Klik op het plaatje om terug te keren naar het voorblad "Vergeten Eters"

ARTHRANTHUS CARNIPHAGUS

De Arthranthus is een organisme dat insecten in zijn gewebde armen vangt. Met behulp van een paar gelede en getande uitsteeksels wordt de prooi met trage bewegingen uit het web gepikt en naar de mondopening gebracht. Een stuk of tien tot twaalf van zulke vangeenheden als afgebeeld op de tekening staan aan het uiteinde van een vertakt systeem van slingerende ranken, die bijeenkomen in een centrale stengel en uiteindelijk eindigen in een oppervlakkig wortelstelsel. De ranken slingeren zich als lianen door de takken van bomen en struiken in het woongebied van de Arthranthus, de mangrovebossen aan de kusten van de Ranget-eilanden in de Soendazee.

Pas sinds kort is er enig licht geworpen op de ontwikkelingsgeschiedenis van de Arthranthus en wel dankzij de oplettendheid en de volharding van Ir.Sidney Spitter, een amateur-paleontoloog, die werkzaam is bij een tinwinningsbedrijf op de Ranget-eilanden. In zijn avonduren placht Spitter fossiele schelpen uit zeer oude en diepe kleilagen, die door de tinmolens opgebaggerd werden, te bestuderen en te klassificeren. Hij stootte bij de uitoefening van zijn liefhebberij in de alleroudste lagen op op schelpen lijkende schalen, die overeenkomst vertoonden met de schalen van eendemosselen. Opmerkelijk vaak vond hij deze schalen tezamen met met afdrukken van op lianen gelijkende planten. Spitter vermoedde een samenhang met de hedendaagse Arthranthus, die enerzijds met zijn vanggedrag dierlijke en anderszijds met zijn stengel en wortels plantaardige trekken vertoont. Hij is toen begonnen op een geschikte plaats een gat te graven en heeft zich letterlijk, systematisch scheppend, in de put gewerkt. Toen de laatste en oudste kleilaag was omgeschept, was de bodem bereikt. Spitter was klaar en had toen een overzicht van de evolutie van de Arthranthus.

 Een slingerplant en een vroege verwant van de huidige eendemossel leefden oorspronkelijk, heel erg lang geleden,  in de zilte kustmoerassen van wat thans de Ranget-eilanden zijn. Enige miljoenen jaren later is de eendemossel alleen vastgehecht aan de slingerplant te vinden. Nog een paar miljoen jaar later zijn de twee al niet meer als afzonderlijke organismen te onderscheiden en in de jongste lagen liggen alleen nog maar de voorgangers van de hedendaagse Arthranthus.

Blijkbaar hebben in de oertijd twee organismen elkaar gevonden in een symbiose die zo ver gegaan is, dat een chimaere gevormd werd, waarbij de twee oorspronkelijke deelnemers tot een organische eenheid versmolten. Grappig is, dat erfelijkheidsonderzoek, uitgevoerd in opdracht van een dierentuin en een hortus botanicus, waarnaar Spitter in zijn besluiteloosheid elk een exemplaar van de Arthranhus stuurde, liet zien, dat het DNA in twee delen met een duidelijk verschillende samenstelling van nucleotiden te scheiden was. Deze waarneming past bij de idee van een afkomst van twee verschillende voorouders.

De schaarse bewoners van de Ranget-eilanden maken dankbaar gebruik van de eigenschap van de Arthranthus insecten te vangen. Ze graven hem uit en zetten hem in potten in hun huizen.Wel moeten steeds jonge exemplaren gezocht worden om de oude te vervangen want, hoewel ze zo lang ze leven uitstekende vliegen- en muggenverdelgers zijn, ze sterven buiten hun woongebieden, de mangrovemoerassen, snel af. Het is dan ook zelden, dat men het geluk heeft een jong exemplaar van de Arthranthus te zien te krijgen, soms in een dierentuin of soms ook in een hortus.