Krant: Dagblad De Limburger
Publicatiedatum: 12/01/2000
Het zonlicht niet kunnen verdragen
Door John Huijs
Als John Bernard en Diana Woei weer eens de ondankbare taak hebben om een
oceaandepressie aan te kondigen, betrekt menig gezicht. Getver, alwéér wind en
nattigheid. Nóg geen zon', klinkt het vervolgens in veel
Nederlandse huiskamers.
Toch zijn er minstens tweehonderd landgenoten die juist blij zijn als de zon
zich niet laat zien. Kunnen ze met een beetje geluk even naar buiten. Als ze
tenminste beschermende kleding dragen en hun gezicht insmeren met een sunblock.
Zo bezien is ons kikkerland voor mensen met de zeldzame stofwisselingsziekte EPP
niet eens zo'n slechte plek om te wonen. In Spanje, om maar een zonnige
dwarsstraat te noemen, ben je slechter af. Want als je lijdt aan
Erytropoëtische Protoporfyrie, zoals de erfelijke ziekte voluit heet, kun je
niet tegen zonlicht. Om precies te zijn tegen het paarse en groene deel ervan.
Gaat een EPP-patiënt toch in de zon (de een kan wat meer straling hebben dan de
ander), dan volgt een alles overheersende brandende, jeukende pijn die dagenlang
kan aanhouden. Ook zwellingen, infecties en bloeduitstortingen kunnen optreden.
Dan ga je voor de lol de zon niet in. Toch is het juist in een regenachtig land
als het onze niet makkelijk om uit de zon te blijven. Want de zon, dat is voor
ons vakantie, vreugde, vertier en vrijheid. En blijf maar eens in je eentje
binnen zitten met de gordijnen dicht als heel
Nederland er op een mooie dag op uit trekt. Er is niets ergers dan je kind met
mooi weer te moeten zeggen dat het binnen moeten blijven terwijl het vriendjes
en vriendinnetjes op straat hoort spelen", zegt Lydia Lardinois, moeder van
de tienjarige EPP-patiënte Shirley Maes uit Maastricht. Vooral ook omdat je van
EPP weinig tot niets merkt zolang je uit de zon blijft.
Zeker jonge kinderen snappen niet dat ze iets niet mogen terwijl hen niets
mankeert." EPP treft 1,5 op de 100.000 mensen en is daarmee zo'n zeldzame
ziekte dat zelfs sommige artsen haar niet herkennen.Toen Shirley een maand of
negen was en voor het eerst brandende vlekken op haar huid kreeg, dachten de
dokters dat ze eczeem had. Shirley werd daarom met teerzalf behandeld, maar dat
haalde niets uit. Anderhalf jaar van onderzoeken volgde en toen kregen haar
ouders te horen dat Shirley EPP had. Een erfelijke ziekte, maar haar ouders
kennen niemand in de familie die er last van heeft. Ook met erfelijk bepaalde
ziekten is er altijd eentje de eerste in de familie, zeiden de artsen. Lydia was
nooit een zonaanbidster, maar sinds ze weet dat de zon de grootse vijand van
haar dochter is, haat ze dat hemellichaam. Soms kan ik het wóórd niet eens
horen. De meeste mensen zal het vreemd in de oren klinken, maar 's zomers
verlang ik naar de herfst. De winter kan me niet lang genoeg duren.
Nu alweer heb ik schrik voor het voorjaar en de zomer. Want net als veel andere
ziekten treft EPP niet alleen de patiënt, maar ook zijn omgeving. Wij leven 's
zomers heel erg geïsoleerd. Een beetje als kluizenaars.
We zitten dikwijls binnen als anderen buiten zijn en gaan pas met Shirley naar
buiten als de meesten weer naar binnen gaan." De school die Shirley
bezoekt, houdt zoveel mogelijk rekening met haar zeldzame ziekte. Is de hemel
wolkenloos, dan mag Shirley tijdens het speelkwartier met een vriendinnetje
binnen blijven. Shirley woont op drie, vier minuten fietsen van school. Zo lang
kan ze op zonnige dagen nét buiten zijn, maar dan moet ze wel een sjaal, een
zonnebril, een grote zonneklep en handschoenen dragen en haar gezicht met een
speciale sunblock insmeren. Op school kijkt niemand er nog vreemd van op dat
Shirley zelfs op de warmste dagen helemaal ingepakt het klaslokaal binnenloopt.
Maar vreemden kijken haar soms na alsof ze denken dat ze een Mars-meisje zien.
Dat vind ik het allerergste van mijn ziekte", zegt Shirley. Dan schaam ik
me heel erg, al kan ik er niks aan doen dat ik er zo bij moet lopen."
Inpakken is nog altijd de beste remedie tegen de gevolgen van EPP. Verder slikt
Shirley van februari tot november betacaroteen. Sommige onderzoeken wijzen uit
dat EPP-patiënten die niet extreem gevoelig zijn voor zonlicht daar baat bij
kunnen hebben. Hoewel er ook in Nederland, met name in het Academische
Ziekenhuis in Utrecht, wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar EPP, rekent
secretaris Marijke Kok van de vereniging van EPP-patiënten er niet op dat er
binnen afzienbare tijd een wondermiddel tegen de ziekte wordt gevonden. Marijke
Kok: Het klinkt misschien cru, maar aan het kleine aantal EPP-patiënten kan de
farmaceutische industrie geen droog brood verdienen. Daarom heeft onderzoek naar
medicijnen tegen EPP geen hoge prioriteit.
Zo werkt dat nu eenmaal. EPP-patiënten moeten het waarschijnlijk hebben van een
middel dat misschien ook bij toeval uit een ander onderzoek rolt."Ondanks
haar ziekte ging Shirley Maes diverse keren op vakantie. Afgelopen zomer ging ze
met haar vader Michael en haar zus Daniëlle naar de Ardèche. Uiteraard reden
ze 's nachts; niet vanwege de files, maar om de zomerzon te vermijden. Ook in
Zuid-Frankrijk zat Shirley overdag meestal binnen. Dan sliep ze of doodde ze de
tijd met haar gameboy, maar 's avonds leefde ze zich uit en nam ze enthousiast
deel aan de activiteiten op de camping. Helemaal feest was het op die ene
bewolkte dag, toen ze warempel met een t-shirt aan kon gaan zwemmen. Dacht ook
haar vader. Maar ondanks alle voorzorgsmaatregelen ging het een paar dagen voor
de geplande thuisreis mis. Blijkbaar was ze toch nog te lang blootgesteld aan de
zon. Shirley verging van de pijn; haar vader werd gekweld door schuldgevoel. Tot
overmaat van ramp gingen de brandende plekken op Shirley's huid nog ontsteken
ook. Eenmaal terug in Nederland werd ze onmiddellijk opgenomen in het
ziekenhuis, in een kamer waarvan de ruiten waren afgeplakt met hetzelfde gele
folie dat veel EPP-patiënten uit voorzorg op hun autoruiten hebben zitten.
Littekens in haar gezicht en op haar armen zijn Shirley's tastbare herinneringen
aan haar laatste zomervakantie; van het zonnige zuiden heeft ze haar buik
voorlopig vol. De achttienjarige Daniëlle herinnert zich van die vakantie
vooral de pijnlijke momenten waarop wildvreemden haar zus aanstaarden. Ze
snauwde er heel wat af, maar ze realiseert zich dat Shirley en andere
EPP-patiënten daar weinig mee opschieten. Daniëlle is het met de vereniging
van EPP-patiënten eens dat voorlichting de beste manier is om begrip te kweken
voor het eenzame lot van de zomermummie'. Zelf draagt ze daar binnenkort op
kleine schaal aan bij door op school een spreekbeurt te houden over de ziekte
waar haar zusje aan lijdt. Alle beetjes helpen."