
Na 2 luierdagen was het maandagavond 14 augustus tijd voor het eerste snufje cultuur. Bij het hotel was een folkloristische avond georganiseerd voor de hotelgasten, met een barbecue, live muziek en entertainment. Uiteraard werden, zoals het hoort, tijdens de optredens mensen uit het publiek gehaald om mee te doen. Een dame uit het publiek mocht op een fakir gaan staan, een paar vrouwen moesten meedansen en Edwin werd samen met twee andere mannen de lucht ingetild door een sterke Tunesiër. Erg toeristisch maar wel leuk.
Na een week relaxen was het tijd vor het tweede deel van onze vakantie: de rondreis. Zaterdag 19 augustus gingen we met de taxi naar ons startpunt: Club Palm Inn in Monastir. Hier ontmoetten we ook de groep waarmee we de komende week door zouden brengen, onze reisbegeleidster Saskia en onze chauffeur Faouzi. De groep bestond voornamelijk uit Nederlanders, maar we hadden ook enkele zuiderburen in de groep (waarvan 3 Franstalige dames). Na de informatie-avond gingen we gezamenlijk dineren.
Zondag 20 augustus: om half 8 's ochtends begonnen we aan de eerste etappe van de rondreis. In de ochtend brachten we een bezoek aan het amfitheater van El Djem. Ten tijde van keizer Gordianus was de stad, toen Thysdrus geheten, verwikkeld in een politieke strijd tegen het Romeinse Rijk. De keizer liet het amfitheater bouwen voor de vervolging van Christenen en gladiatorwedstrijden. Leeuwen en beren wachtten in de vertrekken beneden om toegelaten te worden tot de arena voor een bloedige strijd. Dit alles voor zo'n 35.000 toeschouwers. Na een uurtje gingen we verder naar onze volgende bestemming: de oases van Gabès. Midden in de oase gebruikten we de lunch in hotel Chela Club en konden zo de groep wat beter leren kennen. Vervolgens werden we naar ons hotel in Gabès gebracht (Oasis) om te ontspannen op het heetst van de dag. De dag werd afgesloten met een bezoek aan Matmata. In dit plaatsje leven de bewoners ondergronds in een soort krater. In de kraters zijn kamers uitgegraven in de wanden, waar niet alleen de mensen maar ook de dieren leven. In Matmata bevinden zich ook 3 ondergrondse hotels en uiteraard hebben we aan één van die hotels een bezoekje gebracht. Een bezoek aan een familie was het laatste deel van deze lange dag.
Maandag 21 augustus beloofde een lange dag te worden met een rit naar het eiland Djerba, met tussenstops in Metameur (bezichtiging van ghorfa's, graanschuren) en Medenine (marktbezoek). Op Djerba werd eerst een bezoek gebracht aan het pottenbakkersdorpje Guellala. Bij de bekendste pottenbakker, een man die Ali Baba genoemd wordt, kregen we een kijkje achter de schermen. De goedlachse man vertelde geestdriftig zijn verhaal en had duidelijk veel lol in zijn werk. Helaas ging de reis te snel verder naar de volgende stop op Djerba: de joodse synagoge La Ghriba bij Hara Seghira. Om de synagoge te betreden dienen de schouders bedekt te zijn en moeten de schoenen uitgedaan worden. In de synagoge worden oude thorarollen en verschillende religieuze voorwerpen bewaard.
Na deze drukke ochtend was het tijd voor de lunch in hotel Djerba Beach. Tevens hadden we de tijd om even in zee of in het zwembad te zwemmen, waar velen ook graag gebruik van maakten. Na de pauze vertrokken we voor een bezoek aan de hoofdstad van Djerba: Houmt-Souk. Hier hadden we volop gelegenheid om zelf de stad te verkennen. In de late namiddag vertrokken we met de bus weer naar hotel Oasis in Gabès.
Dinsdag 22 augustus beloofde een dag te worden die voornamelijk in het teken van vervoersmiddelen zou staan. De ochtend begon nog relaxed: met paardenkoetsjes reden we door de oase van Gabès. Samen met Frenkie en Simone, ons trouwe gezelschap, ging de rit door de een zee van palmbomen en langs hennavelden. Dat was nog eens een goed begin van de ochtend. Na de tocht was het tijd voor een lange busrit naar de poort van de Sahara: Douz. Onze gids Saskia maakte ons wijs dat we die nacht in tenten zouden slapen en dat we voor de lunch verwacht werden in de restauranttent. Iedereen deed daar lacherig over, maar moest toch wel even slikken toen we inderdaad langs een tentenkamp reden. Gelukkig bleek niets minder waar: het verblijf was een superdeluxe hotel met een schitterend, groot zwembad aan de rand van Douz. Op het heetst van de dag genoten we dan ook even van de vrije tijd tussen de middag.
In de namiddag vertrokken we voor een rit op de schepen van de woestijn: een rit op een dromedaris. Na ons goed ingepakt te hebben tegen het zand was het tijd om de dromedaris te bestijgen. Een beetje ongemakkelijk, maar het ging goed. 
En tja, daar ga je dan met z'n allen die grote zandvlakte op. Schitterend om eens mee te maken, zeker als de zon langzaam ondergaat. Gelukkig hadden we een kleine stop zodat we goed konden genieten van dit moment. Je voelt je wel erg nietig in zo'n grote zandbak! Na een pauze van een half uurtje was het tijd om weer terug te gaan. De terugrit werd nog spannend doordat de dromedaris van Sandra plotseling begon te steigeren. Gelukkig had de begeleider het dier snel onder controle, maar dit betekende wel opnieuw op- en afstijgen. De dromedaris had in het zand liggen rollen waardoor het zadel scheef was gaan zitten en dan is elke last te veel. Het avontuur liep in ieder geval goed af.
Woensdag 23 augustus was het vroeg opstaan voor weer een bijzondere dag. Via het zoutmeer Chott El Jerid (waar je fata morgana's kunt zien) ging de tocht naar El Hamma. Hier stapten we over in jeeps voor een rit door de woestijn. Tijdens een zandstorm met een zicht van nog geen 25 meter reden we met een vaart van 100 km per uur! Erg spannend en bijzonder, zeker als je niet eens de jeep vlak voor je ziet rijden. De rit voerde ons naar de ruïnes van Chebika, in het Atlasgebergte dicht bij de Algerijnse grens. Hier hadden we de tijd om rond te kijken en te genieten van het uitzicht. De rotsen gaven soms mooie en verrassende doorkijkjes. Na een uurtje werden we naar het hotel in Tozeur gebracht voor de lunch en om te relaxen in het zwembad (het was inmiddels 43 graden). In middag stond een bezoek aan de plaatselijke dierentuin op het programma. Vol enthousiasme toonde de eigenaar van de zoo zijn uit de hand gelopen hobby. Een bonte verzameling dieren werd tentoongesteld en eigenlijk was het best sneu. Twee leeuwen deelden een kleine kooi en de "huisdromedaris" was inmiddels gewend aan het leegdrinken van flesjes cola. Gelukkig hebben de dierentuinen in Nederland het beter voor elkaar!
Donderdag 24 augustus: een lange reis naar de heilige stad Kairouan. Saskia raadde ons twee dagen daarvoor aangeraden om wat koekjes in te slaan voor onderweg en vandaag werd duidelijk waarom: we brachten een bezoek aan een nomadenfamilie en die waren dolblij met de etenswaren. Ondanks dat de Tunesische regering voor deze bevolkingsgroepen huizen heeft laten bouwen, wonen de meesten nog in traditionele tenten. Voor de dieren is een professorische schaapskooi gemaakt van tegen elkaar gestapelde takken. Na de tussenstop werd de reis vervolgd naar Sbeitla, om de overblijfselen uit de Romeinse tijd te bezichtigen. Opmerkelijk genoeg waren er best veel delen goed bewaard gebleven, zoals drie tempels en een deel van het badhuis.
In de vroege middag kwamen we aan in Kairouan, waar we de lunch gebruikten in het hotel. Daarna was het tijd voor een bezoek aan de heilige stad, met uiteraard de bezichtiging van de grote moskee. Met bedekte schouders en knieën mochten we een blik naar binnen werpen, maar helaas mochten we de moskee zelf niet betreden. Op het plein was echter genoeg te zien: een jongen was zojuist besneden en dit werd met de familie groots gevierd. Ze vonden het ook totaal geen probleem om te poseren voor een foto. De rest van de middag mochten we op eigen houtje rondwandelen in Kairouan. Voor de meesten was dit het moment om op souvenirjacht te gaan. De middag kwam echter abrupt ten einde toen een gigantische regen- en hagelbui de straten van de medina tot kniehoogte onder water zette. Het water stroomde als een riviertje de grote weg op en de winkeltjes moesten noodgedwongen sluiten. Voor ons het teken om terug te gaan naar het hotel en uit te rusten.
Vrijdag 25 augustus, de laatste dag van de rondreis. De laatste etappe voerde ons eerst naar het Bardo-museum in Tunis, de hoofstad van Tunesië. In het museum vind je schitterende Italiaanse houtsnijwerken, Romeinse beelden en levensgrote mozaïeken. Hier herleeft de geschiedenis van Tunesië. Via historisch Carthago bereikten we onze laatste bestemming: Sidi Bou Saïd. Dit dorpje met witte huizen en blauwe accenten ademt de sfeer van de Côte d'Azur. Veel kunstenaars hebben zich hier gehuisvest. Het Café des Nattes is het meest gefotografeerde huis van Sidi Bou Saïd. Dit is ook wel te merken aan de prijzen, maar dat mag de pret niet drukken. Helaas betekende dit sfeervolle stadje het einde van onze vakantie in Tunesië. We hebben veel gezien in een korte tijd en dankzij onze gids Saskia veel geleerd over dit land en haar mensen. Beslist de moeite waard om eens te ontdekken!