Klik op het plaatje om terug te keren naar het voorblad "Vergeten Eters"

HET KOPERKRUID

Aan de noordkant van de Himalaya, waar de bergen langzamerhand overgaan in de heuvels, ligt het Doentaghmeer, blauw in het diepe midden en geel-bruin langs de uitgestrekte en ondiepe moerassige oevers. De bodemgesteldheid in het gebied is heel kenmerkend. Diep vanonder de Himalaya vandaan komt een bijzonder koperrijke en poreuze aardlaag vlak boven het meer aan de oppervlakte. Op de grond boven deze laag groeien naaldbomen en het zuur afkomstig uit de afgevallen naalden zakt in de bodem met het regenwater. Het zure grondwater sijpelt door de poreuze laag en lost het koper op, dat tenslotte in het Doentaghmeer terecht komt. Door de betrekkelijk stabiele geologische toestand heeft de plaatselijke flora en fauna zich al sinds miljoenen jaren aan de koperrijkdom in zijn omgeving kunnen aanpassen. De stofwisseling van een waterplantje met de veelzeggende naam koperkruid heeft zich helemaal op koper ingesteld. Niet alleen is het magnesiumatoom in het chlorophyl vervangen door koper, tevens dragen allerlei koperverbindingen bij tot de versteviging van het plantenweefsel. Mineralen zijn ruimschoots aanwezig in het meerwater en het koperkruid neemt alle benodigde stoffen direct daaruit op.Wortels heeft het niet meer nodig. Maar zonlicht als energiebron is onontbeerlijk en daarvan verzekert het koperkruid zich door een plaatsje te zoeken dicht onder het wateroppervlak. Het bereikt dit doel door met twee ranken de stengels van andere, drijvende waterplanten te omstrengelen. De in de herfst geproduceerde zaden zakken naar de bodem voor hun winterrust. In het voorjaar ontkiemen de zaden en de jonge plantjes stijgen naar de oppervlakte. Ze dobberen rond tot ze een geschikte plant vinden om zich aan vast te hechten.

Het koperkruid heeft een belangrijke rol gespeeld bij de economische en culturele ontwikkeling van de plaatselijke bevolking. Al in de vroege oudheid waren de boeren op de hoogte van de rijkdom aan koper, die in de plant gestapeld lag. Vele eeuwen lang plachten zij in de herfst, kort nadat de zaden van het koperkruid afgezet waren, met speciaal aan dit soort werk aangepaste dreggen de planten uit het water op hun rieten vlotten te trekken om ze daarna op het land te laten drogen. De gedroogde planten werden in lemen oventjes verbrand en het pure koper, dat zich onder de aslaag vormde, werd verzameld. Aanvankelijk werden vooral koperen gebruiksvoorwerpen gemaakt. In latere tijden, toen de handvaardigheid toenam, lag de nadruk op de edelsmeedkunst en werden de welbekende Doentagh-sieraden gemaakt, die thans grote antiquarische waarde hebben. Grootschalige industriŽle productie van koper elders in de wereld heeft de winning van dit metaal uit het waterplantje niet meer lonend gemaakt, de plaatselijke nijverheid doen verdwijnen en het koperkruid doen vergeten.