Klik op het plaatje om terug te keren naar het voorblad "Vergeten Eters"

DE VISSERSVIS

Koraalriffen herbergen een rijke geschakeerdheid aan levensvormen. Rondom geÔsoleerde eilanden hebben zich bijzondere en bizarre levensvormen kunnen ontwikkelen. De vissersvis, een bewoner van de riffen rond het atol Lendavau in zuidelijk MicronesiŽ, toont ons, dat het (schep)net allesbehalve een menselijke uitvinding is en dat al lang voor de primitieve mens zijn eerste van plantenvezels gevlochten net uitwierp, een vis al andere vissen ving volgens dit beginsel. De visservis is een traag dier. Hij zoekt een plekje op, waar veel (vis)verkeer langs komt. Als daar een sterke stroom staat, hecht hij zich met een stevige knoop in zijn soepele, puntige staart vast aan een uitsteeksel. Vervolgens wacht hij af tot er een school smakelijke soortgenootjes voorbij komt. In een proces, vergelijkbaar met de bekende vangmethode van het kameleon, schiet de vissersvis viegensvlug zijn lange tong tussen de school kleine visjes. Het uiteinde van de tong, die in rust opgevouwen ligt in de mondholte, klapt daarbij open, waardoor een zakvormig, mazig vangapparaat in werking treedt. De vangst wordt binnengehaald en smakelijk opgegeten. De vissersvis is een echte veelvraat, die snel groeit en in volwassen toestand gauw twee kilo weegt. Zijn gestreepte uiterlijk doet een afschrikwekkende eigenschap, oneetbaarheid bijvoorbeeld, vermoeden. Het is maar bluf, want de enige verdediging van de visservis bestaat uit het opzetten van zijn stekelige vinnen en een snelle vlucht, als hij tenminste kans ziet schielijk genoeg uit zijn knoop te komen om te voorkomen, dat zijn hongerige tegenstander deze genadeloos doorhakt.