Kop

Home page, Het , Gebruikte kaarten, Overzicht in tabel vorm, Hoogte profiel

September/Oktober 2001

Van Refuge de Wallon (Cauterets) naar Gavarnie
Dag 0: Amsterdam
Michel komt me (Rob) 's ochtends vroeg in Amstelveen ophalen. Daarna halen we Edwin in Baarn op. Het is mistig als we Nederland uitrijden. In België en Frankrijk knapt het weer op. Onderweg wisselen we een aantal keren van bestuurder. Als we aan het eind van de middag Bordeaux passeren weerstaan we de verleiding om Bordeaux in te gaan (bekende plaats toch, dat Bordeaux …) en rijden we door tot Langon. Daar verlaten we de snelweg en eten we in een restaurant langs de kant van de weg een laatste volledige maaltijd.
Na het eten rijden we nog een flink stuk via de RN117 door het Lande de Cascogne richting Pyreneeën. Als het donker wordt slaan we vlak voor Roquefort rechts af het bos in. Op een stille plek in het bos zetten E en ik onze tentjes op. Het valt nog niet mee om een plekje te vinden, zo in het donker. We kunnen de tenten midden tussen de bomen zetten of aan de rand van een breed zandpad. Midden tussen de bomen is het benauwd en niet vlak. Maar, wie weet wat er op het zandpad allemaal langs komt als het eenmaal licht wordt? We besluiten toch maar tot het laatste. M gaat in de auto te slapen. (Dat doet ie nooit meer, zegt ie: ‘stijve benen'.)
's Nachts is het stil. Een enkele auto rijdt in de verte over de RN117. Kleine geluiden zijn er in overvloed; er is van alles te horen: geritsel, geschuifel, een schreeuw van een vogel.
's Ochtends worden we gewekt door een franse boer die met z'n Renaultje 4 langsrijdt. Even later komt hij terug en wijst ons sporen van wilde zwijnen die blijkbaar aan onze tentjes hebben gesnuffeld.
Niets van gemerkt! Of toch?

Dag 1: ;
Onderweg doe ik het voorstel dat Dineke me aan de hand deed. 'Zet de auto ergens neer en laat je met een taxi naar het beginpunt brengen.' Het idee slaat aan. In Pierrefitte-Nestalas regelen we bij de VVV dat een taxi ons in Gavarnie komt ophalen (het geplande eindpunt) en ons naar Cauterets/Pont d'Espagne brengt. Openbaar vervoer rijdt in dit jaargetijde inderdaad niet of nauwelijks van en naar Gavarnie en Pont d'Espagne, dus...
De ophaalafspraak is wat krap. We parkeren, verkleden, 'pakken nog wat om', vertrekken in haast en vergeten prompt de tarp mee te nemen. E vergeet zelfs een kleine zaklantaarn. Als we een week later terug komen ligt ‘ie nog steeds op het dak van de auto.
Om ca. 14 uur beginnen we in te lopen naar de Refuge Wallon. Bij de entree van het Parc National de Pyrénées staat aangegeven dat de Refuge Bayssellance wegens renovatie gesloten is. Dat komt slecht uit, want daar hadden we een nacht willen doorbrengen. We zullen een alternatief moeten bedenken.
De is nog open. We kunnen de route oppakken waar we vorig jaar zijn geëindigd.
Er zijn maar een paar mensen: de huttewaard en een paar (vaste?) gasten. We drinken een biertje, kijken naar een spelletje Jeux de Boule, maken een maaltijd en gaan vroeg slapen.

Dag 2: ;
Na het ontbijt vertrekken we richting Col d'Arratille. Onderweg begint het te regenen en trekken we de regenkleding aan. De bewolking komt steeds lager en als we het passeren kunnen we de al niet meer zien. Eenmaal in de Col aangekomen stormt het en is het zicht tot een minimum gereduceerd. Dat is wel even puzzelen. Is dit nou de 'echte' Col? Klopt de richting van het dal dan wel? Nee, of toch? Herkenningstekens liggen onder een dik pak sneeuw of gaan verloren in de mist. We lopen 100 m langs de bergwand verder en komen dan in de echte Col. M loopt Spanje in. E en ik twijfelen nog wat. We roepen M na, maar ons roepen gaat verloren in de storm. We lopen er maar achteraan. Al wat rest is het volgen van een (redelijk) pad in de mist.
Na ca. 2 uur lopen we via terug Frankrijk in. Via een afdaling van ca. 450m bereiken we nog immer in de regen de Refuge des Oulettes de Gaube.
De is open en men is in afwachting van een groep van 22. We hangen onze regenkleding te drogen boven de kachel.
De groep komt in plukjes binnen. Het is vast een bedrijfsuitje. De laatsten die aankomen hebben beslist geen ervaring, slechts kleine dagrugzakjes, ze lopen op gympjes en staan te rillen van de kou.
We speculeren over wat zij de volgende dag gaan doen en begrijpen na enige tijd met stijgende verbazing dat zij via 'ons' pad door Spanje naar de Refuge Wallon willen lopen! We hopen op beter weer voor ze!

Dag 3: ;
De volgende ochtend is het gelukkig mooi weer. Oorspronkelijk waren we van plan om naar de te lopen en daar te overnachten. We zouden dan in de middag de Petit Vignemal kunnen beklimmen. Maar de Refuge Bayssellance is dicht. E had dit al op internet gelezen, het stond ook bij de ingang van het Parc National de Pyrénées en de 'dame' in de Refuge des Oulettes de Gaube vertelde het ook al. Wat te doen? De Petit Vignemal overslaan is niet leuk en in één keer doorlopen naar de Refugio San Nicolas (Sp) is te ver. We vinden op de kaart een cabane halverwege: Cabane de Lourdes. Wel een flink stuk lopen, maar te doen. En: volgens de 'dame' is de Cabane de Lourdes primitief, maar open. Een kolfje naar onze hand.
We maken een ontbijt van granen met melkpoeder, ontzettend voedzaam. Het bedrijfsuitje slaat ons met verbazing gade) en vertrekken naar de 600 meter hoger. Eenmaal boven in de hourquette is het weer nog steeds redelijk. Er komt wat mist opzetten, maar we besluiten om de niet te laten glippen. De rugzakken laten we in de hourquette achter. 40 minuten en 300m later zijn we boven, staan soms in de mist maar hebben af en toe ook een fantastisch uitzicht met in de verte het Lac de Gaube. De Pic bestaat eigenlijk uit twee kleine piekjes, gescheiden door een 'zadel' met aan beide kanten een loodrechte afgrond. We houden het maar bij het voorste piekje...
Naar beneden gaat het snel. In 25 minuten zijn we terug in de hourquette.
Langs de GR10 gaat het verder naar beneden richting . Onderweg gaat het weer regenen en moet de regenkleding aan.
Als we bij de barrage aankomen (1200 m lager dan de Pic de Pt Vignemale) schijnt er weer een zonnetje en kan de regenkleding weer uit. Na een rustpauze gaat het rechtsaf voor het laatste stukje omhoog naar de Cabane de Lourdes. De regenkleding mag bij nader inzien toch maar weer aan.
De ligt op een groene vlakte waar 's zomers koeien staan. Op de deur staat dat deze gesloten moet worden. Omdat anders koeien naar binnen gaan? Jawel, dat klopt. Iemand had de deur open laten staan, want binnen ligt ...
Daarom echter niet getreurd. Verder lopen kan niet meer. Het is ca. 19 uur, dus wat moet dat moet. We rollen de slaapzakken uit en maken een maaltijd. Niet tot ieders vreugde valt de keus deze keer op een Tibetaanse pot. Maar wat wordt meegenomen, komt vroeg of laat in de maag.
's Avonds zien we de volle maan achter de bergen vandaan komen. Het maanlicht kruipt langzaam over de vlakte naar ons toe. We verbazen ons over de hoeveelheid licht. Om bij te lopen lijkt het niet voldoende, maar toch.

Dag 4: ;
Het pad richting Spanje via de is eenvoudig. Het weer is goed, het pad is goed en de omgeving is prachtig. Aan het eind, tegen de Col aan, zit een flinke steile klim de Col in. Dat valt niet mee na gisteren. Eenmaal boven zien we het (Ibori Bernatuero) beneden ons liggen. Het is een klein rond meer dat in een kom ligt en van vulkanische oorsprong is. We pauzeren een moment in de Col en dalen dan af naar het Lac. Daar pauzeren we wat langer; we zetten thee en eten kaas en worst.
Daarna gaan we aan de andere kant van het Lac de Col ... over en lopen Spanje in. In het begin is het pad prima, maar al snel wordt het slechter en slechter. De berghelling is flink geërodeerd en we moeten zelf maar zien hoe we verder beneden komen.
Op een vlakte waar koeien staan is er geen pad meer over. Na enig zoeken zien we dat het aan de andere kant van de rivier verder loopt.
300 m boven de Refugio San Nicolas raken we het spoor definitief bijster. Er staat ergens een hek, waar we waarschijnlijk niet door mogen (gevaarlijke afdaling?). We lopen braaf via een klein paadje naar links en staan 10 minuten later op een punt dat ons bekend voorkomt. Hier hebben we dus eerder gestaan. Een Spaans stel dat langskomt brengt uitkomst.
We volgen ze. Bij het hek gekomen klauteren ze er overheen (wij dus ook!) en lopen doodgemoederd verder. 15 minuten later komt de in zicht.
We zijn uitgedroogd en vallen op het bier aan, bespreken een kamer (mooi!, met douche!) en eten samen met een Duits stel een heerlijke maaltijd met soep en vis.

Dag 5: ;
De volgende dag is het prachtig weer. Wat doen we? Nemen we de geplande route via Port de Gavarnie naar de Refuge de Brèche de Roland of nemen we de omweg via Refugio Goriz, Brèche de Roland en dan naar de Refuge de BdR? We besluiten tot het laatste. We hebben nog een dag speling, dus waarom niet?
Het eerste deel gaat langs de weg naar beneden, tot . Vandaar gaat het via een (afgesloten) weg omhoog tot Puente de los Cazadores. Daarvandaan loopt een bergpad verder het in.
Eerst tot een prachtige cascade van watervallen, waar we een extra maaltijd gebruiken. (De ontbijten in refuges zijn altijd minimaal, absoluut onvoldoende om een hele dag op te lopen; en zeker als vis de hoofdmaaltijd is.) Daarna gaat het verder tot aan de voet van de Puento de Soaso. De verdere route is onduidelijk. Al wat we hebben is een spaanse 1:50.000 kaart, die niet overdreven veel details laat zien.
Voor ons loopt een stel dat direct omhoog de steile wand in gaat. Dat vinden we gezien onze zware rugzakken (ca. 16/17 kilo) en de vermoeidheid geen succes. Enig speurwerk levert een pad op dat via een steile helling, maar wel over een goed pad, ons veilig naar boven voert.
Bijna boven horen we een groep Spanjaarden druk praten. De refugio? Nee, helaas, een groep die van het uitzicht zit te genieten. De laatste 100 - 200 meter is loodzwaar, maar eindelijk komt de hut in zicht. Prachtig!
De is een stuk drukker. Hij wordt gebruikt om een aantal klimroutes aan te lopen. Mee-eten kan niet meer, daar zijn we te laat voor. Bier en wijn zijn wel te koop, wat we ons dan ook goed laten smaken.
We koken onze eigen maaltijd (we zijn per slot volledig selfsupporting) en leggen contact met 2 landgenoten met een grote zwarte hond (Rosa). Die loopt braaf met ze mee, maar als ze morgen gaan klimmen blijft ze in de refugio achter. 's Avonds leren we één van hen het 'pathfinder'-spel. De winst (een rondje) houden we tegoed, want de bar is inmiddels dicht.
's Nachts kan ik niet slapen. Er wordt veel gesnurkt en het is warm. Als ik even naar buiten ga om een luchtje te scheppen schijnt de maan. Het is windstil, vredig en prachtig. Rosa kan ook niet slapen en komt een knuffel halen.

Dag 6: ;
Het begin van het pad naar de Brèche de Roland is niet moeilijk te vinden, maar op een gegeven moment eindigt het pad aan de voet van een rotswand. Dat wordt klauteren! Enig heen en weer lopen helpt niet, er lijkt geen 'aangewezen' punt te zijn om te beginnen.
We raken M kwijt; die is zijn geluk al aan het beproeven. Ik begin ook maar. Na elke paar meter denk ik, dat ik er ben, maar steeds weer zijn er een paar meters te klimmen. Eenmaal boven kan ik E aanwijzingen geven hoe het beste te klimmen. Daarna is het zoeken waar M uithangt. Maar die komt gelukkig snel weer te voorschijn.
Het landschap waar we in verder lopen verandert langzaam van groen en vriendelijk in een maanlandschap: kaal, koud en vol keien en rotsen. Het laatste stuk naar de is ronduit bizar te noemen. We klimmen door puinhellingen naar boven en steken er een aantal over; variërend van enorme rotsblokken tot gruis; waar je elke twee stappen weer een stap naar beneden glijdt. Het laatste stuk naar de Brèche lopen we onder aan een rotswand met een verdomd steile helling onder ons. Er hangt een ketting om je aan te zekeren. Na dit deel weten we zeker: niet alleen hoogte verschillen zijn zwaar, maar een terrein als dit slaat alles...
Beneden in het dal lijkt een beter pad te lopen. Hebben we dit gemist? Hierboven lijkt toch ook wel sprake van een 'pad', getuige de ketting. E kijkt met enige weemoed naar beneden. Zullen we niet liever alsnog afdalen? M en ik doen er maar het zwijgen toe. De moed zakt ons in de schoenen als we bedenken hoe we naar beneden zouden moeten klauteren ... niet dus.
In de Brèche stormt het (doet het dus altijd op dit soort punten). Het is er ijskoud. We genieten even van het uitzicht, maar wolken die komen opzetten vanuit het dal achter ons doen ons besluiten om snel verder te gaan. We dalen af, eerst via Glacier de la Brèche en verder via de morenen tot aan de refuge .
Eenmaal aangekomen bij de Refuge BdR hadden we een kleine hoop op bier. Jammer, de hut is gesloten, maar het winterverblijf is via een trapje en een luik te bereiken. We blijken de enige te zijn. We koken een maaltijd en gaan een spelletje doen.
Buiten is het inmiddels onaangenaam geworden: laaghangende wolken en een ijskoude wind.
Om ca. 22 uur zien we een zaklantaarn buiten en even later klauteren er 3 Fransen naar binnen. Bij het licht van zaklantaarns naar boven geklommen? Tjonge. Slecht schoeisel (gympjes); dunne kleding. Ze staan te kleumen als ze naar binnen zijn geklommen. Op de kaart aan de muur kunnen ze niet aangeven hoe en waar ze precies naar boven zijn gekomen. Tja ...
Slapen doen we op de zolder van de refuge. Via een stalen laddertje en een klein luik kun je op de zolder komen. De rugzakken moeten we apart aangeven door het luik, die passen er niet samen met ons door. Het 'lager' ziet er prima uit en er wordt riant geslapen.

Dag 7: ; ; Luz St Saveur
De volgende ochtend is het chagrijnig weer. We hadden overwogen om, als het mooi weer zou zijn, ofwel een extra 'topje' mee te nemen, dan wel een dagje lekker in de zon te luieren en te zien wat er zoal langskomt.
Als we buiten zonder enige inspiratie op het randje van het terras zitten, is er niet veel meer dan wat vogels die krijsend uit de mist opduiken en weer verdwijnen. Niet echt een dag om wat rond te hangen. We besluiten om dan maar 'even' naar de steile afdaling (direct via Echelles des Saradets naar Gavarnie) te gaan kijken.
De afstand en het hoogteverschil vallen tegen, maar het uitzicht op het dal van Gavarnie is fascinerend. We kunnen zelfs hotel Club Gavarnie zien liggen. (We hebben zo onze herinneringen daar.)
Terug in de refuge eten we snel wat en lopen we naar de , waar het als altijd weer stormt. Daarna dalen we via de af naar Gavarnie. Het is ver en een beetje een desillusie: eind van de tocht? Of toch nog een nachtje slapen onderweg? De Cabane des Soldats ziet er niet erg uitnodigend uit: het is nog te vroeg om te stoppen en bovendien is het koud en regenachtig. We lopen dus maar verder.
Eenmaal aangekomen in kijken we weer even onwennig om ons heen. Na de rugzakken in de auto te hebben gelegd gaan we een biertje drinken (zijn we erg vies?) en maken het plan om de volgende keer hier verder te gaan richting Refuge Tuquerouye. Omdat het nog steeds chagrijnig weer is besluiten we om een camping in Luz op te zoeken. In ieder geval lager en dus minder koud, dachten we. Onderweg gaat het echter regenen en op de camping in Luz aangekomen moeten we enige tijd wachten voor het droog wordt, we de tenten kunnen opzetten en lekker een warme douche kunnen nemen.

(c) Rob Udo
November 2001

Gebruikte kaarten
Parc National des Pyrénées No 2: Balaitous, 1:25000
Mapa Excursionista No 24: Gavarnie – Ordesa, 1:50000; Institut Cartografic de Catalunya
Parc National des Pyrénées No 3: Gavarnie, 1:25000

Hoogte profiel
(Reconstructie volgens Google Earth)
Profiel

Voor de statistieken
Dag Plaats Δ [m] Δ [m]/dag
1   +369
+369
2 +663   +854 –568
? (2400m) -128
+191
Refuge des Oulettes de Gaube--> -440
3 +583 + 995 –1198
+298
-298
-900
+113
4 +389 + 420 -1027
-61
+31
-966
5 -253 +1034 –253
+1034
6 +686 +686 –220
-220
7 -309 -1218
-908
Totaal     +4357 -4483