De heer Kabdan leidde de workshop over OALT, Onderwijs in Allochtone Levende Talen. De heer Kabdan is de ambtenaar van de gemeente Amsterdam die zich met OALT bezig houdt. In zijn inleiding kwamen de volgende punten aan de orde: veranderingen als je OALT vergelijkt met OETC; de Amsterdamse praktijksituatie en knelpunten.
De vier belangrijkste wijzigingen zijn:
1. De wet maakt het mogelijk dat ook andere (nieuwe) taalgroepen in
aanmerking komen voor OALT.
2. Er kwam voor ongeveer twintig gemeenten extra geld om OALT mogelijk
te maken.
3. Naast scholen kunnen ook andere rechtspersonen (verenigingen, stichtingen,
moskeeën) OALT aanbieden.
4. OALT is onderdeel van het cultuurbeleid. De OALT-lessen dienen volledig
buiten schooltijd te worden gevolgd.
Het jaar 1998/99 was een overgangsjaar. Per 1 augustus 1999 is
de regeling in alle gemeenten ingevoerd. Voor Turks, Marokkaans en Moluks
geldt een overgangsperiode, deze lessen kunnen voorlopig nog in schooltijd
gegeven worden. In Amsterdam en in veel andere gemeenten worden hiervoor
3 modellen gehanteerd:
1. OALT in de verlengde schooldag of op woensdagmiddag.
2. Voor kinderen in de onderbouw OALT als ondersteuning voor NT-2 inzetten.
3. Combimodel: 50% van de OALT-uren inzetten voor NT-2-ondersteuning
in de onderbouw en 50% in de bovenbouw in de verlengde schooldag.
In Amsterdam en in de meeste andere gemeenten wordt vooral dit laatste
model gekozen.
Voor nieuwe taalgroepen moeten de lessen volledig buiten schooltijd
plaatsvinden.
Knelpunten zijn o.a.:
Criteria waaraan moet worden voldaan zijn o.a.:
Het moet gaan om een taal die zowel mondeling als schriftelijk gebuikt
wordt; de rechtspersoon die de lessen wil aanbieden moet aan bepaalde eisen
voldoen; OALT-leerkrachten moeten een opleiding op Hbo-niveau hebben en
zij moeten het Nederlands voldoende beheersen; er moet een minimaal aantal
leerlingen in de leeftijdsgroep 4 t/m 12 jaar zijn die de lessen willen
volgen (dit aantal kan per gemeente verschillen; in Amsterdam is dit 8);
deze leerlingen moeten in de gemeente wonen en in ieder geval een van de
ouders moet in het land van herkomst geboren zijn.
Voor lesmateriaal zijn nog geen duidelijke criteria. Lesmateriaal voor
de nieuwe taalgroepen moet nog ontwikkeld worden.
Als taalgroepen aan de criteria voldoen kunnen ze worden “erkend”. Een erkende taalgroep krijgt geld van de gemeente voor OALT. Of een taalgroep kan worden erkend hangt ook af van de hoeveelheid geld die de gemeente nog beschikbaar heeft voor OALT. In Amsterdam zijn 6 nieuwe taalgroepen erkend. Voor een aantal andere nieuwe taalgroepen was nog geen geld beschikbaar.
In Amsterdam wordt een Gemeentelijk Steunpunt OALT opgericht, van waaruit het OALT zal worden onderzocht. Het lijkt wenselijk dat ook andere gemeenten zo’n herkenbaar punt krijgen. Nu weten veel ouders niet waar ze naar toe moeten met hun vragen over OALT.
Voor ouders die op zoek zijn naar OALT voor hun kind:
Terug naar het verslag
van de Ouderdag.
Terug naar de homepage
van Dubbelop