De 'gladiator' Vincentius heeft gewonnen (Grieks: enikŕsas). De tekst bij de rat Luxurius is moeilijk leesbaar. "Curas" (ww, znw) en "cupias" leveren weinig zinnigs op; "cullas", wat sommigen lezen, staat er niet en betekent niets; misschien "cur[r]as" (rennen)?

Dit moza´ek is qua thematiek vergelijkbaar met het moza´ek van de Wagenmenners en de Gestrafte Eros in hetzelfde Huis van Venus (aan weerszijden van het Hylas-moza´ek) en met het Desultor-moza´ek (9a). Afbeeldingen van het amphitheater en parodieŰn daarop komen wel vaker voor op moza´eken (Dunbabin).

Dit brengt ons op het volgende onderwerp. Volubilis was een kenmerkende Romeinse stad, compleet met een Capitool, een Basilica, een aquaduct en diverse thermen-gebouwen en een decumanus (hoofdstraat), maar er is geen spoor van een amphitheater gevonden. Mogelijk was er wel een (tijdelijk) amphitheater van hout. Op de tentoonstelling "Marokko, 5000 jaar cultuur" is een speelgoed-beeldje van een gladiator te zien (Boele ea 40 nr 27; arch. mus. Rabat; vindplaats Volubilis).

 

Vogels als wagenmenners (23g)

In het peristylium. (Dunbabin 277: 2f.)

Een parodie op het circusspel. De paarden zijn vervangen door ingespannen vogels. Het amphitheater wordt in een merkwaardig perspectief weergegeven. Zowel de binnenplaats als de buitenmuren zijn zichtbaar. In het amphitheater zien we de spina (het langwerpige platform dat de binnenkant van de renbaan vormt) en de bijbehorende zuilen; er is ook een tempeltje zichtbaar. (Chevallier en Ponsich 64.)

De eerste wagen wordt getrokken door twee pauwen. EÚn koetsier heeft zijn evenwicht verloren. Een andere wagen wordt door twee eenden getrokken. Chevallier en Ponsich vermoeden dat de pauwen voor Juno staan en de dolfijnen (elders op het moza´ek) voor Neptunus. 

Dunbabin (91, 106) merkt op dat in Carthago een dergelijk moza´ek bestaat.

 

Eros gestraft (deel van 23 c)

Dit zijn twee moza´eken die het Hylas-moza´ek flankeren. (Dunbabin 277: 2c ii en iii; in room 16.)

De beide moza´eken worden afgebeeld in Chevallier en Ponsich 60 en beschreven in Dunbabin 277, Chevallier en Ponsich 64 en Risse 95. 

Op het eerste plaatje wordt een gevleugelde Eros (de handen op de rug gebonden) gegeseld door twee andere gevleugelde Eroten. De gestrafte heeft een duif geschoten die dodelijk gewond met een pijl in de buik op de grond ligt. Op het tweede plaatje wordt dezelfde Eros (nog steeds gebonden) het amphitheater (niet zichtbaar) binnengeleid en gegeseld door de tweede Eros. De derde Eros, links, opent een kooi, waaruit een grote schildpad tevoorschijn komt: een parodie op de dierengevechten in het circus. Rechts een mand met fruit (?).

De gestrafte Eros komt vaker voor als afbeelding (zie Moormann en Uitterhoeve 224-231), vaak met een allegorische duiding. Maar het gebeurt niet vaak dat dit tafereel tegen een zo concrete, Romeinse achtergrond geplaatst wordt (Dunbabin 86-87).

 

Eroten voeren vogels (23e)

Hierover weten we niets, behalve Dunbabin 277: 2a, room 9. (Room 10 is: Annus en Seizoenen, op deze site 23b.)

 

Literatuur:

Aymard, J: └ propos de la mosa´que au chat de Volubilis (1961). Latomus 20 52-71.

Boele, V. e.a.: "Marokko, 5000 jaar cultuur" (2004). Catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam (2004-2005).

Chevallier, R. & M. Ponsisch: Les mosa´ques romaines de Volubilis (1997). Archeologia 339, 60-65

Dunbabin, K.M.D.: The Mosaics of Roman North Africa. 1978.

Risse, M.: Volubilis. Eine römische Stadt in Marokko von der Frühzeit bis in die islamische Periode. 2001.

 

Foto:

Uit Aymard (1961) p52.