Boekbeschrijving “Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan?”

Honderden filosofen, kerkleiders en dichters putten zich uit om de ziel te beschrijven. Er is zelfs een concilie gewijd aan de vraag of de vrouw wel een ziel heeft! En is een mier of een boom bezield? Volgens moderne materialistische breinwetenschappers is dit gedoe en het zoeken naar de ziel zinloos. Onze ziel en ons bewustzijn zou niets meer zijn dan een zijeffect van de elektromagnetische hersengolven. Eigenlijk is ons bewustzijn volgens hen niets meer dan een soort babbelbox die onze onbewuste handelingen achteraf van al of niet rationeel commentaar voorziet. Het zal nog moeten blijken of ons intelligente of domme gebabbel en geruzie onze soort langer en beter laat overleven dan de miljoenen jaren oude soorten zoals krokodillen, insecten of schildpadden.  De huidige mens lijkt niet een erg duurzame soort.  

Kortom, niemand weet er het fijne van. De echte beslissingen komen ergens diep vanuit ons onbewuste (lees: uit de elektrochemie van neuronen). Microscopen en fMri scanners laten ons tegenwoordig inderdaad veel interessante dingen zien, inclusief het tijdsverloop van breinprocessen, maar ze geven geen zicht op onze geest en ziel. Wie dan zegt: “Ik geloof alleen wat ik zie”, komt dus onvermijdelijk terecht in een zielloze wereld: een wereld waarin alleen de dode materie ons iets te vertellen heeft. Geest en bewustzijn kunnen in deze visie niets meer zijn dan een overbodig grapje van de natuur. Toch kan deze gedachte niet de enige waarheid zijn, want we ervaren onze ziel en onze geest elk moment, in de meest directe ervaring die er bestaat, als iets van grote waarde.

Er is een andere mogelijkheid, die in de afgelopen eeuw al vanuit diverse bronnen naar voren is gebracht, maar die sindsdien onderbelicht is gebleven: de geestelijke binnenkant van de materie. Om daar maar meteen in te duiken, begint dit boek met een verhaal over een merkwaardig wetenschappelijk experiment in een deeltjesversneller, waarbij nieuwe elektronen gemaakt werden. De reden wordt onmiddellijk daarna duidelijk als we dieper ingaan op de vraag wat het elementaire deeltje ‘elektron’ precies zou kunnen zijn, hoe lichtdeeltjes (fotonen) daarmee samenwerken en hoe elektronen een geestelijk binnenkant kunnen hebben. Dit is het verhaal over een fundamentele eigenschap van materie: haar universele streven om tot bewustzijn te komen. Met het uitwerken van deze gedachte investeren we in een nieuwe taal met nieuwe betekenissen, zodat we begrippen als geest, ziel en bewustzijn, binnenkant en buitenkant,  en hun verbinding met de natuurkracht elektromagnetisme op een nieuwe en moderne manier kunnen zien in al hun glorie en diepgang. Moderne natuurkunde en informatica spelen daarbij een dominante rol. De gedachten van de paleontoloog Pierre Teilhard de Chardin (evolutie van het bewustzijn, binnenkant van de materie, de noösfeer), de fysicus Jean Emiel Charon (elektronen, fotonen, psychomaterie en eonen), de psychologen Carl Jung (het onbewuste, archetypen en synchroniciteit) en Roberto Assagioli (het gemeenschappelijk bovenbewuste) krijgen in dit verhaal een hernieuwde impuls. Stuk voor stuk lijken deze wetenschappers misschien eigenwijze Einzelgänger, die zich van de academische consensus weinig aantrokken. Maar samen schreven ze een groots en gedurfd verhaal over geest, ziel, bewustzijn en de fundamentele natuurkracht elektromagnetisme, dat in deze tijd van alomtegenwoordige elektronica, computers en telecommunicatie verteld moet worden. De kern van hun gezamenlijke verhaal, samengebracht in een korte stelling, is de essentie van dit boek:

Geest en ziel zijn de binnenkant van elektromagnetisme en elektromagnetisme is de buitenkant van geest en ziel.

De eerste consequentie van deze stelling is dat het geestelijke en het natuurkundige verbonden wordt in een overkoepelende synthese. Dat geest en elektromagnetisme iets met elkaar te maken hebben bewijst ieder elektro-encefalogram. Een gevoelige antenne op het hoofd registreert na versterking de elektromagnetische ‘denkbewegingen’ in het brein. Maar de termen ‘binnenkant’ en ‘buitenkant’ vereisen een nauwkeurige uitleg. Uiteindelijk leidt deze fundamentele en verbindende stelling tot een nieuw en vooral bruikbaar mens- en wereldbeeld, waarin veel oude filosofische en psychologische raadsels over het oorzakelijke verband tussen lichaam en geest op een nieuwe en verhelderende manier bekeken kunnen worden. Deze moderne verbinding tussen geestelijke en materiele zaken is een synthese tussen het aloude materialisme en idealisme. Voor de geesteswetenschappen (psychologie, filosofie, sociologie en theologie) is deze basale verbinding misschien wel van dezelfde importantie als wat de formule E=mc2 voor de natuurkunde was. In deze formule werd een nieuw en fundamenteel verband gelegd tussen energie en materie. In de bovengenoemde stelling wordt een logisch en natuurkundig verband gelegd tussen ziel en brein, tussen geest en materie; een verband dat teruggaat tot het begin van dit universum.

Het gebouw van de psychologie kent vele verdiepingen, maar er zit ook nog een diepe en duistere kelder onder. Freud gluurde door een luikje de donkere diepte in en meende zwoegende lusten te zien. Jung zag iets anders: oeroude metaforen, archetypen, die ons denken bepalen. De kwantummechanica onderzocht de vloer van de kelder en de fundamenten van het gebouw. Teilhard en Charon gingen de kelder in en knipten het licht aan. Zij zagen hoe de fysica en de psychologie bij elkaar komen in een nieuwe psychofysica. Jung had daar al een vermoeden van toen hij schreef: “Vroeg of laat zullen de kernfysica en de psychologie van het onbewuste elkaar naderen als ze allebei, onafhankelijk van elkaar en vanuit tegenovergestelde richtingen, vooruitstoten naar het gebied van het buitenzintuiglijke”.  

Zielen zijn volgens hun theorie  onvergankelijk en ’zien’ elkaar op een tijdloze manier, non-lokaal. Een interessante vraag in ons ik-tijdperk van ver doorgevoerd individualisme is: ”Hoe zit ik in mijn vel?”, maar nog interessanter is de vraag: ”Hoe zitten wij in elkaar?”, met de nadruk op de beide betekenissen van de uitdrukking: de technisch/natuurkundige en de gemeenschappelijke en psychologische aspecten. Welke natuurlijke draden verbinden ons met elkaar, zowel lokaal als non-lokaal? Hoe kijken we van daar uit naar ons oeroude en recente evolutionaire verleden en hoe gaan we daarmee de toekomst in? Welke gevolgen heeft deze denkwijze op zaken als computerintelligentie, samenwerking van brein en computer, bijna-doodervaringen, hersenwerking, de vrije wil en in het algemeen en de toekomst van de bewustzijnsevolutie, waarin ook de mens een tijdelijke rol speelt?

Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan?

Het grote verhaal over Geest, Ziel en Bewustzijn als een Natuurlijk en Evolutionair Proces.

Hoe de logica van natuurkunde en informatica ons leidt naar een universele en diepe psychologie.

Gerrit Teule

Aantal blz.: ca. 385

Uitgeverij ASPEKT

ISBN 9789461533487

NUR: 770, Psychologie Algemeen

Prijs: 24,95

Bestellen bij bol.com