Klik op het plaatje om terug te keren naar het voorblad "Vergeten Eters"

DE ZIFTVLINDER

Waylon Lee Harfielt, oorspronkelijk uit Hayworth Junction, South Carolina, is piloot van een klein sproeivliegtuig, dat gebruikt wordt voor de verdelging van bepaalde gewassen. Hij woont en werkt thans in een Zuidamerikaans land. Behalve van Laura May houdt Waylon alleen van vliegtuigen en vlinders. Het gemeenschappelijke element in deze drie is een luchtige dartelheid. Wat Laura May aangaat geeft dit wel eens aanleiding tot spanningen in de kleine gemeenschap, waarin Waylon en Laura May wonen, maar deze weet Waylon, wiens massieve tors schril afsteekt tegen Laura Mays tengere figuurtje, in een hand- of armomdraai op te lossen. Als de tropische termiek het vliegtuigje wil laten dansen tussen de cumuluswolken, weten Waylons knuisten geklemd om de stuurknuppel deze speelsheid krachtig te bedwingen. Als de bonte verschijning van een tropische vlinder zich in zijn blikveld waagt, blijkt Waylon met een voor zo'n ontzagwekkende lichaamsbouw onverwachte rapheid en behendigheid het vangnet te kunnen hanteren. Hij zet net zo lang door, totdat hij de vrolijke fladderaar voorgoed tot rust heeft gebracht in één van de vele verstilde vitrines, die de wanden van zijn bungalow sieren.

Op weg naar een sproeigebied vloog Waylon eens laag en langzaam over de Rio Grande. Zijn hart stokte in zijn keel, toen hij weliswaar in een flits maar toch heel duidelijk fel gekleurde insecten met ongeloofwaardig genoeg een soort sleep achter zich aan, langs de cockpit zag vliegen. Hoe kort de waarneming ook duurde, Waylon wist zeker, dat hij zich niet vergistte en dat hij een althans voor hem, nieuwe waarneming gedaan had. Hij cirkelde boven de rivier en prentte de omgeving in zijn geheugen. Bij zijn eerstvolgende verlof organiseerde hij terstond een klein expeditietje, huurde een gids, kano plus bemanning en buitenboordmotor, kocht proviand, bracht een reeks vangnetten en stikpotten in gereedheid en vertrok, na Laura May gekust en gewaarschuwd te hebben. Na een drietal dagreizen bereikte het expeditietje de plaats, die Waylon al vanuit de hoogte gezien had, een komvormige verbreding van de rivier, een meertje bijna, tussen twee lastig te nemen stroomversnellingen. De ziftvlinders, zoals Waylon ze later zou dopen, vlogen in schooltjes boven de rivier in nu eens hoge dan weer lage kringen. Het meest opmerkelijk was wel, dat de vlinders een blijkbaar door henzelf geweven ragfijn zakje achter zich aan voerden. De bedoeling van het zakje werd Waylon al spoedig duidelijk, nadat hij de eerste exemplaren gevangen had. De ziftvlinders bleken kleine mugjes te vangen in hun spinsels. Met hun grote ogen speurden ze naar wolken van hun minuscule prooitjes om zich daarop te storten. Af en toe hielden ze klapwiekend in de lucht stil om de inhoud van hun vangnetje te inspecteren. Gevangen mugjes werden eruit gehaald en opgepeuzeld. Zulke eetgewoonten zijn volstrekt niet vlinderachtig. Ziftvlinders zijn, zoals Waylon ontdekte --vergeet niet, dat hij een autoriteit is op vlindergebied--, helemaal geen vlinders, maar vliegende familieleden van de oorwurm.

Vroeger moet de ziftvlinder een groot verspreidingsgebied gehad hebben. Tegenwoordig komt hij alleen nog voor in die verbreding van de Rio Grande, waar een heleboel muggen voorkomen. De gesproeide landbouwgiffen hebben de muggenstand in de rest van de rivier sterk uitgedund en de van hen afhankelijke ziftvlinders staan op het punt van uitsterven. Gelukkig voor ons heeft Waylon een groot aantal ziftvlinders beschreven, maar voor de liefhebber is het niet gemakkelijk ze in zijn verzameling te zien te krijgen, want hij bewaakt zijn trofeeën als een cerberus.