Een mach-tig Ma--ker for-meer-de mijn hart. Hij nam voor de tijd be-gon mijn le-ven in zijn hand. Hij kent mijn naam, - Hij weet zelfs wat ik denk. Hij ziet mijn stil ver-driet en hoort mij als ik roep. Ik heb een Va--der, Hij noemt mij zijn kind. Hij laat mij - nooit al-leen, waar-heen ik ook zal gaan. Hij kent mijn naam, - Hij weet zelfs wat ik denk. Hij ziet mijn stil ver-driet en hoort mij als ik roep. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Hij kent je naam, - Hij weet zelfs wat je denkt. Hij ziet jouw stil ver-driet en luis-tert als je roept. - - - - - - - - - - - - - - - - - En luis-tert als je roept.