vrijdag, december 29, 2006
zondag, december 17, 2006
Kathmandu Valley wordt Kathmandu wordt naar huis....
We hebben met een kop thee van de rust genoten en zijn daarna heuvelafwaarts naar Panauti gelopen. Een verkeersvrij dorpje, met naar men aanneemt de oudste tempel van Nepal (na een aardbeving met hulp van Frankrijk weer gerestaureerd). Een prachtig plaatje! Met mooie tempels en verrassende kleine straatjes vol lieve 'huisbeestjes'. In Panauti hebben we de bus terug naar Dhulikel genomen, weer lekker proppen geblazen.
Op donderdag zijn we van Dhulikel naar Bhaktapur gereisd, een stadje dat ooit het centrum van Nepal was en bekend staat om zijn fijne 'handicraft', de yoghurt en handgeschept papier. De bus die we voor het resort op straat aanhielden zat al helemaal vol, dus met rugzak en al zijn we weer op het dak gaan zitten. Helemaal ingepakt deze keer, want 's ochtends in de mist is het wel killetjes met de wind. In Bhaktapur waren we meteen helemaal weg van het (ook verkeersvrije) centrum met prachtige tempels (de grootste in Nepal, pagoda van 5 verdiepingen) en de sfeer op straat. Hier hebben we twee dagen heerlijk rondgezworven.
Op vrijdag zijn we met de taxi teruggereisd naar Kathmandu, terug naar het Mustang Holiday Inn Hotel aan de rand van Thamel. Daar verblijven we nu nog. De mensen achter de balie zien ons alleen maar in en uit lopen, want we zijn continu op touw: souvenirtjes, viegtickets regelen, eten, cargo regelen, een dagje op pad met Som in Bodnath. Maar wel in een heerlijk rustig tempo zodat we ook nog kunnen genieten van de sfeer, de mensen en het leven in Kathmandu.
Dit is dan ook de laatste post vanuit Nepal. We gaan lekker genieten van de laatste uren hier en de eerste uren thuis. Geen beloftes over wanneer er op hansabel.nl terugblikken en fotogallerijen verschijnen. Eerst maar eens afwachten hoe het acclimatiseren in dat kleine, koude kikkerland voor hansabel uitpakt.
vrijdag, december 15, 2006
Yoga en Kathmandu Valley
In het Ananda Yoga Centrum, 10 km ten westen van Kathmandu vandaan, hebben we vijf dagen gelogeerd. Verbazend hoe rustig en primitief de mensen hier leven, slechts op een steenworp afstand van zo'n grote stad. Op maandagochtend werden we hartelijk ontvangen door Shiva Giri. We blijken samen met een engels meisje, Francesca, de enige drie cursisten van deze week te zijn. Volgens het programma dat Shiva ons per mail had toegestuurd, leek dit een drukke week te worden. En inderdaad, alle vormen van yoga hebben we
ervaren, maar al met al toch op een ontspannen tempo.
Om 6.00 uur startten we elke ochtend met een wandeling van een uur. Meteen een leuke verkenning van de omgeving en je kunt van dichtbij zien hoe het normale Nepalese leven er 's ochtends aan toe gaat. Want je bent echt niet de enige die om 6.00 uur opstaat, dat doen alle Nepalezen! Als de zon opkomt, begint iedereen meteen met de dagelijkse bezigheden. Water halen, takkenbossen verzamelen voor het vee, winkeltjes openen en dat soort zaken. Na deze ochtendwandeling was het elke ochtend tijd voor een Shatkarma, ofwel cleansing. Dit kan zowel geestelijk als lichamelijk 'schoonmaken' zijn. Zo hebben we één ochtend zout water door onze neusgaten laten lopen (met als doel de neusholten schoon te maken) en een andere keer zo snel mogelijk 3 maal twee glazen zout water gedronken, met yoga daarna o
efeneningen daar tussendoor. Dit blijkt erg goed te zijn om je darmen een keer goed op te schonen. En dat hebben we geweten. Daarna (nog steeds voor het ochtendeten) was het tijd voor asana's, de lichamelijke yoga-oefeningen. Waarbij de zonnegroet elke ochtend terugkwam. En dan was het om 9 uur tijd voor een heerlijk ontbijt, klaargemaakt door de beste Nepalese kok die we tot nu toe hebben getroffen: Surye. In de leer bij Shiva om een yoga-leraar te worden en daaromheen is hij manus-van-alles op het yoga-centrum waar hij ook woont. In de zon konden we daarna elke ochtend tot kwart over 11 op het platform met uitzicht over de vallei, lekker uitbuiken, slapen, boekje lezen, wat je maar wilde...
Het tweede deel van de ochtend bestond uit pranayama-oefeningen (ademhaling) en theorie + meditatie. Dit was elke dag een lange zit en vooral de eerste twee dagen zijn onze spieren in liezen, rug en de knieen behoorlijk getest op het lang in 'kleermakerszit' zitten. Na de overheerlijke lunch (Dal Bat, maar wel de beste ooit!) mochten we weer ruim een uur rusten, want yoga mag nooit met een volle maag namelijk. Later in de middag was het dan tijd voor yoga nidra (relaxatie-techniek, of anders: doen alsof je dood bent maar niet slapen!) en werd afgesloten met herhaling van asana's en meditatietechnieken. Als we de dan om half zes de oefenzaal uitkwamen
was het donker en koud. Tijd voor een warme maaltijd in het 'schuurtje' naast de keuken. Daarna werd er gezamenlijk gezongen, vooral mantra's, onder begeleiding van traditionele instrumenten (kirtan) en op verzoek van Isabel met kaarslicht.
Het was een leerzame week, met veel nieuwe ervaringen. Niet alles was langskwam, vonden we even aansprekend. Het doorlopend aanbidden van een eindeloos aantal boeddistische goden of afgeleiden daarvan, hoort niet bij ons. Maar het ritme, de rust en oefeningen in de yoga-levensstijl nemen we mee naar ons leventje in Den Haag.
19 november, 2006; Sarangkot / Pokhara
Labels: Reisverslag mini-expeditie
maandag, december 11, 2006
18 november, 2006; Thulakharkka / Sarangkot
Labels: Reisverslag mini-expeditie
zondag, december 10, 2006
17 november, 2006; Bherikharkka / Thulakharkka
Labels: Reisverslag mini-expeditie
zondag, december 03, 2006
16 november, 2006; Jinhu / Bherikharkka
Dit is een beschrijving van de vijftiende dag van onze klimexpeditie in het Annapurna / Sanctuary gebied, zoals aangekondigd in onze samenvattende post op 20 november. De laatst beschreven dag komt steeds boven aan te staan. Als je het hele verhaal van begin tot eind wil lezen, moet je dus bij de post van 2 november beginnen.
Om half zes vanochtend roept mijn volle blaas me weer wakker voor de dag. De volgende gewaarwording is een heftig kloppende en pijnlijke voet. Maar goed, er moet eerst geplast worden. Daarna val ik niet meer in slaap, onzeker over het feit of ik me zorgen moet maken over mijn teen. Ruim na half zeven kust Hans me wakker, kennelijk ben ik toch nog ingedommeld. Tijdens het aankleden probeer ik mijn voet een beetje uit, het is niet beter en ook niet slechter. Om 7:00 zitten we volgens het strategisch plan van Som aan de ontbijttafel. Ik doe mijn lenzen in en verbind mijn voet met een vers gaasje en tape. Geheel tegen de verwachting in, komt het ontbijt best snel. We genieten van het vers gebakken gurung brood en de pannekoek. We vragen nog een extra potje koffie want een ‘small pot’ is hier niet eens hetzelfde als 2 kopjes koffie bij elkaar. Het blijft een eigenaardige keuken.
Om 8:00 uur vertrekken we naar beneden, naar New Bridge. Het gaat vanaf het begin af aan K. Ik baal omdat we nu vandaag een voor ons nieuwe route lopen, anders dan op de heenweg. En ik ben vooral gedwongen om naar beneden te kijken en niet van de onbekende omgeving en uitzichten te genieten. Opstandig besluit ik dat mijn teen niet het plezier en het hier zijn mag vergallen. En als Joosen iets in haar kop heeft... We passeren een boerderijtje in de zon waar een vrouw op het land bewust gilt en lokale dragers stenen gooien richting bomen lager op het land. Er blijkt een wilde aap te zitten, voor ons een leuke attractie, voor hen een voedselrover. Dit zet mijn humeur om naar een zonnigere stand.
New Bridge is een bloemige plaats met uitzicht door het dal op de Annapurna II. Voor de stijgers onder de trekkers nog een fotomoment, de dalers kunnen dit plaatje inmiddels dromen. We drinken een kopje thee op het eerste terras, vlak boven een klein moestuintje waar een oud Nepalees vrouwtje rode pepers te drogen legt. Even later pikken we Tashi op, dit op het onderste terras op ons stond te wachten, en lopen naar de hangbrug over de ruige Modi Khola. Die moet tijdens de Monsoon dus nog veel ruiger zijn! De hangbrug is best wel wiebelig, maar een mooie oversteek. Aan de andere kant lopen we redelijk vlak, soms vals plat een jungle-achtige omgeving in met veel meer water dan aan de andere kant van de vallei. We horen veel krekels en zien mooie natuur met veel stevig grote, groene bladeren. Ook de bloemenpracht is in november nog steeds fris en fleurig. Deze omgeving verandert met het stijgen langzaam in een overzicht van rijstveldjes, bananenbomen, kuddes geiten en tegemoetkomende buffels. Alles glinstert in de zon en ik volg de sprinkhaan die mijn pad kruist met mijn ogen de rijstvelden op.
Om 11:00 uur komen we met het pad nu tussen lage muurtjes aan in Langdrung. Het is een groot dorp en via trappen lopen we door naar het bovenste deel: daar staat Tashi op ons te wachten bij de Hungry Eyes Lodge. OP een terras overgoten met bloemen en zon, stelt Som voor rustig te pauzeren en lunchen. We nemen eerst een cola voor de verkoeling en bestellen daarna onze lunch: pompoensoep, uiensoep en groentecurry met rijst. Terwijl we wachten op het eten, komt de dochter van de lodge-eigenaar op het trapje naast ons tafeltje zitten. Met een reden, ze wil haar rugzakje vol Tibetaanse ‘handicrafts’ laten zien. Met een ijzersterke tactiek stalt ze alles één voor één op een dekentje naast mijn stoel uit, gaat even weg en komt dan weer terug om een paar specifieke sieraden aan te prijzen. We kopen ze liever hier dan in Kathmandu of Pokhara, want hier hebben de mensen het harder nodig dan in de stad. En ik zie er voor het eerst een ketting bij die me aanspreekt, in donker paarse steentjes. Ik vraag naar de prijs en dat blijkt 1100 rupies te zijn inclusief de bijbehorende armband. Dat vind ik dan wel weer meer dan verwacht. Ik voel me op het terras met Som aan tafel niet comfortabel om enorm te gaan afdingen, dus we komen uit op 800 rupies. In de tussentijd is Tashi een koude douche gaan nemen en zijn kleren aan het wassen. Die worden uitgestald op de zonwarme stenen van het terras. De lunch komt en die is echt heerlijk. We eten rustig en ik bewonder de wolken in de vallei die naar boven uitbouwen en dan als wimpels de bergkammen overwaaien. We kijken wat, we drinken wat en zo zitten we twee uur op dit terras. Om een uurtje of één stappen we op, we gaan naar het kleine plaatsje Bherikharkka.
Als we Langdrung bijna uit zijn, komt er een fancy geklede Nepalees op ons af en ik hoor Hans verzuchten; ‘Nee hè, daar heb je ze weer’. Hij heeft de rode vlag van de Maoisten al wel zien hangen. Ik zeg meteen dat we al betaald hebben en loop stug door. De Maoist vraagt naar het bewijs en Hans roept, naar achter wijzend, dat het ergens in de bagage zit. Ook hij loopt door. Som bevestigd ons verhaal en het bonnetje hoeft niet uit de bagage getoverd. Zonder verdere slag of stoot laat de Maoist ons gaan. Is erin moeilijker dan eruit? We zijn in ieder geval opgelucht dat we het bonnetje niet hoeven te laten zien want we hebben minder dagen betaald dan dat we in de vallei zijn geweest. Eindelijk is het wel een keer gelukt om ze zonder betaling te passeren. Misschien omdat ze nu ver zijn met de onderhandelingen om deel te nemen aan de nieuwe regering?
Het pad dat Langdrung uitloopt, blijft op ongeveer dezelfde hoogte en volgt de golven van de vallei. Een hond die ik toesprak in het dorp, sjokt nu al een hele tijd met ons mee. De huizen liggen achter ons en we lopen nu via een stuk met rijstvelden weer de groene jungle in. Hier nemen we afscheid van de blonde hond. Na een tijd lopen door deze groene pracht, stoppen we bij een dragersrustplaats voor een korte ‘Tashi-break’ zoals Som dat altijd zegt. Er komen plots twee buffels in galop voorbij, in de richting van Langdrung. Som legt uit dat ze zeker een eigenaar hebben, maar gewoon los in het junglewoud rondlopen. Tashi haalt ondertussen onder uit zijn draagmand een zakje sinaasappelpoeder dat we oplossen in ieders waterfles. Het smaakt heerlijk, het is een koude versie van de ‘tang’ die we kennen uit het Ama Dablam Basiskamp. We kletsen wat, Tashi rookt zijn sigaretje op en we beginnen aan het laatste stuk. We lopen langs een idyllisch watervalletje. We steken het kabbelende water via losse stenen over en via een trapje en een bocht staan we ineens tussen de twee huizen van Bherikharkka. Links van het stenen pad een lang gebouw dat gebruikt wordt als lodge, met een winkeltje onderin. Rechts een ‘terras’ met houten banken en daarnaast een klein, open huisje met één grote ruimte dat dienst doet als keuken en woonkamer. Hier woont het jonge echtpaar, dat alles hier beheert. We kijken zo op de rekken met potten en pannen, er hangt van alles aan het plafond en op het houtvuur staat een grote ketel te pruttelen. Het is een fantastisch boerderijtje met kalfjes, geitjes, loslopende kippen, een hond (Black) en twee poezen waarvan de brutaalste Michael heet. De dieren lopen ook regelmatig vrolijk deze woonkeuken binnen om een graantje mee te pikken. Genietend van een kop thee, ontdek ik op twee plekken oude boomstronken die dienst doen als bijenkorf. De bijen vliegen in en uit. En zo hebben ze hier hun eigen verse honing om de thee mee aan te zoeten. Om de gebouwtjes heen ligt een mooie moestuin. Ik voel me meteen thuis en maak foto’s voor pa en ma.
Aan het eind van de middag vraag ik wat warm water om mijn voeten te wassen. Het vel van de top is nu bijna helemaal afgescheurd, dus ik moet voorzichtig zijn dat het er niet afkomt want met deze extra laag is het makkelijker infectie te voorkomen. Ik pak alles weer zorgvuldig in, terwijl er één van de twee geitjes nieuwsgierig komt koekeloeren. Ze is losgelaten en nu zie ik pas dat ze kreupel is aan 1 voorpootje. Ze ‘loopt’ op haar knietje. Samen strompelen we terug naar de keuken. Daar is Tashi met de vrouw des huizes bezig om de net geslachte en geplukte kip om te toveren in verse kippensoep en chicken-curry. Tashi had de kip al uitgezocht op weg naar Bherikharkka. Een drager met een kooi vol kippen op de rug passeerde ons en na wat gemompel van Som en Tashi, werden er meteen zaken gedaan. De zon is weggezakt en het Bherikharkka wordt kil en snel donker. Met een glaasje huisgestookte raksi (alcoholisch graanbrouwsel) en pindakoeken worden we uitgenodigd in de donkere keuken. Naast het houtvuur zit een Indiër op de grond die vandaag met zijn handelswaar aan is komen lopen. Hij valt weg in het interieur en de donkere atmosfeer. Als we even later van onze verse kippensoep smullen, blaft Black. De ouders van onze gastheer komen door de donkere schemer aanlopen en hebben een voorraadje alcoholflesjes voor de verkoop meegebracht. Ze doen meteen mee in het rimte van Bherikharkka. De zoon is druk bezig om met een speciale lokroep de kudde buffels en geiten binnen te halen. Die er dus ook nog zijn... Het duurt en duurt maar en terwijl ik denk dat het mis is, blijft hij reuzekalm. En natuurlijk heeft hij gelijk, na een half uur komen de buffels aanlopen en brengt hij een kudde geiten thuis.
We eten vanavond gezellig met de pot mee en Som en Tashi en wij krijgen gelijkertijd de rijst, groentecurry, linzensaus en heerlijke kip. Afgeblust met raksi, dat eigenlijk vooral smaakt naar water, maar dan wel gezuiverd met een scheutje alcohol! Weer eens wat anders dan thee. Vader zit in kleermakerszit prominent aan het hoofd van de kleine tafel, moeder helpt de schoondochter bij het houtvuur. Maar volgens mij is ze daar vooral bezig om lekkernijen voor haar man te regelen. En als alle bloemen buiten ook water hebben gehad, schuift zoonlief eindelijk aan in de keuken. Ik vind het echt Bheri-gezellig en ben blij dat we onderdeel mogen zijn van dit huiselijke tafereel. Ze proberen ons echt bij het gesprek te betrekken en wij doen ons best er wat Nepalese woordenkennis tegenaan te gooien. Om 20:00 uur komt van nature een einde aan deze avond, want iedereen is moe. Het lukt me ook niet meer om mijn ogen in deze donkere ruimte open te houden. We zijn inmiddels helemaal gewend aan het leefritme; opstaan met de zon en naar bed als hij onder is. Na een sanitaire stop in het WC-huisje in de moestuin, stommelen we het houten trapje op naar de kamertjes. We kijken door gaten in de planken in de slaapkamer van Som en Tashi naast ons. Maar als de hoofdlampjes uit zijn, is het toch pikkedonker. Morgenochtend weer om half 8 ontbijt en daarna een korte route naar Thulakharkka; dit betekent een grote weide voor alle dieren samen. Bherikharkka betekent een kleine beestenstal, weinig plaats. Nu zijn we omringd door junglebos, benieuwd wat Thula ons morgen te bieden heeft....
Labels: Reisverslag mini-expeditie
15 november, 2006; Sinuwa / Jinhu
Dit is een beschrijving van de veertiende dag van onze klimexpeditie in het Annapurna / Sanctuary gebied, zoals aangekondigd in onze samenvattende post op 20 november. De laatst beschreven dag komt steeds boven aan te staan. Als je het hele verhaal van begin tot eind wil lezen, moet je dus bij de post van 2 november beginnen.
Jeminee...vannacht ben ik maar liefst 4 keer naar de WC gerend. En ik maar denken dat het minder wordt als je afdaalt. No way. Na de vierde keer om 7:00 uur begint onze veertiende trekkingdag en mag ik mijn warme slaapzak niet meer induiken. Bij het inpakken ontdek ik dat een flesje shampoo in mijn toiletzak kapot is gegaan, alles zit lekker ondergesmeerd. Het goede nieuws is dat het heerlijk ruikt. Het slechte nieuws dat het mijn ochtendritueel enorm vertraagd. Na dit gepruts, schuiven we om 7:40 aan het ontbijt: appelpannekoek, chocopannekoek en gurung brood met jam. Het smaakt goed en tijdens het smikkelen zien we door het raam al groepen en dragers met ‘groentewinkels’ op hun rug gepakt, langs het raam van de lodge voorbijkomen. Ze lopen van Chomrong naar Deurali. Wij gaan in tegengestelde richting eerst terug naar Chomrong. Vandaar uit gaan we een voor ons nieuwe route lopen, omlaag naar Jinhu. Ik heb vandaag mijn bergschoenen verruild voor mijn Teva’s en bedek mijn teen met gaasjes en tape. Het vel is op een aantal plaatsen losgescheurd en de wond geeft veel vocht. Het wordt een elegant wit ‘voorsokje’ dat uit mijn rechter Teva steekt. Maar een infectie willen we ook niet. Ik merk al snel dat het lopen met een ‘vrije teen’ me beter afgaat. Onder een vriendelijk familiegewuif, lopen we Sinuwa uit. Mijn tempo ligt hoger dan gisteren en ik ben daar alleen al best wel happy mee. Het is nog steeds niet duidelijk hoe alles zal aflopen, maar dit is letterlijk een stap in de goede richting.
Het afdalen naar Chomrong gaat goed en de ochtendzon doet de stenen treden van de lange rotstrappen glinsteren als water. Beneden bij de rivier houden we even pauze om ons voor te bereiden op de klim omhoog, want die ligt in de brandende zon. Hans stopt zijn afgeritste broekspijpen weer eens in zijn sokken, tot grote hilariteit bij Tashi en Som. Kennnelijk zagen zij het nu voor het eerst. Onder wegstervend gelach pakken we allemaal een eigen tempo op en stijgen naar de ons bekende Lucky Lodge voor een theepauze. Op de lange trap omhoog wordt ik omringd, gepasseerd en besproken door schoolgaande kinderen. Allemaal netjes in kostuum, de meisjes het haar in vlechten of een staart en netjes afgemaakt met platte, rode strikken. Ze zijn vrolijk en verlegen beleefd. Als ik uiteindelijk aankom bij onze Lucky Lodge, zie ik Hans nergens. Of toch...? Hihi, hij is in een ritmische trance doorgelopen en nu een stuk boven mij op de trap. Lachend roep ik hem terug. Hij denkt aanvankelijk dat er een foto moet komen, maar realiseert zich dan dat hij te ver is doorgelopen en komt vertwijfeld over zijn actie, teruggebanjerd over de trap. Hij komt tegelijk het terras op met Som, die van beneden komt, en we worden hartelijk ontvangen door het echtpaar dat de lodge beheert. Ik herken ze meteen weer. Nima en de andere dragers hebben afgelopen nacht hier geslapen en zijn vanochtend heel vroeg, om 6:00 uur vertrokken.
Onder het genot van een kop thee en de zon, kijken we precies op het schoolplein, 100 meter schuin onder ons. Om 10:00 uur precies gaat de gong en volgt er een gezamenlijke bewegingsles op tromgeroffel om de schooldag te beginnen. Netjes in rijen zien we de kinderen gelijktijdig hun oefeningen doen, het ziet eruit als een dagelijks ingesleten ritueel. Het herinnert me aan het begin van de Japanse schooldag, die ik meerdere malen heb mogen meemaken toen ik in 1995 stage liep in Toda, Tokyo. Na 10 minuten zien we Tashi langs het schoolplein ook het terras van de Lucky Lodge naderen...hij heeft de trap weer bedwongen en kan zijn t-shirt uitwringen. Hans en ik neuzen na de thee even in de lokale Tibetaanse souvenirshop en we kijken naar een staaltje knikkeren van Ram, het zoontje van het lodge-echtpaar. Tashi daagt hem uit en schiet de knikker die in de vingers van de linkerhand verstopt zit, met zijn wijsvinger van de rechterhand veel harder weg dan Ram durft te dromen. Weer een kierend Nepalees kind dat blij is met weinig en de rest van de dag enthousiast door zal knikkeren.... Wij zetten koers op Jinhu en ik krijg al zin in de hot springs, want ik zweet me vandaag een ongeluk. We beginnen de steile afdaling en nemen definitief afscheid van Chomrong.
Tashi snelt vooruit, het is prettiger om met een zware draaglast een vlot tempo te nemen en ik vermoed dat hij wil compenseren voor de achterstand die hij op de trappen omhoog vanochtend had opgelopen. Hij glijdt over het pad naar beneden. Ik laat Hans ook langsgaan om zijn grote passen in volle vrijheid te kunnen zetten. Som blijft beleefd achter mij plakken en ik blijft goed opletten want ik wil mijn teen niet stoten op dit veel robustere pad dan de gelikte trappen van Chomrong. Het gaat goed en tegen 12 uur zijn we weer verenigd in Jinhu. Het zag er van bovenaf al gezellig uit: bloemen, parasolletjes, veel kleuren. We ploffen neer in Jinhu Guesthouse. Op het dakterras hebben we een schitterend uitzicht over de hele vallei. We bestellen onze lunch en als we wachten, besluiten we het vochtige en vieze verband van mijn voet te halen, zodat zijn teen een keer kan drogen in de zon en buitenlucht. Tot mijn grote verbazing zie ik een erg rood, vochtig en bloederige teentop. Als we wat beter kijken, zien we dat de losgeweekte buitenkant inclusief de nagel half van de teen zijn gescheurd. Op zich is dit wat er moest gebeuren, maar vanaf nu wordt het dus echt serieus uitkijken voor infectiegevaar. Dus ik duw de oude buitenkant er als een beschermhoesje (vinger- of eigenlijk beter ‘teen’hoedje) zo goed mogelijk terug overheen. De buitenlucht mag vanaf nu zijn werk doen.
De lunch laat behoorlijk op zich wachten, maar daaraan zijn wij in Nepal inmiddels al aan gewend geraakt. Bedenk maar gewoon dat het eten vers en met liefde wordt klaargemaakt. Ik besluit alvast wat kleren te gaan wassen, zodat ze kunnen drogen in de zon. Maar, ik raak op onze kamer het hangslot van de kamerdeur kwijt. En na een kwartier wezenloos zoeken, begin ik aan mezelf te twijfelen. Zonder hangslot laat ik de kamer me al onze spullen geen minuut alleen, dus ik moet het vinden. Som en Tashi (ze zijn altijd in de buurt, stel dat je ze nodig hebt..... toch handig) zien me zoeken en vragen wat er aan de hand is. Na mijn uitleg zoeken ze schaamteloos mee tussen al onze spullen. En daar hoort ook de stapel vuile was bij, inclusief onderbroeken, die ik net apart had gelegd. Tashi vindt het hangslot vrij snel, het ligt samen met het fototoestel in de Beverzak à la toilettas van Hans. Omdat er veel ramen in deze kamer zitten, had ik besloten het fototoestel uit het zicht te leggen. In de Beverzak dus en het hangslot was geniepig meegevallen. Vrolijkheid bij de Nepalezen, truttigheid bij mij. En nu moest het wassen ook uitgesteld, want de lunch was inmiddels wel klaar natuurlijk. We eten soep, Hans heeft patat en ik mixed momo’s. De kok verontschuldigt zich nog aan drie Fransen die langer zaten te wachten en al een keer ongeduldig naar hun eten hadden geïnformeerd. Normaal, in het hoogseizoen, als er veel trekkers en dragers langs komen durft de keuken wel een voorschot te nemen op alle bestellingen en de hoeveelheid Dal Bat. Nu is het toerisme mager, dus alles wordt op bestelling gemaakt. Helder verhaal.
Na de lunch doen we alsnog de was en hangen het op de plaatselijke waslijn in de zon. We pakken het topvak van Hans’ rugzak in voor ons tripje naar de hot springs, beneden bij de rivier. Er gaan in ieder geval 2 plastic zakjes en tape mee om mijn voet in te pakken, het fototoestel, een droge onderbroek en twee reishanddoekjes. Tashi gaat uiteraard mee om ons de weg te wijzen die overal met houten wegwijzers staat aangegeven. We dalen 15 minuten af door de jungle naar de rivier en komen uit bij drie mooie hotsprings, die naast een ruisende rivier liggen. In eentje zitten de 3 fransen, wij pakken de middelste die direct onder de bron ligt. Als mijn voet is ingeplastiekt, gaan we het heerlijke warme water in. Het is precies goed van temperatuur. Tashi maakt meteen foto’s van ons en omdat we graag wat langer willen badderen, zegt Hans dat Tashi zich niet verplicht moet voelen er de hele tijd bij te blijven. Want meebadderen doet hij niet tijdens het werk; je wordt er loom, lui van en licht in je hoofd. Tashi knikt opgelucht, steekt een sigaretje op, kletst nog wat met een andere Nepalees en vertrekt geruisloos. Wij genieten van het geluier en de geur van de natuur op deze plek. We liggen in heerlijk, lichaamstemperatuur-water en we kijken naar een kolkende massa ijswater dat hard langskomt, afkomstig van de gletsjers boven. Na een tijdje komt er een Brits echtpaar in onze hotspring bij en we besluiten langzaam op te stappen uit deze oase. Hans gaat eerst, helpt me uit de hotspring en gaat dan volleidg onverwacht en onbedoeld op mijn rechtervoet staan. Het duurt even voordat ik het doorheb, maar schreeuw de stilte van deze mooie plek in 1 seconde weg. Alle ogen van de hotsprings en de jungle zijn nu vermoedelijk op mij gericht. Shit. Hans is zorgzaam en ook erg geschrokken, hij laat me zitten op een steen. Na een minuutje gaat het weer, we lachen om elkaars dommigheid en willen hier nu wel snel weg. Er staat een soort bouwvallig huisje van tegen elkaar gebonden golfplaten, daarin kunnen we ons afdrogen en omkleden. We stoppen nog 50 Rupies in een donatiebox van een plaatselijke Nepalees die zijn dagen bij de hotsprings doorbrengt. Hij lacht dankbaar. Langzaam lopen we terug omhoog, heerlijk gescrubd en gewassen tot achter de oren, maar inderdaad wel loom en licht in het hoofd.
Terug bij de lodge besluiten we nog even door te baden in dit weelderige gevoel en we bestellen Pringles en prik. Na 10 minuten komt Som met zijn gebruikelijke middagthee en koekjes aanzetten. Hoeveel weelde kun je voelen?
Ik kijk weer naar mijn teen; Nu hangt alles er echt onder. Dus frut ik het maar weer terug en plak het om het op z’n plek te houden toch maar weer vast met een gaasje en tape. Met warmere kleren aan gaan we om 17:00 uur in de dining room zitten. De keuken blijkt gewoon altijd langzaam, want iedereen moet langer wachten dan dat net vol te houden is. Als wij onze soepies, macaroni & pizza op hebben, valt Tashi uitgehongerd aan onze tafel. Hij vloekt op de luie mensen in de keuken. Even later komen ze hem nog tot 2 x toe halen, kennelijk is bekend dat hij een goede kok is. We begrijpen het allemaal pas echt, als even later een verjaardagstaart wordt binnengebracht voor Mickey, een Israelische puber die met zijn vader op reis is en vandaag 18 is geworden. Tashi is ’s middags al gecharterd om een verjaarsdagscake te maken, want de huidige keukenstaf had geen idee hoe dit aan te pakken. Het is een heerlijke chocoladecake geworden, met eiwitgeklopte creme (een uurtje klopwerk) en jamletters. Dus als Mickey iedereen een stukje taart aanbiedt, zeggen we geen nee. Want alles wat Tashi maakt is verrukkelijk. Ook Tashi zelf pakt gretig een stukje van zijn eigen baksel aan, maar vooral omdat hij honger heeft en de keuken verwijt dat ze niet eens Dal Bat op tijd kunnen voorschotelen. Hij loopt nog een paar keer vermanend naar de keuken op en neer en krijgt eindelijk om half 9 zijn avondeten. Op aanraden van Som bestellen we het ontbijt maar om 7:00 uur, in de hoop dat we het om 8:00 uur geserveerd krijgen. Het teentje laten we vanavond maar even zo en we zoeken ons slaapkamertje op. Ik hang de was die nog niet droog is aan de bamboestok die ik voor de gelegenheid horizontaal in het rooster van het raam heb gestoken. Morgen steken we over naar de andere kant van de vallei, kunnen we het daar eens van dichtbij bekijken.
Labels: Reisverslag mini-expeditie
Chitwan, Kathmandu
zaterdag, december 02, 2006
14 november, 2006; Machhapuchhre Basecamp / Sinuwa
Dit is een beschrijving van de dertiende dag van onze klimexpeditie in het Annapurna / Sanctuary gebied, zoals aangekondigd in onze samenvattende post op 20 november. De laatst beschreven dag komt steeds boven aan te staan. Als je het hele verhaal van begin tot eind wil lezen, moet je dus bij de post van 2 november beginnen.
Wat later dan aangekondigd krijgen we onze thee/koffie en porridge. Plus nog een lekker kaasomeletje, want je moet er toch niet aan denken dat we nog honger zouden hebben na die dikke brinta-brei. Daarna pakken we snel in om toch nog om 8:00 uur weg te kunnen zijn. Buiten is het koud en er ligt van gisteren nog een klein laagje sneeuw. Hans is lief en laat mij zoveel mogelijk in de slaapzak inpakken zodat mijn voeten warm kunnen blijven. Maar uiteindelijk moet ik toch een keer mijn koude bergschoenen in ... ook al stonden ze in de binnentent. Samen met Tashi breken we ons tentje af en alledrie blazen we op onze handen van de kou. Als de dragers alles bij elkaar binden, staan een aantal Nederlanders uit de lodge verbaasd te kijken dat ons tentje al weg is, zoals we ze horen zeggen. Hans loopt nog even naar het toilet en spreekt kort met een aantal van hen. Ze maken een avontuurlijke rondreis door Nepal en hebben raften, parapenting, deze Sanctuary trek naar ABC en een bezoek aan Chitwan op hun programma staan. Hans vertelt van onze twee expedities en ze vinden het bijzonder dat we deze Tharpu/Singu expeditie zelf hebben kunnen organiseren in Nepal. Zij gaan vandaag naar boven, wij naar beneden.
Om kwart voor 9 geeft Nima het sein om te vertrekken. Mijn rugzak is me afhandig gemaakt, die draagt Tashi want ik moet me vandaag concentreren op het lopen. Altijd lastig als anderen de regie van je overnemen. Maar de concentratie blijkt nodig, ik verzin van allerlei ‘bokkesprongen’ en deuzige pasjes om mijn rechtvoet te ontzien bij het afdalen. Het maakt me snel moe en ik kan me van vandaag vooral het kijken naar de grond herinneren. De keren dat ik mijn ogen kon opslaan waren tijdens een korte pauze in Deurali met thee, een korte zitpauze in Doban en een lunchpauze in Bamboo (weer die lekkere appelpannekoek, hè Hans!) en daarna in 1 ruk door naar Sinuwa. Mijn tempo ligt laag, naast Som is iedereen me na Deurali, blij van de zon, neuriënd voorbij gelopen. Bij de lunch in Bamboo ontmoeten we Nima en de dragers nog even, zij hebben hun Dal Bat dan alweer op en wij moeten nog bestellen. Het moment van afscheid is daarmee aangebroken. De dragers willen in 2 dagen beneden zijn zodat ze weer zo snel mogelijk een nieuwe klus kunnen aannemen. Dat betekent dat zij niet met ons in Sinuwa overnachten, maar doorgaan naar Chomrong. We nemen afscheid van Nima, hij is een beetje verlegen en roept dralend; I wish you...whatever, something....everything! We moeten allemaal lachen en daar gaat hij, met zijn feloranje baseball pet. Ik hoop echt dat we dit kleine, hartelijke manneke in december in Kathmandu nog treffen.
Vanaf nu hebben we alleen gezelschap van Som en Tashi, zoals in het begin. We genieten opnieuw maximaal van onze lunch in Bamboo. Ook de ‘bassige’ poes springt weer op de tafel en krijgt aandacht van Hans. In de laatste zonnestralen verlaten we Bamboo en maak ik me op voor het laatste stuk afdalen. Voetjes staren dus. Vlak voor Sinuwa, ontdekken we aan het geluid een wilde aap in junglebos naast het pad. Iets later staat er een grote kudde schapen met lammetjes. Ik kijk weer meer omhoog, de introductie op Sinuwa is een goede.
Tashi is al vooruit gesneld en heeft een rustige lodge geregeld. Som houdt er niet van om de grootste lodges uit te zoeken die in gidsjes staan aangeprezen. Hij steunt liever de kwetsbare middenstand. We zijn de eerste gasten, maar met een bezoek van de lokale ‘vallei-gek’ en een kookdoopje van mijn tenen op het terras is het een vrolijke bedoeling. Gaandeweg de midag stromen er toch nog aardig wat gasten binnen en die stromen aan het eind van de dag allemaal samen in de dining room. De balans staat op 2 Russinnen, 1 Chinees, 1 Nieuw-zeelander, 1 Deense en wij. Niet slecht voor deze lodge. De branders in de keuken ernaast verwarmen ook onze ruimte, heerlijk. Ook de geur maakt het huiselijk.
Na het verorberen van de soepjes en de mixed fried noodles en rice, raken we aan de praat met de Nieuw-Zeelander en de Deense. Haar meen ik te herkennen uit de smerige lodge in Lobuche en aan haar reisverhaal te horen klopt dat. Vorig jaar heeft ze de Annapurna Circuit gelopen en Hans praat vragend met haar om wat wetenswaardigheden over deze trek te weten te komen. Ik trek me terug met Tashi in onze kamer voor een Frosty-treat. Niet zo smakelijk om in de dining room te gaan zitten als anderen nog genieten van hun avondmaal. Het vel rondom is nu echt goed los en we zijn tevreden. Misschien morgen nog 1 keertje? Hans komt niet veel later en we duiken maar weer de slaapzak in, die nu op een waardig matrasje ligt. We zitten 1500 meter lager dan de vorige nacht, dus de temperatuur is hier een stuk aangenamer. De slaapzak daarentegen voelt meteen weer lekker klef en ik voelde me al zo goor van het twee weken niet douchen. Maar...als we Som mogen geloven, kunnen we morgen uitgebreid genieten van ‘hot springs’ vlakbij Jinhu. Een klein dorpje onder Chomrong, de bestemming van morgen. Maar eerst oogjes toe.Labels: Reisverslag mini-expeditie
13 november, 2006; Machhapuchhre Basecamp, rustdag
Dit is een beschrijving van de twaalfde dag van onze klimexpeditie in het Annapurna / Sanctuary gebied, zoals aangekondigd in onze samenvattende post op 20 november. De laatst beschreven dag komt steeds boven aan te staan. Als je het hele verhaal van begin tot eind wil lezen, moet je dus bij de post van 2 november beginnen.
De nacht verloopt rustig, Nima en Tashi hadden ons nog gewaarschuwd voor diefstal en rare lui. Zij hadden onze twee tassen die normaal buiten staan, in het keukenschuurtje gezet om ze ‘met hun lijf te bewaken’. Dus ik besloot ook mijn bergschoenen maar in de binnentent te zetten. Ik word een paar keer wakker van geluid, maar dit is het geruststellende geritsel van ‘Lobbes’; een hele oude en bruine hond die op dit campingveldje woont. Hij heeft een hele dikke, plukkige vacht om tegen de kou te kunnen. Ik val weer zacht in slaap in de wetenschap dat Lobbes ons bewaakt. ’s Ochtends krijgen we pas laat ochtend thee, om kwart voor 8. Hans ligt voor het eerst nog echt te slapen als Nima ons wakker roept. Mijn voeten voelen niet veel beter en dat bepaalt heel erg mijn humeur. Hans blijft me tijdens het ontbijt op het hart drukken dat het goed komt, maar gewoon wat tijd kost. Ik probeer het van me af te zetten, maar elk wandelingetje naar het toilet zet de gedachtenmolen weer in gang. Hans besluit de wandeling met Som af te zeggen, lekker luieren bij de tent in de zon is eigenlijk ook best prima. Som vindt het natuurlijk OK. Als de zon er om kwart voor 10 dan eindelijk is, gaan we lekker voor de tent op de matjes liggen. Tashi komt meteen met het bekende kokende teiltje op me af en daar ga ik weer met mijn tanden op en mijn tenen uit elkaar. Tashi begeleidt opnieuw fantastisch, met zijn eigen vingers in het kokende water zonder een krimp te geven. Hij constateert ook dat er nog niet heel veel verschil is met gisteren. Geduld vind ik nu echt een moeilijk woord geworden...
In de zon, beginnen we onze tassen zo om te pakken, dat ze morgen meteen klaar staan voor de dragers die meteen doorlopen en -reizen naar Kathmandu. In onze eigen rugzakken stoppen we alleen de spullen die we tijdens de trek terug nog nodig hebben. Er is erg veel belangstelling voor onze klimuitrusting. Ook de jongens van de lodge komen erbij zitten en er ontstaat een gezellig gesprek. Ze vragen hoe we zo’n expeditie organiseren, financieren en voorbereiden. Ze zijn onder de indruk, het verschil in levensstandaard is te groot! Maar toch tonen ze zonder wroeging oprechte nieuwsgierigheid, klasse. Het blijkt dat wij de eerste Nederlandse klimmers zijn die de lodge-eigenaar hier ooit heeft gezien. Het zijn altijd trekkers, grote groepen trekkers. Ze vertellen ons dat er vanmiddag in hun lodge ook zo’n grote groep van maar liefst 18 Nederlanders arriveert. Oeps, denken wij bevooroordeeld...dat gaat geluid produceren. Ach, misschien valt het allemaal wel mee en wij slapen lekker hier op het veldje.
De lunch kan vandaag weer eens lekker buiten in de zon. Chiapati, kaas, tonijn en aardappeltjes. Als we ons bord bijna leeg hebben, komt de eerste Nederlandse de trap op naar de lodge. Ze is hoorbaar erg onder de indruk van de omgeving. Tja, wij zijn inmiddels al aardig gewend geraakt aan de luxe van deze mooie bergtoppen om ons heen. De rest van de groep druppelt daarna, soms onder luid applaus van de anderen, ook het terras op. De jongen van de lodge moet verteld hebben dat wij ook Nederlanders zijn, want het eerste meisje roept ons ‘smakelijk eten’ toe. We knikken terug met een dankjewel. Onze staf heeft ook binnen in de ‘keuken’ de Dal Bat verorberd en ze installeren zich in de laatste zonnestralen om te kaarten voor geld. Ze lachen, maar Som het allerhardst want hij is aan het winnen. Waarom verbaast mij dat niets? Hans maakt nog een loopje naar de rand van de gletsjer, maar die ligt ook hier 200 meter diep onder de voeten dus hij is snel terug. We lezen en schrijven verder op ons matje voor de tent. Maar het wordt met de langssjezende wolken nu wel weer frisjes...dus duiken we de tent maar weer in. De rest van de middag is voor mij vooral dutten in de slaapzak en Hans leest in ‘The snow Leopard’ van Mathiessen. Nima komt ons tussendoor weer verwennen met een dienblad thee en koekjes. Ook het moment om volgens hem de fooi te overhandigen, dus dat doen we meteen.
Om 16:00 uur, als het buiten inmiddels hagel sneeuwt, komt Tashi weer voor een behandeling van Frosty, mijn teen. Hij drukt me vooraf op het hart nu echt alles op alles te zetten er meteen zo lang mogelijk in te blijven. Hoe heter, hoe beter. Ik besluit me maar aan zijn advies over te geven, oh...ooh....de tranen vliegen uit mijn ogen en ik moet kreunen van de brand. Ik denk aan de stille, vertrouwde ogen van Tashi die me zojuist overtuigd hebben dit te doen. Als hij zijn vingers erin kan houden, dan moeten twee tenen van mij een koud kunstje zijn. Koud kunstje, koud kunstje....
Langzaam word ik wakker uit mijn slaap die meteen is ingevallen na de beste behandeling tot nu toe, volgens dr. Tashi. Het komt door het geluid van de rits, Nima komt het avondeten brengen: champignonsoep met popcorn en weer een bord vol met rijst, tonijnpasta en aardappelgroente curry. Als toetje krijgen we een glas met warme sinaasappelsap (!?). Die doet de koffie en thee daarna een stuk lekkerder smaken. We kletsen met Nima die weer blijft plakken voor een kletsje. Som schuift even later ook verlegen aan en we bespreken het programma van morgen. Ze stellen voor ons wakker te maken om 7:00 uur en ons ontbijt om half 8 te serveren. De bedoeling is dat we dan om een uurtje of 8 gezamenlijk kunnen vertrekken naar Sinuwa of Chomrong. Dat zal mede afhankelijk zijn van mijn voet, want het is best een lange wandeling. Dat kan ook betekenen dat we morgen afscheid van de dragers nemen en nu begrijpen we waarom Nima ons vanmiddag de fooi al heeft gevraagd. We vinden het voorgestelde programma, zoals altijd, natuurlijk prima.
Na de avondbehandeling van Frosty door Tashi, is hij ineens heel tevreden omdat de kleur zichtbaar terugkomt en het buitenste vel van de top nu helemaal los is van het onderweefsel. Ik heb de indruk dat ik wat meer kan bewegen. Morgen in het daglicht maar een serieuze beoordeling maken, want in het schijnsel van mijn hoofdlampje kun je me van alles wijsmaken. Toch ben ik opgelucht en speel nog een spelletje kaart met Hans in de tent. We eten er wat nootjes bij en ‘vieren’ ons afscheidsfeestje, het is de laatste nacht in dit mooie tentje.Labels: Reisverslag mini-expeditie
vrijdag, december 01, 2006
12 november, 2006; Tharpu Chuli Basecamp / Machhapuchhre Basecamp
Labels: Reisverslag mini-expeditie
11 november, 2006; Tharpu & Singu Chuli Highcamp / Tharpu Chuli Basecamp
Labels: Reisverslag mini-expeditie

