2 november 2006; Pokhara/Nayapul/Gandruk
Dit is een beschrijving van de eerste dag van onze klimexpeditie in
het Annapurna/Sanctuary gebied, zoals aangekondigd in onze
samenvattende post op 20 november.
Heerlijk wakker geworden vanochtend in de New Pokhara Lodge. Geen
lawaai, maar fluitende vogels. Geen kerosinelucht, maar groene
frisheid. Geen planken matras, maar zachte weelde. We draaiden ons
allebei nog eens tevreden om, want de komende 18 dagen is het maar
afwachten waar we ons te rusten mogen leggen.
Gisteravond hadden we onze kennismaking met Som, onze gids. Een
krachtige persoonlijkheid met een gezicht vol jarenlange klimervaring.
Met pretoogjes schudde hij onze hand, we wisselden alleen de
broodnodige informatie uit en we spraken af vanochtend om 8:00 uur
hier te vertrekken. Dus om 7:15 uur stapten we via de wenteltrap de
zonnige tuin in waar we een omeletje voorgeschoteld kregen. En tot
onze blijde verwachting schoof ook onze kleine ‘zonnekoning’ Nima om
half 8 aan (hij zat ook in onze begeleidende staf bij de Ama Dablam
expeditie en is nu door onze reisagent Tulsi weer aan
ons ‘gekoppeld’). Erg leuk om elkaar in deze nieuwe situatie weer te
treffen. Zijn glimlach is vertrouwd en hij pakt met twee handen onze
handen vast, ook hij heeft er zin in. Hij eet een omeletje mee en om
8:00 uur schuift ook Som aan voor een bakje thee. En als Som en Nima
gezellig kennismaken met elkaar, schrik ik me wild. Plots ontdek ik
dat mijn fotocamera niet meer in het hoesje aan mijn rugzak zit. Ik
had een grote cactus met daarin groeiende rode rozen op de foto vast
willen leggen, maar dat dat er nu niet meer inzit kan me even niet
boeien. Shit, shit...mijn hart klopt in mijn keel want ik denk meteen
te weten wat er gebeurd is. Gisteren werden we van het vliegveld
gehaald door een medewerker van de New Pokhara Lodge en reden we met
de taxi meteen langs het ACAP-bureau om onze ‘entry-permits’ voor de
Sanctuary Trek te halen en te betalen. Dom, maar we lieten onze
rugzakken in de wachtende taxi op de achterbank staan... Het enige
onbewaakte ogenblik. Of zou ik het misschien ergens in mijn eigen
spullen hebben verstopt? Hans reageert gelukkig kalm. Alle foto’s tot
en met Kathmandu zijn gebrand op CD en staan op de expeditie-laptop.
De camera is maar materiaal en we regelen het wel met aangifte en de
verzekering. Fjoe, zo vredig zit ik er even niet in want nu moeten we
onze mini-expeditie vastleggen met 1 camera. Ik probeer me er bij
neer te leggen. We krijgen een seintje dat we de volgende taxi in
kunnen rollen voor een ritje naar Nayapul, daar begint onze trekking.
Ondertussen lachen Som en Nima flink om elkaars verhalen. We vallen
hen verder niet lastig met ons verlies van de camera en lopen achter
hen aan naar de meest fantastische taxi die ik ooit in mijn leven heb
gezien. Deze gouden Toyota Corolla uit de jaren ’70 rijdt volgens mij
op zijn charme.... Onderweg ontdekken we dat de snelheidsmeter, de
kilometerteller, de versnellingspook en nog veel meer mechanische
zaken het gewoon niet doen. Maar hij rijdt wel...die Toyota. De
binnenbekleding is vervangen door allerlei geplastificeerde posters
van tropische eilanden. We zitten eigenlijk gewoon in een hobby-kit op
wielen, met zijn vieren. Onderweg maken we een noodstop omdat de
rugzak van Som (de enige die niet meer IN de auto paste) ineens naast
mijn raampje verscheen. Dat krijg je met een haarspeldbocht die je vol
moet nemen omdat je anders na de bocht niet meer omhoog komt. Na een
vervolgtocht van toeterende Tata-bussen (made in India), kuilen,
overstekende buffels en slapende billen, rollen we in Nayapul uit dit
blikken trots van de taxichauffeur.
We herkennen meteen onze tassen in de stapel spullen langs de weg. De
hele stapel blijkt voor onze expeditie te zijn, wow. Som stelt ons
voor aan Kailash, zijn assistent. Een stevige, jonge Nepalees. Het
blijkt zijn neefje te zijn. Nima staat al druk te onderhandelen met
een groepje dragers. Er is flink discussie over de verdeling van het
gewicht en het dagloon. Nima wil minder betalen dan dat ze vragen,
maar Som die de dragers heeft geregeld sust de boel en ineens komt de
hele meute in beweging. Er blijken naast Som, Nima en Kailash nog 6
dragers mee te gaan. Tassen en pakketten worden met speciale
draagbanden op ‘het hoofd’ gehesen. Ongelooflijk wat die Nepalezen op
hun nek kunnen hijsen. Een van de dragers, Tashi, gaat met de
trekkingspullen van Hans, Som en mij mee tijdens de eerste twee dagen
van de trek. De rest gaat onder leiding van Nima via een
geleidelijkere route aan de rechterkant van het dal omhoog. We
ontmoeten elkaar morgenavond in Chomrong. Onze route is mooier, maar
vanaf de rivier omhoog naar Ghandruk is het pad gewoon 1 grote trap
van grote rotsblokken omhoog. Hoe die kleine Nepalezen met hun kleine
beentjes die hoge stappen maken.... en al helemaal met 25 kilo op je
nek, zoals Tashi dus.
Het eerste stuk langs de rivier loopt lekker en we maken een wat
uitgebreidere kennismaking met Som. We schatten hem begin 50 en hij
blijkt ook 51 te zijn. Hij heeft de Singu Chuli 1 keer eerder
beklommen in 1992 (!) en kon toen niet boven kamp 2 komen vanwege
teveel sneeuw. Die ervaring kennen wij ook van de Ama Dablam en we
hopen er nu toch echt wel meer uit te kunnen halen. Som blijkt wel een
heleboel informatie te hebben ingewonnen bij bevriende gidsen die de
Tharpu en Singu Chuli recent nog hebben gedaan. Dat geeft vertrouwen.
Gaande de komende dagen gaan we wel met hem en Kailash om tafel om
verdere details te bespreken. Eerst maar genieten van deze trekking.
Op de trap gaat het stijgen nog vlot maar het gesprek stokt. We
genieten van de andere omgeving hier. Het Khumbu-dal is duidelijk
(tibetaans) budhistisch, bevolkt met yaks, sherpa’s en rotsiger. Hier
zien we veel meer dieren (poezen, kippen, paardjes, ezels, vlinders,
krekels) en het is veel groener. De bevolking is ook budhistisch maar
vooral afkomstig van de Gurung-stam. Ghandruk, onze bestemming van
vandaag, is de ‘hoofdstad‘ van deze bevolkingsgroep. Er zijn veel
hindoestaanse invloeden in het budhisme hier en dat merken we aan
andere uitingen; de tibetaanse gebedsvlaggen zijn vervangen door
bloemenslingers die over het pad en tussen de huizen worden gespannen.
Verder zijn de mensen overigens net zo vriendelijk. Behalve dan die
handvol overtuigde maoisten die we vandaag al meteen tegen het lijf
liepen. Hadden hun tafeltje ‘sneaky’ neergezet om de hoek in het
eerste dorp waar we doorheen liepen. We zetten in op niet betalen en
starten een discussie dat we ze in de Khumbu-vallei ook al hebben
betaald. Nu is het genoeg. ‘Show me your ticket’ riep de snotneus
vooraan (ongelooflijk hoe jong maoisten worden gerekruteerd). Gepraat
met de maoisten achter de tafel. Geen krimp, 100 Rupies per persoon
per dag was het antwoord. Hoeveel dagen we hier zijn? Vragend kijken
Hans en ik snel naar Som, hij begrijpt het meteen en zegt 10 dagen. De
kortste routes hier zijn namelijk zo lang. De snotneus begint
vervolgens te dreigen met achtervolging door zijn vriendjes uit het
leger, als we niet betalen. Som wordt zenuwachtig en ik erg boos. Ik
vertel de snotneus dat ik wel wil discussieren, maar me niet laat
bedreigen. Dan volgt een fase van in de verte kijken en hetzelfde
praatje afdraaien dat we moeten betalen. Som adviseert het toch maar
te doen anders komen we geen stap verder. We besluiten te betalen en
krijgen met moeite ons ontvangstbewijs uit de Khumbu-vallei terug. Nu
hebben we er twee, kijken of we de volgende keer meer succes hebben
als we met twee tickets wapperen. Waarschijnlijk is het weer een nieuw
maoistendistrict, met nieuw bewind en nieuwe regels. Het blijft
verbazingwekkend hoe dit standhoudt. Of niet? We betalen als toeristen
dus mee...OK. Ik laat het nu los, alle officiele en onofficiele
regelzaken en betalingen om op de Sanctuary te komen zijn achter de
rug. Dus nu van de omgeving genieten. En die wordt steeds mooier
naarmate we het dal insluipen via de trap.
Het is redelijk bewolkt, maar als de zon door de wolken steekt laten de Machhapuchhre en de Annapurna III soms stukjes van hun schoonheid zien. Onderweg lunchen we met fried rice en noodles en speel ik met de plaatselijke jonge
kat. Onze drager Tashi is op tijd om mee te lunchen.... We lopen toch
nog te snel met onze grote benen en lijken vooralsnog steeds
geacclimatiseerd. Na de lunch verliezen we Tashi langzaam met onze
eigen tassies uit het oog. Som koopt onderweg van 2 Nepalese
kinderen ‘ambaks’, een vrucht die te omschrijven is als guave (een mix
van citroen, appel, peer en mango). Zoeter en zachter naarmate je het
midden nadert. Bij een watervalletje in de bocht ploffen we neer en
genieten in de zon van deze nieuwe lekkernij. We vermoeden dat Som
hoopt dat Tashi ons bijhaalt, maar dat gebeurt niet. Ook niet als de
Nepalese kindjes langskomen en Som ons nog een tweede ambak in de
handen duwt. Na een kwartier staan we op en vervolgen we de trap.
Onderweg staat een bordje dat het nog 8848 (klimvrienden, een
herkenbaar getal?) treden naar Nayapul is en nog 4428 naar Ghandruk.
Die lopen we nu gestaag door en om half 4 lopen we de Gurung-hoofdstad
binnen en Som kiest de Mountain View Lodge uit. We krijgen een
kamertje op de top van het pand met uitzicht op de bergen. Nu helaas
al in de wolken, maar hopelijk morgenochtend meer succes.
We drinken beneden een potje ‘hot lemon’ leeg en dan is ook Tashi
gearriveerd. We plukken net als hij een droog T-shirt uit de bagage en
maken een wandelingetje door het dorp. We hebben even de illusie dat
er hier misschien internet te vinden is want er staan een paar
schotels in het dorp. Helaas. We bekijken nog even het uitzicht en
nestelen ons daarna in de dining room van de lodge met dit boekje en
een leesboek voor Hans. Even later komen Som en Tashi kletsen en
bestellen we het avondeten. Een soepje en ik bestel mijn
eerste ‘spring roll’. Al zo vaak op het menu zien staan, nu probeer ik
het en ....fantastisch! Een soort groot gevulde loempia of pizza
calzone beschrijven dit gerecht het beste. Gevuld met verse groenten,
mjam. Hans geniet van zijn spaghetti en plots springt de eigenaar van
de lodge zenuwachtig voor onze neus: ‘broken rule!’. Even verbazing
bij ons maar dan begrijpen we het. Ze waren de soep vergeten, dus
wordt het voorgerecht een nagerecht. Pittige soep die we al kletsend
met Som en Tashi afblussen met een kopje koffie. Als wij klaar zijn,
gaan zij voor hun gebruikelijke portie Dal Bat naar de keuken. Tashi
blijkt overigens ook een neefje van Som. In Nepal val je niet terug op
de overheid, maar op je familie (staaltje ‘civil society’ beste
collega’s in Den Haag). Wij geven de bestelling voor ons ontbijt
alvast door en duiken ons ‘summit-kamertje in’.
Labels: Reisverslag mini-expeditie

0 Comments:
Een reactie plaatsen
<< Home