Het broeden:
Voor het broeden moeten er broedblokken gekocht of gemaakt worden. De afmetingen zijn 16x16x30 cm. Het invlieggat moet 5,5 cm zijn. Er moeten altijd meer broedblokken hangen dan dat er vogelstelletjes zijn. Op de bodem van het broedblok strooien we houtsnippers. De broedblokken hangen we begin april in de volière. Al vlug zal de man het broedblok invliegen en bekijken. Meestal na twee weken is het eerste eitje dan gelegd. De eitjes leggen ze om de dag, meestal leggen ze vijf eitjes. Het vrouwtje broedt de eitjes na ongeveer drie weken uit. Ondertussen voert het mannetje het vrouwtje, dat natuurlijk niet van de eieren af mag. De jonge vogeltjes komen uit het ei met behulp van de eitand (dit is een haakje aan de snavel dat de er kort van de geboorte afvalt). Als de vogeltjes net geboren zijn hebben ze nog geen veren maar dons. Drie weken na de geboorte hebben ze al hun veertjes. Een week na de geboorte moeten de vogels geringd worden. Op de vogelring staat het nummer van de kweker en het jaar waarin ze geboren zijn. Iedere vogel heeft een andere ringmaat. Een papagaai heeft natuurlijk een veel grotere ring nodig dan de Neophema. De ringmaat die onze vogels nodig hebben is 4.5. Drie weken na de geboorte vliegen ze uit. Ze worden daarna nog vier weken door de vader en moeder gevoerd. Na de rui (dat is het wisselen van veren dat gebeurd in het voorjaar en najaar. Versleten veren worden in bepaalde vormen door nieuwe vervangen). In oktober zijn de vogels pas echt “op kleur”.