www.flickr.com
This is a Flickr badge showing photos in a set called Chuli expeditie. Make your own badge here.
My Photo My Photo My Photo My Photo

vrijdag, november 24, 2006

10 november, 2006; Tharpu & Singu Chuli Highcamp / Tharpu Chuli (5.695 mt)

Hier is tie dan! De beschrijving van de negende dag, de TOP-dag van onze klimexpeditie in het Annapurna / Sanctuary gebied, zoals aangekondigd in onze samenvattende post op 20 november. De laatst beschreven dag komt steeds boven aan te staan. Als je het hele verhaal van begin tot eind wil lezen, moet je dus bij de post van 2 november beginnen.

Als ik dit schrijf, heb ik een ernstig dubbel gevoel. Het is nu 11 november en ik blik terug op gisteren; blij met de top van de Tharpu, maar de slopende omstandigheden hebben bij mijn hun tol geëist. Ik zit nu in mijn slaapzak met 4 gevoelloze vingertoppen, een linkervoet met slapende tenen en blauwe nagels en als klapper een rechtervoet met frostbite-verschijnselen. De teen naast mijn grote teen is er het ergst aan toe, deze is aan de voorkant zwart/blauw en heeft blaren. Toen ik gisteren na een half uur in mijn slaapzak nog steeds gevoelloze voeten had, begon het tot me door te dringen dat er misschien iets mis was. De uren daarna warmden mijn voeten op maar begon ook de pijn. En nu zit ik hier. Vanochtend besloten om niet mee te gaan met Hans en Som, die nu Rakshi Peak (zo’n 5.300 mtr) beklimmen als afsluiting en voor uitzichtfoto’s. Ze zijn net weg en ik schrijf nu verder over gisteren.

Om 3:50 uur roept Nima ons zachtjes wakker en serveert ons thee en koffe. Onze slaapzakken houden we even om als warm coconnetje want het is behoorlijk koud. De rugzakken hebben we al kaar staan, dus we hoeven alleen de warme kleding en onze grote klimschoenen nog aan. Om 5:10 uur staan we buiten en krijgen we nog een warme noodlesoep als ontbijt en een lunchpakketje voor onderweg in de handen gedrukt. Het is te donker om te zien wat er in het zakje zit, maar dat wordt dan gewoon een verrassing voor onderweg! Met de hoofdlampjes op en de pickel in de aanslag vertrekken we, onder veel succeswensen van de achterbijvers. Het is half 5 en echt verrekte koud. In het Japanse kamp vertrekt ook een team, we zien hun lampjes een half uur later onder de rots/puinhelling vertrekken als wij er bovenop staan. Het is flink opletten en ik kan niet zeggen dat ik heel wakker ben. Maar ik heb er wel veel zin in. Klimmen vandaag! Langzaam lopen we de gletsjer op. Deze is in het begin mooi met haar seracs, maar het is nog veel te schemerig voor foto’s. En ik heb ook niet zo veel zin om mijn handen uit de hanschoenen te halen en op een klein metalen knopje te drukken. Som spoort het eerste stuk de gletsjer op en zoals hij gisteren al zei: ‘sobby snow’. Wij zouden het driftsneeuw of zwemsneeuw noemen. Een laagje sneeuwkorst en daaronder zachte, tempex-achtige sneeuw. Al snel neemt Kailash het over en stampt een steil stuk omhoog. Ik loop als laatste, maar zelfs dan zak ik nog regelmatig door de voettreden van mijn drie mannelijke voorgangers. Hans neemt het even later over van Kailash en spoort totdat we boven op een vlakker stuk van de gletsjer komen met goed uitzicht op de route. Her en der zitten dichtgesneeuwde spleten, dus we besluiten nu aan touw te gaan. Som pakt het touw van Kailash aan en verdeelt het op een heel andere wijze dan dat wij gewend zijn. Ieder krijgt 4 slagen extra touw om de schouders, dat wordt afgebonden met een bolino-achtige steek naar de gordel toe. Som maakt daarbij macrame-achtige bewegingen met het touw en een en ander neemt behoorlijk wat tijd in beslag. De tijd die we staan te wachten in de kniehoge sneeuw en vrieskou, want de zon is voorlopig nog lang niet over de bergtoppen heen. We besluiten beleefd onze klimervaring even in de kast te laten (te beleefd?) en hem zijn gang te laten gaan, hij voelt zich verantwoordelijk. Ondertussen besteden we warmkloppen van de handen, het wegstoppen van hoofdlampjes, het warmstampen van de voeten en de zonnebrillen worden alvast tevoorschijn gehaald. Eenmaal aangebonden, gaat Kailash voorop gevolgd door Hans, mijzelf en Som. Het sporen is echt kniehoog en ontzettend zwaar, Kailash blijkt inderdaad de sterke kerel zoals door Som aangekondigd. We kruisen voorzichtig drie gletsjerspleten en de sneeuw houdt het goed. De gletsjer is enorm groot en wordt ingesloten door de graatwand tussen de Tharpu en Singu Chuli. Deze wand en de Tharpu Chuli zelf zorgen er wel voor dat de zon ons niet bereikt en maakt een diepvries van de gletsjerkom waar wij in lopen. Bij elke pauze om bij te komen van het sporen, informeren Hans en ik bij elkaar hoe het er mee staat. Hans heeft het nog nooit zo koud gehad en had graag de dikke fleecebroek onder zijn goretexbroek aangehad, maar die ligt nog in de tent. Ik geef Hans gelijk met een knik en een hmm, mijn lippen zijn zo koud dat de woorden er niet overheen lijken te rollen. Sinds het wachten bij het aanbinden van het touw lijk ik niet meer op te warmen en ik ben het gevoel in mijn voeten kwijt. Ook de vingers om mijn pickel heen voelen ijskoud aan, zelfs met twee paar handschoenen. Halverwege de gletserkom begint mijn linkerhand eindelijk te tintelen en op te waren. Trainingseffect van het TNO-experiment?? Of komt mijn rechterhand later omdat ik daar mijn metalen pickel in vasthoudt? Wellicht een interessante onderzoeksvraag, maar voorlopig ben ik blij dat mijn handjes warm worden. Zo koud hebben we het op de Ama Dablam niet gehad zeg... Maar goed, we zitten inmiddels ook een maand later in het jaar. Achter ons in de gletsjerkom is ons spoor in de ochtendzon gekomen. De Japanners zijn dan wel langzaam, maar ze lopen wel mooi met de warmte mee. De graat van de Tharpu Chuli legt een scherpe schaduwgrens tussen hen en ons in op de sneeuw. Ik kijk maar weer vooruit, naar de imposante wand met ‘sneeuwvallen’ omlaag, die wij straks moeten beklimmen om op de graat naar de top te komen. Het is net een groot wit gordijn met allerlei plooien van boven naar beneden, wapperend in de wind. Sneeuwplooien komt als nieuw woord in mij op. Volgens de beschrijving het moeilijkste stuk van de route en zo ziet het er eerlijk gezegd ook wel uit. Als we de wand naderen probeer ik te ontdekken welke route, of sneeuwplooi, we het best kunnen nemen. Om dat te bepalen is het belangrijkste te bepalen op welke plek we de randspleet het beste kunnen overbruggen. Dan komen er een tweetal sneeuwplooien in aanmerking. Ik overleg met Som en hij wijst op één van de twee als zijn keuze. Daar is in het voorjaar ook geklommen en is mogelijk nog een oud vast touw te vinden onder de sneeuw. Dat kan behoorlijk wat tijd schelen, maar ook veiligheid inboeten (want wat is er met het touw in het afgelopen half jaar gebeurd?). De plek waar we naar de graat gaan klimmen is in ieder geval duidelijk. We stampen een stuk onder de randspleet een plateau in de sneeuw (dat een halve meter dieper eindelijk een stevige vloer oplevert) en binden ons uit. Som pakt twee pickels en gaat richting randspleet omhoog op zoek naar het oude, vaste touw. Daarmee wordt meteen duidelijk hoe slecht de sneeuwcondities op de wand zijn. Een halve meter sneeuw kan zo met worden weggeveegd voordat er een beetje een harde onderlaag verschijnt. Som veegt en balanceert richting de randspleet maar het touw wordt na een 10 minuten zoeken niet gevonden. Dus besluiten we een nieuw touw te gaan fixen. Er komt een rol van 200 meter static (blauw/wit, herkenbaar voor de Ama Dablammers) touw uit de rugzak van Kailash. Allemachtig, hij daar heeft hij dus ook mee lopen sporen. Hij is geen sterke, maar een ijzersterke kerel. En er zitten ook nog een zestal snowstakes bij... (wat komt er na ijzersterk?).

Som neemt meteen initiatief, want hij is nog steeds vastberaden het oude touw onderweg te vinden (ik hoop van niet). Kailash zekert Som over zijn lichaam en wij helpen om het static touw af te rollen. Som moet eerst de randspleet over, maar dat gaat best vlot omdat hij alle sneeuw al aan de kant had geduwd en goed te zien is waar de spleet loopt. Daarboven wordt het al snel tricky, want Som ‘zwemt’ echt door de sneeuw om houvast te vinden. Maar hij heeft een bepaald ritme dat het klimmen succesvol maakt. Halverwege de wand (zo’n 180 hoog, 70º) kijkt hij omlaag en roept in het Nepalees naar Kailash dat het allemaal niet ongevaarlijk is, hij kan nergens goede zekeringen leggen. Ondertussen is de bevriende gids van Som vooruit gesneld over de gletsjer en ook bij ons diepvriesplateautje gearriveerd. De Japanners (die zonder touw de gletseroversteek maken...!?) heeft hij achtergelaten met zijn ‘assistent’ want hij dacht hier beter tot zijn recht te kunnen komen. Hij stelt voor om achter Som aan te gaan en samen fixed points voor het touw te maken. Som roept naar beneden dat dat akkoord is.....dit ging uiteraard ook allemaal in het Nepalees dus wij krijgen daarna pas uitleg van Kailash in het engels. Ai, we hadden zo graag wat gedaan...want we staan hier nu sinds een uurtje of half 8 in de ijzige schaduw en wind te wachten. Maar mijn beleefdheid is nog steeds groter dan mijn klimego, mijn Nepalees nog steeds te slecht om het te verstaan. En de kou verstomt mijn actiegerichtheid, er heerst gelatenheid in mij. Hans spoort me aan mezelf warm te houden maar stampvoeten en handschoenen klappen, het helpt niet om mijn uiterste ledematen aan tintelen te laten beginnen. We proberen elkaar een beetje op te beuren met voorspellingen hoe snel de zon op dit plateautje komt. De streep op de gletsjer komt echter tergend langzaam onze kant op. Volhouden, de Engelsen hebben het veel mooiere woord ‘endurance’ voor het volbrengen van opgaves zoals deze. Ook Kailash staat inmiddels te smachten naar warmte en stampvoet met zijn paarse plastic schoenen op de sneeuw.

Som en de andere gids hebben inmiddels halverwege de wand een eerste fixed point uitgegraven in de sneeuw. Dat kostte behoorlijk wat tijd, maar hij zit. Achter elkaar klimmen (of zwemmen...) ze nog zo’n 60 meter verder en graven onder grote rotspunten de sneeuw weg op zoek naar een tweede vast punt in de rotsen. Het lijken wel bouwvakkers daarboven, en hun graafwerk veroorzaakt balletjes sneeuw de ritmisch naar beneden stuiteren over de sneeuw. Eentje rolt zelfs helemaal tot op de gletsjer uit ons zicht, een mooie stippellijn achterlatend. Wij zijn inmiddels dolgelukkig, want de zon heeft ons bereikt. Hans is meteen op zijn rugzak geploft, en heeft zijn grote D-schoenen uitgetrokken om zichzelf een verwarmende voetmassage te geven. Het lijkt mij alsnog te koud, dus ik stampvoet mezelf maar warm in de zon. Als het tweede punt zit, klimt de gids van de Japanners door naar de graat, gezekerd door Som en wij krijgen het teken dat we kunnen beginnen aan de klim. We stonden natuurlijk al gretig klaar, de stijgijzers al onder de schoenen gebonden. Met de jumar in de ene en de pickel in de andere hand gaan Hans en ik allebei naar boven. Ik durf niet 100% op het touw te vertrouwen omdat ik de vaste punten zelf niet heb gezien en het veel tijd kostte om ze aan te leggen, of misschien is dat juist een goed teken? Hoe dan ook, ik vertrouw voorlopig vooral op mijn eigen klimbenen en pickeltje. Het is loodzwaar, niet alleen de hoogte speelt me parten, maar ook de kou en het steeds wegbreken van de zachte sneeuw vreet mijn energie met grote happen op. Touw gebruiken, touw niet gebruiken? Het rolt steeds door mijn hoofd. Het eerste fixed point zit diep weggestopt onder de sneeuw, en het touw loopt er stevig. Dus als ik in de route op en stuk onmogelijke sneeuw de Lunapark-trap uit mijn kindertijd weer herbeleef, gebruik ik toch maar het touw. Het gaat natuurlijk goed. We komen allebei aan bij het tweede fixpoint onder de twee grote rotspunten als Som ons vanaf de graat toeroept dat we nog even moeten wachten. Het fixed point op de graat zit nog niet. Ok, heel even wachten dan want ik begon het net weer lekker warm te krijgen. Als ik naar beneden kijk, beginnen nu ook de Japanners, twee dames van middelbare leeftijd en de jongere ‘assistent’, ook aan de klim. Ze worden bijgestaan door onze Kailash. Als tegenprestatie voor de hulp die de Nepalese gids van de Japanners aan Som gaf. En de conclusie is wederom: wij staan te wachten (nu eindelijk wel in de zon) en de Japanners kunnen gestaag door in ‘ons spoor’. Dan komt het rode petje van Som boven de rand uitsteken met een duim omhoog, we mogen weer! Als wij de laatste 30 meter naar boven stampen, gaat de gids van de Japanners weer naar beneden om zijn eigen klanten te helpen. We hebben al gezien dat het beneden niet echt vlot gaat. Som is trots op ons tempo als we boven komen en wij zijn trots op zijn krachtige vlinderslag naar boven. Op de brede sneeuwgraat hebben we een wonderlijk uitzicht op alle eerder genoemde grote bergtoppen van de Sanctuary. Het is nu bijna half 10 en de eerste woken bouwen helaas al op. Aangezien we wachten op Kailash, die door de gids van de Japanners wordt afgelost, hebben we tijd voor mooie uitzichtfoto’s (nu kan het nog), een slok warme thee en wat te eten. We kijken wat er in ons lunchzakje zit, een waar feest: een gekookt ei (als ik dat had geweten, had ik de inhoud van mijn rugzak niet zo aangeduwd, nu is het een plat ei), 2 tibetaanse broodjes, een halve appel, een half rolletje koekjes en een plakje kaas...schattig verpakt in toiletpapier. We nemen een broodje met thee en het is heerlijk. Ondertussen legt Som ons uit hoe het derde vastepunt waar we nu bijstaan, is gefixed. Er is een meter diep gegraven, vervolgens met een pickel een gat gestoken voor de snowstake, daar is het touw aan bevestigd, in het gat geplaatst, daar weer sneeuw op vastgestampt en de rest van het touw als rol eromheen geleegd, nog meer sneeuw vastgestampt en dat alles hebben ze vast laten vriezen door middel van een Nepalese sanitaire stop en een plasje gemberthee. We hebben deze truc al eerder vernomen. Het kost even tijd, maar het houdt als een huis. Voor de vorm stampen we het nog wat aan, al was het maar om mijn nog steeds gevoelloze voeten warmer te krijgen. Ik stamp alleen dwars door de sneeuw en veroorzaak gaten in het plateau. Dus geef ik het maar op, als we verder klimmen worden ze vast wel weer warm. Dan komt Kailash over de rand koekeloeren en ik maak een foto terwijl hij zijn pickel in de lucht steekt. Misschien omdat ‘ie van de Japanners is verlost of omdat ‘ie ook eindeijk uit de wachtstand mocht vertrekken? Hoe dan ook, na zijn snelle lunch, vertrekken we want er staat ons nog een indrukwekkende graat inclusief 200 meter stijgen naar de top te wachten. En het is al 10 uur geweest. We gaan verder aan klimtouw zoals op de gletsjer, want iets verderop moeten we weer een grote gletsjerbreuk over, voordat een steile sneeuwflank omhoog gaat naar de top. Som vertelt dat deze breuk steeds breder wordt, elke keer als hij komt. In het midden zit 1 sneeuwbrug en het wordt dus steeds spannender of doorgang naar de top mogelijk is. Kailash spoort er weer kniehoog heen en ik vraag me af of de sneeuw op de smalle topgraat ook zo is. Voorlopig stamp ik met mijn ijsklompen door en probeer af en toe een glimps van mijn omgeving mee te pikken. Aangekomen bij de breuk blijkt deze best wel groot. Hij doet me een beetje denken aan de gletsjerspleet onder de Allalinhorn. De flank erboven is gelukkig niet zo steil als de wand die we vancohtend gefixed hebben. Er is even overleg over hoe we verder gaan: alpien of weer fixen? Aangezien fixen in dit pure sneeuwveld, eigenlijk geen optie is - er is geen rotspuntje te bekennen en de sneeuw is te los – en omdat het opnieuw veel tijd zou kosten terwijl de wand minder steil is, besluiten we om alpien verder te gaan. Ook omdat de tijd dringt, Som wijst op de wolken de nu ook uit het dal al naar boven komen. Verdorie, wacht nou even met de wolken.

Kailash neemt de vier extra slagen touw en steekt voorzichtig, met zijn pickel in de sneeuw stekend, de sneeuwbrug over. Het gaat goed en aan de overkant graaft hij zijn pickel in. Dat blijkt in deze sneeuw echt geen zin te hebben. Dus zet hij zchzelf goed schrap met zjn stijgijzers en ‘zekert’ Hans over de sneeuwbrug. Ik en Som houden het touw achter Hans ook strak en bewegen langzaam mee. Ook dit gaat goed. Dan mag ik, best spannend, ik zet mijn voeten in de voetsporen van Kailash en Hans en vergeet even hoe koud ze eigenlijk zijn. De laatste stappen de sneeuwflank op gaan toch even wat sneller. Uiteindeijk houdt de brug het goed en ook Som steekt porbleemloos over. Dan heeft Kailash het touw alweer om de schouders en is weer bezig met het omhoogsporen. Hij lijkt hier wat minder diep weg te zakken in de sneeuw, maar het blijft ploeteren. Hans roept (altijd alert op het weer) dat het nu wel erg snel bewolkt wordt en het uitzicht dat toch al verstoord was, wordt langzaam een grijze massa. Dat is vette pech zeg. Her en der zitten er ook dreigende stukjes wolk bij, ik hoop dat we het nog droog houden. Maar we zijn er nu bijna, doorploeteren maar... Ik probeer me te concentreren door mijn voetstappen te tellen en een ritme te vinden. En ondanks het feit dat de wand niet zo steil is, maakt de vermoeidheid toch dat ik mijn balans soms te danken heb aan mijn pickeltje. En dan komen we boven met nog een klein stukje over de sneeuwgraat te gaan. Een mooi rijtje geconcentreerde mensen achter elkaar in een witte, wolkige wereld. Het waait hier harder. Wow, bijna daar....bijna, nog even door de ijzige kou heenbijten. Of sneeuwvlokken? Shit, er vallen sneeuwvlokken naar beneden. Het zal toch niet waarwezen?@*#! Dat zou voor de terugweg ook wel eens vervelend kunnen uitpakken. Som laat zich nu ook uit over het weer en stelt voor zo snel mogelijk weer naar naar beneden te gaan. Uitzicht hebben we helaas niet. We hebben het ijskoud. En we hebben sneeuw. Wat wil een bergbeklimmer nog meer? De top natuurlijk! Dus we stampen zachtjes door naar dat ene belangrijke plekje op de berg. Kailash is er, Hans is er, joehoe, ik ben er en ook Som sluit aan. We draaien een beetje om om geen touwspaghetti te krijgen (kennelijk wil Kailash weer eerst naar beneden). Jeetje, we zijn er. Ik voel me zo dubbel op de Tharpu-top, mijn gevoel wil blijven maar mijn verstand vindt dat ik met deze omstandigheden snel naar beneden moet. Kailash stapt al weer in het spoor terug. Ho, wacht...wel en topfoto natuurlijk. Ik vraag Som om Hansabel te fotograferen. Hij snapt het wel, maar had zijn gedachten ook al in de afdaalmodus. En ga dan maar eens uitleggen hoe een digitale camera werkt, waarvan ook nog het beeldscherm uitstaat om de batterij te sparen want we moeten het nu met 1 cameraatje doen.... Som laat de camera op zo’n halve armlengte voor zijn gezicht dansen en na twee keer uitleg van ons, schiet hij een soort van lukraak een foto. Ik denk niet dat ik nog een keer een lach op mijn rode, bevroren wangen kan toveren en het touw naar Kailash staat al strak. Ik wil naar mijn warme slaapzak toe en daar behaaglijk nagenieten van deze beklimming, dus gaan met de banaan. Ik prop de camera in de zak van mijn softshell en hobbel met de rest mee. Het tempo ligt nu wel wat hoger en ik balanceer in de schuivende sneeuw. En heel snel staan we weer voor de sneeuwbrug over de gletsjerspleet. De sneeuwvlokken nemen nu in aantal en grootte toe. Waarschijnlijk omdat iedereen door wil en we de brug al ‘getest’ hebben, steken we zonder verder overleg stilzwijgend met strak touw achter elkaar over. Het gaat weer goed, nu naar de afdaling aan het fixed touw. Zo’n drie uur geleden stonden we hier verdorie nog in de zon uit ons lunchzakje te bikken en nu moet de Goretex aan. We binden ons uit van het touw en dalen 1 voor 1 zo snel mogelijk aan het vaste touw naar beneden. Som danst voor me uit door de losse sneeuw. Ik doe het rustig en spaar mijn krachten voor het laatste stuk. Als we allemaal weer veilig over de randspeet zijn en op de gletsjer staan, gaan de stijgijzers uit. Hans gooit bij Som een (sneeuw-)balletje op over het realiteitsgehalte van de beklimming van de Singu Chuli bij deze condities. Het klinkt als een retorische vraag. Som schudt zijn hoofd, haalt zijn schouders op. Hj wil het eigenlijk niet direct zeggen, maar hij vindt het best risicovol. Hij heeft de route tijdens de lunch eerder op de dag aangewezen en ik bespeurde toen al argwaan in zijn woordkeuze. Teruglopend over de gletsjer stemmen Hans en ik vrij snel af dat we bij terugkomst in Highcamp serieus met Som moeten bespreken of we de Singu definitief laten zitten. We twijfelen zelf ook. Vandaag was een intense, maar ook bizar koude ervaring. En de zwemsneeuw is gewoonweg niet fijn. De beklimming van de Tharpu is volgens de beschrijving in het boek met Trekking Peaks uit 1989 gewaardeerd met PD (Peu Difficile, ofwel een beetje moeilijk). Som moet lachen als we het hem uitleggen. De omstandigheden boden nu naar zijn mening een serieuze alpiene situatie, dus ik stel voor dat we hem wel PD laten, maar het vertalen als Pretty Difficult. Met instemmend gelach beginnen we onze gletsjeroversteek, nu zonder touw. Tot onze stomme verbazing halen we de Japanners weer in. De dames in het gezelschap hebben hun top op onze lunchplek bereikt en ze zijn angstaanjagend vermoeid. Som en de bevriende gids van de Japanners wisselen snel wat woorden uit en Som lacht, hij klinkt tevreden. Hij blijft bij hen plakken. Wij en Kailash dalen snel verder af en komen langs de afslag naar Rakshi Peak, een ‘onbeduidend rotspuntje’. We besluiten deze morgenochtend te doen, uitzichtfoto’s te maken en de rest van de dag te rusten. Al snel bereiken we de puin- en rotshelling waar ons Highcamp onder ligt. Terwijl we afdalen joelt Kailash al in het Nepalees naar beneden en Nima joelt terug, hij is als een kind zo blij dat we de top hebben gehaald. In de mist zie ik zijn oranje lichtgevende petje. Mooi, weet ik precies de kortste route. We worden warm onthaald met thee en terwijl ik mijn kop vasthoud, haalt Nima mijn rugzak van mijn rug en maakt mijn klimgordel los. Datzelfde doet hij ook bij Hans en Som. We wisselen snel en door elkaar de ervaringen uit. Engels en Nepalees door elkaar. We besuiten de top nog even ‘af te maken’ met een teamfoto van Som, Kailash en Hansabel samen. In de mist rond Highcamp zet Nima, die gelukkig wel weet hoe een digitale camera werkt (leeftijd?) ons op de foto. En dan snel de tent en de warme slaapzak in. We krijgen er een lekker warm groentesoepje bij. Als ik deze op heb, besluit ik mijn voeten eens van dichtbij te bekijken. Ze zijn nog steeds koud. Als ik mijn sokken uitttrek, zie ik meteen blauwe teennagels. OK, dat hebben we eerder gehad. Ik moet meteen aan de sneeuwschoenvakantie van januari dit jaar in Oostenrijk denken. Misschien valt het mee. Maar als ik een tijdje met donssloffen aan in mijn slaapzak lig, gaat eerst mijn linkervot en daarna mijn rechtervoet enorm tintelen en pijn doen. Links warmt op en blijft een gevoel houden alsof mijn tenen slapen. Rechts is vel erger, er ontstaat stuwing en de tenen zelf worden ook blauw. Niet goed, gaat er door mijn hoofd, dit is niet goed. Tevens ontdek ik vier slaperige vingertoppen. Ai, dit had ik allemaal niet gehoopt. Hans zoekt in ons zakboekje over ‘geneeskunde op hoogte’ de verschijnselen van bevriezingsverschijnselen er nog eens bij en we concluderen frostbite. Nu afwachten of er nog blaren opkomen, maar het zou in eder geval op redelijke termijn goed moeten komen. Nu voelt het ongelooflijk K en het enige wat ik wil is slapen en morgenochtend wakker worden met gevoel in mijn voeten. Hans doet enorm zijn best, maar kan me niet opbeuren. Ik eet mijn bordje leeg en dommel na het eten meteen weg....

Labels:

Afscheid van Pokhara

Voordat we onze hotelkamer in Pokhara verlaten (de eerste etage op de foto) en waarschijnlijk niet meer zo veel kunnen internetten, nog een sfeerbeeld met foto's uit Pokhara. Ons hotel (the New Pokhara Lodge) was erg rustig, met een mooie grastuin waar het bij mooi weer lekker ontbijten was. Helaas hebben we de hele week geen helder weer gehad, dus het beroemde uitzicht op de Annapurna's vanuit Pokhara hebben we moeten missen. Maar gelukkig hebben we ze van heel dichtbij gezien tijdens onze trekking in de Sanctuary. Vanochtend ben ik om 7:00 uur gaan hardlopen langs het meer, terwijl Isabel haar laatste meditatie en Hatha-Yoga les op het dak van onze lodge kreeg. Als afscheid gaf haar leraar Naveen nog een uitgebreide demonstratie van Hatha-Yoga, ook voor de in het hotel verder aanwezige gasten. Het was behoorlijk indrukwekkend om te zien op welke manieren hij zijn lichaam allemaal in de knoop kan leggen, zonder door een ambulance te hoeven worden afgevoerd. De foto is maar een voorproefje van het knutselwerk dat we vanochtend hebben gezien. De verwachtingen ten aanzien van Isabel wil ik wel temperen, ze heeft dit betere knoopwerk in drie dagen niet onder de knie gekregen gebracht. Wel heeft de meditatie en Yoga haar inspiratie opgeleverd (en spierpijn!). O ja, nog even terugkomen op gisteren; ik schreef dat de zon doorbrak en we lekker zouden gaan varen op het meer. We waren nog geen tien minuten aan het peddelen, of het begon al te regenen... Dat krijg je als je eens een keer echt toeristisch wil gaan doen. Afgelopen week hebben we natuurlijk wel iets meer gedaan dan alleen maar achter de computer gezeten. Zo hebben we een waterval bezocht, twee grotten een aantal tempels (zie de foto's hieronder; de linker is een hindoetempel, de rechter een boeddhistische tempel) en heeft Isabel bij de kleermaker een rok en bijpassend topje laten maken, speciaal voor in de jungle. Foto's volgen dus nog.

donderdag, november 23, 2006

9 november, 2006; Tharpu Chuli Basecamp / Tharpu & Singu Chuli Highcamp

Dit is een beschrijving van de achtste dag van onze klimexpeditie in het Annapurna / Sanctuary gebied, zoals aangekondigd in onze samenvattende post op 20 november. De laatst beschreven dag komt steeds boven aan te staan. Als je het hele verhaal van begin tot eind wil lezen, moet je dus bij de post van 2 november beginnen.

Het slaapt heerlijk in ons tentje, lekker warm en handig. Hans heeft vannacht zijn horloge aan het netje bovenin de tent gehangen om de temperatuur te meten. Toen ik vannacht om kwart voor 4 keek, was het -3 graden Celsius. Tja, zo voelden mijn billen wel aan toen ik vlak daarvoor weer in mijn blote reet van de bergtoppen zat te genieten (en de opluchting van een lege blaas). Om half 7 vanochtend was het volgens Hans -5 graden Celsius, dus buiten de tent zal het wel een graad of –10 zijn geweest. Maar we hadden het dus zeer behaaglijk op 4230 meter. Om kwart voor 7 brengt Nima ons de ochtendthee, we wensen elkaar hartelijk goedemorgen. Als ik overeind ga zitten, besluit ik de plannen te wijzigen. Nog geen thee, maar eerst snel de tent uit voor mijn ochtendplas. Ik kan merken dat mijn lichaam niet meer zo heftig hoeft te acclimatiseren als in Ama Dablam BC: de sanitaire stops ’s nachts zijn terug van 3 naar 1. Als ik terugkom geniet ik samen met Hans in de slaapzak van thee, koffie en een stevig ontbijt: porridge, een gekookt ei en pannenkoeken met jam. We zitten zo vol dat we 2 pannenkoeken terug aanbieden voor de dragers. Even later zie ik tevreden dat Som en 1 van de mannen van de radio een koude pannenkoek weghappen.

Als wij beginnen onze spullen in te pakken, begint de rest ook het tentenkamp af te breken. Een gezellige drukte in de opkomende ochtendzon. Vooral vanwege de discussie, opnieuw, over de verdeling van het gewicht. Gisteren zijn Sokje en Streepmuts afgedaald, dus moet er vandaag meer per drager mee. Alhoewel Som overigens ook besloten heeft om Sokje en Streepmuts de toilettent mee naar beneden te geven. Toen Som gisteren vroeg of ‘ie opgezet moest worden, antwoordden we resoluut en verbaasd dat dat toch echt niet nodig was. Een toilettent zeg... voor ons tweetjes!? Wij plassen wel in de vrije natuur.

Hoe dan ook wordt het vandaag een zware dag voor de dragers. En misschien ook voor ons. We moeten ruim 800 meter stijgen, over soms vrij steil terrein, morene en uiteindelijk sneeuw. Highcamp ligt op 5.000 meter aan de rand van de gletsjer. Ondertussen komt om 8:00 uur ook de groep Japanners langs. Ze hobbelen achter hun gids aan. Nu snap ik Som, de Japanners zijn van hoog middelbare leeftijd. Maar bewonderenswaardig dat ze dit avontuur aangaan. Wij vertrekken uiteindelijk weer eens om kwart voor 9. Som en wij gaan voorop en de rest volgt. We moeten meteen een steile grassge helling op, waarop nog sneeuw ligt van de afgelopen dagen. De wand krijgt overdag niet veel zon. De stappen van de ene naar de andere glibberige grashoop zijn hoog en ik merk de last van mijn grote rugzak. Geconcentreerd en in een vast tempo naar boven, dat is ook de tactiek van de dragers. Binnen een half uur staan we 200 meter boven onze Basecamp-plek en wordt het grasterrein minder steil. Nog geen 200 meter voor ons uit zien we de groep Japanners zich langzaam voortbewegen. Er is zelfs een vast touw (!) aangelegd, terwijl het terrein hier makkelijker is geworden. Heidi en Peter zouden er vrolijk over rondhuppelen. Al snel lopen we vlak achter ze en laten ze ons passeren. Ik zeg ‘arigato’ (= bedankt) want dat weet ik nog van de drie maanden dat ik tijdens mijn studie in Japan heb doorgebracht. De Japanners reageren verbaasd en lachend terug. We nemen snel een voorsprong, ook onze dragers halen hen gemakkelijk in.

Het terrein wordt weer wat steiler en het nu smalle paadje loopt vlak langs de kloof. We steken her en der watergeultjes over, dus het is oppassen voor verijsde ondergrond en stenen. Een glijpartij is her even niet aan te raden. Een uurtje na ons vertrek, komen we op hoog gelegen grasplateau met een prachtige cirkel van bergtoppen om ons heen: de Annapurna II, de Annapurna I, Rakshi Peak en natuurlijk de Tharpu Chuli. Nu heel goed te zien. Ik besluit deze cirkel van machtige natuur op een filmpje vast te leggen.

Als alle dragers zijn gearriveerd en hun rust hebben genomen, lopen we weer verder. We gaan nu een grassige morenerug volgen en maken weer snel hoogte. Tashi denkt een slimme afsnijroute te volgen, maar snijdt in zijn eigen vingers als blijkt dat hij in een besneeuwd blokkenterrein uitkomt. Boven aan de morenerug, ligt er een sneeuwveld voor ons, hagelwit. Joepi, voor het eerst echt door de alpiene sneeuw stappen. De zon schijnt en ik voel weer de bekende warmte die de sneeuw van onderen op je afstuurt. Even later gaan we een puinmorene met besneeuwde blokken omhoog. Het is ploeteren voor de dragers en halverwege bouwt Som een rustpauze in. Als ook Tashi er weer bij is, lopen we het laatste stuk omhoog. Want daarachter ligt ons Tharpu & Singu Chuli Highcamp in een mooi kommetje tegen een rotswand aan. En aan de rand van een mooie, met seracs versierde, gletsjer. Twee dragers van de Japanners zijn vooruit gesneld en er wordt meteen hartelijk overlegd over we waar kan staan. Hans en ik wachten af, maar zien we een paar mooie sneeuwplateautjes achteraan bij de rotswand. We lopen er heen en ook Som en Kailash hebben het ontdekt. De mannen van de radio volgen snel want ze weten dat ‘onze tent’ in hun draaglast zit. Ik krijg hem aangereikt en Hansabel gaat aan de slag. Som komt ons helpen en de rest zet de keukentent en het tweede slaaptentje op. We steken een paar haringen in de sneeuw maar spannen de rest van de tent en scheerlijnen vooral af met behulp van rotsblokken die in de buurt liggen. Hans heeft de smaak te pakken en bouwt een klein muurtje langs de tent. Hans heeft de smaak echt te pakken, want hij betegelt met platte stenen zelfs de voorluifel. Onze eigen binnenplaats waar de schoenen droog kunnen staan. Hij gaat zefs 2 meter serieus in op mijn grapje om een paadje richting de keukentent aan te leggen. Alles bij elkaar is iedereen een uurtje bezig (12:00 – 13:00 uur) met het opbouwen en inrchten van de tenten. Tashi gaat meteen aan de slag voor de lunch. Langs de rotswand stroomt water naar beneden, nodig voor het koken. Kailash en de mannen van de radio gaan met en pastic zak en een pan aan de slag om het water op te vangen. Nu kan er thee worden gemaakt en even later deelt Nima deze aan iedereen iut. De zon verschuilt zich weer steeds vaker achter de wolken en we duiken om een uurtje of 14:00 uur de tent in de door de zon een klein, geel en warm huisje is geworden. Om half 3 verschijnt Som met 2 zeer aantrekkeijke lunchborden: aardappeltjes gebakken met ui, tomaat, gember en knoflook, tonijn, groentesalade, twee heerlijk knapperige tibetaanse brodjes en kaas. Een afgeladen bord waarvan we wel even moeten uitbuiken. Nima brengt daarna thee en koffie en nee....ik kan maar niet wennen aan deze luxe. Toen we met Tulsi (eigenaar van Nepal Sanctuary Treks Ltd.) afspraken hoe deze expeditie eruit zou zien waarschuwde hij voor ‘very simple meals, not like in the lodges’. Nou, we zijn blij verrast! En dat zullen we Tulsi achteraf ook nog wel even laten weten ook. In ieder geva gaan nu steeds de complimenten terug naar de keukentent. Terwijl wij ons verder in onze tent vermaken, zjn de anderen druk bezig de keukentent te verstevigen en verbeteren met het bouwen van muurtjes van grote stenen. Op deze plek zal het Highcamp een paar dagen staan, dus het loont en je krijgt het er warm van.

Som en de Nepalese gids van de Japanners hebben, zonder dat wij het wisten, ondertussen een verkenning gedaan van het eerste stuk van de route. Som vertelt ons dat de sneeuw op de gletsjer erg papperig is en dat er geen spoor loopt. De Japanners weten nog niet of ze gaan, Som wil op zich wel gaan en wij bevestigen dat gretig. Als het door zwaar spoorwerk morgen niet in 1 keer lukt, kunnen we de dag erna altijd opnieuw proberen. Even later zien we Kailash en Som hun klimspullen uitzoeken, maar eerst krjgen wij eten. Een tomatensoepje en een bord popcorn vooraf. Daarna brengt Nima heerlijke tonijnpasta en een kaarslichtje want het is alweer pikkedonker. Dus het wordt een romantisch diner ‘by candlelight’. Maar de romantiek moet nog even wachten, Nima blijft nog even plakken op ons binnenplaatsje voor een gesprekje. Later brengt hij nog vruchtenmix (jawel, met de befaamde rode kers) en koffie/thee. Dan komt Som om de plannen voor morgen door te spreken. We besluiten om 4:00 uur op te staan en dan krijgen we een licht ontbijt. Daarna vertrekken in het donker en we krijgen een lunchpakketje mee. Helemaal enthousiast pakken we onze rugzak ook in, we doen een laatste plas en tandenpoetsbeurt in de vrieskou, we eten nog wat cashews in de tent en dan......snurken voor de summit!?

Labels:

8 november, 2006; Annapurna Basecamp (ABC)/Tharpu Chuli Basecamp

Dit is een beschrijving van de zevende dag van onze klimexpeditie in het Annapurna/ Sanctuary gebied, zoals aangekondigd in onze samenvattende post op 20 november. De laatst beschreven dag komt steeds boven aan te staan. Als je het hele verhaal van begin tot eind wil lezen, moet je dus bij de post van 2 november beginnen.

De enigen die ‘uitslapen’ zijn wij. Alle (andere) toeristen zjn vroeg op om de zonsopgang te zien, want ’s ochtends is het hier altijd helder. We horen vanaf 6:00 uur het gestommel wel, maar het voelt heerlijk om nog ruim een uur in de warme slaapzak te bijven dommelen. En...als het goed is zien we de komende dagen nog hele mooie zonsopgangen vanuit onze tentenkampjes aan de overkant. Om 10 voor 8 zitten we met Daniel (de Rus) aan het ontbijt. Hij heeft vanochtend al genoten van het uitzicht en wil eigenlijk wel graag achter ons aan de Annapurna Zuid gletsjer op. Maar zijn andere Russische vrienden vonden de wandeling vanochtend al heel wat, dus Daniel vermoed dat hij ze niet kan overhalen de steile afdaling van 150 meter te doen, alleen maar om met de voeten op een gletsjer te staan. Hij slaat de laatste slok koffie achterover en wenst ons een goede tocht.

Wij krijgen ons favoriete ontbijtje voorgeschoteld: de appelpannekoek en een gurung brood met jam. Afgemaakt met zwarte koffie natuurlijk. Het weer buiten is prachtig en door het raam zien we dat Tashi er inderdaad de rijst en het touw bij krijgt. Heel doortastend hebben wij namelijk vanochtend onze grote rugzakken ingepakt en Tashi een bijna lege duffel met de twee keine dagrugzakjes gegeven. Dat werd stilzwijgend geaccepteerd, eindelijk mogen we zelf dragen wat we dragen kunnen! Ik ren nog naar het toilet (niet omdat we haast hebben, maar omdat ik anders een natte kring in de dining room achterlaat) en Hans maakt buiten foto’s van de Tharpu en Singu Chuli. Ze zijn nu eindelijk in volle glorie te zien. Machtige verzameling bergtoppen.

Om kwart voor 9 loopt Hansabel met Som het ABC uit naar de rand van de gletsjer. De laag sneeuw die al smelt is verradelijk. En dat merken we meteen, want de afdaling is gewoon echt steil. Beneden op het puin van de gletsjer zie ik kleurtjes en mandjes, de dragers zijn al veilig beneden en kletsen hardop. Som geeft ons attent (maar onnodig) aanwijzingen want het spoor van voetstappen op de besneeuwde ondergrond van gruis en de rotsen is als een bananenschil geworden, omdat er al 16 voeten van onze staf overheen zijn gegaan. Ik ben vooral ook bezig om vandaag mijn balans opnieuw te vinden, met mijn grote rugzak op (15 kilootjes schoon aan de haak schat ik zo in). Voordat ik het weet, maak ik een schuivertje. Balen natuurlijk, Som moet niet denken dat ik deze afdaling al ingewikkeld vind. Maar hij lacht begrijpend, ik sta op en daal vastberaden verder af achter Hans en Som aan. Als we bij de rest aankomen, zien we dat onze jongste drager er toch bij is. Er was gisteren even sprake van dat hij niet mee zou gaan omdat hij geen goede schoenen heeft (alleen de in Nepal alom bekende blauwe plastic slippers). Ik geloof mijn eigen ogen niet, maar hij loopt op wollen sokken!!! Dit mannetje had het als jongste met dragen al zwaar en nu loopt ‘ie ook nog op z’n sokken en in een natte spijkerbroek over puin en sneeuw op de gletsjer. Ik weet niet wat ik hiervan moet denken, maar voel vooral mededogen. Misschien heeft hij iets aan mijn Teva’s, die je met klitteband om je voet vastbindt (als voordeel boven de plastic slippers)? Ik pleur mijn rugzak neer en trek mijn favoriete Teva-sandalen eruit. Hij probeert ze aan en...niet een beetje te groot. VEEL te groot! Zijn tenen reiken net tot aan het bandje dat over mijn voorvoet loopt. Zelfs met sokken aan. We moeten er allemaal wel hartelijk om lachen. Geen succes dus. We pakken de spullen allemaal weer op en lopen verder over de puinheuvels naar de andere kant van de gletsjer. Ik ben ineens heel blij met mijn schoenen en loop rustig achter Nima aan. Hij is vandaag mijn ‘special guide’ heeft hij bedacht en ik hoop dat hij de zon de hele dag voor me in de lucht kan houden.

Het blijft oppassen met al die glibberige en soms verijsde blokken en stenen. Als ik op een makkelijk stukje even vooruit kijk, zie ik onze mannen van de radio en Kailash opklauteren tegen de hoge rand aan de andere kant van de gletsjer. Er loopt een soort geul, vol met puin en rotsblokken van boven, die we kunnen volgen. Op afstand en ieder voor zich zoekt iedereen zijn weg naar boven. Terwijl ik met kleine stappen het gruis bedwing, voel ik opnieuw waardering voor de dragers. Die doen dit dus met een torenhoge draaglast van 20 tot 30 kilo op de nek. Nederlanders vinden een boodschappentas met 20 pakken suiker al een reden om met de auto naar de supermarkt te rijden.... Het voordeel van steil klimmen is dat je snel hoogte maakt. Ik ben eerder boven dan ik had gedacht. Het was wel zwaarder dan de vorige dagen, ik hoor mezelf voor het eerst weer hijgen. Een bevroren watergeul is het enige dat nog tussen mij en de plek voor ons Tharpu Chuli Basecamp inligt. Het is gokken waar de stenen in stenen liggen en of ze wel of niet verijsd zijn. Ik heb geen zin in natte schoenen, zet mijn zonnebril af, bekijk het tafereel grondig en steek dan in twee grote stappen naar de overkant. Ik loop nu op grasland waar de sneeuw inmiddels helemaal is weggedooid. Op een punt verderop zie ik drie Japanse vrouwen die foto’s maken van het uitzicht. Volgens Som gaan ze morgen, net als wij, omhoog naar High Camp. Maar... ze zijn erg langzaam hoor. Aangezien ik in de veronderstelling ben dat ze afkomstig zijn uit de klimexpeditie van de Annapurna I begrijp ik het niet helemaal, maar ik laat het maar even zo.

Na wat meters door dode rietstengels, bruin gras en heel veel schapekeutels komen we bij een mooi plateautje. Ook staat er een muurtje van gestapelde stenen waarachter tussen 2 rotsblokken een lang lint met Tebetaanse gebedsvlaggen hangt. Som kijkt tevreden en vertelt dat het zijn basiskamp was dit voorjaar, toen hij met een andere groep de Tharpu ging beklimmen. Tot zijn verbazing zijn Kailash, de mannen van de radio en kokkie (een drager die ook keukenjongen is) doorgelopen en niet meer te zien. Hij roept hard wat in het Nepalees en begint dan meteen met Nima en Tashi de keukentent te prepareren. Deze past precies tussen de gestapelde stenen en staat in een mum van tijd. Sokje en Streepmuts (de twee jongste dragers, de ik vanaf nu maar zo noem) ontfermen zich over de branders en halen alvast water. Waarschijnlijk uit dat verijsde geultje. Inmiddels komen ook de anderen terug, met als grap dat ze even op en neer waren naar Annapurna I Basecamp. Alles wordt in de zon uitgepakt en Som en Kailash gaan ‘onze tent’ opzetten. Hans en ik mogen niet helpen, maar het lukt Hans uiteindelijk om toch een paar haringen in de grond te krijgen. We zijn aangenaam verrast met dit mooie, stevige tentje. We hebben nog nooit van het merk Sierra Designs gehoord, maar zijn er erg con-TENT mee. Aan beide kanten in de binnentent past een grote rugzak en wij passen daar dan met onze matjes mooi tussen. Nog een leuk puntluifetje met doorkijkraampje en een netje bovenin waar we brillen, hoofdlampjes en andere prut op kunnen leggen. Als we geinstalleerd zijn, is het precies 12:00 uur en krijgen we buiten op een slaapmatje onze lunch die is gekookt door Tashi. Hij is niet alleen onze beresterke drager, maar ook een tongstrelende kok! Hij wordt bijgestaan door Nima en kokkie, die Dandi blijkt te heten. Som maakt een tafeltje twee opgerolde slaapmatjes, wat een luxe. We eten frietjes, salade, 3 stukjes kaas, 2 plakjes worst en 3 chapati’s (Indiaas brood). Als Nima dan ook nog lachend de ketchup komt brengen, ben ik dolblij (tijdens de Ama Dablam-expeditie was na 2 dagen genoegzaam bekend dat de ketchup bij mij moest staan). De zon voert tijdens onze lunch een gevecht met het wolkendek en als ons bord bijna leeg is ze voor vandaag verdwenen. Nima legt uit dat hij de donsjas die hij in het Ama Dablam Basecamp aanhad, in Kathmandu heeft gelaten voor een schoonmaakbeurt. En juist in die donsjas zat de zak waar hij de zon in de Khumbu-vallei steeds voor me tevoorschijn toverde. De zak in de jas die hij nu bijheeft, werkt maar halve dagen...

Het wordt nu snel koud in ons Basecamp op 4.230 meter, dus iedereen trekt extra jassen aan en droge sokken. Kailash moet daarvoor helemaal onderin zijn rugzak zijn en spreidt de hele inhoud ten toon. Er komen onder meer een paar oude plastic D-schoenen en een EHBO-trommel uit. Som moet lachen als hij daar ook zonnebrand in aantreft. Welke Nepalees heeft er nu UV-filters nodig? Vanaf nu wordt deze trommel dus de beautycase van Kailash. In de kou en mist die vanuit het dal omhoog komen, staat Nima druk te doen met een rekenmachientje. Nu gaan er toch definitief twee dragers naar beneden en ze krijgen betaald voor 6 dagen draagwerk. Het zijn uiteraard de twee jongsten, Sokje en Streepmuts. Ik vraag Nima om voordat ze vertrekken, mij te waarschuwen zodat er een groepsfoto gemaakt kan worden. In het Nepalees wordt het al rondgesmoesd en her en der zie ik dat de mannetjes hun muts rechtzetten of een doekje om het hoofd knopen. Ik moet wel een beetje opgelucht lachen van binnen, Nepalezen zijn mens en dus ook een beetje ijdel. Als het geld is uitbetaald en de Dal Bat in de keukentent verorberd, is het foto-moment dan daar. Omdat de Machhapuchhre nog net door de wolken te zien is, wordt dat de achtergrond. Nima neemt de eerste foto en Hans de tweede. Zo staat iedereen er een keer op. Sokje en Streepmuts komen even later naar onze tent lopen om afscheid te nemen. Snel bedenken Hans en ik dat een fooi op z’n plaats is maar hier hebben we helemaal geen ervaring mee. We weten niet eens wat een drager per dag normaal gesproken verdient. En ze komen dichterbij....onzeker en onwetend moeten we snel iets doen. Hans heeft zijn portemonnee in de broekzak en geeft ieder in een fits 500 rupies (zo’n 5 Euro). Ze lopen met een glimlach weg, maar dat kan ook beleefdheid zijn. Ik besluit om Nima een van de komende dagen in vertrouwen eens te vragen wat ‘gebruikelijk’ is.

Het is nu zo koud dat we de slaapzak in onze geel/oranje tentje opzoeken voor warmte. Daar vermaken we ons met schrijverij, lezen, uiteraard afgewisseld met de sanitaire loopjes naar buiten. Om 15:00 uur levert Kailash ons een dienblad met thee en koekjes af in ons voortentje. Het lijkt wel een beetje op het ontvangen van de ‘pizza-koerier’ maar zo zal het de komende dagen dus steeds gaan. De mannen van de radio en Som proberen buiten ook voor wat warmte te zorgen via het stoken van een vuurtje. Ze zoeken van alles om op de brandstapel te gooien; een oude bamboe draagmand de is achtergebleven, karton uit de keuken, dode rietstengels. Ze vermaken zich er erg mee. Ook proberen ze radio-ontvangst te krijgen door vastmaken van een lange ijzeren draad aan de antenne. Gisteren zijn namelijk de definitieve onderhandelingen tussen de premier en leiders van politieke partijen (waaronder de Maoisten) in Nepal gestart en ze zijn oprecht nieuwsgierig naar het verloop. Helaas, de ontvangst levert slechts flarden en veel geruis op. Als het zachtjes begint te sneeuwen, wordt het kampvuur verruild voor de keukentent. Nima komt ons tussen de vlokken door nog een rol toiletpapier brengen. We hadden zelf ook al voor een voorraadje gezorgd, dus we zitten goed in het scheitlint deze keer.

Aan het eind van de middag houdt het op met sneeuwen en er ontstaat een mysterieus uitzicht op de Hiunchuli en de Annapurna Zuid (= II). Onder en boven hangen wolken en daartussen een mistgordijn waar de toppen doorheen te zien zijn. Goudomrand door de zon de er achter wegzakt. Een foto heeft geen zin, helaas, dit moet opgeslagen worden op mijn eigen harde schijf in de hersenpan. Hans spant de buitentent nog wat af, maakt een praatje met Kailash en komt mij weer gezelschap houden in de tent. Het wordt snel schemerig. De Nepalese gids van de Japanse groep verderop komt nog informatie uitwisselen met Som. Op zijn knieen in onze tentopening vertelt hij ons even later dat ze oude, bevriende collega’s zijn van elkaar. Verder bestaat het Japanse klimteam alleen uit vier deelnemers van de ‘ondersteunende staf’ van de AP-I klimexpeditie. De echte klimmers zijn, onder de indruk van het gebeurde, al vertrokken. Morgen gaan de Japanners net als wij naar boven, maar weer zegt Som dat ze langzaam zijn. Ik begrijp het nog steeds niet, maar we zullen morgen wel zien...

Met een hoofdlamp komt Nima ons om 17:30 uur het avondeten brengen; tomatensoep en papud’s. Héérlijk! Beter dan in de lodges. Na de soep volgt goede Dal Bat en als toetje komen er vier bruine, warme bananen. Maagsappen stromen al, want Hansabel denkt meteen terug aan al die BBQ’s van zomervakanties waar als toetje de bananen met ingestoken stukjes chocolade op de uitdovende kooltjes legden. Maar de eerste hap blijkt een bittere pil. Som duikt onze voortent in en vraagt nieuwsgierig of het smaakt. Jawel, liegen we allebei met onze mond nog vol. Dan legt Som uit dat de bananen bevroren waren en dat Tashi ze daarom in het water heeft gekookt. Omdat ze zelf eigenlijk ook niet wisten of dat wat was, kwam hij dus even inspecteren en hij loopt tevreden terug. Balen dus voor alle toekomstige klanten die in de toekomst wellicht ook op deze manier bevroreren bananen krijgen aangeboden. Hans en ik eten erg veel, ook als het vies is, maar hier kunnen we allebei echt niets mee. We wikkelen 3½ banaan in WC-papier. Als ik even later ga plassen, stop ik ze weg onder een groot rotsblok. Terug in de tent staat er alweer koffie en thee en trakteren we onszelf op een mierzoete Twix en Tofifa (Nepalese Fruitella, tof ideetje van AD-klimmaat Taco).

Na een middagje zitten in de tent beginnen onze rugspieren al wel wat tegen te sputteren. Hans bouwt een rugleuning van onze grote rugzakken. Zo, dat leest en schrijft heerlijk. We hebben het zo ontzettend naar ons zin. Hans merkt terecht op dat we dit avontuur nooit waren aangegaan als we de Ama Dablam-expeditie niet hadden meegemaakt. We zijn het er allebei over eens dat de combinatie van de trekking door een interessante vallei en het alpien klimmen een perfecte combi is voor ons. Hans brengt het dienblad met kopjes terug naar de keukentent en daar blijkt iedereen al klaar te liggen voor de nacht, het is 19:00 uur!!!

Morgenochtend is onze ‘wake-up tea’ aangekondigd voor 7:00 uur. Som gokt dat we dan ook al lekker zon hebben. Als Nima de thee komt brengen met zijn goede jasje aan, is er zeker kans. Hansabel vindt een nachtrust van 19:00 tot 7:00 uur wel wat lang. Dus we lezen nog een tijdje de nacht in. Met op de achtergrond het geroffel van neervallende seracs op de Annapurna’s om ons heen.

Labels:

Nu ook digitaal mét foto's

Hiernaast nog onze topfoto. Het verhaal dat bij deze foto hoort (en waarom er eigenlijk niet veel op te zien is), volgt als het goed is morgen. Aangezien het uploaden van foto's erg moeizaam gaat, en verschillende mensen liever een overzicht hebben van het hele hansabel-verhaal, hebben we het hele word-document tot zover het nu af is, inclusief enkele foto's ook op het internet geslingerd. Hansabel's verslag Later op de dag volgen nog twee dagen, in ieder geval als post (in het word-document met foto's duurt het wat langer). Ondertussen is hier de zon voor het eerst sinds twee dagen weer gaan schijnen, dus wij gaan ons vanmiddag maar eens vermaken met een boottochtje op het meer.

woensdag, november 22, 2006

7 november, 2006; Machhapuchhre Basecamp (MBC) / Annapurna Basecamp (ABC)

Dit is een beschrijving van de zesde dag van onze klimexpeditie in het Annapurna/Sanctuary gebied, zoals aangekondigd in onze samenvattende post op 20 november. De laatst beschreven dag komt steeds boven aan te staan. Als je het hele verhaal van begin tot eind wil lezen, moet je dus bij de post van 2 november beginnen. Jawel, weer wakker geworden van geritsel. Maar nu bleef het beperkt tot de grond. Dus de nacht verliep verder zonder hartkloppingen. Alhoewel, mijn hart stond even stil toen ik vannacht in mijn onderbroek bij -10 graden naar het toilet rende. Het was volle maan, er lag verse sneeuw op de bergtoppen; ik stond me in mijn blote benen en de vrieskou te vergapen aan dit overweldigende spectakel. Het had geen donder uitgemaakt als ik mijn donsbroek had aangehad, dit was hartverwarmend! Voor vijf minuten dan.... Vanochtend om 6:00 uur helaas wakker geworden en gehouden door de twee Koreanen die naast ons slapen. Ze zijn aan het rommelen, met plastic tassen aan het kraken, deuren aan het slaan en om 6:45 uur ging er zelfs een radio aan. Dit alles aan elkaar gepraat met harde stemmen en flink gerochel. Goedemorgen, zeg ik dan. Om 8:00 uur zitten we samen met Som en Tashi aan het ontbijt. ik weet niet helemaal zeker of ik mijn lemon/sugar pancake wel zo'n goede keuze vindt. De lemonsmaak is met iets teveel sap aan deze pannenkoek toegevoegd. We kopen een toiletrol en betalen het warme water van de wasbeurt gisterenmiddag. Om half 9 lopen we aan, de bodem is bevroren en besneeuwd. Dit deel van de vallei ligt 'om een hoekje' en heeft nu nog schaduw, maar verderop bij een hogere overgang zien we de zon schijnen. Daar moeten we dus heen, niets 'bistaari, bistaari' maar met grote (Hans-) passen naar de warmte! We komen vooral trekkers tegen die naar beneden gaan. Die hebben vanochtend al van het uitzicht kunnen genieten tussen alle Annapurna's. Het pad is weer eenvoudig en loopt geleidelijk door de kom omhoog naar 4100 meter, de hoogte van Annapurna Basecamp (ABC). Als we eindelijk in de zon komen, warmen we weer lekker op en is het tijd om de muts, de softshell en fleece in de rugzak te stoppen. Rustig lopen we verder en halen vooral Japanners in. Die schijnen hier samen met Koreanen veel te komen. Som vertelt dat op dit moment een Japans klimteam terugkomt van de Annapurna I. Ze probeerden de beruchte zuidroute, net als de eerste Britse expeditie in 1970 (Hans' zijn boek), maar kwamen in de problemen vlak boven kamp 2. Een lawine doodde de Nepalese klimgids en de expeditie besloot de beklimming te cancellen en terug te keren. Een deel van de expeditie is van plan om de Tharpu Chuli nog te doen, dus die zouden we nog tegen kunnen komen. Spannend, ben wel benieuwd hoe klimmers van de Annapurna I eruit zien... (ook al zijn het Japanners). Om ons heen zien we inmiddels weer alle mooie bergtoppen in de zon. Ook de Annapurna III is inmiddels achter ons goed te zien. Eigenlijk een 'klein' hanekammetje in vergelijking met de andere AP's. We lopen al de hele tijd langs de AP-gletsjer, maar die is aan ons zicht onttrokken door een morenerand die tussen ons en het pad ligt. Het gaat vandaag weer razendsnel met ons looptempo en om 10:00 uur wandelen we ABC al binnen. Alle dragers zijn voor de verandering al gearriveerd. We mogen meteen room nr. 1 nemen en ik trek snel een droog T-shirt aan. Als ik naar buiten loop, komen Hans en Som samen teruglopen van de rand van de AP-gletsjer. Ondanks dit vroege tijdstip zijn er nu al veel wolken in het dal. Daarom was het handig om samen met Som de route voor morgen te bespreken en naar de Tharpu en Singu Chuli te kijken want die zouden te zien moeten zijn. Ik ben nieuwsgierig en we lopen samen terug. Verbaasd ben ik, als ik de diepte van de AP-gletsjer zie (zo'n 150 meter). De afgrond naar de gletsjer is steil en het lijkt me ook niet gemakkelijk om er aan de andere kant weer op te komen. De gletsjer zelf is een grote verzameling van heuvels rotspuin. Heel af en toe zie jer er een ijsflank tussendoor steken. Terwijl we kijken, horen we regelmatig ijs en sneeuwlawines van de AP I naar beneden komen. Volgens Som is er elk uur minstens 1 lawine. Russisch roulette als je daar gaat klimmen dus, als je het mij vraagt. De wolken hangen inmiddels al zo laag, dat we vandaag helaas de Tharpu en Singu Chuli niet meer zullen zien. We lopen een stukje terug waar Kailash een sigaret staat te roken. We blijven bij hem staan en kletsen over de plaats van ons Tharpu Chuli Basecamp en Highcamp. De overkant is grassig en als we naar het mooie plateautje van het basiskamp staan te wijzen, zien we er ook een groep mensen (stipjes rood) omhoog klauteren vanaf de gletsjer. Waarschijnlijk het Japanse AP-I klimteam? Vanuit het basiskamp lopen er een paar grassige couloirs naar boven, waar we dan de meest linkse van moeten hebben om bij Highcamp uit te komen. Geweldig, ons klimavontuur is nog maar op een steenworp (?) afstand. Het komt heerlijk dichtbij. We hebben alle drie goede hoop op de Tharpu. De Singu is echt erg afhankelijk van de sneeuwcondities en volgens Kailash zijn een aantal routes vanaf de NO-kant niet eens meer mogelijk vanwege landslides en gletsjerbreuken. We benaderen de Singu dus vanaf de pas tussen Tharpu en Singu, kijken of dat lukt. De zon is inmiddels weg en ABC wordt meteen een diepvries. We gaan bij de dragers in de dining hall zitten en drinken lekkere koffie. Ook de handjes worden lekker warm van het vasthouden van de stalen kop. Nima neemt met ons weer de lunch door, maar we stellen het uit tot 12:00 uur. Het is nu pas kwart voor 11 en het ontbijt zit ons nog hoog. Kailash komt naast me zitten en via de gezelligheid van de Nepalese muziek en het Tihar-feestje in Lukla met het Ama Dablam klimteam, komen we op de problemen tussen Nima Tashi Sherpa en Robert bij de afronding van de AD-expeditie. Kailash blijkt Nima Tashi Sherpa te kennen en heeft eigenlijk geen goed woord voor hem over. Zonder enige aanleiding had hij ooit ineens ruzie gemaakt met Kailash op de Mera Peak. Volgens Kailash staat hij ook bekend als een fervent drinker. Ik heb er verder geen oordeel over, maar in ieder geval een leuk weetje voor onze AD-klimmaten. Wel vind ik het leuk een keer rustig met Kailash te kletsen, want tot nu toe liep hij steeds vooruit met Nima om een lodge te regelen. Maar straks moeten we toch intensief met elkaar gaan klimmen. Hans praat ondertussen met een Spaanse jongen,die vooruit is gestuurd door een paar vrienden. Het is breed bekend dat ABC in de middag snel volloopt, dus een logische en slimme actie. Ik loop naar het toilet en zie dat de zon een blauw gat tussen de wolken heeft gevonden. Snel sprint ik met mijn natte loopshirt naar een plekje in de zon voor de lodge en waarschuw ook Hans. Tien minuutjes genieten we nog van de warmte en dan is het definitief over. Ik duikel mijn donsjas voor het eerst op deze trek op en we gaan binnenzitten. De vrienden van de Spanjaard arriveren en blijken een Belgisch stel te zijn. Als zij aan de Dal Bat gaan, komt ook onze lunch. Lekker warme noodlesoep, Hans heeft friet en ik een veggie spring roll. Lekker! De Spanjaard en Belgen maken een grote reis en kwamen elkaar al een keer eerder tegen in India. Nu weer, toeval dus, de wereld is klein. De Belgen zijn aardig en vertellen dat ze impulsief voor deze trek kozen en de rugzak vrij snel de rugzak hebben ingepakt. Ze zijn duidelijk niet voorbereid op de kou want warme kleding hebben ze niet bij zich en ook de slaapzak ontbreekt. Ze moeten het vannacht met dekens doen, maar die krijgen ze probleemloos van de lodge-eigenaar. Iedereen zit inmiddels binnen, want buiten sneeuwt het alweer. En flink ook. Wat zal dat betekenen voor de komende dagen? De kou binnen is inmiddels ook om te snijden en een aantal trekkers en Nepalezen duiken nu ook in de dining hall tussen de dekens. Het brengt iedereen wel behoorlijk tot elkaar. Ik klets met de Spanjaard (een Bask) over zijn wereldreis en Hans met de Belgen. Door de sneeuw heeft een groep Russen ook deze lodge gevonden en 1 van hen komt bij ons in de hoek zitten. Hij is vriendelijk, beheerst het engels goed en start vrijwel meteen een gesprek. Het wordt een internationale meeting met uitwisseling van ieders reiservaringen: Transsiberie express, India, raften, bungy-jumpen... Gezellig. De Rus, Daniel, wil ook suggesties voor een andere trek in Nepal. Hans koppelt hem aan Nima en ze wisselen na een half uurtje zelfs gegevens uit. Nima wordt zo langzamerhand wel een echte 'business-maker'. De heater gaat gelukkig weer aan en er ontstaat een warme, geamuseerde sfeer. Bart, de belg, legt een Chinees kaartspel uit en ondertussen wacht iedereen al zenuwachtig op het avondeten. Veel mensen hebben echt enorme trek (door het koude weer?) dus het wordt een running gag dat het eten er aan komt bij iedere beweging van het doek in de keukendeur. De Rus trapt er steeds in en moet zelfs kreunen als blijkt dat er weer niets komt. Som komt tussendoor naar ons toe en vertelt dat de draaglast voor morgen wat omlaag moet, gezien het routeverloop. Dat betekent dat er waarschijnlijk 1 touw en 20 kilo rijst hier blijven in ABC. Hans en ik stellen meteen voor dat we morgenochtend onze eigen spullen in de grote rugzak kunnen sjouwen, waarmee Tashi ruimte krijgt. Som knikt, maar zegt lachend dat we morgen wel zullen zien. Wij besluiten daarop om morgen gewoon onze eigen rugzakken te nemen en niets af te geven. Kijken wie er het laatst lacht... We realiseren ons heel goed dat we vanaf morgen in tenten verblijven en genieten nog van het warme tafereel in deze Annapurna Sanctuary Lodge. Er wordt gekaart, geschaakt, gelezen en zelfs geslapen in de hoek. Alles en iedereen door elkaar. Maar om 18:00 uur gaat alles plat, want het eten rolt dan echt uit de keuken en de Rus kreunt nu eindelijk van genot. Onze hongerige vrienden joelen het uit en vallen aan op hun Dal Bat. Wij lezen en schrijven nog even door, want we hebben ons eten om 18:30 besteld en zitten in de volgende lichting. Anders is de rest van de avond zo lang. We slurpen weer soep en eten rijst en noodles. Het plan om met het internationale gezelschap te blijven plakken in deze dining room, gaat niet lukken. Zoals gewoonlijk slapen er hier dragers vannacht op de banken en die zitten al een beetje slaperig af te wachten wanneer de laatste quiry (kweerie = blanke) hun eigen bed opzoeken. We besluiten beleefd op te stappen en wat een imposante verrassing wacht ons buiten. Dat er 10 centimeter sneeuw was gevallen, hadden we door het raam wel gezien. Maar inmiddels was de lucht helemaal opgeklaard en keken we naar een gitblauwe hemel versierd met flikkerende sterren en oplichtende witte bergtoppen. We besluiten een avondwandeling te maken en de Tharpu en Singu aan de overkant te ontdekken. Dat lukt! Vanuit een Puja-plaats op de Morenerug kijkt Hansabel haar ogen uit en geniet van de stilte die de bergen tegen ons praten. Afscheid is moeilijk, maar het is ook te koud om lang buiten te blijven. Dus we slenteren langzaam terug naar de lodge en duiken voorlopig voor het laatst een bed met poten in....

Labels:

6 november, 2006; Deurali/Machhapuchhre Basecamp (MBC)

Dit is een beschrijving van de vijfde dag van onze klimexpeditie in het Annapurna/Sanctuary gebied, zoals aangekondigd in onze samenvattende post op 20 november. De laatst beschreven dag komt steeds boven aan te staan. Als je het hele verhaal van begin tot eind wil lezen, moet je dus bij de post van 2 november beginnen.

Wat een wildwest vannacht...om half 5 vannacht was ik ineens klaarwakker en geen idee waarom. Of toch? Shit, er loopt een beest over de muts van mijn slaapzak, ik hoor het krassig ritselen. Mijn hart bonkt in mijn keel, ik weet het nu echt zeker en ik schiet omhoog. Maar dat had ik beter niet kunnen doen. Want ik torpedeer de muis (dat was het dus) mee en die ritselt nu aan de zijkant bijna mijn mummie-slaapzak in. Ik kan normaal gesproken best een muisje of andere kleine beesten in mijn omgeving hebben zonder geluid te maken, maar nu ontsnapt er midden in de nacht toch een grommig gilletje uit mijn keel. Hans zit ook meteen rechtop in bed. Het is pikkedonker en ik voel of hoor de muis nergens meer. Tja, die is zich ongetwijfeld ook rotgeschrokken. Ik leg Hans in staccato uit wat mij de afgelopen minuut is overkomen en hij grijpt meteen zijn petzl-hoofdlampje. We schijnen samen de hele (nou ja, het is klein een hokje) kamer rond en ik inspecteer mijn slaapzak nog maar eens een keer aan de binnenzijde. Geen muis te zien. Het geritsel dat ik al hoorde voordat we gingen slapen blijkt dus inderdaad afkomstig te zijn geweest van muizen. Maar die bevestiging had ik liever op een iets grotere afstand gekregen. De rest van de nacht verliep verder rustig, alhoewel ik de grond wel iets beter inspecteerde, elke keer als ik weer voor een sanitaire stop in het donker naar het toilet moest.

Om half 8 staan we weer eens op, we leveren de rugzakduffels weer af bij Tashi en duiken aan de grote tafel in de dining lodge. Tot onze verrassing is de heater onder tafel weer aangezet. De koffie en appelpannekoek laten we ons rustig smaken want de tocht vandaag is erg kort. We verwachten zo'n anderhalf uur nodig te hebben voor de dagtocht naar Machhapuchhre Basecamp. De Machhapuchhre, ook vaak de Fishtail Mountain genoemd, is een heilige berg en er mag dus niet op geklommen worden. Voordat deze berg verboden terrein werd, heeft niemand ooit de top kunnen halen. Maar om bergbeklimmers lekker te laten kwijlen of in de waan te laten, is er dus toch continu een 'Basecamp' (MBC) voor deze berg aanwezig.

We vertrekken en lopen vandaag weer lekker 'bistaari'. Tegen 9 uur verlaten we Deurali en na een stukje klim loopt het pad ineens in het midden van een brede, vrij vlakke kom met aan weerszijden hele steile en soms overhangende rotswanden van een paar honderd meters hoog. Som vertelt dat in het voorjaar juist dit stuk van de trek levensgevaarlijk is vanwege lawines. Hij wijst 1 stuk prachtige rots met waterval aan, waar dit jaar een enorme ijslawine over de rand kwam zetten van de gletsjer erboven. Je zal er maar net lopen, geen schijn van kans. We zetten de pas er nu dus toch maar in. Een stukje verderop lopen we over een oude morenerug omhoog en komen in een weide van stenen en gras waar lage bomen zonder bladeren zich op bijna gelijke afstand van elkaar hebben geworteld. Tashi hangt met een peukje onder 1 van deze bomen voor zijn rustpauze (of het sigaretje?). Wij stoppen ook voor een praatje en ik geniet van de compositie van deze lage krulboompjes die elkaar met de takken lijken vast te houden. Ik probeer me voor te stellen hoe het eruit zou zien met bladeren. Je zou het bijna vergeten, maar het is tenslotte herfst. We lopen verder omhoog over de rotsen en morene en zien al snel de besneeuwde toppen van de Ganggapurna, de achterkant van de Hiunchuli en de Annapurna II en natuurlijk ook de Machhapuchhre. De eerste lodge die in zicht komt, ligt boven ons. En dat blijft zo. Som kent een kortere route onderlangs naar de achterste van de vier lodges in MBC. Hij gaat ons voor naar de Fishtail-lodge waar Kailash, Nima en de mannen van de radio (beresterk die twee, die zijn er altijd al voor ons en dragen de zwaarste last!?) al lekker in de zon zitten op het terras. De andere dragers zijn we vlak voor MBC gepasseerd. Vanaf een grasveld (waar ook op gekampeerd kan worden) is er een 1-meter brede trap van stenen gestapeld naar het terras van de lodge waar Nima ons alweer als een kleine clown welkom staat te roepen. We trekken onze schoenen en sokken uit en zetten alles in de zon. We nemen thee en ik besluit gebruik te maken van het feit dat we er vroeg, half 11, zijn. Als het goed is schijnt de zon nog wel een uurtje, dus ik vraag warm water (tato pani) om mijn haren te wassen. Binnen een minuut staat er een emmer met gietkannetje voor me klaar op de gemetselde vloer van een 'washing room'. Snel mijn wasspullen (1 reizigershanddoekje en 1 klein flesje shampoo) en een schone onderbroek uit mijn rugzak gegrist en wassen maar! Eerst mijn kop ondersteboven in de emmer gestoken en daarna mezelf overgoten met het gietkannetje. Al snel merk ik hoe koud de betonnen vloer is. Mijn voeten veranderen in een mum van tijd in twee ijsklompen. Dat mag ik niet laten gebeuren...what to do? Dan maar lekker met mijn beide voeten in de emmer met warm water staan, heeeeeeerlijk!!! Na het wassen en drogen trek ik 1 voor 1 mijn kleren van de roestige spijker en voel mezelf langzaam warm worden als ik ze weer aan heb. Nu lekker buiten in de zon zitten en hopen dat mijn haardosje rustig opdroogt. Hans besluit het zelfde te doen en duikt met een nieuwe emmer water water het washokje in. Ik bestel alvast voor ons de lunch van vandaag: 2 noodlesoepjes, momo's en aardappelrosti met kaas. Deze keer krijg ik maar 5 momo's in plaats van 10 op mijn bord maar het zijn wel hele grote! Bij de laatste slok thee, vallen de eerste regendruppels van vandaag op de warme stenen. Na de lunch is doorgaans de tijd dat de zon plaats maakt voor wolken en regendruppels. Dit ritme is voor de lokale mensen een gegeven, wij wennen er langzaam aan. Het hele dal trekt dicht en bij de Annapurna II wordt het erg grijs. De jongen van de lodge kijkt omhoog en zegt dat het snel zal doorzetten. Hij sprint om de was binnen te halen en de kussentjes van de stoelen die nog warm zijn van ons achterste. Hij heeft gelijk. Een halve minuut later kijken we vanachter het raam van de dining room naar een mix van vallende hagel, regen en sneeuw. Met een heerlijk dampend bakje thee in de handen. Toch wel verrassend hoe snel de weersomslagen hier gaan.

We kijken vanuit het raam ook uit op het grasveld dat we eerder vandaag overstaken naar deze lodge. Het ligt nu in een wazige mist van de wolken maar we kunnen wel zien dat er vanaf het toegangspad uit het dal steeds meer dragers bovenkomen die zich op dit veldje verzamelen. Ze horen bij een grote groep Japanse trekkers die geen gebruik maken van lodges maar een tententrek doen. Er worden 14 tenten, een kooktent en een eettent opgezet. Ondertussen druppelen steeds Japanse, gepensioneerde mannen binnen die vanwege de neerslag tijdelijk naar de dichtsbijzijnde lodge worden verwezen voor een kop thee. Twintig Nepalezen toveren zichzelf om tot tentenbouwers, keukenpersoneel, waterdragers en ....gravers. Twee hakken namelijk een diep gat in de grond met een pickel waarvan wij ons het nut afvragen. Dit wordt duidelijk als er later een staand tentje met puntdak overheen wordt geplaats: de WC-tent. Het hele tentenkamp staat in 1 uur. En dat in deze natte, koude omstandigheden. Ik besluit buiten te laten voor wat het is en in mijn boekje te gaan schrijven. Als ik het opensla, vallen twee jonge Nepalese dragertjes verbaasd op de matrasbank voor mij neer....ze kunnen niet geloven dat ik zo klein en recht kan schrijven. We wisselen engelse woorden en lachsalvo's uit en nog vol verbazing trekken ze zich terug achter een schaakbord. Wij brengen de rest van de middag door met een grote pot hot lemon en kokoskoekjes. Om 16:00 uur gaat de heater onder de tafel ook in deze lodge aan, service van de eigenaar. De twee Koreaanse trekkers, hun twee dragertjes, hun gids en de jongens van de lodge steken gezamenlijk met ons de benen onder de tafel en dekens. Als we willen, kunnen we ook natte spullen aan touwtjes onder de tafel hangen. Mmm, slim. We gooien de handdoekjes en de 2 uitgespoelde onderbroeken onder tafel. Om kwart over 5 komt Nima onze bestelling voor het avondeten opnemen. Nu maar eens geen soep, maar een toetje. We nemen allebei een aardappelschotel en een apple roll. Langzaam druppelen ook Kailash, Som, Tashi en de andere dragers binnen en wordt het weer wat levendiger. Koreanen blijven toch erg op zichzelf gericht en deze spraken geen woord engels.

Ondertussen is het buiten gaan sneeuwen en het ziet er niet naar uit dat het snel gaat stoppen. Zo komt er op 3700 meter toch al behoorlijk wat te liggen. Hans is positiever en gokt op de opklaringen vannacht, die inderdaad gebruikelijk zijn. Nima die naast me zit, geeft aan dat er na 4 dagen regen, nu 's middags sneeuw is gevallen. Dat zou volgens hem kunnen duiden op een weersomslag.... duimen maar! Hij probeert zijn klanten natuurlijk een zonnig perspectief te schetsen. We raken daarna leuk aan de praat met Nima. Hij is voor ons moeilijk te verstaan, maar we leren steeds beter welke klanken hij gebruikt voor lettergrepen en woorden uit het engels. Graag zou hij een keer naar Europa komen. Amerika trekt hem helemaal niet, 'bad attitude' en hij haalt zijn neus op. Hij vertelt hoe lastig het is om als Nepalees een visum te krijgen. Het lukt alleen als je iemand bezoekt en weer terugkomt. Nima zou graag naar Europa komen voor taalles en wat werk. Zodat hij met een goede startpositie aan een gezin kan beginnen in Nepal. Tijdens ons gesprek krijgt iedereen tegelijk het eten. Supergezellig. We vertellen Nima dat we hier erg van genieten en we kletsen nog 2 uur met hem door over verschillende culturen en volken in Nepal, die via huwelijk steeds meer mixen. Ook praten we over de onenigheid aan het einde van de Ama Dablam expeditie tussen de oudere klimsirdar Nima Tashi Sherpa en Robert Steenmeijer. Hij wil graag zijn kant van het verhaal uitleggen, dat is duidelijk. En onze Nima heeft het inderdaad niet gemakkelijk gehad, toen hij ineens naar voren werd geschoven om de officiele zaken te regelen. Daarna lijkt het alsof er een spanning van hem afglijdt en praten we grenzenloos over de corruptie in het regime van Nepal, de grote invloed vanuit India en ideeën voor onze verdere trekking en dat we in december nog bij hem langs moeten komen in Kathmandu. Ik vraag hem voorzichtig of hij momo's kan koken en dat kan hij... Ik ben inmiddels best dol op deze deegballetjes die je naar eigen wens met van alles kunt vullen, maar heb nog nergens een kookboekje kunnen vinden in Nepal met een recept. Ik vertel hem ook nog van het snelle 'marketingplan' dat Bart, Erik, Hans en ik tijdens de trek naar de Kala Patthar hebben verzonnen om de momo's in Nederland op de markt te zetten. Hij vindt het geweldig en wordt vrolijk als hij alle leden van de Ama Dablam expeditie weer even afloopt (Dr. Lul, Kale Koppie, Himalayan Tiger, First Lady.....). Joepie, ik ben blij want ik ga leren momo's koken. Hans ziet de bui al hangen, niet elke week momo's in Den Haag alstublieft! We gaan maar eens slapen. Kijken of ze hier in MBC ook (sneeuw-)muizen hebben?

Labels:

dinsdag, november 21, 2006

5 november, 2006; Bamboo/Himalay/Deurali

De nachtkaarsjes zijn zoals het spreekwoord zegt vanzelf uitgegaan. Er liggen twee hoopjes kaarsvet op de stenen vensterbank van ons kamertje. We horen al gerammel van de afwas aan het buitenkraantje naast onze kamermuur. Ook de dragers zijn al een tijdje wakker en zachtjes aan het roezemoezen. Om half 8 precies springen we uit onze klamme slaapzakken. Alles in Bamboo is vochtig, want de regen die we gisteren hadden is typerend voor het plaatselijke klimaat. Het dal is hier zo smal dat het neigt naar een kloof. Het junglebos produceert veel vocht, dat stijgt hier heel snel op en condenseert vervolgens boven de bergkammen meteen. Dan zoekt het water uiteraard zijn weg naar beneden. Het regent vaak in Bamboo. Daarom is het er zo mooi groen en begroeid. En zo komt mijn aardrijkskundeles van de middelbare school goed van pas. Om 8:00 uur schuiven we achter een heerlijke appelpannekoek (die blijft met stip op 1 voorlopig) met koffie. We raken aan de praat met het franse stel, zij blijkt echter oorspronkelijk uit Australie te komen. Ze zijn in ABC geweest en bevestigen de sneeuwval. Ze hebben genoten, vooral de –volgens hen zichtbaar bewegende – en afbrokkelende gletsjer tussen de Annapurna's I en II hadden indruk gemaakt. We komen ook aan de praat over onze plannen en ze zijn oprecht geinteresseerd. Voordat we vertrekken, geven we ons website-adres door en beloven we dat er ook een engelse samenvatting op hansabel.nl komt te staan. Al onze dragers zijn alweer een tijdje aan het lopen en om kwart voor 9 nemen we afscheid van het uitdruipende Bamboo. De dragers die passeren lopen nu overigens op halfhoge, rubberen laarsjes. We lopen het dorpje uit en gaan proberen 'bistaari, bistaari' te gaan. Het junglebos is nog prachtiger dan voor Bamboo. Mooie, smalle rotspaadjes door hoge groene en bemoste bomen. Steeds vaker kruisen we ruisende waterstromen die vanaf hoge rotswanden links van ons naar beneden komen. Echte watervallen, soms storten ze wel 300 meter door de lucht voordat ze de rotsen weer raken. We genieten allebei stil van de natuur en haar geuren. En Som loopt tevreden, af en toe neuriënd, achter ons aan. Eigenlijk bevalt het 'broekzaktempo' best. Na 1 uur en 3 kwartier zien we ons kleinste, jongste dragertje aan de kant van het pad in de zon zitten, uit te rusten. De zon is net volledig doorgebroken in de vallei. Hopelijk drogen onze sokken en onderbroeken die we aan onze rugzakjes hebben gehangen vanochtend. We groeten hem, hij lacht vrolijk terug en babbelt wat met Som. Tien minuutjes lopen verder zien we Nima, Tashi en nog twee van onze dragers uitrusten bij een stenen rustbank. Die staan op verschillende plekken langs het pad zodat de dragers mooi hun mand of draaglast erop kunnen laten vallen. De plek is recht tegenover een ingestort klein tempeltje: Shee Pozenhem Baraha Temple. Som vertelt dat de tempel door een landslide is verwoest, maar er worden nog steeds offers gebracht. Er liggen inderdaad bloemen, afgebrande wierookstokjes en gekleurde linten. Vanuit deze tempel telden de budhistische monniken de watervallen aan de andere kant van de vallei: 108, en dat is 'toevallig' ook een belangrijk heilig getal. We hebben het maar niet gecheckt, maar het web van witte aders over de rotsen zag er mooi uit. Som maakt weer aanstalten en wij lopen achter hem aan. Het pad gaat op en neer en voordat we het weten staan we in het dorpje Himalaya. Heerlijk in de zon en hier nemen we uiteraard onze dagelijkse ochtendthee. We raken aan de praat met een Nepalese gids, hij vertelt Hans dat hij een zieke klant heeft met 'maag/darmproblemen' en nu moet wachten. Hans vermoedt reizigersdiarree en heeft meteen medelijden gezien zijn heftige diarree-aanval een dag voor vertrek naar Pokhara. Hij heeft nog imodium in zijn rugzak zitten en vraagt de gids of deze behoefte heeft aan medicijnen. Samen lopen ze naar de zieke klant, het blijkt een russische dame die deel uitmaakt van een grotere groep. Niemand spreekt engels, maar duidelijk wordt dat het vooral gaat om overgeven. Tja, we zijn geen medici. Dus we wensen de russen, en deze dame in het bijzonder, sterkte en vertrekken weer. Het gebaar werd door de gids van de Russen en onze eigen gids Som in ieder geval erg gewaardeerd. Na een heerlijke rustpauze op blote voeten in de zon, vertrekken we om half 12 verder naar Deurali. De wandeling blijft prachtig en na een half uurtje stuiten we op Nima en Tashi. Die lopen gezellig met elkaar te kletsen en af en toe een sigaretje te roken. Leuk om te zien dat Nima het met de rest van de staf ook goed kan vinden, want hij was de enige die vanuit Nepal Sanctuary Treks aan de 'club van Som' is toegevoegd. Ze volgen ons een tijdje tot aan de Hinku Cave. Een grot waar vroeger een lodge in zat, maar die is ingestort. We zien er niets meer van, maar de grot (en vooral de overhang) is geweldig. Vanaf dit punt zien we ook Deurali liggen, nog een half uurtje op en neer, eerst naar de rivierbedding en dan weer omhoog. Som kiest de Dreamhouse Lodge uit, we nemen weer kamertje 5 want die is ook hier weer meteen naast het toilet (ik blijf een grote plasgeitebreier). Nu de zon nog schijnt, stallen we onze natte spullen en klamme slaapzak uit. Kailash en de mannen van de radio zijn al lekker op het terras neergestreken. We bestellen een wat uitgebreidere lunch, want we hebben trek. Het is per slot van rekening veel later dan onze lunches van de afgelopen dagen. Het wordt soep met noodles, ik ga weer voor momo's en Hans de aardappelrosti met kaas. Voordat het eten komt, stort Hans zich weer enthousiast op het uitspoelen van onze t-shirts. Ze zijn gekocht in Thamel en geven dus behoorlijk wat kleurstoffen af. Ik begin alvast weer met het schrijven in dit boekje. Na de lunch gloeien we nog wat na in de zon op het terras en gaan we 1 voor 1 in het 'washok' badderen met een emmer koud water. Prettig is anders maar schoon is toch ook wel fijn. Even later vallen er wat regendruppels op de terrastegels en we hangen onze was onder het afdak dat de ingang naar de kamertjes droog houdt. Fris en geurig lopen we de dining room in. Onze eigen Nepalese staf is op uitnodiging van de gastvrouw naar een ruimte bij de keuken gehaald, volgens ons om een alcoholische versnapering te nuttigen. In de dining room treffen we slechts 1 drager aan van een ander stel klanten dat ligt te slapen. De drager begint vrij snel en in goed engels een gesprek met ons. Raju is een zelfstandige gids, heeft alle diploma's en bijscholingen gehad maar wil niet voor grote trekkingorganisaties werken. Zij verdienen vooral aan hem en hij heeft het geld hard nodig voor zichzelf en zijn familie. Er komt vervolgens een half uur een persoonlijk PR-praatje maar ik vind het geloof ik niet erg. Zijn situatie is begrijpelijk en hij vraagt of hij zijn gegevens aan ons mag geven, want Hans laat doorschemeren dat we later in november misschien de Jomsom-trek nog willen doen. Hij blijft ons enthousiast met verhalen bestoken om ons te overtuigen van zijn kwaliteiten. Een Nederlands stel heeft hem in een reisboek genoemd (en geroemd), want hij had hen meegenomen op een onvergetelijke 'motortocht'. Eigenlijk is het best een gezellig gesprek. Of we nu wel of niet nog gaan trekken eind november, hij nodigt ons van harte uit om in ieder geval bij terugkomst in Pokhara met hem af te spreken zodat hij dit boek aan ons kan laten zien. Vriendelijke kerel, je gunt iedereen werk. Maar het allerliefst zouden we gewoon samen trekken, zonder verplicht te zijn een gids/drager mee te nemen (nieuwe wettelijke regel sinds 26 oktober van dit jaar nota bene..!). Langzaam druppelen er steeds meer trekkers de lodge binnen, Russen, Britten, Australiers. Er zijn er ook die verder moeten omdat er geen plaats meer is. We nemen thee en 'bonbon' koekjes met chocolade ertussen, perfect. De rest van de middag verloopt rustig, in het hoekje van de lodge met mijn reisverslag en Hans met zijn boek 'The Annapurna South Face' van Chris Bonnington. Hij geniet er erg van, want het gaat precies over de trek en omgeving waar wij ons nu in bevinden. Som en de dragers komen ook weer terug uit de keuken, want daar maakt men zich op voor de storm om al het gewenste avondeten voor de trekkers op tijd klaar te krijgen. Wij bestellen soep, noodles en rijst en we besluiten de kaarten maar weer eens te schudden voor een potje boerenbridge. Nima en Tashi schuiven aan en gaan ook een potje Nepalees kaarten. Tashi en Hans hebben met elkaar gemeen dat ze allebei steeds winnen. Okee, het is mijn dag weer niet. Gelukkig komt het eten op tijd en kunnen we weer genieten van Nepalese lodge- kookkunsten. Het smaakt weer best. Tijdens het eten schuiven ook onze andere dragers aan. In de dining room is namelijk weer een heater onder de grote tafel geschoven en in alle andere vertrekken is het waterkoud. Een aantal trekkers (Russen, Australiers) sneakt eerder weg. Er hangt namelijk een bordje aan de muur waarop per persoon een bijdrage wordt gevraagd van 50 Rupies voor de heater en zij willen niet meebetalen. Flauw, voor ons westerlingen is zo'n 50 eurocent helemaal niets. Maar goed, nu is er wel ruimte aan tafel voor onze dragers om te zitten en aan de Dal Bat te gaan. De dochter van de lodge-eigenaar vindt het jammer, want zij was net een potje kaart met Nima en Tashi gestart. Nu moet ze naar de keuken om te helpen bij het uitdelen van de Dal Bat. Na het eten is het net als gisteren heerlijk gezellig met al die Nepalese drukte om ons heen. Ik wordt hier veel vrolijker van dan om de tafel te zitten met een stapel klagende trekkers zoals vanavond. Het gezeur over de kou, harde bedden, lage plafonds en het niet willen betalen....blijf dan thuis (is het daar beter?). Hans en ik gaan proberen het kaartspel van onze staf te begrijpen. Misschien mogen we wel meedoen, alhoewel, volgens mij spelen ze om keiharde rupies!? En anders gaan we lezen en naar bed, naar bed...

Labels:

4 november, 2006; Chomrong/Sinuwa/Bamboo

Dit is een beschrijving van de derde dag van onze klimexpeditie in het Annapurna/Sanctuary gebied, zoals aangekondigd in onze samenvattende post op 20 november. De laatst beschreven dag komt steeds boven aan te staan. Als je het hele verhaal van begin tot eind wil lezen, moet je dus bij de post van 2 november beginnen.

De wereld leeft als de zon schijnt! We worden wakker van het gestommel in de lodge, een aantal groepen vertrekt al om 7:00 uur. Gelukkig bleef het de rest van de nacht rustig aan deze kant van de verdieping, maar ik kon een doorgewinterde snurker aan de andere kant van de lodge de spaanplaat tussen hem en zijn buren horen doorzagen. Allee, we zijn nu dus wakker en als we de gloeiende bergtoppen en strakblauwe lucht zien, staan we enthousiast naast onze houten bedjes. Vrolijk pakken we alles in en Hans brengt de rugzakduffels naar beneden. Even later zitten we er samen naast in de stralende zon voor het ontbijt: cornbread met jam, een omeletje en een potje koffie. Hans krijgt de schrik van zijn leven als het 'milk coffee' blijkt te zijn en roept meteen: 'dat drink ik nooit!' We leggen Som uit dat Hans toch echt liever zuivere koffie heeft en hij regelt het meteen. Tijdens dit tafereel vertrekken onze dragers al 1 voor 1 en zakken de grote geplaveide trappen in Chomrong af richting de rivier. Om 8:00 uur staan ook wij klaar voor vertrek en in de nu al warme zon stappen ook wij de glimmende rotsplaten af naar beneden. Bij een teahouse onder in Chomrong staan alle dragers bij elkaar met een kopje thee uit te rusten. We groeten en lopen met Som en Tashi door. Het blijft toch tegenstrijdig voelen om anderen de hele troep te laten sjouwen en er zelf met een dagrugzakje als westerse trut langs te wandelen. En er dan ook nog een 'good morning' tegenaan te gooien. Maar goed, zo werkt het hier nu eenmaal. Zij hebben werk en inkomen en voelen zich trotser naarmate de vracht die ze dragen groter is. Dat is althans wat ze ons dan weer vertellen om het tegenstrijdige gevoel weg te praten.... Wij maken ons vanaf de rivier weer op voor een steile klim. Hansabel's tempo ligt vandaag duidelijk weer sneller dan van alle andere trekkers die we tegenkomen, diverse groepen worden genadeloos door ons ingehaald en we voelen ons fit. Onderweg maken we foto's en praten we met Som (die is dus ook fit...) over de steeds veranderende uitzichten. Het dal wordt steeds smaller en er loopt alleen aan deze kant nog een pad. Als we het dal uitkijken, zien we achter elkaar geplakte, mistig groene heuvels die qua kleur naar de horizon vervagen. Daarachter moet Pokhara dus ergens liggen. Als we het dal inkijken, zien we nu ook de Ganggapurna schuin naast de Machhapuchhre liggen. Ook weer een mooie berg, zucht. Na anderhalf uur lopen komen we aan in Sinuwa en nemen we een teabreak bij de Top Hill Lodge. Voorzichtig stappen we een nog gammel hangend terras op. Door de houten planken onder mijn voeten heen, zie ik de moestuin van de eigenaar en de rottende palen waar dit terras op rust... Niet nadenken en genieten van het mooie weer en uitzicht [en als we wel naar beneden storten, vallen er ook eens een keer Nederlanders buiten het eigen land met balkon en al naar beneden...]. Met de verrekijker, is de Ganggapurna nog veel mooier, zucht zucht. Ik zie de zuidkant, maar nergens kan ik een spoortje ontdekken. Geen flauw idee of er nota bene wel op geklommen wordt, maar noem het een vleugje 'klimmersnieuwsgierigheid'. Het dochtertje van de eigenaar komt na een verlegen fase nu aandacht vragen. Ze heeft een mooi gevouwen, opgeblazen doosje van papier. Ze laat Hans zien dat je dat over de tafel naar elkaar kunt blazen. Aangezien ik aan de andere kant van de tafel zit, blaas ik het sportief terug. Nu is het hek natuurlijk van de dam. De jongedame blaast met alle kracht uit haar longetjes het doosje weer mijn kant op en kraait het uit van pret. Maar ze blaast wel erg hard. Te hard. Het doosje vliegt langs me heen, valt op de planken, rolt verder en bereikt...jawel...een grote kier. Het duikelt zonder pardoes naar beneden, de moestuin van papa in. Ik roep 'oops' en het meisje ligt meteen op haar knieen bij de kier in de terrasvloer. Ze steekt haar armpje erdoor, heeft de illusie dat ze er misschien bij kan. Als ze ziet dat dat niet lukt, begint ze aan mijn arm te trekken. Tja, die is wel langer maar ook groter. Als ze ziet dat mijn hand er niet eens doorpast, is haar aandacht in 1 klap weg. Een doorsnee Nederlands kind zou gaan huilen of drammen, maar dit meisje lacht en gaat vervolgens op een roestige staalkabel die het terras bij elkaar houdt, staan schommelen. Ze kiert het weer uit en schreeuwt naar de omhoog hijgende trekkers op het pad. Die lachen ook elke keer als ze met haar roze mutsje boven de leuning van het terras uitkomt. Al met al dus een geweldig terras. Na een uurtje vertrekken we weer. De meeste dragers zijn in dit uur ook gearriveerd en genieten nog van hun tweede kopje thee vandaag. Wij richten onze pijlen nu op Bamboo, waarvan we hier de blauwe dakjes op de huizen al kunnen zien. Het bos waar we doorheen lopen wordt steeds mooier, steeds vaker schieten bamboestokken tussen de bomen en struiken uit. We lopen nu ook weer naar beneden en komen steeds dichter bij de Modi Khola. Het geruis van het water klinkt steeds harder en dat geeft een bijzondere sfeer aan deze omgeving. Er komen nu echter ook waterspatten van boven naar beneden. Eigenlijk wel lekker, want in de zon is het nog steeds bloedheet en we zweten er behoorlijk op los. We halen nog 2 groepjes in en dartelen de laatste steile afdeling voor Bamboo achter elkaar naar beneden. We zijn zo blij dat we ons nog steeds fit voelen, in een flits kan het hier anders zijn: verkeerd eten, de hoogte (Hans weet daar sinds de laatste dag in Kathmandu alles van....). Som bevestigt het niet veel later. Normaal duurt het twee uur van Sinuwa tot Bamboo en lachend zegt Som dat we er 1 uurtje over hebben gedaan. We kijken voor ons en staan inderdaad in Bamboo. Som is wel een beetje trots om snelle klanten te hebben, onderweg horen we hem ook aan alle dragers en collega-gidsen uitleggen dat we op de Ama Dablam zijn geweest en nu hier gaan klimmen met hem. Som neemt ons direct mee naar het Bamboo Guesthouse. Hij was hier in het voorjaar ook en erg te spreken over de keuken. We gaan op het terras zitten en mogen meteen onze lunch uitkiezen. Half 12, een uurtje later dan gisteren dus het wordt een middelmaatje lunch vandaag. Ik bestel sinds tijden weer eens momo's en ze zijn inderdaad super. Hans gaat voor de aardappelrosti met kaas en en appelpannekoek. Die laatste is een voltreffer, Som had gelijk over de keuken. Nu is het wachten op de dragers en dan wordt besproken of we vandaag nog doorlopen naar Dobhan of hier blijven. Dat laatste is volgens plan. Maar gezien de tijd is de eerste optie aantrekkelijker, want dan wordt de lange route de dag erna een stuk korter. Ook voor de dragers. Inmiddels is het echter ook pijpenstelen gaan regenen in Bamboo. Dat moet vertraging bij de dragers opleveren. Om kwart voor 1 komt Kailash aanlopen en even later 2 dragers waarvan ik vermoed dat ze broertjes zijn en dat klopt. Een van hen is die drager met de radio, dus vanaf nu noemen we deze twee broeders: 'de mannen van de radio'. Ook Nima volgt kort daarna. 'Wassi wassi' roep ik, hij lacht de druppels van zijn gezicht en schudt zijn rugzak droog. Die is groter en zwaarder dan gisteren. Vanmorgen was ons ook al opgevallen dat de gewichten over de dragers anders verdeeld werden. Ook de bepakking van onze eigen Tashi werd uitgebreid met wat slaapmatjes. Het deert hem niet, volgens mij is hij vooral echt trots. Al snel horen we van Som dat we in Bamboo blijven. Er komen veel groepen van Annapurna Basecamp (ABC) naar beneden en er zijn grote groepen al op weg naar Dobhan. Die komen daar samen en er kwamen dragers naar beneden met berichten dat de lodges al vol zaten. We blijven hier en blijven dus ook gewoon op schema. En de zware regen versterkt deze keuze alleen maar. Nu zitten en blijven we lekker droog in Bamboo. We raken aan de praat met een Fransman die slim aan de maoisten is ontsnapt via een zijroute het dal in. Hij neemt de gok om met zijn gids door te lopen naar Dobhan, ze zijn tenslotte maar met twee personen. Door de regen koelt het snel af en de lucht is erg vochtig. Ik kies lodgekamertje 5 uit (want die is vlak naast het toilethokje in de tuin), zet onze spullen binnen en trek droge kleren en sokken aan. We blijven buiten onder een gespannen zeiltje lezen, schrijven en rondkijken. Het klaart weer wat op en de zon breekt voorzichtig weer door de wolken heen. We bestellen hot lemon en kokoskoekjes en zitten nog heel even buiten. Twee natte Californiers kiezen Bamboo om even uit te rusten van de regen en beginnen een gesprekje met ons. Zij komen terug van ABC en vertellen dat er de afgelopen dagen wel wat nieuwe sneeuw boven is gevallen. In ieder geval hadden zij in ABC door 10 centimeter sneeuw gelopen. Tja, of we dat nu goed of slecht nieuws vinden weten we pas als we zelf aan de klimdagen beginnen. We laten het nu maar even voor wat het is. Hans spoelt zijn t-shirt en sokken uit en hangt ze naast de laatste kristallen regendruppels aan de waslijn. De drogerij duurt echter niet lang, want na een half uurtje komen donkergrijze wolken van links en rechts de bergkammen over. Wonderbaarlijk, maar het eind van het dal is strakblauw. We zijn net op tijd met de was binnenhalen en nu komt de regen echt met bakken uit de lucht. Overal ontstaan watervalletjes; langs het dak, de trapjes en het zeil boven het terras via de dragende bamboestokken. Nu dus definitief naar binnen waar we met boek, kaarten en de dragers neerploffen aan weer zo'n grote tafel. Een prachtige wit/bruine streepjespoes met blauwe ogen blijkt hier ook te wonen. Iedereen maakt geluidjes om de poes te lokken als ze op tafel springt. Maar het eigenwijze beest reageert enkel met een onverwacht bassige, schorre miauw. Breed gelach, poes weg naar de warme keuken. En wij blijven achter in de kou. Wel zitten we deze keer voor het eerst samen met de Nepalese staf in 1 ruimte. Ook een frans stel landt eind van de middag in onze lodge en vraagt meteen of er een 'heater' aankan. De eigenaresse biedt het gratis aan. Er komt een gaslamp boven de tafel en tot onze stomme verbazing een eenpits-kooktoestel op kerosine onder de tafel. Poe, dat geeft meteen een boel warmte en nu begrijp ik pas waarom er dekens aan de zijkant van de tafel zijn vastgeniet. Die houden de warmte onder de tafel vast en dat maakt het een stuk aangenamer voor voeten om daar te verblijven. Het gaat wel enorm stinken, maar dat nemen we maar voor lief. Nima komt ons weer bevragen met de menukaart over wat we willen eten vanavond en hoe laat. We bestellen een soepje, ik een mixed fried rice en Hans een verrassende macaroni met tomatensaus, kaas en tonijn. Het smaakt allemaal weer prima en we sluiten af met koffie en 1 stuk appeltaart. Normaal op verjaardagen mag je altijd kiezen uit twee of drie soorten taart en dan laat ik de appeltaart altijd links liggen. Maar na dit stukje..... Het leuke komt daarna, want onze dragers en staf mogen aan de Dal Bat en wij zijn er bij. Geweldig om te ze met hun grijpgrage handen de gewenste mix te zien maken van de rijst, linzensoep, curry en aardappeltjes voordat het de mond in gaat. Sommigen nemen voor wat extra smaak een rood pepertje tussendoor. Vlammen maar. De keuken komt nog een paar keer bijscheppen en jemig wat past er veel eten in die kleine lijfjes! Maar goed, ze hebben de energie tijdens hun werk hard nodig. Daarna wordt er in de inmiddels behoorlijk warme dining room door de staf gekaart en de dragers kijken geamuseerd toe. Wij overleggen met Som over het programma van morgen. Om 8:00 uur ontbijt en dan héél rustig naar Deurali. Eigenlijk zouden we naar Machhapuchhre Basecamp (MBC), maar Som wil de etappe uitsmeren over twee dagen. De dag na morgen zou anders een volledige rustdag zijn en Som heeft gezien dat wij dat niet nodig hebben. Iedereen dus blij. Ik doe nog een Nepalees taalklasje met Tashi met een handboekje dat we van Marjan, de zus van Hans, hebben geleend. Erg leuk, want ik kon leren van Engels naar Nepalees en Tashi kon zijn Engelse taalkennis ook meteen weer bijspijkeren. Ik leg hem ook uit dat zijn naam in het nederlands uitgesproken (tassie) een 'heel klein tasje' betekent. Niets in vergelijking met zijn vrachtlading overdag. Hij vindt het erg amusant. En nu moet ik onthouden: ma bistaarai jangcchu....ik ga langzaam. Dat is tenminste de opdracht van Som aan Hansabel voor morgen.

Labels:

Tharpu, the Summit, the Trekking and the tiny toe...

Especially for our non-Dutch friends a short story in English...

On the 19th of November, one day earlier than expected, we have come back from our trekking/climb in the Annapurna Sanctuary Area. We have had 19 days of enjoying nature and an ever changing surrounding; from a jungle with monkeys into icy mountains with lots of snow. It was a special experience to be 'on the road' with our own staff of nine Nepali, all kind and strong men. We have good news regarding our climb: We reached the summit of Tharpu Chuli! It was a hard and icecold climb through lots and lots of loose snow. At five o'clock in the morning we left together with our guides Som and Kailash and at about twelve thirty we reached the summit. Unfortunately there was not much to see, because every afternoon clouds come into the Sanctuary and hide the view. The climb was much harder than we judged beforehand (this should have been the easy one of the two mountains). This was mainly caused by the great amount of snow. Making a trail became more like swimming and belaying steep portions became almost impossible. But this also made the route a beautiful journey and a learning experience, it was nice to climb with our Nepali friends Som and Kailash. However, this experience had also a negative side-effect. Isabel suffered from frostbite on a few toes on her right foot, which became obvious one day after the climb. One toe looked severely frostbitten. Fortunately the doctor in Pokhara told us that everything will be ok.

Because of the cold, lots of snow and the freezing toes of Isabel, we decided together with Som to cancel the climb of Singu Chuli. He (Som) was relieved, because the circumstances were much too risky. Other expeditions in the neighbourhood (a Japanese Annapurna-I expedition and a French team that wanted to summit Tharpu Chuli) went back without reaching the summit.

On our way back we did "bistari, bistari" (slowly in Nepali). Because Isabel could not go that fast, but also to enjoy; nature, hot springs and eating and drinking.

Now we stay for a few days in Pokhara, waiting for the recovery of THE TOE. Saturday, we probably will go the the Chitwan National Park, to see some jungle and jungle animals like rhino's and maybe panters. Thereafter, we'll see...

Labels:

Even een tussendoortje...

Terwijl Isabel hiernaast vlijtig aan het typen is om weer een aflevering van onze 'mini-expeditie' op onze site te zetten, ben ik aan het proberen foto's erop te krijgen. We hebben nu eindelijk een internet-café gevonden met een snelle verbinding en de eerste foto is gelukt! Het hoogste punt dat Isabel (en de andere expeditieleden) bereikt hebben tijdens de expeditie (kamp 2 op bijna 6000 meter). Morgen of overmorgen zullen er meer volgen, zodat deze site weer een wat minder droog aanzien krijgt. O ja, over de komende dagen; Isabel gaat een cursus meditatie/Hatha-yoga doen, gegeven door Naveen Giri. Een driedaagse eenpersoonscursus van 7.00-9.00 op het dak van ons hotel met uitzicht op de bergen, wat wil je nog meer! Als Isabel net zo goed wordt als onze Naveen, heeft ze volgens mij nooit meer spierpijn... Met Isabel haar voet gaat het elke dag een stukje beter.Nog steeds bistari, bistari, maar vanochtend zijn we van het 'immigration office' (we zijn nu precies 60 dagen in Nepal, dus we moesten ons visum verlengen), naar het oude gedeelte van Pokhara gelopen, een dik uur lopen. Dat ging goed. Komende zaterdag gaan we richting jungle, om daar op olifanten te zitten en andere beesten te bekijken. Wat we daarna gaan doen weten we eigenlijk nog niet. Of terug naar Kathmandu, of, als het heel goed gaat met de voet van Isabel, misschien toch nog terug naar Pokhara voor een trek... We'll keep you posted. Ondertussen snappen we totaal niet meer wat er met de Nederlandse politiek is gebeurd. Het CDA de grootste partij, de SP op 27 zetels, ben benieuwd hoe dat morgen allemaal afloopt...

maandag, november 20, 2006

3 november, 2006; Ghandruk/Chomrong

Dit is een beschrijving van de tweede dag van onze klimexpeditie in het Annapurna/Sanctuary gebied, zoals aangekondigd in onze samenvattende post op 20 november. De laatst beschreven dag komt steeds boven aan te staan. Als je het hele verhaal van begin tot eind wil lezen, moet je dus bij de post van 2 november beginnen.

Om iets voor 7:00 uur gaan onze alarmen af. We hebben allebei best lekker geslapen, ons hokje was alleen wel warm. Ik duw mijn slaapzak opzij, want ik moet uiteraard weer nodig. Na de sanitaire stop, volgt het bekende inpakken van de rugzakken. Op het terras genieten we even van het uitzicht, het is bewolkt maar de Annapurna III en Machhapuchhre laten zich nu goed zien. Dan duiken we om Reisverslag mini-expeditie7:30 uur de dining room in voor het ontbijt. Zoveel muesli met zo weing yoghurt kost mij behoorlijk wat tijd om mijn ontbijtje achter de kiezen te krijgen. Gelukkig hebben we er nog een roerei en een ‘cornbread’ jam bij. Iets over 8:00 uur bedanken we de lodge-eigenaar en lopen we achter Tashi aan. Die is al iets eerder vertrokken om een voorsprong te nemen. Via een doolhof aan straatjes lopen we Ghandruk uit en beginnen de afdaling naar de rivier. Na nog geen 10 minuten lopen ligt er ineens een behoorlijk bloedspoor op de trap, vers en met flinke plassen. Hier is duidelijk iets macabers gebeurd. Een Nepalese vrouw met twee kleine kinderen komen vanuit het dorp speciaal polshoogte nemen, want zij hebben het al gehoord: er is een muilezel door vandalen mishandeld met een mes. De reden is onduidelijk, onbegrip erg groot. Ook bij Som. Hij vertelt ons de waarde van zo’n mooi beest: 60.000 Rupies (= ongeveer 660 euro). Treurig zegt hij erachteraan dat de bezittende familie nu failliet is, want zo’n bedrag is meer dan een jaarinkomen. Ondertussen volgen we nog steeds een slepend bloedspoor over het pad en na 50 meter ligt het kadaver links van ons. Wat een lijdensweg voor niets. Geschokt lopen we door, het pad leidt ons vandaag meer het bos in. Een jungle-achtig bos als je het vergelijkt met het Nederlandse groen. We lopen eerst 200 meter omhoog naar Komrong. Daar ontmoeten we Tashi die zijn eerste rust heeft genomen en wij krijgen een kop met de allerzoetste thee die we tot nu toe in Nepal geserveerd kregen. Taco zou in z’n nopjes zijn met so’n mierzoet bakje... Ik ren een uitzichtsheuveltje op, maar verder dan de heuvels waarover de trekking loopt, zie ik niets. De bewolking zet stevig door en het wordt zelfs grijs richting het noorden. Als ik terugkom vergapen 2 Nepalezen uit Komrong zich aan onze kaart van het Annapurna-gebied, want nu kunnen ze eindelijk zien waar ze wonen. Grappig, ze moeten er zelf ook echt om lachen. Na een half uurtje beginnen we aan een afdaling van 300 meter. Het ‘geplaveide’ pad ligt definitief achter ons en gaat over in een rotsig, zanderig pad naar beneden. Tashi gaat voorop en naar beneden kan hij het tempo goed vasthouden. Beneden ligt Kimrung met 1 lodge bij de rivier. Daar staan we een halfuurtje later en Som draalt, praat wat met Tashi en stelt ons dan een ‘light lunch’ voor. Het is 10:30 uur.... Wij zijn wat verbaasd, maar begrijpen snel dat Tashi behoefte heeft aan een stevige Dal Bat want er wacht ons na Kimrung een steile klim van 400 meter omhoog. Wij besluiten geen roet in zijn Dal Bat te gooien en bestellen een pannekoekje met jam. En die zijn echt heerlijk. We genieten van de omgeving van de lodge. Achter ons een heuvel in de mistige zon waarop Nepalezen het graan maaien met hand en mes. De vrouwen in dit gezelschap lachen en praten hardop. Tussen hen en ons in stroomt een ruige rivier waarlangs een kudde muilezels naar beneden wordt gedreven. De lodge zelf is omringd met oranje bloemen en her en der liggen peulvruchten en mais te drogen. Het blijkt een zoete inval voor lokale bekenden. Na een uurtje vertrekken we weer. De klim is inderdaad erg steil en kent erg grote ‘treden’ op sommige plekken. Steeds kijk ik achterom, maar Tashi lijkt geen enkele moeite te hebben. Som is nu voorop gaan lopen en houdt een langzamer tempo aan. Toch staan we binnen een half uur boven de ‘landslide’, de reden waarom het pad zo steil is. De aardverschuiving is indrukwekkend groot. Landslides zijn in de monsoon in Nepal aan de orde van de dag. Door hevige regenval en warmte zakken delen van heuvels zomaar richting rivierbedding. Ze zijn er hier aan gewend. Als Tashi weer is uitgerust, lopen we verder. Weer erg steil maar daarna komen we uit op een mooi vlak stuk door het bos. We klimmen weer een trap-pad op en dan komen de paden van Langdrung (rechterkant dal) en Ghandruk (linkerkant dal) samen. Bij het teahouse op de ‘kruising’ herkennen we een deel van onze bagage en dragers. We blijken de eerste huizen van Chomrong al bereikt te hebben. Dat ging toch sneller dan we vantevoren hadden gedacht. Een mooi dorp met grote lodges. Som vraag her en der in kraampjes na waar Nima, Kailash en de rest van de dragers zijn neergestreken, terwijl we verder in het dorp afdalen via een nog grotere trap (wie heeft die stenen allemaal lopen sjouwen...!). Dan horen we Nima roepen. Hij staat met Kailash op het terras van het Lucky Guesthouse. We lopen naar hem toe, groeten elkaar weer en onze tassen worden meteen door hem en Kailash boven het hoofd naar lucky room nr. 7 op de eerste etage gebracht. Via een wankel houten trapje. We trekken droge kleren aan en gaan lekker buiten op het terras zitten. Nima regelt thee met koekjes en we kletsen wat na over de dag. Een voor een druppelen ook de andere dragers binnen. Er is er eentje met een walkman/radio inclusief oordopjes en versterkertje. Die heeft het helemaal gemaakt bij de groep, zelfs Shakira rolt uit zijn apparaatje. We brengen de rest van de middag op dit terras met een pot thee door. Langzaam trekken de wolken weg en we zien steeds meer van de bergen. Kailash komt nog even een praatje maken en blijkt het engels goed te beheersen. En het blijkt ook een ervaren klimmer. Hij heeft de Ama Dablam twee keer bedwongen, maar ook de Baruntse en de Tharpu Chuli heeft hij op zijn naam staan. Samen met zijn oom. We kletsen met hem over zijn route en over maoisten. Leuke kerel, geeft vertrouwen. Om vijf uur kunnen we volop genieten van de Annapurna II en de daaraan vastgeketende Hiunchuli in het avondrood van de zon. Ook de Machhapuchhre laat zich ook weer even beschijnen. We merken wel dat het nu snel afkoelt. We gaan binnen zitten in de dining room. Een hele grote tafel met banken eromheen. Eigenlijk zitten we nog steeds buiten, want de deur en ramen staan open. En ook de raampjes op de eerste etage waar je vanuit de eetzaal met dat eerder genoemde houten trapje bij de slaapkamertjes komt. Langzaam verzamelen steeds meer andere gasten zich aan tafel. De gastvrouw steekt wat wierook aan, de lampjes gaan aan en de deur en ramen gaan nu dicht. Je kunt merken dat we nu op het drukkere stuk van de trekking zitten, de lodges raken goed vol. De kans dat we dezelfde groepen mensen in de komende dorpjes weer treffen is groot. ’s Middags heeft Nima onze bestelling voor het avondeten al opgenomen. Dat is gebruikelijk want dan kan de keuken zich al voorbereiden. Ook de tijd dat je wilt eten, mag je doorgeven. Dat helpt soms. Vanavond hebben we heerljike knoflooksoep die Som ons komt brengen. Het maakt indruk bij de hongerige rest, want 1) het stinkt behoorlijk en 2) we krijgen als eerste. Even later stapt ook Nima binnen met onze mixed fried noodles. Het smaakt allemaal weer prima en gelukkig komt het eten van de rest nu ook. Hans en ik storten ons op een spelletje kaart en vanavond is overduidelijk niet de mijne. Met een diepvriesscore verlies ik dik. Maar ach....wel geluk in de liefde (alhoewel, ook daaraan kleven voordelen voor Hans ...?!)!? Na deze catastrofe gaan we om half 9 ons warme slaapzakje in. Ik puzzel nog wat en Hans luistert nog wat muziek van zijn I-pod. Om 21:00 uur knip ik het licht uit en hoor nog even hoe de kamerbewoner naast ons in zijn slaapzak kruipt aan de andere kant van de 8 mm. spaanplaat. Hopelijk snurkt ‘ie niet...

Labels:

2 november 2006; Pokhara/Nayapul/Gandruk

Dit is een beschrijving van de eerste dag van onze klimexpeditie in het Annapurna/Sanctuary gebied, zoals aangekondigd in onze samenvattende post op 20 november. Heerlijk wakker geworden vanochtend in de New Pokhara Lodge. Geen lawaai, maar fluitende vogels. Geen kerosinelucht, maar groene frisheid. Geen planken matras, maar zachte weelde. We draaiden ons allebei nog eens tevreden om, want de komende 18 dagen is het maar afwachten waar we ons te rusten mogen leggen. Gisteravond hadden we onze kennismaking met Som, onze gids. Een krachtige persoonlijkheid met een gezicht vol jarenlange klimervaring. Met pretoogjes schudde hij onze hand, we wisselden alleen de broodnodige informatie uit en we spraken af vanochtend om 8:00 uur hier te vertrekken. Dus om 7:15 uur stapten we via de wenteltrap de zonnige tuin in waar we een omeletje voorgeschoteld kregen. En tot onze blijde verwachting schoof ook onze kleine ‘zonnekoning’ Nima om half 8 aan (hij zat ook in onze begeleidende staf bij de Ama Dablam expeditie en is nu door onze reisagent Tulsi weer aan ons ‘gekoppeld’). Erg leuk om elkaar in deze nieuwe situatie weer te treffen. Zijn glimlach is vertrouwd en hij pakt met twee handen onze handen vast, ook hij heeft er zin in. Hij eet een omeletje mee en om 8:00 uur schuift ook Som aan voor een bakje thee. En als Som en Nima gezellig kennismaken met elkaar, schrik ik me wild. Plots ontdek ik dat mijn fotocamera niet meer in het hoesje aan mijn rugzak zit. Ik had een grote cactus met daarin groeiende rode rozen op de foto vast willen leggen, maar dat dat er nu niet meer inzit kan me even niet boeien. Shit, shit...mijn hart klopt in mijn keel want ik denk meteen te weten wat er gebeurd is. Gisteren werden we van het vliegveld gehaald door een medewerker van de New Pokhara Lodge en reden we met de taxi meteen langs het ACAP-bureau om onze ‘entry-permits’ voor de Sanctuary Trek te halen en te betalen. Dom, maar we lieten onze rugzakken in de wachtende taxi op de achterbank staan... Het enige onbewaakte ogenblik. Of zou ik het misschien ergens in mijn eigen spullen hebben verstopt? Hans reageert gelukkig kalm. Alle foto’s tot en met Kathmandu zijn gebrand op CD en staan op de expeditie-laptop. De camera is maar materiaal en we regelen het wel met aangifte en de verzekering. Fjoe, zo vredig zit ik er even niet in want nu moeten we onze mini-expeditie vastleggen met 1 camera. Ik probeer me er bij neer te leggen. We krijgen een seintje dat we de volgende taxi in kunnen rollen voor een ritje naar Nayapul, daar begint onze trekking. Ondertussen lachen Som en Nima flink om elkaars verhalen. We vallen hen verder niet lastig met ons verlies van de camera en lopen achter hen aan naar de meest fantastische taxi die ik ooit in mijn leven heb gezien. Deze gouden Toyota Corolla uit de jaren ’70 rijdt volgens mij op zijn charme.... Onderweg ontdekken we dat de snelheidsmeter, de kilometerteller, de versnellingspook en nog veel meer mechanische zaken het gewoon niet doen. Maar hij rijdt wel...die Toyota. De binnenbekleding is vervangen door allerlei geplastificeerde posters van tropische eilanden. We zitten eigenlijk gewoon in een hobby-kit op wielen, met zijn vieren. Onderweg maken we een noodstop omdat de rugzak van Som (de enige die niet meer IN de auto paste) ineens naast mijn raampje verscheen. Dat krijg je met een haarspeldbocht die je vol moet nemen omdat je anders na de bocht niet meer omhoog komt. Na een vervolgtocht van toeterende Tata-bussen (made in India), kuilen, overstekende buffels en slapende billen, rollen we in Nayapul uit dit blikken trots van de taxichauffeur. We herkennen meteen onze tassen in de stapel spullen langs de weg. De hele stapel blijkt voor onze expeditie te zijn, wow. Som stelt ons voor aan Kailash, zijn assistent. Een stevige, jonge Nepalees. Het blijkt zijn neefje te zijn. Nima staat al druk te onderhandelen met een groepje dragers. Er is flink discussie over de verdeling van het gewicht en het dagloon. Nima wil minder betalen dan dat ze vragen, maar Som die de dragers heeft geregeld sust de boel en ineens komt de hele meute in beweging. Er blijken naast Som, Nima en Kailash nog 6 dragers mee te gaan. Tassen en pakketten worden met speciale draagbanden op ‘het hoofd’ gehesen. Ongelooflijk wat die Nepalezen op hun nek kunnen hijsen. Een van de dragers, Tashi, gaat met de trekkingspullen van Hans, Som en mij mee tijdens de eerste twee dagen van de trek. De rest gaat onder leiding van Nima via een geleidelijkere route aan de rechterkant van het dal omhoog. We ontmoeten elkaar morgenavond in Chomrong. Onze route is mooier, maar vanaf de rivier omhoog naar Ghandruk is het pad gewoon 1 grote trap van grote rotsblokken omhoog. Hoe die kleine Nepalezen met hun kleine beentjes die hoge stappen maken.... en al helemaal met 25 kilo op je nek, zoals Tashi dus. Het eerste stuk langs de rivier loopt lekker en we maken een wat uitgebreidere kennismaking met Som. We schatten hem begin 50 en hij blijkt ook 51 te zijn. Hij heeft de Singu Chuli 1 keer eerder beklommen in 1992 (!) en kon toen niet boven kamp 2 komen vanwege teveel sneeuw. Die ervaring kennen wij ook van de Ama Dablam en we hopen er nu toch echt wel meer uit te kunnen halen. Som blijkt wel een heleboel informatie te hebben ingewonnen bij bevriende gidsen die de Tharpu en Singu Chuli recent nog hebben gedaan. Dat geeft vertrouwen. Gaande de komende dagen gaan we wel met hem en Kailash om tafel om verdere details te bespreken. Eerst maar genieten van deze trekking. Op de trap gaat het stijgen nog vlot maar het gesprek stokt. We genieten van de andere omgeving hier. Het Khumbu-dal is duidelijk (tibetaans) budhistisch, bevolkt met yaks, sherpa’s en rotsiger. Hier zien we veel meer dieren (poezen, kippen, paardjes, ezels, vlinders, krekels) en het is veel groener. De bevolking is ook budhistisch maar vooral afkomstig van de Gurung-stam. Ghandruk, onze bestemming van vandaag, is de ‘hoofdstad‘ van deze bevolkingsgroep. Er zijn veel hindoestaanse invloeden in het budhisme hier en dat merken we aan andere uitingen; de tibetaanse gebedsvlaggen zijn vervangen door bloemenslingers die over het pad en tussen de huizen worden gespannen. Verder zijn de mensen overigens net zo vriendelijk. Behalve dan die handvol overtuigde maoisten die we vandaag al meteen tegen het lijf liepen. Hadden hun tafeltje ‘sneaky’ neergezet om de hoek in het eerste dorp waar we doorheen liepen. We zetten in op niet betalen en starten een discussie dat we ze in de Khumbu-vallei ook al hebben betaald. Nu is het genoeg. ‘Show me your ticket’ riep de snotneus vooraan (ongelooflijk hoe jong maoisten worden gerekruteerd). Gepraat met de maoisten achter de tafel. Geen krimp, 100 Rupies per persoon per dag was het antwoord. Hoeveel dagen we hier zijn? Vragend kijken Hans en ik snel naar Som, hij begrijpt het meteen en zegt 10 dagen. De kortste routes hier zijn namelijk zo lang. De snotneus begint vervolgens te dreigen met achtervolging door zijn vriendjes uit het leger, als we niet betalen. Som wordt zenuwachtig en ik erg boos. Ik vertel de snotneus dat ik wel wil discussieren, maar me niet laat bedreigen. Dan volgt een fase van in de verte kijken en hetzelfde praatje afdraaien dat we moeten betalen. Som adviseert het toch maar te doen anders komen we geen stap verder. We besluiten te betalen en krijgen met moeite ons ontvangstbewijs uit de Khumbu-vallei terug. Nu hebben we er twee, kijken of we de volgende keer meer succes hebben als we met twee tickets wapperen. Waarschijnlijk is het weer een nieuw maoistendistrict, met nieuw bewind en nieuwe regels. Het blijft verbazingwekkend hoe dit standhoudt. Of niet? We betalen als toeristen dus mee...OK. Ik laat het nu los, alle officiele en onofficiele regelzaken en betalingen om op de Sanctuary te komen zijn achter de rug. Dus nu van de omgeving genieten. En die wordt steeds mooier naarmate we het dal insluipen via de trap. Het is redelijk bewolkt, maar als de zon door de wolken steekt laten de Machhapuchhre en de Annapurna III soms stukjes van hun schoonheid zien. Onderweg lunchen we met fried rice en noodles en speel ik met de plaatselijke jonge kat. Onze drager Tashi is op tijd om mee te lunchen.... We lopen toch nog te snel met onze grote benen en lijken vooralsnog steeds geacclimatiseerd. Na de lunch verliezen we Tashi langzaam met onze eigen tassies uit het oog. Som koopt onderweg van 2 Nepalese kinderen ‘ambaks’, een vrucht die te omschrijven is als guave (een mix van citroen, appel, peer en mango). Zoeter en zachter naarmate je het midden nadert. Bij een watervalletje in de bocht ploffen we neer en genieten in de zon van deze nieuwe lekkernij. We vermoeden dat Som hoopt dat Tashi ons bijhaalt, maar dat gebeurt niet. Ook niet als de Nepalese kindjes langskomen en Som ons nog een tweede ambak in de handen duwt. Na een kwartier staan we op en vervolgen we de trap. Onderweg staat een bordje dat het nog 8848 (klimvrienden, een herkenbaar getal?) treden naar Nayapul is en nog 4428 naar Ghandruk. Die lopen we nu gestaag door en om half 4 lopen we de Gurung-hoofdstad binnen en Som kiest de Mountain View Lodge uit. We krijgen een kamertje op de top van het pand met uitzicht op de bergen. Nu helaas al in de wolken, maar hopelijk morgenochtend meer succes. We drinken beneden een potje ‘hot lemon’ leeg en dan is ook Tashi gearriveerd. We plukken net als hij een droog T-shirt uit de bagage en maken een wandelingetje door het dorp. We hebben even de illusie dat er hier misschien internet te vinden is want er staan een paar schotels in het dorp. Helaas. We bekijken nog even het uitzicht en nestelen ons daarna in de dining room van de lodge met dit boekje en een leesboek voor Hans. Even later komen Som en Tashi kletsen en bestellen we het avondeten. Een soepje en ik bestel mijn eerste ‘spring roll’. Al zo vaak op het menu zien staan, nu probeer ik het en ....fantastisch! Een soort groot gevulde loempia of pizza calzone beschrijven dit gerecht het beste. Gevuld met verse groenten, mjam. Hans geniet van zijn spaghetti en plots springt de eigenaar van de lodge zenuwachtig voor onze neus: ‘broken rule!’. Even verbazing bij ons maar dan begrijpen we het. Ze waren de soep vergeten, dus wordt het voorgerecht een nagerecht. Pittige soep die we al kletsend met Som en Tashi afblussen met een kopje koffie. Als wij klaar zijn, gaan zij voor hun gebruikelijke portie Dal Bat naar de keuken. Tashi blijkt overigens ook een neefje van Som. In Nepal val je niet terug op de overheid, maar op je familie (staaltje ‘civil society’ beste collega’s in Den Haag). Wij geven de bestelling voor ons ontbijt alvast door en duiken ons ‘summit-kamertje in’.

Labels:

Tharpu, de top, de trekking en de zielige teen...

We zijn gisteren, een dagje eerder dan verwacht, teruggekomen van onze trekking/klim in het gebied van de Annapurna Sanctuary. We hebben 19 dagen genoten van een natuur en omgeving die steeds veranderde; van jungle met wilde apen tot en met ijskoude bergen met heel veel sneeuw. Het was een bijzondere ervaring om met een eigen 'staf' van negen Nepalezen op pad te zijn, allemaal ontzettend aardige en sterke Nepalezen.

Wat de beklimming betreft hebben we goed nieuws: we hebben de top van de Tharpu Chuli gehaald! Het was wel een loodzware en ijskoude tocht vanwege de grote hoeveelheid losse sneeuw. Om vijf uur 's ochtends zijn we samen met onze 'gidsen' Som en Kailash vertrokken en omstreeks half 1 stonden we op de top. Helaas hadden we boven nauwelijks uitzicht, omdat het hier in de bergen nagenoeg elke middag bewolkt is. De tocht was ook zwaarder dan vantevoren ingeschat (dit moest de makkelijke van de twee bergen zijn). Dit kwam vooral door de grote hoeveelheid sneeuw waardoor sporen op sommige stukken meer 'zwemmen' werd en zekeringen leggen op steilere stukken nagenoeg onmogelijk. Maar dat maakte het ook een mooie en leerzame tocht, het was fijn klimmen met Som en Kailash.

Helaas had deze ervaring ook 1 minder prettige bijkomstigheid, Isabel had bevriezingsverschijnselen aan een paar tenen van haar rechtervoet. Dit werd pas een dag later echt duidelijk. Gelukkig weten we nu dat het helemaal goed komt, dat was de prognose van de dokter op de EHBO-post hier in Pokhara gisterochtend (consult kostte 200 rupies=2 euro!). Som en 1 van onze dragers, Tashi, hebben Isabel tijdens de trek terug goed geholpen met de behandeling van uiteindelijk vooral 1 teen die er het slechtst aan toe was (frostbite). Op basis van hun ervaringen wisten ze dat de teen drie keer per dag in kokend heet water met zout (tegen infectie) moest baden zodat het bevroren weefsel loskomt van het goede weefsel. De frostbite had enkel de buitenste huid aangetast en zal dus geen blijvende schade tot gevolg hebben. Alleen een jaartje geen teennagel om te lakken.... Het herstel van de huid duurt wel nog zo'n twee weken. Vanwege de koude omstandigheden, de vele sneeuw en Isabel haar diepvriestenen hebben we in overleg met Som besloten de beklimming van de Singu Chuli te cancelen. Hij was daar ook opgelucht over, want de omstandigheden waren verre van ideaal, de normaalroute al een paar jaar weggevallen kortom, het was eigenlijk te risicovol. Dat hadden we bij de beklimming van de Tharpu erg duidelijk ervaren. Andere expedities in de buurt (een Japanse Annapurna-I expeditie en een stel Fransen die de Tharpu Chuli wilde doen) zijn zonder top naar huis gegaan. Wij hebben moeten ploeteren voor 1 top, maar hij is gehaald! Over de terugweg van de trek hebben we nu dus iets langer gedaan en gezellig met Som en Tashi genoten van de vooral kleinere dorpjes langs de trek. Som kent uit zijn jarenlange ervaring juist de idyllische verblijfplaatsen en we aten en dronken gezellig samen. De natuur was tijdens de trek ook erg mooi: Van de ruige bergen tijdens de klim naar bamboebosjes en jungle vol met beesten en bloemen. Ook hebben we nog in 'hot springs' gelegen (Isabel met een plastic zakje om haar voet, op de rand). En dat was na twee weken niet of nauwelijks wassen ook wel nodig.

We wachten de komende dagen het herstel van DE TEEN even af, maar een uitgebreide trekking zit er waarschijnlijk niet meer in. Isabel mag voorlopig alleen sandaaltjes aan en de bergschoenen staan in de wachtstand. Dus Hansabel vermaakt zich in ieder geval voorlopig in Pokhara met toeristen-zaken en we bedenken een nieuw plan. Het verblijf hier is overigens geen straf, zo'n 20-25 graden en een rustige stad langs een mooi meer. Hans heeft meteen voor 50 cent zijn baard eraf laten scheren en een geweldige gezichtsmassage gehad. Chitwan begin december gaat in ieder geval wel door want wat is er heerlijker dan met een bevroren teen in tropische temperaturen op een olifantje te rijden door de jungle??

Van de trek heeft Isabel een dagelijks verslag gemaakt. We bedenken nog hoe uitgebreid we dat gaan verwerken op de internetsite, maar waarschijnlijk komt er morgen of overmogen een uitgebreider verslag op hansabel.nl te staan.

woensdag, november 01, 2006

Prettig Pokhara

Stap één van het vervolg van onze reis is gelukt, vandaag zijn we geland in Pokhara. Het is hier een stuk rustiger, groener en frisser dan in Kathmandu. Daar waren we ook wel aan toe. Vanmiddag hebben we bij aankomst meteen wat papierwerk afgehandeld (trekkingpermit) en vanavond ontmoeten we de guide. Tot onze blijde verassing zien we morgen ook weer een ons inmiddels goed bekende Nepalees: Nima, een van de koksjongens uit het basiskamp (op de terugweg gepromoveerd tot Sirdar). Hij gaat ons basiskamp bestieren en voor Isabel de zon iedere ochtend weer uit zijn jaszak toveren. Toch leuk om te weten dat waarschijnlijk dezelfde stem weer "tea sir, didi" en "wassi-wassi" gaat roepen. Mogenochtend gaan we op pad, eerst met de auto, daarna verder 'op de trek'. Vanavond dus voor de eerste en voorlopig laatste keer een dineetje voor twee! Hansabel eet vanavond aan het meer in Pokhara.

Hans en Isabel
Hansabel is dolgelukkig met dochter Youla die op 10/09/08 is geboren. Naast dit geluk heeft Hansabel passie voor sporten, ruige natuur en bergen. Alpiene sport, klimmen maar ook hardlopen, fietsen en zwemmen (dus triathlon) zijn onze hobbies. Isabel leeft zich ook graag uit achter de piano. In de vrije tijd die over is klussen we af en toe in en om ons herenhuis (1898) in Den Haag. Om dat allemaal mogelijk te maken wordt er door Hansabel ook gewerkt. Hans bij Rabobank Nederland en Isabel bij gemeente Den Haag.
My Photo

Powered by Blogger