Klik op het plaatje om terug te keren naar het voorblad "Vergeten Eters"

DE ZIEF

De zief, zoals de walvisvaarders hem noemden, is een bewoner van de poolzeeŽn. De sierlijke en in geprepareerde toestand sterk iriserende schelp stond in zijn delicate broosheid in scherp contrast tot de ruwe, baardige harpoeniers en speksnijders, die hem als aandenken mee terug naar huis plachten te nemen

Opmerkelijk is het vermogen van de zief seizoensgewijs ingrijpend van eetgewoonte te veranderen. Het grootste deel van het jaar leeft hij in de koude diepte en heeft af en toe het geluk een prooi te verschalken met zijn stevige vangarmen. Op grote diepte zijn prooien zeldzaam en de zief leidt een karig bestaan. In het voorjaar bloeit de poolzee. Vele minuscule plantjes en diertjes vinden volop mineralen en andere grondstoffen, die zich tijdens de winterstormen in de ijskoude zee hebben opgehoopt en nu in de relatieve warmte van de lente beschikbaar komen. Ze vermenigvuldigen zich tot ontelbare aantallen en vormen de voedselbron voor andere en grotere organismen, waaronder ook de zief. Deze laatste stijgt naar de oppervlakte en schakelt daar een ander voedingsmechanisme in. Hij ontvouwt een trechtervormig veranderde vangarm en verzamelt hiermee doeltreffend het rijkelijk aanwezige plankton om zich daaraan bol en rond --alweer een groeiring aan de schelp!--te eten. Als de zee "uitgebloeid" is, zakt de zief weer weg in de duistere diepte.

Toch was het luilekkerland van de voorjaarszee niet direct het paradijs voor de zief. Ook de Groenlandse walvis placht te genieten van de voedselrijkdom en kreeg bij een hap plankton ook wel eens een zief mee naar binnen, die dan min of meer beschadigd in de maag terecht kwam.

Huybert Folkerts van Kampen was stuurman op een walvisvaarder. Hij was ook een ijverig en zelfs enigermate pedant natuuronderzoeker, die kwistig met moeilijke namen en termen strooide. Dat nam niet weg, dat de ietwat geŽrgerde speksnijders, als ze een intacte Siphonobrachus tigridigitatus vonden in het ingewand van een walvis, zo'n zief toch graag bij hem brachten, omdat hij de schelp, die zij zich als souvenir wensten, vaardig prepareerde.

De Groenlandse walvis moet een tamelijk behendig vanger van zieven geweest zijn, want behalve in zijn maag worden ze vrijwel nooit elders gevonden. Groenlandse walvissen zijn er bijna niet meer en ze worden ook niet meer gevangen.Vandaar, dat men de schelp van de zief eigenlijk alleen maar in antieke rariteitenkabinetten ziet.