OTTAVIANO PETRVCCI
Home

Inleiding Renaissance bladmuziek

Middentoonstemming

Renaissance bladmuziek

Inleiding Gregoriaans

Gregoriaans in modern notenschrift

Post Petrucci

Links

Nieuw

Verantwoording

Contact

Image2.gif (125078 bytes) Home

Introduction to Renaissance sheet music

Mean tone temperament

Renaissance sheet music

Introduction to Gregorian chant

Gregorian plainchant in modern staff notation

Post Petrucci

Links

New

Acknowledgements

Contact

Bicinia van Obrecht tot Mozart, voor blokfluiten of andere melodieinstrumenten Index Bicinia from Obrecht to Mozart, for recorders or other melody instruments
De oudste instrumentale tweestemmige muziek dateert uit het begin van de 15de eeuw. Het gaat om dansmuziek genoteerd in een handschrift uit ca 1410, dat afkomstig is uit Faenza (Italië). Of deze muziek bedoeld is voor een klavierinstrument of voor twee melodieinstrumenten is niet helemaal duidelijk. Rond 1400 zijn  zowel de blokfluit als een vroege vorm van het clavecimbel ook  uitgevonden.

Het bicinium, letterlijk dubbelzang, werd geschreven als oefening in meerstemmig componeren (of contrapunt), maar is door de meeste componisten ook gebruikt als afwisseling in vier- of meerstemmige polyfone missen bestemd voor de Rooms-Katholieke eredienst. Dat begint al met Guillaume de Machault (1300-1377). Regelmatige tweestemmige onderdelen van de mis zijn het Benedictus en het tweede van het driemaal herhaalde Agnus Dei, maar ook op andere plaatsen in de polyfone mis komen zij voor. Een overzicht van de opbouw van de katholieke liturgie vindt u hier.

Er zijn echter daarnaast zoveel bicinia overgeleverd, zowel met als zonder zangtekst en ook van bekende componisten, dat het blijkbaar een met genoegen beoefend genre is geweest. In een situatie leraar-leerling is het ook een aantrekkelijke manier van werken.

Op deze pagina neem ik een aantal werken op die in deze vorm niet of niet gemakkelijk verkrijgbaar zijn. Wel verkrijgbare duo's zijn meestal ook niet al te duur. 

Obrecht

Agricola

Ghiselin Verbonnet

Valerius

Sweelinck

Couperin

Handel

J.S. Bach

Mozart

The oldest intrumental two-voiced music is dating from the beginning of the 15th century. It concerns dance music recorded in a manuscript from 1410 from Faenza (Italy). It is not clear whether this music was meant for one keyboard instrument or for two melody instruments. The recorder as well as an early form of the harpsichord were invented about 1400. 

The bicinium, literally double song, used to be written as an exercise in polyphone composing (or counterpoint), but most composers also used it for variety in four or more voiced polyphone masses, intended for the Roman Catholic liturgy. Guillaume de Machaut (1300-1377) was the first to do like this. Regular two-voiced pieces of the mass are the Benedictus and the second of the three times repeated Agnus Dei. But they appear in other places in the polyphone mass as well. A survey of the Catholic litugy may be found here.

Very many bicinia have been transmitted in addition to these pieces, with or without texts to be sung, and also from well known composers. It must have been a genre that has been practised with delight. It is an attractive working method in a situation of teacher and pupil.

I will include on this page a number of pieces which are not or not easily available in this form. The available duo's are mostly not very expensive.

Een populair bicinium was dat van Jacob Obrecht (Gent 1456/7 - Ferrara 1505) uit het Credo van de mis Salve diva parens, daterende van vóór 1487, en gepubliceerd door Petrucci in 1503. De oorspronkelijke hoogte is voor beide notenbalken tussen A en d'. Klik op BB voor de oorspronkelijke toonhoogte, geschikt voor basblokfluiten, en op AA voor een versie voor altblokfluiten. Jacob Obrecht

BB

AA

midi

A popular bicinium had been composed by Jacob Obrecht (Ghent 1456/7 - Ferrara 1505) from the Credo of the mass Salve diva parens, dating before 1487, and published by Petrucci in 1503. The original pitch is between A en d'. Click on BB for the original pitch, appropriate for bass recorders, and on AA for the version for treble recorders.
Alexander Agricola (Gent 1445/6 - Valladolid 1506) heeft een bicinium vervaardigd met een Gregoriaanse melodie, Gaudeamus, in de benedenstem (cantus firmus), een octaaf lager dan de variërende bovenstem. Het ritme lijkt gecompliceerd; de noten van de cantus firmus zijn allemaal even lang. De volledige tekst en de oorspronkelijke melodie uit de negende eeuw van deze introitus Gaudeamus staan ook op de pagina Gregoriaans in modern notenschrift. De melodie wijkt af van wat in het Graduale Romanum staat. Ik heb de tekst zoveel mogelijk overeenkomstig het graduale onder de cantius firmus gezet, maar het is mogelijk dat er meer afwijkingen zijn: de melodie van de bovenstem lijkt te corresponderen met de woorden van de cantus firmus, bijvoorbeeld op diem festum en Agathae; daaruit kan men concluderen dat Filio een paar noten eerder geplaatst zou moeten worden.  Alexander Agricola

AB

AT

midi

 

 

 

 

 

 

 

Alexander Agricola (Ghent 1445/6 - Valladolid 1506) composed a bicinium with a melody from Gregorian plainchant, Gaudeamus, in the bottom voice (cantus firmus), one pctave beneath de variating upper voice. The rhythm may seem  rather complicated. The notes of the cantus firmus all have an equal duration. The complete text and the original melody from the ninth century of this introit Gaudeamus are to be found on the page Gregorian plainchant in modern staff notation. The melody disagrees in a number of places with the melody in the Graduale Romanum. I put the text as much as possible analogous to the graduale, but their may be more differences: the melody of the upper voice seems to relate to the words of the cantus firmus, for instance on diem festum and Agathae; one might conclude that Filio should be placed a few notes ahead.
Van het tweede bicinium is alleen de bovenstem van Agricola. De benedenstem is van Johannes Ghiselin Verbonnet (werkzaam 1491 - 1507, het laatst in Bergen op Zoom, maar niet meer vermeld in 1511). Agricola, Ghiselin Verbonnet

AA

BB

midi

Only the upper voice of the second bicinium has been made by Agricola. The lower voice is by Johannes Ghiselin Verbonnet active 1491 - 1507 lastly at Bergen op Zoom, but not mentioned any more in 1511).   
De mooiste bicinia uit de 16de eeuw zijn die van Orlandus Lassus (Bergen, Henegouwen, 1532- München 1594, hij noemde zich ook Orlando di Lasso, Roland de Lassus) en van Thomas Morley (Norwich 1557/58- Londen 1602). Orlandus Lassus heeft 24 bicinia gepubliceerd in 1577, 12 met en 12 zonder tekst, die met tekst zijn ook op internet gepubliceerd, naar een herdruk uit 1609. Klik op Lassus 1609 (1577). Ook die met tekst zijn mede voor instrumentale uitvoering bestemd.  Postuum zijn van Lassus 15 andere bicinia gepubliceerd met teksten uit het Magnificat en uit mij onbekende bronnen. Klik op Lassus 1610. Ook die van Morley uit 1595 staan op internet, klik op Morley. Er zijn overigens ook goede niet al te dure gedrukte edities verkrijgbaar,  Lassus 1577 en Morley zijn uitgegeven door London Pro Musica, en Lassus 1610 in Hortus Musicus van Bärenreiter.

Andere bekende verzamelingen zijn die van Antonio Gardano (eind 15-de eeuw -1571), Bernardino Lupacchino (ca 1500-ca 1555) en Giovanni Giacomo Gastoldi (1556-1622).

Lassus 1609 (1577)

Lassus 1610

Morley

The most beautiful bicinia from the sixteenth century have been made by Orlandus Lassus (Mons 1532- München 1594, he also named himself Orlando di Lasso, Roland de Lassus) and Thomas Morley (Norwich 1557/58- London 1602). Orlandus Lassus published 24 bicinia in 1577, 12 with text and 12 textless. The items with text have been published on internet from a reprint from 1609. Click on Lassus 1609 (1577). The texted bicinia are also  meant for performance on instruments. Another 15 bicinia by Lassus have been published posthumously, mostly with texts from the Magnificat and some from sources unknown to me. Click on Lassus 1610. Those by Morley are also on internet, click on Morley. Printed and not very expensive editions of the works are however easily available, Lassus 1577 and Morley have been published by London Pro Musica, and Lassus 1610 in the series Hortus Musicus of Bärenreiter.

Other well known collections are those by the Italian composers Antonio Gardano (end 15th century -1571), Bernardino Lupacchino (ca 1500-ca 1555) and Giovanni Giacomo Gastoldi (1556-1622).

Adriaen Valerius (Middelburg ca 1575-Veere 1625), Pavane Lachrime met den Bas, uit Nederlandtsche gedenck clanck, Amsterdam 1626, naar John Dowland (1562-1622), Flow my tears, voor sopraan- en basstem of sopraan of alt- en basblokfluit, met arrangementen voor sopraan en alt (-blokfluit) en tenor en bas (-blokfluit), met een tekst n.a.v. de moord op de Franse koning Hendrik IV in 1610, en de Pavane Philippi met den Bas, voor sopraan en bas stemmen or blokfluiten, met  tekst over tegenslag in de 80-jarige oorlog rond 1585. Facsimile van de originelen in de Digitale bibliotheek van de Nederlandse letterkunde,  301/400 - 210, resp. 201/300 - 138. Valerius

Pavane Lachrime met den Bas

original   midi

SA

TB   midi

Pavane Philippi met den Bas

SB   midi

 

Adriaen Valerius (Middelburg ca 1575-Veere 1625), Pavane Lachrime met den Bas, from Nederlandtsche gedenck clanck, Amsterdam 1626, after John Dowland (1562-1622), Flow my tears, for soprano and bass voice or soprano or treble and bass recorders, with arrangements for soprano and alto voice or soprano and treble recorder and for tenor and bass voices or recorders, Dutch text on the murder of Henry IV of France, with translation in English, and the Pavane Philippi met den Bas, for soprano and bass voices or recorders, with a text and translation on misfortune in the rebellion against the king of Spain ca 1585. Facsimile of the originals in the Digital library of Dutch literature, 301/400 - 210 and 201/300 - 138
Jan Pieterszoon Sweelinck (Deventer 1562- Amsterdam 1621) heeft een aantal stukken voor twee zangstemmen of muziekinstrumenten geschreven in zijn Rimes françoises et italiennes,mises en musique, à deux & à trois parties, avec une chanson à quatre, par Iean Sweelinck, organiste  à Amstelredam, Leiden 1612.  Drie tweestemmige madrigalen zijn in de serie Hortus Musicus door Bärenreiter gepubliceerd, nl Marchands, Garrula rondinella en Liquide perle Amor. Het laatstgenoemde is afgeleid van een vijfstemmig madrigaal van Luca Marenzio (1553/54-1599), waarvan een facsimile van een druk uit 1580 op IMSLP staat.

Hier staan vier andere. Deze uitgave is gemaakt naar microfilms van de oorspronkelijke drukken, waarvan exemplaren berusten in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en de Library of Congress in Washington.

De Franse teksten uit deze verzameling komen uit sonnetten van Philippe Desportes (1546-1606).

De tekst van Io mi son giovinetta is ontleend aan Boccaccio's Decamerone, negende dag, 10-de verhaal  en de melodie aan een vierstemmig  madrigaal van Domenico Maria Ferrabosco (1513-1574), te vinden op CPLD en op de pagina Renaissance bladmuziek.

In Morir non puo'l mio core denkt een minnaar dat zijn zelfmoord wel indruk zal maken op de geliefde, die hem uitdaagt zijn gang te gaan. Dit stuk is gebaseerd op een vijfstemmig madrigaal van Giovanni Maria Nanino (1543/44-1607); de facsimile van een druk uit is te vinden op IMSLP.

Che giova posseder is een populair gedicht van Pietro Bembo (1470-1547), dat bijvoorbeeld ook door Gerbrand Adriaenszoon Brederode (1585-1618) is vertaald: Wat baat u de voogdij van landen en van steên...als gij des nachts alleen in 't bedde slapen moet. De complete tekst staat hier, nr CXIV. Het thema stamt al uit de klassieke oudheid, n.l. Sappho, 6-de eeuw vóór Christus.

Voicy du gay Printemps, Io mi son giovinetta en Morir non puo'l mio core zijn in zg. hoge sleutels  genoteerd; daarom moeten zij waarschijnlijk een kwint resp. een kwart lager gespeeld worden. Ik geef de genoteerde toonhoogte, geschikt voor sopraan en altblokfluit, en de getransponeerde, geschikt voor alt en tenor.

Op de pagina Renaissance bladmuziek staan ook  klaviertranscripties van de eventuele versies alla quinta en alla quarta bassa, met andere sleutels.

Sweelinck

Voicy du gay Printemps

SA

S   A

midi

alla quinta bassa

AT

A   T

midi

Io mi son giovinetta

SA

S   A

midi

alla quarta bassa

AT

A   T

midi

Morir non puo'l mio core

SA

S   A

midi

alla quarta bassa

AT

A   T

midi

Che giova posseder

ST

S  T

midi

The Dutch composer Jan Pieterszoon Sweelinck (Deventer 1562- Amsterdam 1621) wrote a number of  pieces for two voices or instruments in his Rimes françoises et italiennes, mises en musique, à deux & à trois parties, avec une chanson à quatre, par Iean Sweelinck, organiste à Amstelredam, Leiden 1612. Three of them have been published by Bàrenreiter in the series Hortus Musicus, Marchands, Garrula rondinella en Liquide perle Amor. The last one is an arrangement of a five parts  madrigal by Luca Marenzio (1553/54-1599). A facsimile of the print of 1580 is on IMSLP.

You will find here four other ones. This edition has been made from microfilms of the original prints. Copies of them are kept in the Royal Library at The Hague and the Library of Congress at Washington.

The French texts from this collection have been chosen from sonnets by Philippe Desportes (1546-1606).

The text of Io mi son giovinetta had been derived from Boccaccio's Decamerone, ninth day, tenth story and the melody  from a four parts madrigal by Domenico Maria Ferrabosco (1513-1574), you may find it on CPLD and on the page Renaissance sheet music.

The lover in Morir non puo'l mio core thinks that he will impress his beloved by committing suicide. She challenges him to do as he pleases. The piece is an arrangement of a five part madrigal by Giovanni Maria Nanino (1543/44-1607. You may find a facsimile of a printed edition from on IMSLP.

Che giova posseder by Pietro Bembo (1470-1547) was a very popular poem, no doubt translated by many English poets in the 16-th and 17-th century. Its theme appears already in poetry from the Greek and Roman antiquity, Sappho used it in the 6-th century BC.

Voicy du gay Printemps, Io mi son giovinetta and Morir non puo'l mio core have been notated in so called high keys, and should presumably played a fifth, resp. a fourth lower than notated. I give the notated pitch, appropriate for soprano and treble recorders, and the transposed version appropriate for alto and tenor recorders.

You will find  transcriptions for harpsichord of the version alla quinta or alla quarta bassa on the page Renaissance sheet music, with different key signatures.

De beste als zodanig geschreven tweestemmige stukken uit de Barok zijn de drie suites en enkele losse delen uit 1712-1722 voor twee blokfluiten of traverso's van Jacques Hotteterre (Parijs 1674 of 1684- Parijs 1762) en vier collecties van zes suites of sonates van Georg Philip Telemann (Magdeburg 1681- Hamburg 1767). Hiervan zijn de stukken van opus 2 (1727) aardig maar voorspelbaar, de zes canonische sonaten opus 5 (1738, de internetversie is nog niet getransponeerd voor blokfluiten) ingenieus, zes duo's uitgegeven te Parijs in 1752 bijzonder mooi, evenals  zes duo's in een Berlijns manuscript overgeleverd van na 1752. Deze laatste passen in de gebruikelijke getransponeerde vorm nauwelijks meer op de altblokfluit.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

The best pieces from the Baroque period especially written for two voices are the three suites and some individual movements from 1712-1722 for two recorders or traverso flutes by Jacques Hotteterre (Paris 1674 or 1684- Paris 1762) and four collections of six suites or sonatas by Georg Philip Telemann (Magdeburg 1681- Hamburg 1767). The pieces of opus 2 (1727 are nice but rather predictable, six canonical sonatas opus 5 (1738, this internet version not yet transposed for recorders) are ingenious, and six duo's published in Paris 1752 exceptionally beautiful, just as six duo's transmitted in a Berlin manuscript after 1752. The latter are hardly playable on treble recorders because their range exceeds the range of treble recorders after the usual transposition.
In de verzameling Les goûts réunis ou nouveaux concerts à l'usage de toutes les sortes d'instruments uit 1724 heeft François Couperin (Parijs 1668- Parijs 1733) een aantal stukken voor twee gamba's of andere lage instrumenten opgenomen, met en meestal zonder een becijfering voor basso continuo:

Het 12-de concert, voor twee gamba's of andere lage instrumenten, met een  continuo ad libitum in het  eerste deel, volgens de originele druk en met gemoderniseerde sleutels, en een versie voor blokfluiten TB. Couperin heeft zelf een voorkeur voor een uitvoering zonder bc; wij hebben geprobeerd de continuopartij uit te werken, maar hebben uiteindelijk geconcludeerd, dat Couperin gelijk had.  Een clavecimbeltranscriptie staat op de pagina Post Petrucci.

Deze editie en transcripties zijn gebaseerd op een facsimile op IMSLP.  

Nr. 13 à 2 instruments à l'unisson is een vierdelige suite voor twee basinstrumenten  Deze is door mede-blokfluitist Jan Kok en mij geschikt gemaakt voor  alt- en tenorblokfluit. De oorspronkelijke versie staat elders op internet.

Couperin  Les goûts réunis ou nouveaux concerts à l'usage de toutes les sortes d'instruments

12-th concert

Score with original and modernised clefs

midi, original score

score, recorders TB

midi, recorders

13-th concert  

A A/T

midi

François Couperin (Paris 1668- Paris 1733) included a number of pieces for two viols or other low instruments without and in one case with figured bass in his collection Les goûts réunis ou nouveaux concerts à l'usage de toutes les sortes d'instruments from 1724 .

The 12-th concerto, for two viols or other low instruments, the first part with a figured bass ad libitum, both according to the original print and with modernised clefs, and a version for recorders TB. Couperin himself preferred a performance without bc; we tried to realise the figured bass, but we had to admit in the end, that Couperin was right. You will find a transcription for harpsichord on the page Post Petrucci.

The edition and the transcriptions have been made from a facsimile at IMSLP.  

 

Number 13 à 2 instruments à l'unisson is a suite in four parts for two bass instruments.  It has been appropriated by recorder player Jan Kok and me for a treble and a tenor recorder here. The original version may be found elsewhere on internet.

Georg Friedrich Händel (Halle 1685 - London 1759) componeerde in Italië rond 1707-1710 een sonate voor 2 altblokfluiten, het handschrift waarvan het eerste deel zonder continuopartij is en de overige twee delen met, maar zonder becijfering. Uit dezelfde periode dateert een opera Il trionfo del Tempo e del Disinganno, waarvan de finale het thema van het eerste deel bevat, gespeeld door hobo's, waar juist bij dit thema de orkest- of continuobegeleiding zwijgt. Deze passage heb ik voor drie blokfluiten gearrangeerd. Ik denk dat het eerste deel van de sonate een duo is. Een afschrift uit de tweede helft van de 18de eeuw bevat ook een baspartij bij het eerste deel van de sonate, en natuurlijk kan Handel die er later bijgemaakt hebben.

De volledige sonate met kritische noten staat op de pagina Post Petrucci.

Handel HWV 405

AA,B ad lib

midi

Overtura Il trionfo del Tempo e del Disinganno, AAB

midi

George Frideric Handel (Halle 1785 - London 1759) composed a sonata for 2 treble recorders in Italy about 1707-1710. The first movement does not contain a bass part in the Fitzwilliam manuscript,  both other movements do, but without figures. Handel wrote an opera Il trionfo del Tempo e del Disinganno in the same period, and in the finale of its overture two hoboes play the same theme as the first movement of the sonate; when this theme sounds the orchestra and the continuo instruments are silent. I arranged this passage from the final for 3 recorders AAB. I think the first movement of the sonata is a duo. A copy from the second half of the 18th century does contain a complete unfigured bass part, and of course Handel maty have added it later.

The complete sonata with critical notes is on the page Post Petrucci.     

Johann Sebastian Bach (Eisenach 1685- Leipzig 1750) Fuga BWV 855 in e uit Das Wohltemperierte Clavier, arrangement voor alt- en tenorblokfluit en voor sopraan- en altblokfluit. De onderstem is een octaaf meer getransponeerd dan de bovenstem, met afwijkingen vanwege de toonomvang, ter vermijding van omkering van accoorden en het wringen van secunden waar het origineel nonen had. Het bijbehorende Preludium heb ik niet gearrangeerd omdat het grotendeels driestemmig is.

Verder zijn er enkele tweestemmige canons uit het Musikalisches Opfer die zonder meer geschikt zijn. Enkele tweestemmige fuga's uit Die Kunst der Fuge, gearrangeerd voor twee blokfluiten staan elders op internet.

J.S. Bach BWV 855

AT in a   midi

SA in e

Johann Sebastian Bach's (Eisenach 1685- Leipzig 1750) Fuga BWV 855 in E minor from Das Wohltemperierte Clavier, arrangements for  treble and tenor recorders and for descant and treble recorder. I transposed the lower part one octave more than the upper voice, with adaptations due to the compass of the instruments and to avoid inversion of chords and the clashing of seconds where the original had ninths. I did not arrange the preceding Prelude, being mostly in three voices.

There are a number of two-voiced canons in the Musikalisches Opfer, which may be  succesfully played on recorders. Some two-voices fugues from Die Kunst der Fuge may be found elsewhere on the internet.

Johann Sebastian Bach (Eisenach 1685- Leipzig 1750) Fuga BWV 961 in c, arrangement voor alt- en tenorblokfluit en voor sopraan- en altblokfluit met dezelfde aanpassingen als de vorige fuga. BWV 961

AT in g   midi

SA in d

Johann Sebastian Bach's (Eisenach 1685- Leipzig 1750) Fuga BWV 961 in C minor, arrangements for   treble and tenor recorders and for descant and treble recorder, with the same adaptations as the fuge above.
Van Johann Sebastian Bach (Eisenach 1685- Leipzig 1750) zijn hier het origineel en enkele bewerkingen van de prelude BWV 999 in c klein (oorspronkelijk voor luit of clavecimbel), één voor alt- en basblokfluit, getransponeerd naar in f klein, en twee voor altblokfluit solo, nl. in f en g klein. J.S. Bach  BWV 999

luit/clavecimbel lute/harpsichord 

midi 

AB

midi

A solo in f

A solo in g

Here are the original and some arrangements of Johann Sebastian Bach's (Eisenach 1685- Leipzig 1750) Prelude BWV 999 in C minor (originally for lute or harpsichord), one for treble and bass recorder, transposed to F minor and two for treble recorder solo, in F and G minor.

 

J.S. Bach, bewerking voor altblokfluit en basinstrument van het deel Tempo di Gavotta uit clavecimbelpartita nr 6, BWV 830, geïnspireerd op BWV 1019a, een alternatief deel van vioolpartita nr. 3. Omhoog getransponeerd van e klein naar d klein J.S. Bach BWV 1019a

A+bass instrument

midi

J.S. Bach, arrangement for treble recorder and bass instrument of the movement Tempo di Gavotta from harpsichord partita nr 6, BWV 830, inspired by BWV 1019a, alternative movement for violin partita nr. 3. I transposed it up from e minor to d minor.
Wolfgang Amadeus Mozart (Salzburg 1756- Wenen 1791) heeft een prachtige driedelige sonate geschreven voor cello en fagot, KV 292. Deze staat in de originele zetting elders op internet, Jan Kok en ik hebben een arrangement gemaakt voor alt en tenorblokfluit. W.A. Mozart KV 292

AT

midi

Wolfgang Amadeus Mozart (Salzburg 1756- Vienna 1791) wrote a brilliant sonata in three parts for cello and bassoon, KV 292. The original version is elsewhere on internet, Jan Kok and I made an arrangement for treble and tenor recorders.
Wolfgang Amadeus Mozart (Salzburg 1756- Wenen 1791), Duetto I voor viool en altviool in G, KV 423 bewerkt voor alt- en tenorblokfluit. Ik heb de uitgaven van Werner Icking naar Mozart's handschrift op IMSLP gebruikt. W.A. Mozart KV423

AT

midi: movement 1 movement 2 movementt 3

Wolfgang Amadeus Mozart (Salzburg 1756- Wenen 1791), Duetto I for violin and viola in G Major, KV 423 arranged for treble and tenor recorders. I used the edition after Mozart's manuscript in IMSLP.
Wolfgang Amadeus Mozart (Salzburg 1756- Wenen 1791), Duetto II voor viool en altviool in G, KV 424 het eerste en derde deel bewerkt voor alt- en tenorblokfluit, tweede tenorblokfluit ad libitum, het tweede deel voor alt-, tenor- en basblokfluit. Ik heb de uitgaven van Werner Icking naar Mozart's handschrift op IMSLP gebruikt. W.A. Mozart KV 424

AT(+T)B

midi: movement 1 movement 2 movement 3

Wolfgang Amadeus Mozart (Salzburg 1756- Wenen 1791), Duetto II for violin and viola in G Major, KV 424 the first and third movement arranged for treble and tenor recorders, second tenor recorder ad libitum, the second movement for treble, tenor and bass recorders. I used the edition after Mozart's manuscript in IMSLP.
Vanaf circa 1750 tot het begin van de oude-muziek-beweging duren de duistere middeleeuwen voor de blokfluit. Vanaf de jaren 1930 wordt er opnieuw voor blokfluit geschreven, en vooral Duitse componisten schrijven ook aantrekkelijke duetten. Het mooiste duet is echter een Allegro van de Engelsman Lennox Berkeley (Oxford 1903- Londen 1989). Deze stukken zijn nog niet vrij van auteursrecht. The dark ages for the recorder lasted from about 1750 until the beginning of the early music movement. New music for recorders has been composed from the 1930's onward. Especially German composers wrote attractive duets. The most beautiful piece is, however, a solitary Allegro by the British composer Lennox Berkeley (Oxford 1903- London 1989). These pieces are not yet free from copyright.
Terug naar het begin van de pagina   Free counter and web stats Back to the top of the page