Kop

Home page, Het , Gebruikte kaarten, Overzicht in tabel, Hoogte profiel

September/Oktober 2000

Van Gabas naar Refuge de Wallon, Cauterets
Dag 0|1: Amsterdam; Bordeaux; ;
Michel en Edwin zitten al in de trein als ik (Rob) op Schiphol instap. Omdat we niet met de Thalys wilden, moeten we onderweg naar Parijs twee maal overstappen. Onderweg horen we van een conducteur dat er een staking bij de franse spoorwegen dreigt. Hij voorspelt ons dat we zelfs Parijs niet zullen halen. Maar Parijs halen we gelukkig wel.
Daarna begint de treinstaking: de nachttrein naar Bordeaux vertrekt niet. De nacht brengen we door op het station Gare d’Austerlitz. Eerst op de vloer in de stationshal, maar daar worden we al snel door de gendarmerie weggestuurd. Ze verwijzen ons naar een overvolle wachtkamer met onmogelijke-design-stoeltjes, waar je nog geen 5 minuten in kan zitten, laat staan slapen. Uiteindelijk belanden we in een verlaten TGV treinstel dat niet meer zal vertrekken. Onrustig vallen we op de banken in slaap; de benen steken uit over het gangpad ...
De volgende dag vertrekt een TGV naar Bordeaux. We hebben er weliswaar niet voor betaald, maar wegens omstandigheden... Daarna gaat het met een boemeltje verder tot Dax. Verder zouden we volgens de stationschef niet komen, hooguit nog per bus tot Pau. Na een lunch op het stationsplein met andere gestrande passagiers sluit Edwin zich aan bij een franse dame die aan het loket over 'wanprestatie' klaagt en geld terug wil. Wij dus ook!
Andere medepassagiers beginnen inmiddels taxi’s te regelen. Wij ook: de laatste! Na enig onderhandelen brengt de taxi ons in de namiddag voor een redelijk bedrag naar en zet ons in de regen af. Een laatste biertje in de plaatselijke pub smaakt goed. We trekken de regenkleding aan en gaan op pad richting Cabane de Bious-Oumette. Vanuit Gabas een uurtje lopen over een smalle, op het Lac de Bious-Artigues doodlopende, asfaltweg. (Noot: eerdere jaren ...)
Nat komen we in de aan. De regenkleding houdt het prima, maar het is wel zweterig om omhoog te lopen met een zware rugzak (ca. 16/17 kilo). De cabane ligt een eindje van het pad af, aan de andere kant van de rivier. Hij is open. Dat hebben we in het verleden een keer gecheckt. Binnen is het donker. Er is een houten verhoging (vide) waarop geslapen kan worden; die is redelijk schoon. De rest is minder schoon; dat is wel even wennen. M kookt onze eerste 'eigen warme maaltijd'. Daarna hangen nog wat rond en rollen tenslotte nog wat onwennig de slaapmatjes en slaapzakken uit. De volgende ochtend schijnt de zon ....

Dag 2: ;
We besluiten om langs het via de NO route om de Pic du Midi naar de Refuge de Pombie te lopen. Deze route is de eenvoudigste. In de ZW route zit een klim door het Bois des Arazures naar het Lac de Peyreget, die we in eerdere jaren niet hebben kunnen vinden (uiteindelijk 'recht' omhoog). Bovendien wordt die route door de Col de Peyreget (22xx m) afgesloten met een stukje HRP puinhelling met enorme rotsblokken. Voor een eerste dag met zware rugzakken niet een echte aanrader.
Het weer is aanvankelijk goed. We slaan bij het Lac de Bious-Artigues linksaf en de eerste klim door het bos naar verloopt voorspoedig. We passeren de Col en zetten koers naar Col de Suzon.
Onderweg zien we beneden in het dal een dode koe liggen. Er zitten gieren op het kadaver. Gefascineerd kijken we een tijdje toe. Als we Col de Suzon naderen betrekt de lucht. Er vallen af en toe flinke druppels. We twijfelen om de regenkleding weer aan te trekken. Nat van binnen of van buiten?
Eenmaal in de stormt het behoorlijk. We trekken dus toch maar de jacks aan, op z’n minst tegen de snijdende wind. We eten wat chocolade achter de Col (uit de wind) en lopen snel weer door. Het pad richting Refuge de Pombie kennen we: het bestaat voor een flink deel uit een pad over keien, maar is goed te overzien.
De is zowaar nog open. De huttewaard is aan de schoonmaak. Het is het laatste weekend van het jaar en we blijken de enige (en laatste) gasten te zijn. Hij wijst ons een slaapzaal die we mogen gebruiken.
Het is buiten inmiddels flink koud geworden. We wachten op het bankje een tijdje op de zon, maar verdwijnen uiteindelijk naar binnen om warme chocolade drinken. 's Avonds eten we met de pot mee en vragen of de waard de Refugio de Penalara (Sp) kent, of deze nog open is en of hij het pad er naar toe kent. Het pad staat slecht ingetekend op de franse kaarten. Nou dat klopt. Volgens de waard staat de refugio niet op de aangegeven plek ten ZO van het Embalse de Respomuse, maar aan de NW kant. Kan toch vervelend zijn als het weer slecht is!
’s Avonds gaan we aan de wijn en spelen we een spelletje 'pathfinder'. De muziek is gezellig.

Dag 3: ;
De volgende ochtend is het weer niet best. Het is somber en donker. Als de zon af en toe tussen de wolken doorkomt, geeft het een wonderlijk licht op de Pic du Midi.
We besluiten om niet rechtstreeks naar Soques en Col d'Arrious te lopen, maar om met een omweg via de Col du Pourtalet te lopen. Het pad naar de Col du Pourtalet is niet al te moeilijk. Eerst lopen we naar de Col du Soum de Pombie. Vandaar zien we de spaanse grens en heel laag hangende wolken. Verder is het voornamelijk dalen en vanuit een grote kom iets omhoog en dan langs de weg het laatste stuk naar de Col du Pourtalet.
Aan de spaanse kant van de ligt een onooglijk dorpje, niet meer dan een paar winkels. E en M doen de inkopen en komen met worst en een fles likeur (wat anders?) naar buiten. In een restaurant langs de weg weer terug in Frankrijk gaan we uitgebreid eten.
Als we vertrekken regent het flink en trekken we de regenkleding weer aan. We lopen ruim een uur langs de weg naar beneden (tot ), slaan rechts af en beginnen richting Col d'Arrious te klimmen. Onderweg naar boven wordt het gelukkig droog.
Omdat het al laat wordt en het weer niet meezit, besluiten we de nacht door te brengen in de . De cabane bestaat uit een slaapkamertje en een verblijfsruimte. Er staan 3 metalen bedden met schuimrubberen matrassen in het slaapkamertje. In het bed dat ik uitkies zit een muizenholletje in de matras. Ik draai de matras om en zal er niet minder om slapen. M wel. Die zegt de volgende ochtend dat er een muis aan hem zat te snuffelen. Het bevestigt ons vermoeden dat M van de ratten besnuffeld is.
Rondom de hut ligt veel hout. De tijd voor het eten besteden we aan het verzamelen ervan en het aanleggen van een kampvuur. Soms trekken de wolken even weg en zien we de Pic du Midi liggen. En verbeelden we het ons, of zien we werkelijk een lichtje in de Refuge de Pombie?
Als het donker wordt geeft het kampvuur goed warmte en licht. Het weer verslechtert verder, 'but who cares?' We eten bij het kampvuur en de worst en likeur gaan 's avonds volgens goed gebruik op.

Dag 4: ;
De volgende ochtend is er een parkwachtster. Ze kijkt wat zorgelijk. Wij ook als we slaap eenmaal uit onze ogen hebben gewreven. Er ligt sneeuw in de Col en de lucht ziet er somber uit. We ontbijten zonder al te veel inspiratie en vertrekken.
Eenmaal in de aangekomen trekken we alles aan wat we aan kunnen hebben. Het is koud, het stormt en er ligt sneeuw. Af en toe regent het, af en toe valt er hagel en soms natte sneeuw.
We laten de rugzakken achter in de Col en bekijken het pad (een klettersteig) naar de Passage d’Orteig. Dat doen we dus niet! Het is stijl en met dit weer met zware rugzakken levensgevaarlijk. We besluiten om de 'omweg' te nemen en dalen snel af richting Lac d’Artouste.
Vanaf gaan we na een kort beraad (verder afdalen wegens slecht weer?) rechtsaf omhoog naar Refuge d'Arrémoulit. Het weer wordt steeds slechter en eenmaal boven op het plateau waar de refuge ligt komt de hagel inmiddels horizontaal voorbij. Het zicht is minimaal.
Na enig zoeken vinden we de . Alle luiken lijken gesloten, maar één luik aan de zijkant (een raam in een slaapzaal) kan geopend worden. We gaan de hut in. Het is er stikkedonker en op de tast vinden het hoofdverblijf.
Daar kan de deur naar buiten van binnenuit geopend worden en zien we waar we zijn. Slapen kan weer op een vide. Er staan wat bankjes, twee tafels en er is gas om te koken. Er is ook een 'open haard', maar geen hout. Het is er steenkoud.
Als we buiten wat rondscharrelen vinden we een schop en een eind verder zowaar een boomstam. Die is echter doorweekt. We nemen 'm toch mee terug en gaan 'm met de schop te lijf. Erg handig gaat dat slopen van een boomstam met een schop niet. Er komen wat splinters los die we gretig opzij leggen. Als we denken genoeg hout te hebben proberen we het aan te steken in de 'open haard'. Het rookt geweldig en brandt nauwelijks. Eenmaal thuis zullen onze jassen nog wekenlang naar rook stinken.

Dag 5:
De volgende dag zijn de omstandigheden ronduit slecht. Buiten is het spekglad. Het regent/hagelt regelmatig en het stormt nog steeds. We hebben de keus om te blijven of af te dalen en een alternatieve, minder spectaculaire route te nemen. We kiezen voor het eerste. Afdalen in dit weer is ook geen lolletje en E vindt het wel spannend om te blijven.
We brengen de dag door met het verder slopen van de boomstam. M probeert de splinters te drogen in een koekenpan.
De dag duurt lang. Binnen is het donker en koud. Buiten niet te harden zo slecht. 's Avonds wachten we zo lang mogelijk om met een vuurtje in de 'open haard' te beginnen. Wat een stank geeft dat natte hout! Met kaarslicht wordt de maaltijd genuttigd. Echt warm wordt het maar even. Het hout is eigenlijk te nat om goed te branden. Dan maar vroeg slapen...

Dag 6: ;
De volgende dag is het weer beter. Het is droog, de wind is gaan liggen en het is niet meer spekglad. De lucht breekt.
We besluiten om verder te lopen in de richting van de spaanse Refugio de Respomuso. Een pad naar de Col du Palas is er volgens de kaart niet echt. We zien globaal waar we heen moeten, maar dat is dan ook alles. Het is doodstil en prachtig wit. De klim naar de is niet al te moeilijk. Eenmaal boven blijven we een tijdje kijken naar het spel van de wind met de wolken die om de Pic du Midi d'Ossau hangen. Daarna dalen we door de sneeuw af naar de (Embalse del Arriel Alto en Bajo). Hiervandaan blijven we min of meer 'op hoogte' langs de bergwand lopen richting het .
De kaarten en de ligging van de refuge blijken inderdaad niet te kloppen. De refugio staat alleen op de spaanse kaart: aan de noordwest-kant van het Embalse de Respomuso. Refugio de Penalara staat overigens wel op de franse, maar weer niet op de spaanse kaart! Schiet lekker op als het slecht weer zou zijn.
De refugio ligt prachtig aan het Embalse de Respomuso. We hadden het idee dat de refuge onbewaakt en inmiddels wel verlaten zou zijn ... lijkt het wel een hotel. Nieuw, glimmend, geopend, en vol met spanjolen. We drinken een biertje buiten in de zon, eten een fatsoenlijke maaltijd met een flesje wijn, en nog een flesje wijn bij een spelletje 'pathfinder' en slapen vervolgens als ossen.

Dag 7: ;
De volgende morgen is het mooi weer! We zetten koers naar de Refuge Wallon (Fr). Het eerste deel van de tocht worden we vergezeld door de kleine zwarte poes uit de refugio. Dat komt ervan als je die aanhaalt. Na een kwartiertje besluit ik om het beestje toch maar terug te brengen. Rugzak af en poes stevig in de arm geklemd. De huttenwaard ziet me aankomen en neemt poes weer graag over.
De tocht naar de Col de la Fache is lang. Onderweg besluiten we om bij de een extra maaltijd te gebruiken. Het weer is prima, de omgeving schitterend en we beginnen uitgehongerd te raken. Zijn dat de reserves die op raken? E zoekt ondertussen naar het pad door de col: niet te vinden!
Als we na een italiaanse hap verder gaan, zoeken we ieder onze eigen weg naar boven. Er wordt uitgebreid geklauterd, langs de rivier, over puin, soms op handen en voeten.
levert weer een mooi uitzicht op. De afdaling naar de Refuge Wallon is lang. Als we de zien liggen (vanaf grote hoogte) versnellen we onze pas bij de gedachte aan een koel biertje. De refuge blijkt echter, op het winterverblijf na, gesloten. Er zijn een paar fransen in de voorste slaapzaal; wij nemen onze intrek in de achterste slaapzaal.
Buiten staan 3 ezels. Als we eten staan ze te bedelen. We geven ze een paar van onze hardkecks die ze zonder een spier te vertrekken verorberen.
In de rivier kunnen we ons eindelijk wassen. Wel koud, de verleiding om er helemaal in te gaan is er wel, maar laf als we zijn kunnen we met een beetje poedelen ook het zweet van ons lijf afspoelen. M kookt weer een maaltijd en we zitten nog lang buiten naar de sterren en overkomende vliegtuigen te staren.
Ondertussen maken we plannen voor de volgende keer. Zullen we dan hier beginnen en via Col d'Arratille en Col des Mulets richting Refuge des Oulettes de Gaube lopen? Lijkt een goed idee.

Dag 8: ;
's Ochtends is het wederom mooi weer, zij het met een hoop mistflarden. Vandaag gaan we naar beneden, richting Cauterets. Het is verder dan gedacht (door de vermoeidheid?), maar we lopen wel lekker ontspannen.
Aangekomen in de Hotellerie is het aantrekkelijk om te stoppen en te gaan eten en drinken. Maar we weten dat we nog verder moeten, langs de rivier door het bos naar beneden. En met alle regen van de laatste dagen kan dat behoorlijk glibberig zijn. Verstandig als we zijn, besluiten we om door te lopen en beneden in Cauterets uit ons dak te gaan met eten en drinken en verder niets meer te hoeven.
Aangekomen in is het weer omgeslagen, we houden het door hard door te lopen nog net droog. We vallen oververhit nog in T-shirts op een terrasje neer, bestellen bier, daarna een omelet en krijgen het koud. De truien gaan aan. Daarna bestellen we nog een bier en krijgen het pas echt goed koud. Dan de jassen maar aan...
Daarna is het wachten op de bus naar Lourdes en de nachttrein naar Parijs.

(c) Rob Udo
November 2000

Gebruikte kaarten
Carte Touristique No 273: Aspe Ossau, 1:25000; IGN France
Parc National des Pyrénées No 2: Balaitous, 1:25000;
Mapa Excursionista No 24: Gavarnie – Ordesa, 1:50000; Institut Cartografic de Catalunya

Hoogte profiel
(Reconstructie volgens Google Earth)
Profiel

Voor de statistieken
Dag Plaats Δ [m] Δ [m] / dag
1   +289
+289
2 +340 +805 –93
+465
-93
3 +70 +435 –725
-307
-418
+365
4 +506 +676 –152
-152
+170
5    
6 +247 +664 –799
-266
? 1713m -533
+417
7 +396 +534 –799
+138
-799
8 -369 -965
-596
Totaal     +3403 -3533