Xena

Ik ben een teefje 5 juni 1998 geboren en ik woon sinds 18 januari 2003 bij
Hans en Rob.
Achteraf is de "verhuizing" me erg meegevallen, Hans en Rob
zorgen goed voor me. Ze wonen op een prachtige plek midden in het bos. En laat Rob
ook nog eens erg van wandelen houden .......een waar honden paradijs! Nu de lente is
begonnen vindt ik het helemaal te gek, bijna de hele dag staat de deur open. Ik loop
in en uit, en wat een heerlijke tuin. Altijd wat te beleven voor een hond; opjagen van
eendjes of vogeltjes, blaffen van buurhonden beantwoorden. En erg belangrijk voor een
zwarte hond, ook nog voldoende plekjes in de schaduw.
Ik zal wat vertellen over het hondenras Groenendaeler. De Groenendaeler,
dit is een van de vier Belgische Herdershonden rassen(de andere drie zijn de Tervuerense
Herder, de Mechelse Herder en de Laekense Herder). In 1897 besloot de Belgische Kennel
Club tot erkenning van deze variant. De Groenendaeler is genoemd naar het Kasteel
Groenendael in het Zonienwoud ten zuiden van Brussel. Uit de gemeenschappelijke voorouders
van alle Belgische Herdershonden, de Picard d'Uccle, werd uit een nest met de zwarte,
langharige teef Petite de Groenendaeler gefokt. Hij werd gebruikt als veehoeder en
waakhond.
Gebruik:
Werkhond.
Activiteit:
De Groenendaeler moet - net als de andere Belgische Herdershonden - de ruimte hebben en
heeft veel beweging nodig. Een vaste hand is noodzakelijk bij de opvoeding. Overigens
presteert dit ras prima bij gehoorzaamheidswedstrijden.
Verschijning:
Algemeen: De Groenendaeler is harmonisch gebouwd, kwiek en waakzaam. Het lichaam is niet
te breed, maar diep met rechte rug en zonder opgetrokken buik. De benen zijn stevig en
middelmatig lang. Tamelijk lange hals zonder keelhuid.
Kleur: Zwart.
Hoofd en schedel: Het hoofd is lang, zonder overdreven lang te worden. Middelmatig brede
schedel. De snuit is iets langer dan de schedel met geringe stop. Schedel en snuit zijn
grofweg gelijk qua lengte, soms is de snuit iets langer. Zwarte neus met goed geopende
neusgaten. Ogen zijn amandelvormig, liefst donkerbruin, met vrijmoedige en verstandige
uitdrukking. De oren zijn driehoekig van vorm en staan rechtop.
Staart: Middelmatig lang en laag gedragen. De staart is stevig aangezet met krachtige
basis. Ter hoogte van het spronggewricht buigt de staart iets omhoog. Nooit omhoog gekruld
gedragen.
Voeten: Voorvoeten vrijwel rond, achtervoeten meer ovaal.
Beharing: Lang op het lichaam en langer aan de hals, een kraag vormend, achterkant van de
benen en aan de staart. Kort op het hoofd, op de oren en op de voorkant van de benen. De
bovenvacht is lang terwijl de ondervacht bijzonder dicht is. De vacht van de reuen is
langer dan die van de teven.
Schofthoogte: Reu: ongeveer 62 cm, Teef: ongeveer 58 cm.
Aard: alert, snel, schrander, sterk, stoer, verstandig, levendig, goede bewaker en
geschikt voor africhting
10 april 2008 (bijna 10 jaar oud)