Verslag Dubbelop Ouderdag 20 november 1999

Op 20 november 1999 vond voor de eerste keer de Dubbelop Ouderdag plaats, in het Vrouwenhuis te Amsterdam.. Deze informatiedag over meertaligheid werd georganiseerd door Dubbelop en Stichting Forsa Amsterdam.

De belangstelling was groot. In totaal bezochten ruim 70 mensen de dag. De meesten hen waren ouders van jonge kinderen. Onder hen waren opvallend veel mannen. De ouders kwamen uit heel diverse landen en woonden in heel Nederland.



De lezingen

De dag werd geopend door Jolanda Dobber van Dubbelop. Daarna was er een lezing door prof.dr. René Appel van de Universiteit van Amsterdam. Zijn lezing had de titel "Meertalig = achterstand?" meegekregen. Hij vroeg zich hardop af of de titel niet beter "Meertalig = voorsprong?" had kunnen zijn. Meertaligheid heeft immers veel positieve effecten. De belangrijkste boodschap was dat ouders zich niet zoveel zorgen moeten maken over meertaligheid. Het mengen van talen hoort er op een gegeven moment in de ontwikkeling van het kind gewoon bij. Dit is niet het begin van het einde, maar juist een bewijs van het creatieve gebruik van taal door kinderen. Kinderen kunnen al heel snel de talen scheiden. Een liefhebbende, gestructureerde omgeving is wat belangrijk is voor alle kinderen, maar extra belangrijk voor meertalige kinderen.

Na zijn lezing, kreeg René Appel het eerste exemplaar uitgereikt van het boekje "Een Taal per Ouder" van Dubbelop. Dit boekje zal binnenkort via Dubbelop te verkrijgen zijn.

Hierna hield Marianne Stuurman van Dubbelop een inleiding over meertalig opvoeden in de praktijk. Zij vertelde dat het belangrijk is om te bedenken wat je eigenlijk verwacht van je kinderen, vooral waar het gaat om de minderheidstaal (= de niet-Nederlandse taal). Vind je dat je kinderen die taal alleen maar hoeven te verstaan, of wil je dat ze de taal ook gaan spreken. Wil je dat je kinderen leren lezen en schrijven in de minderheidstaal? Kort gezegd kun je stellen: hoe meer je verwacht, hoe meer energie je als ouder in de talige opvoeding zult moeten steken. En: hoe meer je verwacht, hoe belangrijker het bieden van een duidelijke structuur is.

In de praktijk zijn er twee structuren, organisatiemodellen, voor gezinnen die veel voorkomen in meertalige gezinnen.
Beide ouders spreken beiden een minderheidstaal met hun kinderen. Dit model wordt Minderheidstaal Thuis genoemd. Vader en moeder spreken bijvoorbeeld beiden Turks met de kinderen. De kinderen leren het Nederlands buitenshuis.
In andere gevallen spreken ouders ieder een andere taal met het kind. Vader spreekt bijvoorbeeld Turks en moeder Nederlands. Turks en Nederlands zijn in dit geval de moedertalen van de kinderen.
Zoals ook René Appel eerder had gezegd, werd ook nu weer duidelijk gesteld dat consequent zijn, duidelijkheid belangrijk zijn voor een optimale ontwikkeling van de tweetaligheid. Dit riep met name vragen op over hoe consequent consequent is. Welke taal spreek je bijvoorbeeld met je kinderen in het gezelschap van anderen die die taal niet verstaan? Welke taal moeten de ouders onderling spreken?
Een definitief antwoord kon Marianne Stuurman hier niet op geven. Ieder gezin is anders, ieder kind is anders. Als ouders moet je continu balanceren, evenwicht zoeken tussen enerzijds voldoende taalaanbod en duidelijkheid voor je kind en anderszijds je gevoel van wat sociaal gedrag is en de mogelijkheden die je hebt.


De workshops ronde 1

Na een korte koffiepauze was het tijd voor de eerste ronde workshops. Bij de inschrijving hadden de deelnemers al kunnen kiezen uit een van de volgende workshops:

"Onderwijs in Allochtone Levende Talen (OALT)" door dhr. Kabdan van het OALT steunpunt van de gemeente Amsterdam
"Meertalige kinderen met taal- en spraakproblemen" door Mirjam Blumenthal en Manuela Julien van het Audiologisch Centrum te Den Haag
"De organisatie van een meertalig gezin" door Marianne Stuurman van Dubbelop

Onderwijs in Allochtone Levende Talen (OALT)

In deze workshop vertelde de heer Kabdan over de verschillen tussen het oude Onderwijs in Eigen Taal en Cultuur (OETC) en Onderwijs in Allochtone Levende Talen (OALT). De belangrijkste veranderingen zijn dat OALT meestal buiten lestijd gegeven moet worden en dat meer taalgroepen in aanmerking komen voor OALT dan vroeger voor OETC.
Uit de workshop bleek dat ouders vaak niet weten wat ze moeten doen als ze OALT voor hun kind willen. Het advies van dhr. Kabdan was om te informeren bij de eigen gemeente voor welke taalgroepen er in die gemeente OALT is. Is er geen OALT voor de taal die je zoekt voor je kind? Informeer dan bij plaatselijke zelforganisaties of zij al bezig zijn een aanvraag voor te bereiden of dring erop aan dat zij dit doen.
Er bleek in de workshop verder nog onduidelijkheid te bestaan over wanneer een kind nu precies in aanmerking komt voor OALT. Hoe zit het bijvoorbeeld met niet-erkende kinderen met een Nederlandse moeder en een buitenlandse vader? Zij kunnen niet met een uittreksel aantonen dat de vader in land X is geboren. Sluit dit het kind uit van OALT?

Klik hier voor een uitgebreider verslag van deze workshop.

Meertalige kinderen met taal- en spraakproblemen

In deze workshop vertelden twee Mirjam Blumenthal en Manuela Julien van het Audiologisch Centrum te Den Haag over de manier waarop meertalige kinderen bij dit centrum worden geholpen. Zij lieten ook een video zien ter ondersteuning van hun verhaal.
Een belangrijk punt wat in deze workshop verder besproken werd was hoe je om moet gaan met kinderen die op een gegeven moment weigeren de minderheidstaal te spreken. Met name het feit dat logopediste Manuela Julien deze situatie zelf had meegemaakt met haar eigen kind, overtuigde veel ouders ervan dat volhouden het belangrijkste advies is in zo’n situatie.

Klik hier voor een uitgebreider verslag van deze workshop.
 

De organisatie van een meertalig gezin

In deze workshop werd verder doorgepraat over de twee modellen "Minderheidstaal Thuis" en "Een Taal per Ouder". Dit werd gedaan in kleine groepjes. Elk groepje bestond uit ongeveer 5 ouders van hetzelfde "model". De "Een Taal per Ouder"-ouders waren hierbij overweldigend in de meerderheid.
Uit deze workshop bleek vooral dat het heel moeilijk is voor ouders om aan goede informatie te komen over meertaligheid. Verder vonden veel ouders het moeilijk om consequent hun eigen taal te blijven spreken. Een ander punt was de taal die je als ouders onderling spreekt. En ten slotte was een discussiepunt in hoeverre je in gezelschap van anderen je eigen taal kunt/mag blijven spreken met je kind, als de anderen deze taal niet verstaan.



De informatiemarkt

Tijdens de lunchpauze was er een informatiemarkt. Aan deze informatiemarkt deden mee:

De Opvoedwinkel uit Amsterdam
Kinderboekwinkel Sylvester uit Leiden
Stichting Lawine (Stichting voor Nederlandse vrouwen met een buitenlandse partner)
Dubbelop, steunpunt voor meertalige opvoeding.

Verder hadden de internetsite Ouders Online, Project Opstapje, Stichting M.A.M.A. en Buurtzorg Zuidoost (BZO) uit Amsterdam folders beschikbaar gesteld.

Tijdens de informatiemarkt was het ook mogelijk om op het internet de Homepage van Dubbelop (home.planet.nl/~stuur013) te bekijken. En er kon gechat worden met ouders van meertalige kinderen elders in de wereld (Amerika, Japan).



De verrassing

Na de pauze was het tijd voor een verrassing. De bekende schrijver Kader Abdolah las het fragment "mijn kleine oorlogen" voor uit zijn boek Mirza. Het fragment zelf en vooral ook de manier waarop dit werd voorgedragen heeft velen tot tranen toe geroerd!



De workshops ronde 2

Aansluitend begon de tweede ronde workshops. Ook nu waren er weer drie workshops tegelijk:

"Tweetalig = bi-cultureel?" door Andrea Conrad en Johanna Pliester van Stichting Lawine
"Stimuleren taalontwikkeling" door Jolanda Dobber van Dubbelop
"Meertalige kinderen vertellen zelf "
 

Tweetalig = bi-cultureel?

Het thema van deze workshops was de vraag of een tweetalige opvoeding ook meteen betekent dat er sprake is van een bi-culturele opvoeding.
Eerst was er een inleiding over de relatie taal en cultuur. De relatie tussen taal en cultuur kan als volgt worden omschreven: taal is een onderdeel van de cultuur, maar taal is ook een middel om bepaalde elementen uit de cultuur te communiceren. Verder is er gesproken over belemmerende factoren bij het bi-cultureel opvoeden.
Belangrijk was verder dat gesteld werd ook als je niet meertalig opvoedt, de kinderen kunnen opgroeien tot evenwichtige, bi-culturele volwassenen.
 

Stimuleren taalontwikkeling

In deze workshop nam Jolanda Dobber de deelnemers mee naar een fictief land. Sommige deelnemers waren er geboren, anderen verhuisden er naartoe.
In groepjes werden verschillende opdrachten uitgevoerd. Bijvoorbeeld: "U gaat met u gezin naar een ander land. Hoe stimuleert u uw eigen taal en hoe de taal van het land waar u naar toegaat?" of " U komt van een ander land en gaat hier wonen" of " U trouwt met iemand van dit land".
Het doel hiervan was zoveel mogelijk (praktische) tips te verzamelen om taal te stimuleren.
Hieruit kwam dat je als materiaal bijvoorbeeld boeken, video's, cassettebandjes met liedjes, cd-rom’s kunt gebruiken, maar ook labels van blikjes die specifiek van het land zijn,naamborden van straten etc.
Ook dingen als schrijven met familie, contacten leggen in het land zelf met mensen van eigen taal, speelgroepjes, interesse tonen van cultuur en taal boeiend houden kwamen aan de orde.
Moraal van de workshop was eigenlijk: wees creatief, dan kun je de meest onverwachte dingen gebruiken voor taalstimulering.
 

Meertalige kinderen vertellen zelf

Deze workshop was een gesprek tussen ouders van meertalige kinderen en 5 meertalige jongeren. Vier van de vijf jongeren hadden thuis het Vietnamees geleerd en daarbuiten het Nederlands. De laatste en tevens jongste was opgevoed met het Nederlands en Vietnamees tegelijk. Haar vader is Vietnamees en haar moeder Nederlands.
Ondanks de zenuwen vooraf konden de jongeren toch goed duidelijk maken dat zij hun meertaligheid nooit als een probleem hebben ervaren. Ze zouden ook allemaal hun kinderen wel meertalig willen opvoeden (alleen de jongste (13) vond het veel te vroeg om hierover na te denken).
Wat dit gesprek vooral duidelijk maakte is dat meertaligheid voor kinderen iets heel normaals en natuurlijks is. Het is voor hen eigenlijk nauwelijks een interessant gespreksonderwerp. Dit komt overeen met de ervaring van Dubbelop bij het zoeken naar jongeren die mee wilden praten. Het bleek heel moeilijk om meertalige jongeren te vinden die interesse hadden om over hun meertaligheid te spreken. De jongeren die juist erg graag wilden meepraten waren jongeren die de kans op meertaligheid hadden gemist; kinderen uit gemengde gezinnen die alleen in het Nederlands waren opgevoed. Voor hen was dit blijkbaar wel een belangrijk onderwerp!



Na deze laatste ronde workshops was er nog gelegenheid om wat te praten en te drinken, waarna iedereen weer naar huis vertrok.
Alles overziend is het een heel gezellige en succesvolle dag geweest. Ook uit de evaluatieformulieren bleek dat deze dag in een behoefte had voorzien en dat het een goed idee is om dit volgend jaar weer te doen!
 

Marianne Stuurman
Dubbelop, steunpunt voor meertalige opvoeding
Postbus 12694
1100 AR Amsterdam
0181-646942
dubbelop@hotmail.nl
http://home.planet.nl/~stuur013