Sportsmedicine 2000 , 2011, lente  versie 2

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: http://www.ajsm.org/icons/spacer.gif

Go For

 

Archief

 

Begeleiding

 

Bibliotheek

 

Contact,Keuringen

 

Huisarts

 

Races, Links

 

Special

Piels Page

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: http://www.ajsm.org/icons/spacer.gif

 

 

Service

© 2011 T.C.Verheij BV.

All rights reserved. Terms of Use. Privacy Statement.

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: bassogiro--620x300.jpg

 

 

 

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: untitled2.bmp

 

Sport supplementen
voor een betere prestatie

 

Lees in de Special:
Sportvoeding

 

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: 6323.jpg

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: ASO_025.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  Een productie van Ton Verheij

 

 

 

 

 

Spieren

Fysiologie

Spierkontractie vindt in de spiervezel plaats doordat er in de sarcomeren (met zeer dunne spiervezels,myofibrillen) bruggen tussen de eiwitten actine en myosine gevormd worden, onder invloed van vrijgekomen calcium. Bij uitrekken neemt de kracht (N) in de spier toe, die gebruikt kan worden voor de contractie. Vergelijk de quadriceps spier, in de “dode fase”, en de daaropvolgende fase. Hoe langer de vezel, hoe meer kracht onwikkeld kan worden. Denk aan de klasbakken met hun lange soepele spieren. In rust bestaat er altijd enige spanning in de spieren. De spierspoeltjes en de gammavezels, die de alpha motoneuronen stimuleren, spelen daarbij, evenals het extra piramidale systeem de algemeen bekende rol. Vanuit een motorische voor hoorn cel worden via het bijbehorend axon slechts weinig (4 in de oogspier, 10 in de vinger) tot zeer vele (2000  in het bovenbeen) spiervezels met uni¬forme structuur geïnnerveerd. We noemen dit een motorische eenheid. Een dergelijke eenheid kan bestaan uit langzame (aërobe) of snelle (anaërobe) vezels. Het al genoemde myosine kent verschillende vormen, Snelle en langzame vormen; deze komen overeen met de genoemde “snelle en langzame” vezels. Kracht is afhankelijk van het aantal geactiveerde motorische eenheden en de impulsfrequentie daarvan. Bij geringe spierbelasting worden uitsluitend die motorische eenheden ingeschakeld die een lage prikkeldrempel vertonen. Het betreft hier de langzame (aërobe) vezels, die bij goede getraindheid in hun energiebehoefte door vetverbranding voorzien. Eerst worden wat zwakkere, kleinere, langzamere spiereenheden ingeschakeld, bij toenemende belasting de grotere, sterkere, snellere spiereenheden. De langzamere motorische eenheden, hebben kleinere cellichamen die makkelijker depolariseren.  Bij wat hogere belasting, worden nieuwe motorische eenheden, met wat grotere cellichamen en een hogere ( depolarisatie) prikkeldrempel ingeschakeld. Ook wordt dan meer een beroep gedaan op koolhydraat verbranding. Bij maximaal kracht wordt door een ongetrainde 70% van de spiervezels ingeschakeld. Door training kunnen uiteindelijk 95% van alle spiervezels worden ingeschakeld.

 ATP

Verzuring?

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: 260211ispa_0519_600.jpg

 

De voorafgaande theorie geeft een goede verklaring voor het algemene advies in een peloton zo lang mogelijk op een klein verzet te blijven rijden. Deze KH sparende manier van rijden kan vervolgens beslissend zijn in de finale. Vanaf 15% van de maximale kracht, neemt dan de doorbloeding in de spier af en bestaat dus de noodzaak om de snelle (anaërobe) spiervezels in te schakelen. Vanaf 50% van de maximale belasting stokt de doorbloeding tijdens de activiteit volledig. Dan functioneren alleen nog de motorische eenheden met snelle vezels (anaërobe) waarbij zich melkzuur ophoopt en de intracellulaire pH daalt, hetgeen na verloop van tijd o.a. leidt tot een vermin¬derde coördinatie maar ook een verminderde contractie. Ook tijdens krachttraining kunnen laktaatwaarden van meer dan 10 mmol/l bereikt worden.

 

ATP is noodzakelijk voor elke spier-contractie. De verbindingsbruggen tussen de fosfaat-atomen zijn de eigenlijke energie-carriers; wanneer ze verbroken worden, komt daaruit energie vrij. Per kilo spierweefsel is 2.5 gram ATP aanwezig, in totaal 50 gram. In een maximale belasting, zoals een sprint kan de totale voorraad ATP in 1 seconde worden verbruikt! Bij afbraak van ATP ontstaat ADP. Dit kan m.b.v. Creatine-fosfaat (gemaakt uit Creatine) weer worden omgezet in ATP. Spierweefsel bevat 5 maal zoveel CP moleculen als ATP moleculen. Sprinters hebben er echter meer van dan de duursporters. Zo zijn er meer biochemische verschillen (tabel); de wegrenner heeft een hoger citraatsynthetase enzymgehallte, van pas komend voor de aërobe stofwisseling; de baansprinter heeft een hoger Phosfoglyceratkinase en Pyruvaatkinase, voor de anërobe glycolyse. ATP en CP tezamen leveren voor 8 seconden een maximale belasting van de spieren.  Bij een langerdurende hoog-intensieve belasting, kan ADP worden afgebroken tot AMP. Dit levert weer energie maar ook amoniak; (stinkzweet……..).    De opvatting dat bij intensieve inspanning “melkzuur” wordt aangemaakt, dat bijdraagt aan de “verzuring”, is biochemisch volstrekt onjuist. Bij de afbraak van glucose komen 2 pyruvaat moleculen vrij; vervolgens worden 2 pyruvaat moleculen omgezet in 2 moluculen lactaat. De “verzuring” treedt wel op, maar wordt veroorzaakt door de afbraak van de energie-leverancier ATP; daarbij onstaan ADP en waterstofionen. ATP wordt weer geresynthetiseerd door de afbraak van vetten en glucose. Pas als tijdens intensieve belastingen de afbraak van ATP, de resynthese van ATP overheerst , treedt er “verzuring” op. Lactaat moleculen kunnen zelfs voor de energie-stofwisseling gebruikt worden, zoals we ook uit de cardiologie kennen (bij coronair ischemie of een infarct); deze lactaat-stofwisseling kan daardoor verzuring juist tegengaan!

Formupgrade legt uit….

Spiervezels

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: bettiniphoto_0071388_1_full_600.jpg

 

 

Enzymactiviteit (mumol/g)

Wegrenner

Baansprinter

Glycogeen-synthease

7,6

4,1

Phosfoglyceratkinase

174

274

Pyruvaatkinase

103

450

Laktaatdehydrogenase

229

390

Citraatsynthetase

43

29

 

De witte vezels zijn de grotere vezels, die door grotere motoneuronen worden geïnnerveerd, sneller zijn, meer kracht kunnen geven, maar ze zijn wel eerder uitgeput en grotendeels  berust de energie-winning op fast-twitch-glycolyse (FG), gedeeltelijk op fast-twitch-oxydatieve-glycolyse (FOG). De rode vezels zijn kleiner, worden door kleinere motoneuronen geïnnerveerd, hebben een geringere maximaal kracht en verkrijgen hun energie door langzame aërobe koolhydraat verbranding, slow-twitch oxydative stofwisseling (SO).  De verhouding snelle ("witte")/langzame ("rode") spiervezels ligt genetisch vast. Ook wordt op grond van mATPase activiteit onderscheid gemaakt tussen type IIA en IIB, de snelle vezels en type I vezels, de langzame vezels. Het onderscheid in IIA en IIB; volgens de huidige nomenclatuur noem je nu bij de mens type Iib,  IID of IIX, berustend op isovormen van de myosine-keten. Type I komt overeen met SO-vezels, maar IIA en IIB zijn niet identiek met FG, resp. FOG. Snelle vezels kunnen door chronische laag-frequente stimulering in langzame vezels worden omgezet. Denk daarbij aan het Compex-apparaat, waar nu veel reclame voor wordt gemaakt. Het omgekeerde is alleen met kunstgrepen mogelijk: bij proefdieren moet de natuurlijke innervatie van de langzame spier (soleus) worden uitgeschakeld, alvorens de snelle kunstmatige prikkeling tot ombouw tot een snelle spier kan leiden . Krachttraining veroorzaakt bij roeiers versterkte opbouw van IIA-spiervezels. Bij duurtraining ontstaan er meer type I-spiervezels. Krachttraining met zwaardere gewichten blijkt pas 3 weken na de trainingsperiode een optimaal resultaat te geven.

 

Toni’s strijd

Een wielrenner geeft niet op….

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: toni.jpg

 

Mijn strijd tegen kanker

De  3 maanden chemo-kuur ten einde:  lees mijn nieuwe site!

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Formupgrade.Keuringen.Testen.Wielrenners.jpg

Formupgrade legt uit….

Krachttraining

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: 0LAE5DVG--620x300.jpg

                                                              

 

 

 

Soort

Type I vezels

Type II vezels

Type IIa

Vo2max

Baansprinter

66

34

33

65

1000 m /baan

72

28

25

66

4000 m/baan

78

22

21

76

wegrenner

79

21

20

79

 

 

Door training neemt het volume van de vezels toe; de witte vezels bij sprinttraining en zwaardere krachttraining of de rode vezels bij duurtraining. De snelle vezels zullen bij speci­fieke training dus "dikker" worden Vroeger werd gedacht dat dit geschiedt op basis van  hypertrofie door toename van het oppervlak volgens de ATP deficiëntie theorie (13. Het begrip Hyperplasie (toename van het aantal spiervezels) is wel verklaard vanuit de ontwikkeling van satellietcellen (6), anderzijds ook wel obsoleet geacht (9). Tegenwoordig wordt spiervolume toename voornamelijk verklaard als een toename van de mitochondria en de energievoorraad in het sarcoplasma.  Aanpassing aan herhaalde intensieve inspanningen, geschiedt ook in de witte vezels, doordat de duur van de belastbaarheid van deze vezels toeneemt, ten koste van de snelkracht. Een andere biochemische aanpasssingen betreft, de inschakeling van FOG, fast oxydative glycolyse.

 

Beentraining leidt tot opvallende spiervolume afname en vermindert het aantal mitochondria in de m.biceps. Vergelijk de dunne armpjes bij top(marathon) atleten. Daarentegen leidt armtraining wel tot spiermassa vergroting van de bovenbenen zonder toename van de mitochondria.

 

In sportscholen wordt vaak gesuggereerd dat op grond van het aantal mogelijke herhalingen de maximaal kracht te schatten is. Daarbij wordt gebruik gemaakt van tabellen die berusten op een publikatie van Zatsiorsy&Kulik. Recent onderzoek van Marschall en Fröhlich ondersteunt deze theorie niet. Relatie tussen aantal herhalingen en percentage van de maximaal kracht, blijkt afhankelijk te zijn van het type sporter en van de spiergroep.

Zinvolle Kennis

Fysica (1)

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: 260211ispa_0405_600.jpg

 

                       

 

 

Tijdens de WK '87 voor artsen in Bad Dürkheim reed ik ronden lang vooruit met een lange Duitse renner. In die ronde zat een 12%  beklimming van bijna 2 km. Ik liet de Duitser het werk doen, alleen bij de beklimmingen trok ik ons karretje. Bij de laatste beklimming, er was nog 4 km naar de meet, zag ik achteromkijkend dat onze voorsprong optisch snel terugliep en besloot daarom niet meer maximaal te gaan. Tot mijn verbazing werden we pas op de top bijgehaald. Een klassiek gevolg van de wetten van de fysica, omdat de voorsprong door de lagere snelheid in de beklimming imponeert als kleiner, maar het in tijd niet is. Ken de wetten van de Fysica en presteer beter!

 

Rolweerstand speelt op de weg een kleine rol; in tegenstelling tot rijden in het veld (MTB, cross), waardoor daar de (maximale) snelheid lager ligt (fig 1). Tijdens een maximale inspanning  op de weg is de verhouding luchtweerstand vs. rolweerstand 89 vs. 11; in het veld, bedraagt die verhouding 58 vs. 42.

 

De kracht, nodig om de luchtweerstand te overwinnen, is recht evenredig met de snelheid tot de derde macht en recht evenredig met het frontale oppervlak van fietser en fiets.  Een "beetje" sneller, dus i.p.v. 36 km/u nu 40 km/u vergt daarom veel Watts. Om het oppervlak zo klein mogelijk te maken, gaan renners “op de fiets liggen”.   Door in d’n abri van de renner voor je te fietsen, maak je de weerstand natuurlijk ook veel kleiner.

 

Efficiëntie bepaalt in welke mate metabole energie en mechanische energie overeenkomen.  De mechanische energie vermenigvuldigd met deze efficiëntie-factor (E), tot de macht –1, is gelijk aan de metabole energie.  Vooral naar het effect hierop van de trap-frekwentie is veel onderzoek gedaan. Bij lichtere belasting is er een optimale trapfrekwentie van 60/minuut. Hogere trapfrekwenties zijn dan minder efficiënt. Bij zwaardere belastingen is echter het (ongunstigere) effect van hogere trapfrekwenties (boven 120/minuut) op de efficiëntie verwaarloosbaar. 

 

Gaat de weg omhoog, dan moet ook de zwaartekracht overwonnen worden. De hoeveelheid energie die dat kost, is rechtevenredig met het percentage van de klim (i.e. de sinus van de hoek), met het gezamenlijke gewicht van fietser en fiets en recht evenredig met de snelheid. 

 

Eenergie nodig voor rolweerstand; hierbij spelen ook factoren zoals wrijving in de naven, over de kransjes en ketting, gewicht van de renner en fiets. Belangrijk hierbij is ook het effect van wielgrootte en bandbreedte. Hoe groter het wiel en hoe smaller de band, hoe minder rolweerstand.

 

 

Adviezen

Fysica (2)

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: dsc_3302_600.jpg

 

Als de snelheid daalt doordat de klim steil is, neemt de luchtweerstand snel af, en wordt het relatieve aandeel van de zwaartekracht groter. Daarbij is het voordeel van rijden in iemands slipstream steeds kleiner. Onder 16 km/uur is er (bijna) geen luchtweerstand meer en in iemands wiel rijden heeft alleen nog maar mentaal en psychologisch voordeel. De bouw van een renner speelt een belangrijke rol. Massa is recht evenredig met lengte tot de derde macht,  frontaal oppervlak is recht evenredig met lengte in het kwadraat. Ben je erg lang, dan heb je voordeel bij rijden op vlakke wegen en met name een tijdrit. Indurain, "de lange uit Pamplona", haalde zijn winst vooral in tijdritten. Ben je klein en mager, dan heb je voordeel tijdens beklimmingen.  Bovendien blijken kleinere renners een relatief hogere VO2 max (ml/min/kg) te hebben. Dit hangt samen met een groter long oppervlak en met een betere doorbloeding naar en in de spieren.

 

Als je omlaag gaat, de benen stilhoudt en de remmen niet gebruikt, heb je een  vermogen, opgebouwd als kinetische tijdens de klim, minus de luchtweerstand.  Daarbij bereik je op steile afdalingen een maximale snelheid van ongeveer 70 tot 75 km per uur. Om nog harder te rijden, moet je bijtrappen. Het nuttig effect daarvan is gering en vereist zeer veel energie, gezien de luchtweerstand en de evenredige relatie tussen de benodigde energie en de derde macht van de snelheid.  Zelfs maximale inspanning (VO2 max) heeft dan weinig invloed op de snelheid daarbij. Uitzonderingen zijn het eerste deel na de top en na bochten  waarin je tempo terugloopt. Rij je in een peloton omlaag, dan kun je, als je geen angst hebt, makkelijk bijblijven. Rij je echter achter het peloton, dan is je luchtweerstand vele malen groter en is de kans groot eraf gereden te worden. De maximale snelheid omlaag is recht evenredig met de tweede machtswortel van de ratio M/A. M is dus de totale massa van fiets en fietser, A is het frontale oppervlak. Wat zien we daarom? Lange renners gaan harder naar beneden dan kleine renners, want hoewel  A bij langere renners groter is, is hun Massa relatief nog groter. Wat zien we nog meer? Sommige renners stappen bovenop de berg in een koers op een zwaardere fiets over. Velen proberen een speciale houding in te nemen, zoals vroeger Pedro Delgado, die als eerste renner voorover over het stuur ging hangen en nu Pantani die achter zijn zadel gaat hangen. Marco moet wel, met zijn 55 kg……..Vroeger verzwaarde Jean Robic zijn M, door bovenop de top een loden bidon aan te nemen. Een lichte renner is dus bij de klim in het voordeel, bij de afdaling in het nadeel. In totaal heeft hij een voordeel, omdat de klim langer duurt dan de afdaling.

Verhalen van vroeger

Michelin-mannetje

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: ASO_035.jpg

 

 

In de jaren 90 reed ik enkele malen de driedaagse van Charleroi. Prachtige etappes van 150 km per dag over geaccidenteerd terrein in Zuid-België, Wallonie, aan de grens met Frankrijk. Door mijn enthousiasme geprikkeld, besluit Joop Ribbers ook mee te gaan. Op de derde dag sta ik heel verdienstelijk 11e in het algemeen klassement. Deze zondag is de koninginnen-rit. Na 80 km - er is dan een groep van 8 man vooruit – zit ik in een achtervolgende groep met 20 renners. Ik zie dat een weg bergop nadert, en verderop rijdt een grote sjovel. Ik demarreer en kom al gauw in het abri van deze grote boeren-sjovel. Vervaarlijke scherpe schijven draaien voor mijn gezicht rond, maar dat deert me niet. Deert me niet? De weg is zeer slecht en vol grote gaten. De brede sjovel rijdt voor me en heeft daar geen last van. Maar Toni komt pardoes in zo’n groot gat van de weg terecht en wordt naar voren gelanceerd, en komt terecht tussen de messen van de sjovel!

20 minuten later ontwaak ik uit mijn coma. Broeders van de ambulance willen me op de brancard leggen. Maar mijn eerste reactie ” waar is mijn fiets??? Ik moet mijn klassement redden!”. De fiets gaat mee in de ambulance.

Joop (foto hieronder in 3e positie) heeft me naar huis gereden. Helemaal ingepakt met verband, tal van hechtingen in het gezicht, het doet mij lijken op een Michelin-mannetje. De volgende morgen begin ik gewoon om 8 uur het spreekuur.

 

 

Nieuws

Publicaties

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: MMj02544940000[1]

 

 

 

 

 

Wetenschappelijkje artikelen over de wielersport

 

Lees verder op Nieuws-site

 

 

 

 

© 2011 T.C.Verheij BV. All rights reserved. Terms of Use. Privacy Statement.