Klik op het plaatje om terug te keren naar het voorblad "Vergeten Eters"

DE SLUIERSLAK

Aan de oevers van de Bomoe, één van de bronnen van de Kongorivier, hoort men tegen het vallen van de avond vaak plonzende geluiden. Dat geplons houdt de hele nacht aan. Baron Antoine Lieutour (1817-1871?), die in opdracht van zijn regering rivieren, bergen en vooral grenzen in kaart bracht, kon er niet van slapen. Hij stuurde zijn geweerdrager eropuit om de oorzaak op te sporen en vervolgens de rust te herstellen. Wat het laatste aangaat keerde de geweerdrager onverrichterzake terug, maar over de oorzaak kon hij een, zij het onvolledig, verslag uitbrengen. Hij beschreef zijn opdrachtgever zo getrouw mogelijk wat hij had kunnen waarnemen bij het zwakke schijnsel van de maan. De geluiden kwamen uit de buurt van een klein boompje, dat met zijn stam nog juist in het water stond. Op de takken van het boompje zaten rijen slakken. Sommige spreidden opeens een soort manteltje en lieten zich dan plompverloren in het water vallen. De geweerdrager zag geen kans de plonsers tot stilte te manen, want de zuigende modder liet hem niet toe naar het boompje te waden om dat eens duchtig uit te schudden. De belangstelling van baron Lieutour was gewekt door het verslag en hij besloot het de volgende dag te gaan verifieren. Daarom vertrok hij tegen de avondschemer van de volgende dag, uitgerust met zijn allerbeste olielantaarn, naar de bewuste plek aan de rivieroever om de situatie hoogst persoonlijk in ogenschouw te nemen. De lamp bleek hij niet nodig te hebben, want in de laatste stralen van de nog net boven de kim staande zon zag hij  helder een tafereel, dat hem ten zeerste verbaasde. Uit de riviermodder kropen rijen slakken tevoorschijn. Ze begaven zich langs de stam van een boompje naar boven en verspreidden zich over de takken. Op de tak kwam elke slak in dwarse positie tot stilstand en liet twee op bloemen gelijkende orgaantjes aan steeltjes naar beneden hangen. Geruime tijd gebeurde er niets. In de allengs toenemende schemer kwamen nachtvlinders tevoorschijn. Als zo'n nachtvlinder probeerde van een pseudo-bloem wat nectar te snoepen, dan ontwikkelde de aangeraakte slak een korte, explosieve actie: pijlsnel wierp hij een tot een sluier uitgegroeide voorvoet over de ongelukkige vlinder en liet zich met prooi en al voorover in de rivier vallen. Onder water en in de modder had de prooi geen schijn van kans om te ontsnappen. De amfibische slak peuzelde rustig de buit op en zocht in de loop van de nacht weer een plekje op een tak. Overdag hielden de slakken zich schuil in de modder aan de voet van het boompje. Niet dat de levenswijze van de slakken direct duidelijk was voor de verbaasde baron. De aanval van een slak verliep dermate snel, dat Lieutour aanvankelijk niet erachter kwam, wat er zich afspeelde. Hoewel volstrekt geen natuurvorser, toch heeft de baron na veel hoofdbrekens de reeks van gebeurtenissen kunnen ontrafelen met name door gebruik makend van een vlot een net onder de boom te spannen en vallende slakken daarin te verstrikken. Dagenlang heeft hij letterlijk moeten modderen. Uiteindelijk heeft hij zijn bevindingen in detail aan zijn dagboek toevertrouwd. Dankzij de nauwkeurige aantekeningen in het bewaard gebleven dagboek weten wij tenminste hoe de sluierslak zijn voedsel vergaart. Hoewel hij uitmuntend uitgerust was met apparatuur voor kartering, ontbrak het de baron geheel en al aan conserveermiddelen, die vanzelfsprekend ruimschoots voorradig zijn tijdens expedities van natuuronderzoekers. Lieutour was zich van dit tekort pijnlijk bewust. De daad, die hij nu verrichtte verdient wegens zijn ongekende offerbereidheid de langdurige achting van het nageslacht: hij conserveerde een aantal slakken in zijn beste cognac, die hij in een kleine voorraad meenam op expeditie ten troost in nachtelijke uren na een dag hard werken. De waarde van deze daad krijgt een extra dimensie, als men beseft dat, ondanks een nauwkeurige beschrijving, de vindplaats van de sluierslak nooit meer getraceerd is. De baron is altijd bijzonder zuinig geweest op de paar door hem meegenomen exemplaren en heeft ze nooit uit handen willen geven. Deze slakken zijn tegenwoordig, alleen na afspraak met de huidige beheerder van Lieutours verzameling, te bezichtigen in een vitrine in Chateau Lieutour. Geconserveerde exemplaren hebben als voorbeeld gestaan voor de reconstructie op bijgaande afbeelding. Het schijnt, dat de baron altijd een slakkenhuis als talisman om zijn hals droeg. De slakken hebben hem wel een zekere faam bezorgd bij de Société Gastropodienne, maar of ze hem voor ongeluk behoed hebben...... ?! De baron was een vitale vijftiger, toen hij voor de zoveelste keer in opdracht vertrok op een groots opgezette expeditie. Van hem en zijn metgezellen is nooit meer iets vernomen.