De "Cakra"-familie

sudradjat Breeding Intisari links Gatra frans sudiro a visit to Beji... welkom

Tussen 1997 en 2000 ben ik een tiental keren voor mijn werkgever (praktijkschool Barneveld; tegenwoordig PTC +) naar Indonesië gereisd  om er te werken als pluimvee-adviseur. Middelbare Landbouwscholen wilden stalletjes bouwen, broedmachines aanschaffen, en kippen gaan fokken. Dit alles om een goede praktijkgerichte opleidingen te kunnen geven, en tevens wat geld te verdienen voor de schoolkas.

Het was ook de bedoeling om met commerciële pluimveebedrijven relaties aan te knopen. Die bedrijven kunnen dan spullen leveren, stageplaatsen bieden, helpen bij de verkoop van producten, en ,niet onbelangrijk, ze kunnen toekomstige werkgevers voor de leerlingen worden.

Een van die bedrijven is PT Cakra, een familiebedrijf in Magelang op Midden Java. Ze fokken er Nederlandse legkippen (Bovans) met eigen vermeerdering, broederij enzovoorts.

Tijdens gesprekken bleek, dat de familie al generaties lang in de kippen fokkerij zit.

Vader Tjokromihardjo was een beroemd fokker die veel gedaan heeft voor het verbeteren van de productie van Ayam Kampung, de dorpskip. Kopien van diploma’s die door Tjokromihardjo behaald zijn op de “Surabajaasche jaarmarkt” van 1926  zijn inmiddels in het bezit van het pluimveemuseum in Barneveld.

Zijn creatie, de zwarte Ayam Kedu, geldt nog steeds als de beste lokale kip van Indonesie. Ik kende die kippen al, ze worden vaak gebruikt door onderzoeksstations om aan te tonen dat lokaal gefokte kippen ook heel productief kunnen zijn.

Maar naarmate de avond vorderde werden de verhalen steeds sterker. Er zou ook een kip bestaan die helemaal gitzwart zou zijn. Bevedering, poten, kopversierselen  ingewanden, en zelfs het bloed zou zwart zijn.

Die kippen moest ik zien !

Het weekend daarop werd een auto gehuurd, en gingen we bergop, van Magelang, naar Temanggung, van Temanggung naar Kedu, en van Kedu naar Beji.

Een heel dorp vol Cemani’s !!

Omdat Cemani’s zo bijzonder zijn, zijn ze veel geld waard. De mensen in Beji leven ervan !

Van heinde en verre komen kopers. Met de kippen loopt het meestal slecht af; ze worden geofferd om geluk in zaken, politiek of liefde af te dwingen, of ze verdwijnen in een medicinale soep voor een chronisch ziek familielid. Zoiets had ik nog nooit gezien !

Als relatiegeschenk kreeg ik een twintigtal broedeieren. Hoe ze hier kwamen weet ik niet meer; ze lagen opeens in mijn broedmachine.

Nou valt het niet mee om vier dagen voor vertrek uit een tropisch land broedeieren bij je te hebben. Hotel in, hotel uit, koffer in- en uitpakken, buiten 35 graden, binnen airco aan. De eieren werden stuk voor stuk in toiletpapier gerold en in een doosje gepropt. En hoe zit het in zo’n vliegtuig met luchtdruk, temperatuur en zo ? In het laadruim zullen de eieren wel niet overleven, maar hoe zit het met handbagage die tig keer door de scanner moet ?

Al met al een godswonder dat er op 28 april 1998 twee kuikens geboren werden, waarvan 1 met kromme poten.

Je wilt toch wat, dus het geval werd gespalkt met lucifers, leukoplast en wat al niet meer. Het heeft niet mogen baten; na tien dagen kwam een eind aan die lijdensweg.

Het ene kuiken groeide voorspoedig op. Het bleek een hennetje te zijn en we gingen naarstig op zoek naar een partner. Via internet kreeg ik het advies om haar te paren aan een Sumatra haan, die ook erg gepigmenteerd is. Van John Tax uit Nuenen kreeg ik een fraaie haan. Mijn hennetje legde er 7 eieren van en daar kreeg ik vier kuikens uit. Daarvan heb ik uiteindelijk 1 haan en 1 hen aangehouden.

Eind ‘98 kreeg ik weer de beschikking over 20 eieren uit Indonesië. Hetzelfde verhaal: weer slechts 1 kuiken. Ik kon mijn geluk niet op toen dit een haantje bleek te zijn.

Eind ’99 kreeg ik nog eens 9 kuikens uit 20 eieren, maar daar bleven er maar vier van leven.

Ik ga ervan uit dat de omstandigheden van bewaren en transport zeker bijgedragen hebben tot de slechte broedresultaten.

De fokkers in Beji vertelden mij echter dat bij hen de uitkomsten ook zeer laag waren. In de broedmachine maximaal 40 %; bij natuurbroed iets hoger.

 

© The Cemani site; by Jan Steverink