|

|
de Semper Vloot |

|
In april 1966 besloot mijn vader om een eigen visserijbedrijf te beginnen.
Hij kocht de HD 225 "Jopie Maria" van G. van Belzen en gaf dit
schip de naam WR 225 "Semper Crescendo".
Aan de hand van dit overzicht kunt u zien dat het niet bij dat ene schip
is gebleven.
WR 225 "Semper Crescendo" 1966 - 1969

De WR 225 "Semper Crescendo" verlaat de haven van IJmuiden.
De WR 225 "Semper Crescendo" werd in 1941 gebouwd maar kwam door de oorlog pas
in 1948 in de vaart als mosselkotter PI 2 "Hoop Op Zegen" van P.J. Barbe. Het schip was 15,25 m lang
en 4,47 m breed en had als voortstuwing een 2 cyl Industrie, type 2VD6 van 80 Pk bij 350 omw/min. In maart 1954 werd dit vaatuig
door P.J. Barbe vernummerd in YE 197 "Hoop Op Zegen". Eind 1954 wordt het vaartuig verlengd en verbouwd tot motorkotter
voor A. Wuis uit Den Helder. Deze brengt het schip in de vaart als HD 49 "Hoop Op Zegen". Na de verbouwing heeft het vaartuig
een lengte van 20,33 m en een 3 cyl Brons motor, type 3TL van 150 Pk bij 290 omw/min. Van februari 1964 tot december 1965 vaart het schip
voor G. van Belzen als HD 225 "Jopie Maria". In april 1965 koopt C.A. Willeboordse het vaartuig en brengt het dan als WR 225
"Semper Crescendo" in de vaart. Het was geen makkelijke start want na een jaar begeeft de Brons motor het al. Deze wordt in maart
1967 vervangen door een 6 cyl Stork, type RO 156 met een vermogen van 250 Pk bij 1200 omw/min. Als gevolg van de nieuwe stabiliteis eisen
is het vaartuig begin 1969 uit de vaart genomen en later verkocht voor de sloop.
WR 225 "Semper Crescendo" 1969 - 1973

De WR 225 "Semper Crescendo" verlaat de haven van Den Oever.
De tweede WR 225 "Semper Crescendo" werd in 1953 gebouwd bij scheepswerf "Concordia" van Seijmonsbergen in Amsterdam.
Het schip werd gebouwd in opdracht van P. Vlaming uit Oosterend en deze bracht het in de vaart als TX 17 "Quo Vadis"
Het vaartuig was 22,00 m lang en 5,63 m breed en voor de voortstuwing zorgde een 3 cyl Brons, type 3 GB van 180 Pk bij 350 omw/min.
In oktober 1958 werd deze motor vervangen door een 4 cyl Kromhout, type 4.F.240 met een vermogen van 220 Pk bij 650 omw/min.
Van 1965 tot 1969 had A. v/d Brink het schip in huurkoop van de Weduwe D. Vlaming-de Vries. In Maart 1969 werd het schip door C.A. Willeboordse
aangekocht en in de vaart gebracht als WR 225 "Semper Crescendo". Na een paar jaar goed gevaren te hebben was het tijd om een groter schip
te kopen. De WR 225 werd in april 1973 naar Lowestoft in Engeland verkocht en werd daar geregisteerd als LT 225 "Semper Crescendo" met als eigenaar Roger Klyne.
Nu vaart het nog steeds in Engeland als BM 158 "Michelle Louise".
WR 226 "Semper Paratus" 1973 - 1983

De WR 226 "Semper Paratus" tijdens de Vlootschouw in 1979.
Begin 1973 werd de TX 8 "Lodewijk Senior" aangekocht van M. Bremer en H. Ellen uit Oosterend. Omdat de WR 225 nog niet was verkocht kwam dit schip in de vaart als WR 226
"Semper Paratus" met als eigenaars C.A. Willeboordse en J.H. Adriaanse. Het vaartuig is in 1962 gebouwd bij scheepswerf Visser in Den Helder als TX 8 "Imco" voor L. Bremer.
Het schip was 24,89 m lang en 5,93 m breed. Voor de voortstuwing zorgde een 5 cyl Bolnes, type 5 KL van 300 Pk bij 475 omw/min. In 1968 werd deze vervangen voor een 5 cyl Bolnes, type 5 DNL van
500 Pk bij 475 omw/min. Met deze motor hadden de Wieringers niet veel geluk. Omdat het motorblok gescheurd was werd in 1979 besloten om de Bolnes te vervangen voor een Waukesha van het type F2896 DSIM.
Deze nieuwe motor was 720 Pk bij 1200 omw/min. maar werd afgesteld op 520 Pk. In juni 1983 werd het vaartuig verkocht als VD 24 "Catharina Alida" van J.I. Kes uit Volendam. Daarna voer het
schip nog onder de volgende nummers:
Van juli 1985 tot januari 1986 als HD 66 "Pieter" van Fa. P. Kraak & Zn.
(heeft alleen geregistreerd gestaan onder dit nummer en niet gevist)
Van januari 1986 tot juli 1989 als WR 73 "Paul Martien" van A.C.M. Meeldijk.
(deze heeft het vaartuig voorzien van een 8 cyl Caterpillar van 300 Pk)
Van juli 1989 tot januari 1990 als OD 32 "Zwervers" van Vof. Gebr. Sperling.
Van januari 1990 tot november 1999 als TX 41 "Broedertrouw" van Vof. Gebr. de Vries.
In augustus 1997 is het schip voorzien van een 12 cyl Caterpillar, type 3412 F met een vermogen van 300 Pk.
Van 9 november 1999 tot december 2000 als UK 80 "Linquenda" van Petronella BV.
Vanaf december 2000 staat het vaartuig geregistreerd als ZK 80 "Linquenda" met als eigenaar De Rousant BV.
WR 225 "Semper Crescendo" 1981 - 1989

De WR 225 "Semper Crescendo" stoomt op naar de visgronden.
Met de WR 226 werd in jaren ' 79 en ' 80 met succes in span gevist op kabeljauw. Met het vissen in "span" slepen twee schepen een net voort. Omdat je met spanvissen altijd afhankelijk bent van een ander besloten
Willeboordse en Adriaanse er een tweede kotter bij te nemen zodat ze een eigen span hadden. Hiervoor werd in oktober 1981 de Z 62 "Topaze" uit Belgie gekocht. Het vaartuig was in 1962 bij scheepswerf "de Vooruitgang" van D. & Joh. Boot in Alphen a/d Rijn als bouw no. 1300 gebouwd in opdracht van Visserij Mij. Wiron te Hippolytushoef. Het schip kwam in mei 1962
in de vaart als IJM 221 "Wiron III" en had een lengte van 28,89 m, een breedte van 6,52 m en een brutto tonnage van 137 ton. Voor de voortstuwing zorgde een 6 cyl Deutz, type SV.6.M.536 met een vermogen van 375 Pk bij 500
omw/min.
In september 1974 werd de "Wiron III" verkocht naar Belgie en geregistreerd als Z 62 "Topaze" met als eigenaar Fa. Bailyu & Bonny uit Knokke-Heist. Toen het vaartuig in 1981 naar Wieringen was verkocht lag het al geruime tijd in Zeebrugge opgelegt
i.v.m. schade aan de krukas. Het werd dan ook door de WR 226 van Oostende naar Den Oever gesleept. Het vaartuig werd geheel verbouwd en voorzien van nieuwe masten, nieuw visruim, een hydraulische nettenrol en een andere motor. Dit werd een 6 cyl Waukesha, type F2896DSIM met een vermogen van 720 Pk bij
1200 omw/min. maar werd afgesteld op 520 Pk. Na de verbouwing kwam het schip in januari 1982 in de vaart als WR 225 "Semper Crescendo". Na 12 jaar besluiten Willeboordse en Adriaanse om op 1 april 1985 (geen grap) uit elkaar te gaan. Willeboordse gaat met z'n zoon verder met de WR 225 en Adriaanse met de WR 226.
Door de malaise in de kabbeljauw visserij, waardoor de vissers niet meer dan 60 kisten per week mogen vangen, wordt de WR 225 in april 1989 verkocht naar Urk. De nieuwe eigenaar is Zeevisserijbedrijf Gebr. de Ridder en herdoopt het schip in UK 289 "Cornelis de Ridder".
In augustus 1991 wordt het schip gesaneerd en verkocht naar Suriname. Daar komt het nooit aan omdat het schip door justitie in beslag genomen werd wegens betrokkenheid van drug smokkel. Na een aantal jaren voor de kant te hebben gelegen in Hansweert wordt het schip aangekocht door scheepssloperij Treffers in Haarlem en biedt het te koop aan voor Fl 50.000,-.
Ko van Dijk uit Badhoevedorp koopt het schip in augustus 1995 en bouwd het om tot woon en duik schip.
WR 226 "Semper Paratus" 1983 - 1989

De WR 226 "Semper Paratus" op weg naar zee.
Omdat het verschil in grootte tussen de WR 225 en WR 226 toch wel wat te groot was werd er in 1983 gezocht naar een ander schip dat qua afmetingen gelijk was aan de WR 225. In mei 1983 wordt de KW 185 "Valk" van de Gebr. de Jong uit Katwijk gekocht. Dit schip was in 1961 bij scheepswerf Fa. Hylkema & Zn in Martenshoek gebouwd als KW 185 "Tokio" van de Gebr. de Jong.
Het vaartuig had een lengte van 28,95 m een breedte van 6,53 m. Voor de voortstuwing zorgde een 6 cyl Mirrilees, type TLSG MR-6 met een vermogen van 400 Pk bij 600 omw/min. In december 1967 wordt de naam van het schip gewijzigd in KW 185 "Valk". De naam "Valk" was de afkorting van Visserij Maatschappij Arie Leendert Katwijk. In 1973 wordt de hoofdmotor
vervangen door een 6 cyl Crepelle, type 6-PSNSR met een vermogen van 800 Pk bij 750 omw/min. Toen het schip door Fa. Willeboordse & Adriaanse werd aangekocht werd het i.v.m. quota eerst ingeschreven als WR 227 "Semper Confidens" en vervolgens in juni geregistreerd als WR 226 "Semper Paratus". Op 1 april 1985 gaan Willeboordse en Adriaanse uit elkaar. Willeboordse gaat met z'n zoon verder met de
WR 225 en Adriaanse met de WR 226. Adriaanse verkoopt het schip in augustus 1989 naar Breskens. De nieuwe eigenaar heeft het schip gekocht voor het quotum en laat het inschrijven als BR 22 "Diana" met als eigenaar Rederij Diana B.V. Deze verkoopt het schip met het K-document in oktober 1989 door naar Stellendam. De nieuwe eigenaar is Visserijbedrij Hendrika Cornelia B.V. en herdoopt in SL 8 "Jacob".
Vanaf december 1989 tot heden vaart het vaartuig in Ierland als T 8 "Jacob".
WR 227 "Semper Confidens" 1985 - 1987

De WR 227 "Semper Confidens" ligt te vissen.
De WR 227 "Semper Confidens" werd in december 1985 gekocht van Havis BV. (Scheepswerf Haak in Zaandam) Het schip was in 1970 als bouw no. 234 gebouwd bij Gebr. Sander BV. te Delfzijl en daarna afgebouwd bij machinefabriek Brand in het Duitse Oldenburg. Dit gebeurde in opdracht voor Reinhard Hullman und Sonne uit Brake. Deze brachten schip in augustus 1970 in de vaart al OB 120 "Elke". Het vaartuig had een
lengte van 29,12 m en een breedte van 6,64 m met een brutto tonnage van 121 ton. Voor de voorstuwing zorgde een 6 cyl Deutz, type SVB 6 M 536 met een vermogen van 400 Pk bij 400 omw/min. Deze motor was van 1954 en had eerst dienst gedaan in een Duitse locomotief. In maart 1980 wordt het vaartuig gekocht door P.C. de Haan en in de vaart gebracht als WR 109 "Pieter Cornelis". In mei 1984 wordt het schip ingeruild bij Haak
voor een groter schip. Haak laat het registreren als WR 22 "Johannes" met als eigenaar Havis B.V. Toen hetvaartuig door Fa. C.A. Willeboordse & Zn. werd gekocht had het al 1,5 jaar stil gelegen in Zaandam. Na een dag bezig te zijn geweest om de boel op te starten werd er 's avonds, met -5 graden zonder kachel, radar en navigatie apparatuur, koers gezet naar Delfzijl. Bij machinefabriek Paul Dinges werd de Deutz vervangen door
een 12 cyl Guascor, type E 318 T-SP met een vermogen van 500 Pk bij 1800 omw/min. In januari 1986 ging het schip als WR 227 "Semper Confidens" voor het eerst naar zee.
Op 3 april 1987 maakte het schip, tijdens het stomen naar Lauwersoog, door onbekende oorzaak water in de machinekamer en ging verloren. De bemanning was al overgestapt op de WR 225.
Dit was het overzicht van de schepen van C.A. Willeboordse.
Hij was echter niet de enige Wieringer die een "Semper" kotter in de vaart heeft gehad. De andere schepen met een "Semper" naam waren:
Van 1949 tot 1958 de WR 186 "Semper Spera" van Albert en Jan Duijnker.
Van 1957 tot 1980 de WR 48 "Semper Confidens" van Jan en Meijert Smid.