www.flickr.com
This is a Flickr badge showing photos in a set called Chuli expeditie. Make your own badge here.
My Photo My Photo My Photo My Photo

vrijdag, december 15, 2006

19 november, 2006; Sarangkot / Pokhara

Dit is een beschrijving van de achttiende en tevens laatste dag van onze klimexpeditie in het Annapurna / Sanctuary gebied, zoals aangekondigd in onze samenvattende post op 20 november. De laatst beschreven dag komt steeds boven aan te staan. Als je het hele verhaal van begin tot eind wil lezen, moet je dus bij de post van 2 november beginnen. De wekker staat vroeg, want we hopen op een heldere zonsopgang met uitzicht op de Annapurna Range. Ik lig al ruim voor half zes wakker en voel de tijd langzaam wegkloppen in mijn voorvoet en teen. De lange tocht van gisteren was overduidelijk teveel belasting. Bah, ik ben er chagrijnig van. Hanst staat op om buiten te zien of het helder is geworden vannacht. Dat blijkt ook al niet zo te zijn. Hij treft Som om zijn slippers en die stelt voor nog een half uurtje terug in bed te kruipen en om zes uur te kijken hoe de wolken er dan bijhangen. Ik vind het allemaal prima en trek de beschermende sok van mijn voet, zodat hij de warmte kwijt kan. Dat is beter en ik dommel weg. Om zes uur blijkt het nog steeds erg bewolkt en ik besluit mijn voet niet met het stuk naar boven op en neer te confronteren. Hans en Som gaan samen en ik sta langzaam op, probeer het dal in mijn humeur uit te klimmen. Om zeven uur drinken we staand op het terras met z’n allen een kop dampende thee. De nog slaperige dochtertjes komen in pyama en kleurrijk plastic slippers voorzichtig één voor één nog even een kijkje nemen vanachter mama’s benen. Som heeft ons ingeseind dat we hier geen ontbijt nemen, maar dat we onderweg wel aanschuiven bij een grotere lodge. Ondanks alle goede bedoelingen zou het de eigenaresse hier heel veel moeite kosten en ons teveel tijd. We vertrekken om kwart over 7 en ik vind het best frisjes in de ochtendnevel. Op de trap naar beneden komen vooral mensen naar boven die - tegen beter weten in - willen genieten van het uitzicht boven. Het aantal Nepalezen onder hen is best groot, er blijken ook veel schoolklassen naar boven te gaan voor een cultuur of aardrijkskundelesje? De meisjes giechelen als ze opkijken naar Hans. Lesje biologie? Vanuit de kraampjes langs de trap komen regelmatig uitnodigingen in schokkerig engels om naar souvenirs te kijken. Zo vroeg op de nuchtere maag heb ik geen zin om iedereen met mijn slaapkop aan te kijken en te bedanken voor het aanbod. Zij staan ook nog wakker te worden in de kou. De afdaling met mijn voet gaat niet geweldig, Pokhara nadert. Onderaan de trap staan wat meer huizen met winkelvitrines en bij de laatste staan Som en Tashi al te onderhandelen als we aankomen. We blijken hier te ontbijten, maar ik zie verder geen keuken en geen zitgelegenheid. Maar zoals altijd zijn Nepalezen niet voor een gat te vangen. We worden hartelijk uitgenodigd door een Nepalese jongen om hem de trap naar boven op te volgen. Binnen stappen we over een slapende hond en lopen door een balkonkamer met een chaotisch tafereel van speelgoed, kleren een de resten van een verorberde avondmaaltijd. We belanden na twee etages via een gammel, metalen laddertje op de rooftop van het pand. De Nepalese jongen, in joggingpak en handschoentjes zonder vingers, komt even later via ditzelfde trapje met een houten salontafel en twee stoelen omhoog. Hij zet ze neer naast de satellietschotel en de grote watertank en nodigt ons met een lach uit plaats te nemen in zijn ‘dining room’. Tja... daar zitten we dan met zijn tweeën op het dak, in Nepal wordt alles mogelijk gemaakt. En we hebben eigenlijk best wel goed uitzicht over Pokhara, de vallei en Sarangkot op de heuvel. Af en toe komt er een vliegtuig over vanuit Jomson maar uitzicht op de bergen hebben we nog steeds niet. Na een half uurtje komen onze omeletjes, gurung bread en een pot koffie via datzelfde gammele trapje op een dienblad omhoog. Som heeft het geregeld, hij weet inmiddels hoe ons favoriete ontbijt in Nepal er uitziet. Even later komt hij zelf wel even checken of alles echt naar wens is. Hij zegt ook dat we verderop gaan proberen een taxi naar Pokhara te vinden. Hij wil mij het laatste stuk lopen langs de weg besparen en hemzelf ook de tijd. We ontbijten rustig af en dalen weer door het Nepalese familieleven af naar de straat. Terwijl Som het ontbijt afrekent en een laatste praatje maakt, staat Tashi al de straat af te loeren. Iets verderop is een soort ‘bermpleintje’ waar een wachtende taxi staat. We lopen er heen en ik ben benieuwd hoe Nepalezen onderling onderhandelen voor de prijs van taxiritten. Tot mijn verbazing komen ze er na twee minuten stevig praten, afgewisseld met stiltes waarin langs elkaar wordt heengestaart, gewoon niet uit. Som vindt de vraagprijs van 500 Rupies teveel, terecht vinden wij. En de chauffeur wil de motor niet starten voor minder. Dus... gaan we toch maar lopen. En daar loop ik dan, met mijn tikkende bamboestok op de slingerende weg naar beneden. Nog steeds in twijfel of de berm misschien zachter en beter loopt, denk ik na over het bizarre van deze situatie. Voor Nepalese begrippen is 500 Rupies echt teveel, maar het verschil met een reële prijs is omgerekend zon 2,50 Euro! Het bedrag dat ik tijdens het schoonmaken in huis achteloos op mijn nachtkastje neergooi en daar een jaar laat liggen. En voor dat luttele bedrag loop ik nu mijn onnodig te vermoeien. Gezondheid is ook kostbaar... Tijdens deze gedachten heb ik overigens ook definitief voor de berm gekozen. Reden: veiligheid! De tractors, karren, buffels en taxi’s gaan hier behoorlijk snel en vastberaden over de weg. Want als er asfalt ligt, is de weg van hen. Na 10 minuten bermwerk komt ons een taxi tegemoet rijden met een passagier. Hij mindert vaart, draait zijn raampje open en informeert of er een taxirit gewenst is. Waar toeristen lopen, ruiken Nepalezen inkomsten. Er wordt gepingpongd in het Nepalees en Som vervolgt al pratend met de chauffeur toch langzaam zijn stappen in de berm. Tactiek? De taxi gaat nu in zijn achteruit om Som te kunnen verstaan, weer gepingel en uiteindelijk stapt de jonge chauffeur zelfs uit. Met wijde armen creëert hij en deal met Som. Hij brengt zijn wachtende passagier (een Nepalees, dan mag dat) naar boven en komt terug om ons op te halen. Met gebaren maakt hij, achteruit terugrennend naar zijn taxi, duidelijk dat we in de berm op hem moeten wachten. En weg sjeest hij. We lopen nog een klein stukje door, want de berm is in de bocht wat breder. Tashi gebruikt de tijd om zijn draagmand te ontmantelen, die is nu niet meer nodig. Eenmaal leeg, wordt deze dan ook letterlijk en figuurlijk aan de kant gesmeten. Maar de draagband waar de mand inhangt en die over het hoofd loopt, wordt zorgvuldig opgeborgen. Die zijn namelijk erg persoonlijk. We zijn een bezienswaardigheid voor de weggebruikers en ik hoop dat de taxi snelt terugkomt. Na een kleine 10 minuten komt deze inderdaad aanrijden en opnieuw wordt alles en iedereen in de kleine, witte Suzuki Maruti gestouwd. Onder het genot van harde Nepalese muziek (Tashi draait driftig mee aan de radioknoppen) glijdt ons autootje de berg af en Pokhara in. We besluiten eerst naar de lodge te gaan, de spullen te droppen en samen met Som het ziekenhuis te bezoeken. Hans heeft dat aan Som gevraagd, zodat hij in het Nepalees aan de arts kan uitleggen wat er is gebeurd. Som hoefde geen moment na te denken, natuurlijk was hij bereid. Het leven langs de weg dat ik vanuit het autoraampje zie, is vertrouwd. Het is rustiger thuiskomen in Pokhara dan in Kathmandu. Liever overstekende buffels in een winkelstraat dan de taxi-chaos die alleen op het ritme van luid getoeter in beweging wil komen. Stilletjes wordt de omgeving bekender en al snel rijden we het eerste stuk van Lakeside op. De afslag naar het rotsige toegangsweggetje van de New Pokhara Lodge volgt snel en de taxi duwt zich tussen de huizen en muurtjes door. Op weg naar de rustige oase die er achter ligt. Als we aan komen rijden, komt Humras – de manus van alles hier – meteen naar buiten toe. Hij is verbaasd dat we een dag eerder zijn. Maar even hartelijk als altijd. Hij wordt door Som meteen ingelicht. En terwijl Humras, Hans en Tashi de spullen naar onze ‘oude’ kamer de tuintrap op dragen, bespreekt Som met de eigenaar welk privé-ziekenhuis in Pokhara het beste is om een Westerling heen te brengen. Ik pak snel mijn kleine tasje bij elkaar, inclusief papieren, en daar gaan we dan. Ik ben best een beetje zenuwachtig als we stilletjes met z’n drieen weer via het ingangsstraatje naar de hoofdweg lopen voor een taxi. Hans wuift een gloednieuwe taxi onze kant op en we rijden rustig (vanwege mijn voet of de nieuwe autolak?) naar het ziekenhuis. Ik probeer me in te beelden hoe het zometeen zal gaan: Wat zal ik zeggen? Zullen ze me al patient accepteren? Hoe ziet de gezondheidszorg er hier in Nepal (een privé-ziekenhuis?) er uit? Maar ik heb helemaal geen beeld dus ga er maar zonder verwachting heen. We lopen de ingang van de EHBO in, er is geen echte ontvangst- of receptieruimte. Ik zie wel veel wachtende Nepalezen met briefjes in de hand. Som gebaart me hem te volgen en hij vraagt wat om zich heen. Dan een kamertje in rechts, waar een oude, Nepalese man met ademhalingsproblemen door zijn familie wordt uitgekleed. En daar mag ik naast gaan zitten, op een gammele onderzoeksbank. De arts die komt, schudt mijn hand en spreekt goed engels. Som heeft hem al wel wat ingelicht en de arts wil er uiteraard naar kijken. Hij haalt mijn verbandje eraf en vindt daarin ook het hele losgekomen teentopje met nagel dat de afgelopen dagen als bescherming tegen infectie heeft gediend. Dat mag achterblijven, zegt hij lachend, want daar heb je niets meer aan. Hij stelt me gerust: alles komt wel goed zo te zien. Het weefsel is niet diep aangetast en de donkerste buitenkant is er nu af. Hij schat in dat het weefsel zo’n drie weken nodig heeft om te vernieuwen. Hij kan alleen niet voorspellen of het weefsel van het nagelbed te erg is aangetast om weer aan een nieuwe nagel te beginnen. Dat kan wel een jaartje duren. Hoe dan ook, vooral opluchting bij mij. De arts stelt voor de teen goed te desinfecteren. Terwijl Som ‘de administratie’ gaat regelen, bonk ik op mijn rechterhiel met de arts en Hans door de koude ziekenhuisgang mee naar een andere ruimte. In deze ruimte staan 5 Nepalese verpleegkundigen te wachten om de dokter te mogen assisteren. Ik plof op wederom een krakkemikkige ondezoeksbank en vraag me af of deze het gewicht van een gemiddelde Westerling nog wel kan hebben? De dokter leest mijn gedachten en laat weten dat ze in de gezondheidszorg helaas tevreden moeten zijn met simpele materialen. Er is een groot verschil met het Westen, ook in de relatie met patienten zegt hij met een glimlach. “Jullie vragen veel meer wat er aan de hand is, hoe het komt en wat ik er aan ga doen. Nepalezen zeggen niets en geven zich totaal over aan de dokter, die zal het wel weten”. Ik leg hem uit dat patientenvoorlichting zelfs wettelijk is geregeld in Nederland en daar kan hij wel om lachen. Ondertussen behandelt hij mijn teen met betadine en waterstofperoxide. Daarmee zou al het infectiegevaar nu geweken moeten zijn. Met een nieuw verbandje en een rekening van 200 Rupies op naam van Mrs. Bel (zo kent Som mij) neem ik opgelucht afsched van de arts. Om de twee dagen verversen met betadine en een nieuw verbandje, nou dat kan deze thuisdokter zelf prima voor haar rekening nemen. Som, ook zichtbaar opgelucht, regelt een taxi terug naar de New Pokhara Lodge. Voor de lodge staan Tashi en Humras te kletsen als we aan komen rijden. Ze vragen nieuwsgierig naar de uitkomst en ik zie ook dat Tashi blij is met de geruststellende prognose van de arts. De taxichauffeur blijft wachten, zodat hij Som en Tashi meteen door kan brengen naar het busstation voor een Tata terug naar Kathmandu. Een reis van zo’n zes uur, dus hoe eerder ze weg zijn des te redelijker hun aankomsttijd thuis. In de zon voor de ingang van de lodge komt het afscheid van deze twee mooie mensen dan ineens toch snel. Som moet de officiele instanties inlichten over het verloop van de expeditie en gaat voor ons ook een certificaat regelen van de beklimming. Omdat de permit officieel voor de Singu Chuli is geregeld, zal dat ook op ons certificaat staan....geestig, zo werkt dat hier in Nepal dus. We hechten niet zo aan dit papier, maar Som staat erop dit te regelen en elkaar in december nog te ontmoeten. Als we terug zijn in Kathmandu, moeten we hem meteen voor een afspraak bellen. Een ferme handdruk met wat extra fooi voor Som en Tashi is de bezegeling van dit snelle afscheid. Tashi’s woorden “I will never forget our adventure” raken me en drukken goed uit wat Hansabel voelt bij het terugblikken op deze trekking met deze bescheiden, charismatische en ervaren klimoom Som en zijn neefje sterke, stille en leergierige Tashi. Voordat ik het besef is de taxi de bocht om. Ik voel me even verlaten, ik zal ze echt missen. Maar dan zijn er de uitnodigende stem van Humras en de warme hand van Hans. We lopen door de ingang van de lodge en de mooie tuin waar de cactus en rozen er nog steeds frisjes bijstaan, dus die foto kan ik alsnog nemen. Via de wenteltrap zoeken we ons kamertje op. Als de deur achter ons dichtvalt, vallen wij meten samen op bed. We zinken vertrouwd weg in de matras, er lijkt geen einde aan te komen. Omarmd door Pokhara, rust voor een nieuw avontuur.

Labels:

Hans en Isabel
Hansabel is dolgelukkig met dochter Youla die op 10/09/08 is geboren. Naast dit geluk heeft Hansabel passie voor sporten, ruige natuur en bergen. Alpiene sport, klimmen maar ook hardlopen, fietsen en zwemmen (dus triathlon) zijn onze hobbies. Isabel leeft zich ook graag uit achter de piano. In de vrije tijd die over is klussen we af en toe in en om ons herenhuis (1898) in Den Haag. Om dat allemaal mogelijk te maken wordt er door Hansabel ook gewerkt. Hans bij Rabobank Nederland en Isabel bij gemeente Den Haag.
My Photo