OTTAVIANO PETRVCCI
Home

Inleiding

Middentoonstemming

Renaissance bladmuziek

Bicinia van Obrecht tot Mozart

Post Petrucci

Links

Nieuw

Verantwoording

Contact

Image2.gif (125078 bytes) Home

Introduction

Mean tone temperament

Renaissance sheet music

Bicinia from Obrecht to Mozart

Post Petrucci

Links

New

Acknowledgements

Contact

Gregoriaans in modern notenschrift  

Index

 

Gregorian plainchant in modern staff notation
Klik hier voor een uitvoerige Inleiding op Gregoriaans in modern notenschrift   Click here for a more extensive Introduction to Gregorian chant in modern notation
Korte toelichting

Op deze pagina vindt u transcripties van Gregoriaanse muziek in modern notenschrift voor blokfluit, ander melodie-instrument of solo-zang.

Om de muziek te downloaden moet u klikken op de regels met de toonhoogte.

Omdat midi bij dit soort muziek extreem slecht klinkt heb ik die bestanden niet gemaakt. Op verzoek (zie pagina Contact) wil ik ze wel toesturen.

Een aantal van de hier gepresenteerde stukken is op een cd getiteld Suaviter verschenen, gemaakt in 2009 door de Schola cantorum Gregoriana Assen onder leiding van Arnold den Teuling, dirigent, blokfluitist en webmaster van deze site. De volgende stukken worden gezongen door de Schola: offertorium Recordare, graduale Christus Factus est, communio Factus est repente, en de volgende stukken speel ik op altblokfluit: introitus Si iniquitates, tractus Qui confidunt, communio Aufer a me. De Schola zingt nog 21 andere stukken. Zeven stukken kunt u hier en hier beluisteren. Klik op de titels van de stukken.

Bij de cd is een boekje aanwezig met een korte toelichting en de volledige Latijnse teksten. Een Nederlandse vertaling is gratis verkrijgbaar per e-mail, zie onder.

De cd is verkrijgbaar door overmaking van 12 euro binnen Nederland, (inclusief verzendkosten) op bankrekening 3028 87954   van J.E. Lutgert inz R.K. Zangkoor SCG te Assen onder de vermelding "cd" en vooral ook uw adres. Vanuit het buitenland kost de cd 13 euro binnen Europa en 16 euro daarbuiten. Het IBAN/SEPA-nummer is NL16RABO0302887954, het BIC-nummer  RABONL2U van de Rabobank. Stuur mij een e-mail, zie pagina Contact, om de betaling en de verzending gelijk op te laten lopen, en meld of u prijs stelt op de vertaling.

De opbrengst is in zijn geheel  bestemd voor een nieuw orgel in de parochiekerk, omdat de productie volledig is gesponsord. De Schola natuurlijk zingt a capella. Klik hier voor een meer uitvoerige inleiding. Een uiteenzetting van mijn werkwijze bij de transcripties vindt u hieronder.

Gregoriaans is de éénstemmige vocale muziek in gebruik in de liturgie van de Rooms-Kathoieke kerk, in de vorm ontstaan sinds de Carolingische renaissance vanaf ongeveer 800. De meer ingewikkelde gezangen werden door één solo-stem uitgevoerd.

De hier opgenomen gezangen zijn omgezet in modern notenschrift op een notenbalk met 5 lijnen. U vindt ze door op de aanduiding van de toonhoogten te klikken.

Er zijn enkele bijzondere tekens toegepast nl.: 1. een komma boven een noot van een type genaamd stropha; voorgesteld wordt een glissando naar of een vingervibrato op die noot; 2. een ruitje boven een noot, genaamd de liquescent, deze moet aan het eind scherper worden gearticuleerd; 3. het teken ~ boven een noot genaamd quilisma; dit teken geeft aan een triller, een glissando naar de volgende noot of een combinatie; een dubbele ~ geeft een lange triller aan en een enkele een korte. Gepunteerde en 32-ste noten moeten vloeiend en niet al te precies worden uitgevoerd, veelal als opmaat of ruime voorslag. Ook andere versieringen (trillers) moeten niet al te precies worden genomen. Een nauwkeurige omschrijving van mijn werkwijze, met een tabel, vindt u hier.

De tijdseenheid is één tel, met uitzondering van aanvangsnoten die vaak als een soort opmaat moeten klinken. De bogen en balken geven de neumengroepen weer. 

Hoe neumen eruit zien kunt u ook zien in de introitus Gaudeamus, de versie in kwadraatnotatie, en bovendien op de site Gregor und Taube van de Schola Freiburg (D). In de meeste gezangen zijn neumen boven de kwadraatnoten bijgeschreven. Alle hiernaast gegeven stukken zijn op de site Gregor und Taube te vinden: Alleluia Excita, 3-de zondag van de advent, Tractus Qui confidunt en Communio Lutum fecit beide 4-de zondag van de vasten, en Communio Factus est repente, van pinksteren, Introitus Si iniquitates, Offertorium Recordare en Communio Aufer a me behoren bij de 28ste zondag door het jaar, en verder de gehele liturgie van de dagen rond kerstmis.

De Tractus Qui confidunt wordt ook gezongen na éen van de lezingen van de paasnacht. De melodie van de tractus Si confidunt is vanouds o.a. ook gebruikt voor de tractus De profundis uit de Requiem-mis en de zeven cantica na de lezingen van de paasnacht. De Requiemmis staat eveneens in zijn geheel op Gregor und Taube, en in moderne notatie op hier op IMSLP. Ook het complete Liber usualis is zowel in kwadraat als in moderne notatie op internet te vinden.

De stukken zijn geschikt als instrumentaal intermezzo tijdens kerkdiensten (niet alleen Rooms-Katholieke) maar lenen zich ook voor concertuitvoeringen.

De wijze van notatie en interpretatie is in 1200 jaar sterk gewijzigd. Ongeveer tegelijk met het begin van de oude-muziek-beweging zijn Benedictijner monniken uit Solesmes, Frankrijk, erin geslaagd  de oorspronkelijke schrijfwijze uit de negende eeuw te ontcijferen en een nieuwe wijze van uitvoering te creëren. Deze vindt sinds ca 1990 geleidelijk ingang. De kern ervan is een uitvoering met nuanceverschillen in het ritme en dus de toonduren. Deze noemt men de semiologische van Eugène Cardine en Alberto Turco (zie de pagina Links). Het Gregoriaans op Naxos-cd's bestaat uit opnamen van twee scholae onder leiding van Turco.

Daarnaast is er een tweede richting ontstaan in de uitvoeringspraktijk van het Gregoriaans, de mensuralistische. Deze herleidt de groepen muziektekens of neumen tot basis tijdseenheden, eenvoudiger: een regelmatige slag. De basis hiervan is te vinden in J.W.A. Vollaerts, Rhythmic proportions in early medieval chant (Leiden 1960). Een modernere benadering is te vinden in het werk van J. van Biezen.

De mensuralistische interpretatie is het meest geschikt voor instrumentale uitvoering, vandaar dat de hier gegeven transcripties volgens deze methode zijn gemaakt.

De Latijnse teksten zijn daarbij opgenomen, om ook vocale uitvoering mogelijk te maken en om een leidraad te geven voor de frasering. De vertalingen in de afzonderlijke tekst zijn zoveel mogelijk woord voor woord uit het latijn gemaakt, en stemmen niet overeen met de gangbare bijbelvertalingen, die op de grondtekst zijn gebaseerd.

De blokfluit, meer speciaal de alt, is het meest geschikte instrument omdat de ademtechniek het dichtst staat bij de vocale uitvoering. Maar andere instrumentalisten zouden het stellig ook moeten proberen, evenals solo-zangers. Het repertoire is zowel kwalitatief als kwantitatief ontzagwekkend. Na de eerste 9 stukken is het mijn bedoeling om alle missen van Kerstmis tot Driekoningen te   transcriberen.De eerste is die van Kerstavond.

Het Gregoriaans kent geen vaste toonhoogte. De aanvangstoon en de hoogte van de grondtoon van elk individueel gezang worden zodanig gekozen, dat de dominant of de reciteertoon (tenor) waarop een bijbehorende psalm wordt gezongen ongeveer met de a' van 440 Hz overeenkomt. Van enkele gezangen is hierbij dan ook een getransponeerde versie opgenomen.

Ieder is vrij om een toonhoogte te kiezen die het best past bij zijn instrument. De hier gegeven toonhoogten zijn geschikt voor altblokfluit, mits geoctaveerd of een kwart of kwint verhoogd (gebruik zo nodig sopraangrepen). Voor de tractus Qui confidunt heb ik een aparte versie voor altblokfluit opgenomen. Sommige stukken, zoals het graduale Christus factus est, klinken ook goed op tenorblokfluit. Op verzoek maak ik een versie op iedere gewenste toonhoogte, zie de pagina Contact.

 

Vertalingen van de teksten en aantekeningen bij onderstaande acht stukken

Translations of texts and comments on the following eight pieces

 

Offertorium Recordare 1

re = d'

Communio Aufer a me 2

re = d'

re = f'

re = f', treble recorder notation

Introitus Si iniquitates 3

mi = e'

mi = d'

mi = g', treble recorder notation

Alleluia Excita 4

mi = e'

Graduale Christus factus est 5

fa = f'

fa = d'

Communio Lutum fecit 6

fa= f'

Communio Factus est repente 7

sol = g'

sol = d'

Tractus Qui confidunt 8

sol = g'

sol= f'

sol=g', treble recorder notation

 

Die 5 februarii S. Agathae virginis et martyris

Introitus Gaudeamus 1

re = d'

in kwadraatnotatie/in square notes

 

In nativitatem Domini ad missam in vigilia

Introitus Hodie scietis 6

fa = f'

Graduale Hodie scietis 2

re = d'

Offertorium Tollite portas 2

re = d'

Communio Revelabitur 1

re = d'

In nativitatem Domini ad missam in nocte

Introitus Dominus dixit 2

re = d'

re = f'

Graduale Tecum principium 2

re = d'

Alleluia Dominus dixit 8

sol = g'

sol = e'

Offertorium Laetentur caeli 4

mi = e'

Communio In splendoribus 6

fa = f'

In nativitate Domini ad missam in aurora

NB. complete mass proprium in one file

Introitus Lux fulgebit 8

sol = g'

Graduale Benedictus qui venit 5

fa = f'

Alleluia Dominus regnavit 2

re = d'

Offertorium Deus enim firmavit 8

sol = g'

Communio Exsulta filia Sion 4

mi = e'

I am preparing the Christmas Day mass which will complete this project.

Ad missam in die

Introitus Puer natus est

Graduale viderunt omnes

Alleluia Dies sanctificatus

Offertorium Tui sunt caeli

Communio Viderunt omnes

Short introductory note

This page will give you   transcriptions of Gregorian plainchant in modern staff notation for recorder, other melody instrument or solo voice.

To download the scores, please click on the lines with the pitch indication.

Because midi files sound horrible with this kind of music I did not add them. I will send them on request (see page Contact).

A number of the pieces presented here have been recorded on cd in 2009 with the title Suaviter by the Schola cantorum Gregoriana Assen with Arnold den Teuling, conductor, recorder player and webmaster of this site. The following pieces are sung by the Schola: offertorium Recordare, graduale Christus Factus est, communio Factus est repente, and I play the following pieces on treble recorder: introitus Si iniquitates, tractus Qui confidunt, communio Aufer a me. The Schola sings another 21 pieces. You may hear seven pieces here en here. Click on the titles of the pieces.

The booklet belonging to the cd contains some comments on the performance and the complete Latin texts. A translation is avaliable for free, per e-mail, but only in Dutch, see below.

The cd is available by remittance of 13 euro (within Europe) or 16 euro (outside Europe) on account number 3028 87954   J.E. Lutgert inz R.K. Zangkoor SCG, Assen, mentioning "cd" and your address. The IBAN/SEPA-number is NL16RABO0302887954, the BIC-number RABONL2U of the Rabobank. Send an e-mail to me, see the page Contact, to synchronise the payment and dispatch, and tell me whether you wish to receive the Dutch translation.

The revenue has been entirely intended for a new organ in the parish church, as all production costs have been sponsored. But the Schola of course sings a capella.

Click here for a more comprehensive introduction. A description of my method for transcription may be found below.

Gregorian chant is the one voiced vocal music in use for the services of the Roman Catholic Church, in the  form created since the Carolingian Renaissance, circa 800. The more complicated pieces were sung by one solo voice.

The pieces presented here are transformed into modern 5-line staff notation. You will find them by clicking on the pitch indications.

I applied some particular signs: 1. a comma placed above a note of a type called stropha; it is proposed to perform a glissando to or a finger vibrato on that note;  2. a diamond above a note called liquescent; this note should be given a sharp end articulation; 3. the sign ~ above a note called quilisma; this sign indicates a shake or a glissando to the next note or a combination of both; a double ~ indicates a long shake and a single a short. Pointed notes and demisemiquavers should be performed fluently and not precisely, mostly as an upbeat or a long appoggiatura. Other ornaments (shakes) should not be precise either. An exact description of my modus operandi, with a table, is here.

The time unit is one beat, except the beginning notes of a piece or a sentence, which should be performed like an upbeat. The slurs and ties represent the groups of neumatic signs.

You may also see what neumes look like in the introit Gaudeamus, the version in square notes, and on the website of the Schola Freiburg (D) Gregor und Taube . In most pieces neumes have been superscribed above the square notes. All pieces presented here may be found on the site Gregor und Taube: Alleluia Excita, 3-d Sunday of Advent, Tractus Qui confidunt and Communio Lutum fecit both 4-th Sunday of Lent, and Communio Factus est repente, from Whitsunday, Introit Si iniquitates, Offertorium Recordare and Comminio Aufer a me belong to the 28th Sunday through the year, and the complete liturgy of the days around Christmas.

The tractus Qui confidunt is sung also after one of the lectures of Easter Eve. The melody of the tractus Si confidunt has been used since ancient times among others also in the tractus De profundis of the missa pro defunctis (=Requiem-mass) and the seven cantica after the lectures of Easter Eve. The Requiem-mass is included in Gregor und Taube too, and the complete Liber usualis, both in square as in modern notation, may be found on internet.

The pieces are appropriate as  instrumental intermezzi during religious services (not exclusively Roman Catholic) but lend themselves to concert performances too.

The notation and interpretation has  changed strongly in 12 centuries.  Simultaneously with the beginning Early Music Movement Benedictine monks in Solesmes, France, succeeded in deciphering the original notation from the ninth century and in developing a new performance practice. This practice gains increasing acceptance from the 1990-s. The main point of it is a performance with tone lengths that diverge only in subtle distinctions. This is the so called semiological opinion of Eugène Cardine and Alberto Turco (see the page Links). Turco made several recordings with his two scholae on Naxos cd's.

Another school in the performance practice of Gregorian chant came into existence, the mensuralistic school. This school unites every group of musical signs or neumes to basic time units, or more simply a regular beat. At the base of it is the publication of J.W.A. Vollaerts, Rhythmic proportions in early medieval chant (Leiden 1960). A more modern approach may be found in the works of J. van Biezen.

The mensuralistic opinion is the most appropriate for performance on a melody-instrument, so the transcriptions presented here have been made in accordance with the mensuralistic method.

The Latin texts have been added, to enable vocal performance too, and to enable correct phrasing in instrumental performance. The translations in the separate file have been made word to word from Latin as much as possible. They do not agree with current bible translations which have been based on the source text.

The recorder, in particular the alto recorder, seems to be the most appropriate because its breathing technique is closest to vocal performance. Other instrumentalists, however, are encouraged to try it, just as solo-singers. The repertory is amazing both in quality and quantity. After these first 9 pieces I intend to transcribe all masses around Chritmas to Epiphany. The first one is the mass of Christmas eve.

Gregorian chant has no fixed pitch. The beginning note and the pitch of the tonic of every individual piece is chosen in a way that the dominant or the recitation tone (tenor) of a corresponding psalm matches with the a' of 440 Hz. So some pieces are given at two different pitches.

Everybody is free to choose the pitch that is the most appropriate for his instrument. The pitches given here are appropriate for the alto recorder, when transposed one octave or a fourth or a fifth up (use soprano fingerings, if necessary). I included a treble recorder version of the tractus Qui confidunt. Some pieces, like the graduale Christus factus est, will also sound well on the tenor recorder. On request I will make versions at every pitch, see the page Contact.

Terug naar begin pagina                     Free counter and web stats Back to top of the page