Klik op het plaatje om terug te keren naar het voorblad "Vergeten Eters

DE PRIEMKWAL

Schipbreuk lijden in de Sargassozee is erg. Met de reddingboot in een wierveld terecht komen is een ramp en als dat bovendien een veld rood wier is .... niet te overzien! Zeelui die Amerika bevoeren vanuit de oude wereld waren de gevaren, die schuilen in de beruchte wiervelden,  welbekend. Meelijwekkend zijn de verhalen van de schipbreukelingen, die hun reddingboten tergend langzaam door het taaie wier moesten worstelen; ademstokkend zijn de relazen van hen die gedwongen waren de nacht er middenin door te brengen.

Het meest aansprekend is misschien wel de geschiedenis van Joaquim Texeira, harpoenier aan boord van een walvisvaarder. Na een fortuinlijke zomer in de zeeŽn bij New Foundland vertrok de walvisvaarder in het jaar 1756 volgeladen met vaten traan op de terugtocht naar Lissabon. Tijdens een zware noorderstorm liep het schip ernstige averij op en dreef af naar de Sargassozee. Het onbestuurbaar geworden vaartuig was niet meer te redden en de bemanning ging in de boten, te midden van de onafzienbare, drijvende wiervelden. Texeira had plaats genomen in een van die ranke, wendbare bootjes, die gebruikt werden bij het harpoeneren. Voortdurend moesten de riemen ontward worden uit strengen rood wier en toen de avond viel maakten de doodvermoeide mannen zich zo goed en zo kwaad als het ging gereed voor een nachtrust die hun niet beschoren zou zijn. Nog maar nauwelijks waren de eerste sterren boven de slapende mannen verschenen, of ťťn van hen uitte een luide schreeuw. In het zwakke schijnsel van een ijlings aangestoken lantaarn zagen de zeelui een kwalachtig, slijmerig beest vastgezogen op de arm van hun makker. Met behulp van een handspaak werd het ongedierte los gemaakt en met een wijde boog in zee gesmeten. Hoewel hij nauwelijks gewond was, had de aangevallen zeeman toch een scherpe prik in zijn arm gevoeld. In de loop van de nacht zou de arm steeds warmer en dikker worden om later ook nog te gaan ontsteken. Op het bootje keerde de rust weer enigermate terug, doch voor kort. Alweer een kreet. Nu was de toestand ernstig. De kwalachtige ondieren bleken zich stilletjes en nu in een grote massa op bijna alle schipbreukelingen te hebben vastgezogen. In een wanhopige worsteling probeerden de mannen zich te ontdoen van hun kwelgeesten, die in ogenschijnlijk onstuitbare horden de boot in klauterden. Door hun verwoede afweerpogingen konden de zeelieden ten slotte de situatie beheersen. Een paar mannen grepen de riemen. Uitgeput als ze waren slaagden ze toch erin de boot uit het wierveld te krijgen en hun belagers van zich af te schudden. De snelle levensreddende ontsnapping was mogelijk geweest, omdat de boot zo rank en licht was. Van de mannen op andere, zware boten werd nooit meer iets vernomen. Een tocht vol ontberingen, waarop menigeen omkwam door uitputting, voedsel- en watergebrek en vooral ook door de ontstekingen als gevolg van de steken door de priemkwal, wachtte Texeira en zijn lotgenoten nog, voordat ze gered werden. Texeira was een geletterd man, die zijn belevenissen tot in alle geloofwaardige details heeft opgeschreven. De verhandeling, die hij schreef, bevestigde eerdere ervaringen van andere zeelui met dien verstande, dat een massale aanval door priemkwallen, zoals hij die meemaakte, nooit eerder vermeld was. Inmiddels is veel meer bekend geworden over de priemkwal, zoals zeelieden hem, overigens ten onrechte, noemen vanwege zijn slijmerigheid en zijn gemene stekel. De priemkwal is helemaal geen kwal, maar een verre verwant van de kielslakken, een orde, waartoe veel roofzuchtige soorten behoren. Ook vertoont hij kenmerken, die verwantschap met de inktvissen verraadt. Overdag leven priemkwallen op een diepte van enkele honderden meters en 's nachts wagen ze zich aan de oppervlakte. Zachtjes "wiekt" de priemkwal met zijn "vleugels" voort tussen het wier op zoek naar een prooi die hij bliksemsnel grijpt met zijn van zuignappen voorziene linkerarm, terwijl tegelijkertijd de rechterarm met de giftige stekels naar voren schiet om de tegenspartelende buit te doden. De mondholte stulpt zich over de gedode prooi, die door de enkelvoudige, getande kaak in stukjes gezaagd wordt en tenslotte in de blinde darmzak verteerd.

Onder water valt de kortaangebonden priemkwal wel eens mensen aan, boven water hoogst zelden. De massale overval op een boot, zoals beschreven door Texeira, moet waarschijnlijk verklaard worden, doordat de onfortuinlijke schipbreukelingen in een zeer grote groep priemkwallen terecht kwam, die zich voor voortplanting in de daarvoor geschikte velden van een bijzonder soort roodwier verzameld had. De dieren moeten zich bedreigd gevoeld hebben. Agressief en kortaangebonden als ze zijn moeten ze in hun geŽxalteerde toestand door een welhaast suicidale aanvalsdrift overmeesterd zijn geweest.