12 november, 2006; Tharpu Chuli Basecamp / Machhapuchhre Basecamp
Dit is een beschrijving van de elfde dag van onze klimexpeditie in het Annapurna / Sanctuary gebied, zoals aangekondigd in onze samenvattende post op 20 november. De laatst beschreven dag komt steeds boven aan te staan. Als je het hele verhaal van begin tot eind wil lezen, moet je dus bij de post van 2 november beginnen.
Wat een heerlijke nacht, we hebben in één ruk doorgeslapen tot een uurtje of 6. Ik moest een plas, maar daarna draaiden we ons allebei nog een keertje om in de slaapzak. Ik hoor dat de keukentent al wakker is, de dragers hebben al water gehaald. Elke ochtend zijn ze zo vroeg op, ongelooflijk. We krijgen wake-up tea om kwart voor 8 van Nima. We zien dat Kailash zijn rugzak al klaar heeft voor vertrek. We zijn wakker geworden met dezelfde onbeslotenheid over de fooi, als gisteravond. We hebben vooral contact gehad met Som, Nima, Tashi en Kailash. Vanwege hun werkzaamheden die dicht bij ons lagen. En omdat ze engels kunnen spreken. Met hen voelen we dus iets meer verbondenheid, maar we waarderen iedereen van de Nepalese staf stuk voor stuk evenveel voor het zware werk dat is verzet... Om maar met de veelgebruikte uitspraak van Nima te spreken; ‘What to do ???’. Eigenlijk willen we de totale fooi in één keer aan Som of Nima geven, zodat zij het onderling verdelen. Zij weten namelijk beter dan wij hoe de onderlinge werkverdeling en de daaraan gekoppelde waarderingen liggen.
Als Nima weer met het ontbijt onze voortent induikt, besluiten we het met hem te overleggen. Hij denkt dat het beter is als wij de fooi individueel geven, maar snapt ook ons dilemma. Ik bespeur ook een dilemma voor Nima. Want als Som, sirdar en dus leider van de Nepalese staf, de totale fooi krijgt, moet Nima moet afwachten wat hij krijgt. Aangezien Nima ons al van de Ama Dablam expeditie kent en veel met ons optrekt, verwacht hij waarschijnlijk bij een individuele fooi op een hoger bedrag uit te komen. Jeetje, ik wil hier eigenlijk helemaal niet over nadenken. Alle mannen hebben op hun eigen manier zo hun best gedaan. Nima stelt, na ook wat denkwerk aan zijn kant, voor om de fooi wel in één keer te geven ergens de komende dagen. Ze verdelen het onderling en zullen zorgen dat ook Kailash zijn deel krijgt. Hij zal het met Som ook nog bespreken en laat ons wel weten wat een gepast moment is om de fooi te overhandigen. OK, dat is in ieder geval een heldere afspraak. Maar het gevoel erbij blijft mistig. Na het ontbijt beginnen we weer met het inpakken van onze spullen en zien Kailash onze kant opkomen om afscheid te nemen. We bedanken hem hartelijk voor zijn gezelschap en de krachtige assistentie tijdens de beklimming. Hij vond het leuk om met ons te klimmen en in dit seizoen een succesvolle toppoging van de Tharpu te hebben gered. Hij hoopt dat hij op tijd terug is in Kathmandu, dan kan hij wellicht nog een groep een trekkingpeak in het Langtang-gebied op begeleiden. We wensen hem veel geluk en hij vertrekt naar Chomrong, zijn eindbestemming voor vandaag. Hij loopt samen met wat dragers van het AP1-expeditieteam, die vanochtend weer omhoog gekomen zijn voor een nieuwe vracht van de stapel.
Om 9:15 uur beginnen wij ook aan onze afdaling. Ik maak me wel extra zorgen, want het schuiven in mijn rechterschoen bij deze steile afdaling naar de gletsjer zou wel eens pijnlijker kunnen zijn dan gisteren. En al snel ontdek ik dat mijn verwachting volledig uitkomt. Het doorglijden op morenegrit is normaal gesproken geen probleem (wel leuk zelfs, beetje skiën), maar nu.... Ik loop met muizenstapjes en schop steeds de had van mijn rechterschoen tegen een steen, zodat ik weer ruimte krijg voor in mijn schoen. Nima heeft door dat ik het liefst over grote blokken loop en zoekt een mooi ‘pad’ voor me uit. Dat gaat inderdaad wat beter. Hans komt probleemloos achter mij aangeschoven en gesprongen. Eenmaal op de gletsjer ben ik opgelucht dat de rest van de trek nu vooral vlak en omhoog loopt. Achter ons horen we ineens stenen schuiven in het brede couloir boven ons. Het is 1 van de AP1-dragers die met zijn lading onderuit is gegaan. Hans spreekt uit wat ik denk: dit is de eerste keer sinds ons verblijf in Nepal dat we een drager op zijn gat zien gaan, gelukkig, het bestaat dus wel. De drager zelf, puberleeftijd, staat snel op en lacht heel hard om zichzelf. Er worden wat grappen door andere dragers van boven naar zijn hoofd geslingerd. Hij antwoordt met diezelfde harde lach en vrolijk verder af op zijn gympen. De dragers die naar hem riepen, zien er overigens erg geestig uit met een wirwar van ladders op hun rug.
Wij steken schuin de gletsjer over en zien op de hoge rand aan de overkant dat er best een rij mensen staan te kijken. Voor ons is het een soort poppenkast, voor hen een kijkdoos. Som en Nima bedenken dat een abseil naar de Annapurna-gletsjer best wel een goede en winstgevende attractie zou kunnen zijn. Dan blijken 2 poppetjes op de rand Som te herkennen, ze roepen van alles in het Nepalees en Som roept van alles terug. Voor ons niet te qua taal niet te verstaan maar wel hartstikke goed te horen, de gletsjerkom werkt als een soort geluidsvanger. Nima doet er voor de lol nog een schepje bovenop met zijn bekende hoge joelstem. Het blijken de 2 tweelingneefjes van Som, die net als Nima trekkinggids zijn voor groepen. Hoe groot is de familie van Som in de klim- en trekkingwereld wel niet? Ze helpen en houden elkaar natuurlijk aan het werk. Maar wat wil je ook in een land waar iedereen vooral voor zichzelf en eigen familie moet zorgen? Want dat doen de koning en politici ook, zoals Nima het ooit eens uitlegde.
Langzaam naderen we de klim om de gletsjerkom te verlaten. Deze ligt op het noorden en is dus nog steeds besneeuwd. Inmiddels hebben zoveel dragers deze route op en neer gedaan, dat de voetstappen ijzig zijn geworden. Maar er zit ook veel rotsblok tussendoor, dus het klimmen omhoog gaat eigenlijk heel eenvoudiger dan ik vooraf had gedacht. Ik heb er zelfs lol in, ik kan weer klauteren. Als we het randje overkomen, staan we meteen in de volle zon. Alle dragers ploffen hier neer om uit te rusten. Een gezellige boel. Ik trek mijn schoenen meteen uit en we nemen met de hele club een pauze. Alhoewel, Nima en één van de mannen van de radio lopen een stukje terug naar ABC, want daar waren een aantal dagen geleden nog wat kerosine, kookspul en snowstakes achtergebleven om draaglast te besparen. En als we het nodig hadden gehad, dan heb je toch zo een drager over de gletsjer heen en weer gestuurd?! De tweelingneefjes van Som komen ook aanlopen en beginnen meteen met het geinen van Tashi, hun neef dus. Het wordt stiller als ze allemaal een sigaretje opsteken. Goh, wat wordt hier veel gerookt zeg. Roken is hier erg verbonden met het creëren van gezelschap. Som is de enige die ik geen enkel moment met tabak in aanraking heb gezien. Misschien heeft hij het niet nodig omdat hij van nature de gezellige aantrekkingskracht op anderen al heeft. Na een kwartiertje is de hele club weer compleet en lopen we het laatste stukje naar Machhapuchhre BC; vals plat naar beneden. Om kwart voor elf komen we er aan. Ondanks mijn pijnlijke voet, ligt ons tempo nog steeds hoger dan dat van de andere trekkers die we passeren (want we komen nu weer in de ‘bewoonde wereld’). Een schrale troost. Bij de Fishtail Lodge waar we vorige keer een kamertje hadden, blijkt ook een prachtig kampeerveldje te liggen. In de hoek van het veldje staat een huisje dat dienst kan doen als keuken. Handig, want dat scheelt het opzetten van de keukentent voor onze dragers. We zetten ons tentje al op, maar de zon schijnt heerlijk dus we blijven lekker buiten op onze matjes zitten. Ik trek mijn schoenen en sokken uit en bekijk samen met Hans mijn rechtervoet. Ook Som komt de boel eens van dichterbij aanschouwen en we zien dat de meest gehavende teen aan de voorkant wat zwart is. Som schrikt er toch ook wel een beetje van en ook hij constateert frostbite. Het Nepalese recept komt nu dus echt uit de kast. Nog geen 10 minuten later staan Som en Tashi voor me met een wasteiltje, een ton om op te zitten en kokend water met zout. Ik ga zitten en Som en Tashi steken mijn tenen voorzichtig in de hete massa. Jai! Dat is dus echt brandend heet. Maar Som moedigt me aan, ik moet er echt even doorheen. Ze proberen mijn drie ‘goede’ tenen met hun handen uit het kokende water te houden. Met mijn tanden op elkaar en kijken naar de (koude sneeuw op de) bergen lukt het me mijn voet uiteindelijk in het teiltje te houden. Na vijf minuten en een lach voor de foto als een clown die waterstraaljes uit zijn ogen spuit, mag ik eruit. Het lijkt iets meer bewegingsmogelijkheid voor mijn tenen te hebben opgeleverd; dat is mooi. Maar dit kokend tafereel moet dus twee a drie keer per dag gebeuren; dat is doorbijten. Positief puntje is dat mijn voeten nu ook weer zijn gewassen. Dat voelt zo goed, dat we Nima na de lunch vragen om een teiltje waswater voor de rest van ons vettige lichaam. En even later wassen we het ergste vuil weg en ik steek mijn kop met haar in een ondiep teiltje van 3 liter om mijn haar na een week weer eens op te fleuren. Een half uur later zit ik heerlijk na te frissen in mijn slaapzak en Hans ligt lekker op het matje voor de tent in de laatste zonnestralen een boekje te lezen. Dat moet ik met mijn natte haren maar niet doen. Om half 4 komt Tashi naar de tent met nog een teiltje, ‘medicine’ roept hij en wijst naar het kokende water met zout. Hij helpt me heel lief en vertelt dat hij ooit zelf op de Ama Dablam (nota bene...) ook serieuze frostbite aan zijn hele pink heeft opgelopen. En dat is met deze remedie ook weer helemaal goedgekomen. Triomfantelijk steekt hij zijn pink omhoog. Na de behandeling kan ik het blauwzwarte topje van mijn teen afzonderlijk buigen. Dat geeft mij weer wat moed erbij en Tashi en Hans reageren opgetogen. Ik maak een sanitaire stop, maar het lopen is nog niet wat het wezen moet. Geduld hebben, dat is van belang. Terug bij de tent is er koffie en thee en de rest van de middag lezen en schijven we in ons vertrouwde, gele huisje. Ook genieten we nog van de zondsondergang op de Machhapuchhre. Weer erg mooi. Hans constateert vrolijk dat we nu wel een paar van de mooiste bergen in een kort tijdsbestek hebben gezien: deze Fishtail dus, Ama Dablam, Mount Everest en de Annapurna’s. We zijn er gelukkig mee, heerlijk.
Om half zes worden we weer verwend met papadum’s (met peperkorrels deze keer, dus Hans noemt ze pepperdum’s), kip/champignonsoep, rijst, aardappel/groente curry en tonijnpasta. Het is weer veel te veel, maar om te smullen. Bij de koffie komt Som weer even kletsen. Hij vraagt hoe het met de voet gaat en zegt dat hij in Highcamp misschien meteen had moeten kijken. Ik geef aan dat het al beter gaat en dat de frostbite aanvankelijk ook niet zo heel duidelijk te zien was. Toch laat hij merken dat hij zich schuldig voelt, hij had gedacht dat het wel mee zou vallen. Ik ben de rest van de avond onder de indruk dat een Nepalees zich zo uitspreekt over zijn gevoel.
Morgen is een geplande rustdag en dat komt nu dus extra goed uit. Hans en Som spreken af samen een wandeling te gaan maken richting de gletsjer van de Machhapuchhre. Ik blijf hier, om mijn tenen in kokend water met zout te steken en een beetje van de zon te genieten. Even later komt Tashi nog een keertje met zijn ‘medicine’ en hij behandelt mijn teentjes weer met zorg. Ook Nima komt nog even kijken en we vinden allemaal dat de zwarte kleur wat minder is. Morgen om 9:00 uur heb ik mijn volgende afspraak met dr. Tashi...
Labels: Reisverslag mini-expeditie

0 Comments:
Een reactie plaatsen
<< Home