Op reis van A naar B - Middenbouw Op reis van A naar B. Maar zeg me eens: waarmee? Welk rijtuig, vaartuig, vliegtuig zal het zijn? Ga je met een auto, fiets, bus, boot, heli, trein? IJbert kiest een vliegmachien, want hij wordt piloot. En Hella die wordt kapitein, dus die gaat met de boot. En Marten is al jarenlang een treinenenthousiast. Hij gaat het liefste met het spoor. Dat staat voor hem wel vast. Op reis van A naar B. Maar zeg me eens: waarmee? Welk rijtuig, vaartuig, vliegtuig zal het zijn? Ga je met een auto, fiets, bus, boot, heli, trein? Fenny neemt gewoon de bus. Dat bevalt haar wel. Marijke wil een raceauto. Die gaat drie keer zo snel. Janet en Els gaan met de fiets. Dat is gezond en fijn. Dat moet dan, vinden zij beslist, een echte crossfiets zijn. Op reis van A naar B. Maar zeg me eens: waarmee? Welk rijtuig, vaartuig, vliegtuig zal het zijn? Ga je met een auto, fiets, bus, boot, heli, trein? Jacqueline wil, heel apart, met een luchtballon. Yvonne gaat per open koets uit rijden in de zon. En Karel wil in elk geval eens met de TGV. Dat gaat tenminste lekker hard. Dat lijkt hem wel oké! Op reis van A naar B. Maar zeg me eens: waarmee? Welk rijtuig, vaartuig, vliegtuig zal het zijn? Ga je met een auto, fiets, bus, boot, heli, trein? Janneke wil naar de maan. Zij neemt een raket. En ik een vliegend ledikant, want ik... blijf... fijn... in... bed.