17 november, 2006; Bherikharkka / Thulakharkka
Dit is een beschrijving van de zestiende dag van onze klimexpeditie in het Annapurna / Sanctuary gebied, zoals aangekondigd in onze samenvattende post op 20 november. De laatst beschreven dag komt steeds boven aan te staan. Als je het hele verhaal van begin tot eind wil lezen, moet je dus bij de post van 2 november beginnen.
Het was best spannend vannacht, ik moest er weer drie keer uit voor een plas. In het donker over een houten, krakend en wiebelend trapje naar beneden. Het pad oversteken en de moestuin in. De geluiden in het junglebos beoordeel ik nu toch anders dan overdag. Zoals ook Black niet helemaal wist hoe hij mijn aanwezigheid op die nachtelijke tijdstippen moest beoordelen: een betalende gast of een rovende insluiper? Voor een insluiper had ik wel een raar hobbelloopje (vanwege mijn ingepakte teen), dus hij blafte twee keer en liep daarna wat om me heen. Bij het trapje naar boven liet hij me steeds weer alleen en kon ik weer heerlijk mijn warme, veilige slaapzak inkruipen.
Om 7:00 uur zitten we in de keuken met Som en Tashi voor het ontbijt. We zien nu van dichtbij hoe ‘Gurung bread’ gemaakt wordt, deeg in een pizzavormpje wordt drie keer ingesneden en in de koekenpan met hete olie gebakken tot een knapperig, luchtig geheel. Als ze zijn uitgedropen van het vet, worden ze ons voorgeschoteld met een heerlijk omeletje en de eigen, verse honing. Het is weer smullen. Michael, de kat, loopt net als gisteren weer opdringerig op en om mij heen. En als hij het idee heeft dat ik even niet kijk, laat hij luid van zich horen met een aanstekelijke miauw. Hij blijkt Gurung bread ook lekker te vinden (of vooral de geur van vet!?), maar na de stukjes koek van gisteren besluit ik hem nu maar resoluut de grond te wijzen. Onze laatste kop thee drinken we gezamenlijk met pa en ma van de gastheer, die ook aan de keukentafel zijn aangeschoven. Som betaalt de jonge gastvrouw voor de overnachting, het drinken en eten. Nu zien we voor het eerst het bedrag dat daarvoor over tafel gaat: 1500 Rupies, zo’n 15 Euro voor vier personen. Tja.... daar krijg je als eenzame wandelaar met tent in Nederland net een overnachting op een eenvoudige camping mee voor elkaar.
Tashi laadt mijn rugzak, bergschoenen en nog wat eigen spullen in zijn draagmand. Hans en Som pakken hun eigen rugzak, ik mijn bamboestok en onder protest van Black vertrekken we uit deze droomplek. Met gemengde gevoelens, ik had hier best eens een weekje op dit lodge-boerderijtje willen meedraaien, in het ritme van de natuur. Terwijl ik daar over loop te mijmeren, komen we al vrij snel bij de steile klim van 300 meter omhoog, naar de heuvelkom waar Deurali ligt. De zoveelste plaats met deze naam en desgevraagd legt Som uit dat het iets als ‘pasovergang, doorgang’ betekent. Het omhooglopen over de chaotische ‘traptreden’ gaat me vandaag goed af en kan genieten van de natuur om ons heen. Er groeien hier bloedrode ‘kerststerren’ in het wild, in hele grote en hoge struiken. Zo’n 150 meter klimmen verder, komen we bij een grasplateautje met een gezellig tuinterras en een lodge. Tashi rust hier even uit en steekt een sigaretje op. Som kletst even met de eigenaar. Het gaat onder andere over mijn teen, want met een wit verbandje (het is nog ochtend) en een voorzicht loopje is het vrij snel duidelijk dat er met dit meisje iets loos is. We zien in de verre noordwesten een grote witte top boven de groene heuvels uitsteken. We denken dat dit dan ons eerste kennismaking met de Dhaulagiri moet zijn en Som bevestigt dat. Tashi duwt zijn peukje uit op de terrastafel en we pakken de draad van het stijgen weer op.Het pad slingert door het bos omhoog en de kam van de heuvel komt door de bomen steeds dichterbij. Op de kam komen we voor het eerst vandaag in de zon en we worden meteen toegezongen door vogels. Prachtige riedels, ze zouden er ringtones voor natuurliefhebbers van moeten maken. Weer sneller dan Som ons deed voorkomen, staan we prompt in Deurali. De drukte van mensen hier hebben we sinds Chomrong niet meer gezien. Er staan zelfs her en der kraampjes met sieraden en andere toeristische koopwaar. Het feest van hartelijk ‘no, thank you’ zeggen is weer begonnen. In het hart van Deurali kijken we op het zelf geschilderde route cq. panoramabord. In elk dorpje wordt een eigen karakteristieke versie gemaakt en niet zelden worden namen van de grote bergtoppen in de regio in ieder dorp ook naar eigen inzicht ingeschilderd. Dus, eigenlijk hebben we de Ganggapurna, de Annapurna 1 en de Hiunchuli ook beklommen..... Achter de Deuralische versie van de regio, zien we oostwaarts in de verte en deels in de wolken ook de Manaslu. De grillige top is goed te zien. Som heeft er ooit bijna opgestaan, toen hij een Russisch expeditieteam begeleidde. Hij kwam tot 7700 meter toen een plotselinge windvlaag als donderslag bij heldere hemel een paar klimmers wegvaagde. Zo langzamerhand beginnen de indrukwekkende klimverhalen van Som zich wel op te stapelen...
Na even dralen, lopen we verder tot teleurstelling van de Nepalese eigenaresse van het theeterras naast het panoramabord. Een half uurtje later wandelen we het volgende dorpje Pothana binnen. Tussen Deurali en Pothana is het wandelpad behoorlijk druk met lokale bevolking. We komen nu weer rond de 2.000 meter en naderen langzaam maar merkbaar de bewoonde wereld. Tussen de dorpen wordt steeds meer gehandeld, dragertjes lopen met van alles heen en weer.
Aan het eind van Pothana, kiest Som het terras van een vrolijke, gezette Nepalese dame die op het trapje in de zon zit te wachten op deze momenten. Of eigenlijk dwingt ze deze momenten af, want Som kon haar hartelijkheid niet weigeren. We ploffen neer op de smurfblauw geschilderde houten banken en de kippen stuiven weg. We krijgen een glas thee en de dame blijft vrolijk ratelen tegen Som. Misschien zelfs wel een beetje flirten ook. Hans kijkt eens op de kaart en ziet dat we al bijna in Thulakharkka zijn. Hooguit een half uurtje à drie kwartier lopen, dus dan zijn we om half 11 op de eindbestemming van vandaag. We discussiëren even of we moeten voorstellen vandaag nog verder door te lopen. Ik zou het voor mijn tenen niet erg vinden om wat exra rust te nemen, maar dichter bij Pokhara zijn voor het geval het mis gaat met de teen, is ook een prettige gedachte. Tot nu toe weet Som de leuke plekjes op de route goed te vinden, dus ik stel voor het in Thulakharkka opnieuw te bezien. Hans mort en Som komt hierop met goede intuitie ook even op de kaart kijken om polshoogte te nemen. Hij kan de mor van Hans inmiddels wel plaatsen, want Som weet dat Hans niet echt vrolijk wordt van lang ‘nietsdoen’ (alles wat niet met lichamelijke inspanning te maken heeft); lange benen van triathleten lopen graag door. Die van mij zouden ook wel willen maar er is 1 heel klein lichaamsdeeltje dat dapper tegenstand biedt... Som stelt ook voor om eerst Thulakharkka te bekijken, rustig te lunchen en dan te beslissen hoe de rest van de dag eruit zal zien. Overeenstemming. Som betaalt de thee en we vertrekken. De eigenaresse zit nog steeds vrolijk doorpratend, met haar rimpelige gezicht in de zon. In haar handen een kommetje gebakken linzen om tussen de regels door op te knabbelen en af en toe een kip blij te maken.
Na Pothana komt vrij snel de splitsing naar Thulakharkka. We laten het doorgaande hoofdpad naar Damphus waarover de Sanctuary Trek ‘officieel’ loopt, rechts liggen en volgen nu een klein rotspaadje omhoog. Het bos wordt nu steeds vaker afgewisseld met kleine grasweides vol met paarse bloemklokjes en ook de vogelgeluiden lijken nog meer toe te nemen in aantal en soort. Som probeert enthousiast zijn eigen vogelkennis hardop uit en bakt er allerlei uitleg omheen. Maar wij bakken er niets van, het is te warrig qua inhoud en engels om hem te kunnen volgen.
Het blijkt inderdaad maar een kort wandelingetje. We lopen een vlak en open stuk op, de aarde wordt horizontaal en het uitzicht weids. Het pad wordt nu aan beide kanten omgeven door een meterhoog muurtje van gestapelde rotskeien. Daarachter grasland en her en der wat huisjes, kippen, grazende buffels en geiten. Dit is Thulakharkka, inderdaad die weidse vlakte waar ruimte is voor alle dieren zoals Som gisteren het verschil met de betekenis van ‘Bherikharkka’ heeft uitgelegd. Tashi stapt voor mij de drie, speciaal uitstekende, platte stenen in het muurtje op voor een oversteek naar het grasland daarachter. Ik volg hem via dit ‘trapje’ maar als ik aan de andere kant sta, zie ik dat twintig meter verderop gewoon een geplaveide opgang is met een mooi toegangshekje. Tja, ik ben en blijf een klimmer natuurlijk. We lopen schuin het grasveld over naar een lodge van twee verdiepingen, in een winkelhaak gebouwd. Een jonge Nepalese man met baby op de arm begrot ons hartelijk, hij is de eigenaar. Som schudt hij lachend de schouder, ze kennen elkaar nog van de jaren dat Som veel grote groepen in tenten-trekking of klimexpeditie begeleidde. Want het grasveld is een ideale, vlakke kampeerplaats. We ploffen op een houten banktafel voor de lodge neer en krijgen een kop thee en de menukaart. Hans gaat weer voor de mixed noodles en ik ga voor een gurung bread met kaasomelet. We zitten in volle zon, Som spoelt zijn sokken uit bij het waskraantje en hangt ze aan de waslijn. Ik krijg enorme zin om op het veld te gaan liggen. Net als opa, die de kleine dreumes van de arm van papa heeft overgenomen (want papa is de lunch aan het verzorgen) en nu met haar speelt in het gras. Ik fluister Hans toe dat ik dit wel een prima plekje vind om te blijven. Hij lijkt nog niet overtuigd.
Ik stel Tashi voor om te gaan kaarten terwijl we op de lunch wachten. Zijn ogen glimmen, dat vindt hij wel een aantrekkelijk idee. We kijken even ongemakkelijk heen en weer als we een keuze moeten maken welk spelletje we dan gaan spelen. Hans en ik willen graag een Nepalees kaartspel leren dus we doen een beroep op de creativiteit van onze drager. Hij roept Som erbij zodat we het spel ‘boerenjacht’ kunnen spelen, waarvoor je met vier spelers moet zijn. Hoe gretig kan iemand de kaarten ter hand nemen? Som steekt zijn enthousiasme in ieder geval niet onder stoelen of banken. Daar houd ik van, mensen die vol overtuiging voor een spelletje gaan. Het is heel simpel: Iedereen gooit de paren die hij in het begin heeft of tijdens het spel verzamelt op tafel, om een paar te krijgen pak je steeds een kaart bij je voorganger. En degene die uiteindelijk met ‘the Jack’ of die ene boer die in het spel zit, blijft zitten, is de pineut. Som wil wel om raksi spelen, maar geeft toe dat het voor alcohol wel een beetje aan de vroeg kant is. Wij grappen met hem mee. Jeetje, deze kant van Som heb ik nog niet eerder gezien en ook Tashi komt helemaal los. Gezellige boel zo, in de middagzon. Die gezelligheid moet aan de kant als onze lunch dampend uit de keuken komt. Ik voel me hier inmiddels helemaal thuis en vertel Hans dat ik de middag wel wil gebruiken om mijn teen rust te geven en te laten drogen in de buitenlucht. Ik krijg nog geen antwoord, maar er wordt hard nagedacht. En even later hoor ik hem tegen Som zeggen dat we het prima vinden om hier te blijven. Som kijkt blij. Hij stelt voor om de middag te gebruiken ook wat van onze spullen te wassen en Hans zoekt meteen het waskraantje op mijn zijn sokken en onze T-shirts. Ik ben geinspireerd door de combinatie van de woorden ‘schoon’ en ‘wassen’ en vraag een emmer warm water om mezelf en vooral mijn voeten te wassen (want die worden vies als je op Teva’s loopt). En mijn haar mag ook wel weer eens aan de frisse shampoo ruiken. Na al dit gewas, zitten we om half twaalf weer aan de banktafel op het grasveld. Tja, nu moet er natuurlijk om raksi worden gekaart. Ik maak een blaadje om de score bij te houden en er wordt meteen door Tashi gedeeld. Op de achtergrond leggen papa en mama hun Nepalese baby-dochter in de van bamboe gevlochten wiegmand die aan lange touwen schommelt in de schaduw van de eerste verdieping van de lodge.
Geheel tegen mijn verwachting in, blijkt Tashi veel te verliezen. Net als ik, maar dat is volgens verwachting. Samen halen we de raksi met grote halen binnen. Hans en Som staan lang droog. We vermaken ons opperbest en alhoewel de zon verdwijnt, zitten we tot 16:00 uur buiten te kaarten. Som laat er zelfs chips en zoutjes bijkomen, die uit de achterste hoeken van de lodge tevoorschijn worden getoverd. Ik twijfel aan de houdbaarheidsdatum, maar alles knappert fris in de mond dus dat zit wel goed. Op de achtergrond zijn er twee Nepalese begeleiders gearriveerd van een grote groep Japanners met tententrek. Na een geanimeerde woordenwisseling tussen hem en Som, blijkt het weer de groep Japanners te zijn van de Annapurna I Expeditie. En niet veel later komen inderdaad een paar voor ons bekende gezichten en een hele hoop dragers het terrein op. Na alle soorten raksi (wit, licht- en donkerbruin, met vetdruppels), is dit een goed moment om de kaartorgie te stoppen. Ik ga op jacht naar het toilet om een deel van de boel weer te lozen. Als ik terugkom is er een enorme cahos: het tentenkamp wordt opgebouwd en niemand heeft in de gaten dat alle loslopende kippen uit Thulakharkka zich op de houten banktafel hebben gestort om het laatste van onze zoutjes van ons af te ‘pikken’. Ik lach me rot. In de chaos bestellen we ons avondeten en ik klets in de opkomende mistwolken nog even met de gids van de Japanners, die we van de Tharpu-beklimming kennen. Hij deelt zijn kennis over frostbite met mij en kijkt mee in het verband. Infectie voorkomen en in Pokhara naar het ziekenhuis is ook zijn advies. In de mist en opkomende schemer is het erg koud geworden buiten en we gaan naar de dining room. De eigenaar steekt de houtkachel aan en die is in mum van tijd (g)loeiend heet. Tashi, Hans en ik gaan eromheen zitten en met een biertje en raksi wachten we de pizza van Hans en mijn portie Dal Bat af. Ook de dragers van de AP I Expeditie worden aangetrokken door de warmte van de kachel en schuiven hun stoelen aan in de kring. Er wordt gepraat over van alles: politiek in Nepal, klimervaringen en familierelaties. In het vuur van het gesprek neemt iedereen ook steeds meer afstand van de houtkachel die haar hitte steeds verder de ruimte induwt. We gloeien na het eten na met een sterke koffie en gaan dan naar ons kamertje op de eerste etage. Langs de metalen trap lopen we omhoog en ik bedenk dat ik hier vannacht moet uitkijken. Voor het slapen gaan doen we de inmiddels routine-inspectie van de matrassen; ze lijken redelijk, 10 centimeter schuim. We nestelen ons erop, merken dat het weer tegenvalt maar vallen toch uitgeteld om negen uur in slaap (raksi..!?).
Labels: Reisverslag mini-expeditie

1 Comments:
Gaan jullie het redden om het gehele verhaal op het net te zetten voordat jullie weer op het vliegtuig springen? Hoeveel dagen volgen nog?
Een reactie plaatsen
<< Home