werken in Guatemala
Tijdens onze reis is ons opgevallen dat de Guatemalteekse bevolking heel hard werkt. Hoewel er veel spaanse invloeden zijn is de siesta bij hen geen gewoonte. In de brandende zon lopen ze met vele kilo's in doeken en manden een berg op naar de volgende markt of naar huis. Over het algemeen is het inkomen erg laag en kan de bevolking maar net in de eerste levensbehoeften voorzien. Ongeveer vijftien zeer rijke families 'bezitten' Guatemala, ze zijn eigenaar van alle banken, kranten, TV stations etc. De kust wordt grotendeels beheerd door Amerika door middel van bananplantages, koffie en fruit, de boeren verdienen bijna niets. Honger hebben de meesten niet omdat Guatemala een erg vruchtbaar land is en er erg veel voedsel is van eigen grond.
Een groot probleem in Guatemala is dat de bevolking door de overheid 'dom' wordt gehouden. Er zijn bijna geen mogelijkheden om door te leren en je te ontwikkelen. Daardoor kan macht en onderdrukking lang door blijven gaan. Hieronder een koffieplantage in de buurt van Antigua, Guatemala heeft een grote koffie-export.

Een andere bron van inkomsten is de weefkunst, op zeer jonge leeftijd leren de meisjes weven en een stof zoals hieronder is na ongeveer een maand klaar, deze worden verkocht op markten door het hele land. Dit weefdorp; San Antonio aguas calientes (in de buurt van Antigua) staat bekend om zijn weefkunst.


Het eindresultaat is dan ook verbluffend, hier een huipil (klederdracht van vrouwen) met geschriften vanuit de maya cultuur op het weefgetouw nagebootst. De meesten mensen kunnen niet lezen en schrijven maar deze kunst wordt van moeder op dochter doorgegeven.


Het verbouwen van mais is een andere bron van inkomsten. Iedereen bewerkt zijn eigen lapje grond. Vanuit een kuil met water irrigeert dit jongetje met een schep het landje. De meeste mais is net geoogst en het opkweken van de nieuwe gewassen is begonnen

.
Waar water is wordt gevist, dus ook hier. Over het algemeen zijn de meeste vissers niet echt handig in het visgebeuren en een les van een aantal Nederlanders zou geen kwaad kunnen, maar ze kunnen hun eigen kostje bij elkaar vissen. De vissen springen bijna vanzelf de boot in.


Op de markt van San Fransisco el Alto(de grootste markt van midden Amerika) komt iedereen zijn/haar waar verkopen en kopen. Hier een aantal varkens. Kleine boeren hebben vaak 1 fokzeug waarvan ze de biggen op de markt verkopen. Zelf kunnen ze eigenlijk geen varken slachten omdat ze geen koeling hebben.


Naast alle noeste arbeid en de handelsgeest, gaat het huishouden gewoon door. In Guatemala geen wasmachines en de vrouwen wassen in de dorpen, waar geen rivier of meer is, gezamenlijk bij een wasplaats met water uit de bergen.

terug