September 2002
Dag 0|1: ,
,
Deze keer gaan Edwin en ik, omdat we toch voor ‘zaken’ in de buurt van Milaan zijn, wandelen in de Dolomieten. E is er nog nooit geweest, ik wel. Veel bagage kunnen we niet meenemen. Onze tassen zitten al vol met ‘werkspullen’ en nette kleren, maar een extra rugzak en de bergschoenen in het vliegtuig alvast aan kan altijd.
Donderdagmiddag zetten we 2 collegae op het vliegveld Malpensa af en rijden snel weg. We gaan naar een mij bekende plek in de Dolomieten (Gruppo di Brenta) en dat blijkt handig.
Tegen de tijd dat we aankomen is het stikke donker en is de camping (camping Faé vlakbij Madonna di Campiglio, MdC) alleen nog maar op de tast te vinden. De camping is nagenoeg leeg, dus plaats genoeg. Snel zetten we 2 tentjes op en eten we nog een hapje in MdC.
De volgende ochtend vertrekken we vroeg. We parkeren de auto in MdC en hangen de rugzakken om. We nemen weinig eten mee, omdat op internet stond dat dit het laatste weekend van het seizoen zou zijn dat de refugio's open zouden zijn: dus lekker eten, drinken en slapen in de hutten onderweg. We lopen het dorp uit, eerst een stuk langs de weg tot het . (Gesloten, maar dat hadden we verwacht.)
We willen eerst naar de Rifugio Graffer of Rifugio del Grosté. Al na een uurtje door het bos omhoog komen we op een jeeppad dat naar de Rifugio Graffer loopt.
Daar hebben we dus geen zin in. We besluiten om met een kleine omweg via Mga. Vagliana naar boven te lopen. Op de kaart staat een en ander ingetekend en het pad lijkt gemarkeerd. Het eerste deel naar later blijkt; de markering wordt steeds minder en verdwijnt tenslotte. En van een pad is na enige tijd eigenlijk ook al nauwelijks meer sprake. Volgens de kaart moet er boven ons een jeeppad lopen. Na enig klauteren en zoeken vinden we het. We lopen verder over dit pad naar een hotel in aanbouw. Als we dat passeren komen we weer op een echt bergpaadje. We lopen verder tot aan . Vanaf hier zou er het pad richting Rifugio Graffer moeten lopen, maar met de beste wil van de wereld is er geen pad meer te ontdekken. We doen verscheidene pogingen en besluiten tenslotte om ‘gewoon door te steken’.
Als we in het vizier krijgen blijkt deze al dicht te zijn. Goed, dan lopen we maar door naar (in de Passo del Grosté), maar ook deze blijkt dicht te zijn. Het is eigenlijk ook geen berghut meer, maar voornamelijk een liftstation met dag-restaurant. Veel accomodatie als het open zou zijn, maar slapen? Een winterverblijf is er ook al niet. We lopen wat heen er weer en kijken aan de andere kant van de Passo naar beneden het Val dei Cavai in, waar Molveno ligt. Ondertussen wordt het weer almaar slechter. Uiteindelijk begint het verschrikkelijk hard te regenen en te onweren. Gelukkig is er wel een overdekte entree (in de buitenlucht) waar we onze slaapzakken kunnen uitrollen ....
Het eten is op maar een ‘borrel’ regenwater vangen we in een plasticzak op. Smaakt prima, overigens.
Dag 2: ,
’s Ochtends is het redelijk helder. Met een enkele hardkeck achter de kiezen gaan we met goede moed via de Giro del Brenta richting Rifugio del Tuckett.
Het gebied is fantastisch, we lopen onderlangs steile wanden. Hier en daar komt water langs de wanden naar beneden. Je moet er even voor klauteren, maar dan heb je ook wat. Gretig als we zijn verzamelen we een veldflas vol. Lekker!
is nog open, en inderdaad: deze refugio is voor het laatste weekend open. We bestellen een biertje en wat te eten en genieten buiten van de zon en het uitzicht. Gaan we nog naar boven, de in? Als we eenmaal hebben besloten betrekt de lucht.
We gaan evenwel toch maar op weg. Verder dan halverwege komen we niet. Het is gaan regenen, het zicht is slecht, de sneeuw/ijs wordt spekglad en er is al een enkele klap onweer te horen. No place to be! Terug dus.
Terug in de Rifugio del Tuckett is het warm en gezellig. We drinken wat, doen een spelletje en eten ‘met de pot’ mee. Slapen doen we op een kamer met stapelbedden en 10 anderen. Wel erg benauwd na een nacht in de buitenlucht.
Dag 3: ,
,
,
Met het weer blijft het tobben. De volgende ochtend is het mooi, maar er hangen wolken beneden in het dal, boven ons en er drijven mistflarden rond. We gaan op pad naar de Rufugio Brentei en lopen wederom in een prachtig landschap, langs loodrechte wanden en op heel smalle paadjes in steile wanden.
Bij de is het kiezen: of direct naar beneden of via een omweg. We drinken een koffie en kijken om ons heen. De Vedretta dei Brentei in de verte, richting Rifugio Alimonta, trekt.
Zullen we toch maar even een kijkje nemen, daar? Doen we! Halverwege op de Via delle Bocchette laten we de rugzakken achter en lopen gewapend met fototoestel verder.
We komen op een verschrikkelijk mooie plek terecht, de . Één grote steenvlakte omgeven door loodrechte wanden.
Wat is dat ontzettend mooi. En doodstil. Behalve wij is er niemand.
E noemt het ‘de Arena’, klimt op een groot rotsblok en lijkt een lied te willen beginnen. Gezien de beperkte tijd en de inschatting van de weersontwikkeling ziet 'ie daar vanaf. Een volgende keer, wellicht.
Op de terugweg naar beneden gaat het weer vertrouwd regenen. Steeds harder. Als we het laatste stuk in het bos naar de afdalen plenst het. Bij de Rifugio staan meer wandelaars te schuilen. Als ik mijn rugzak afdoe en jas uittrek slaat de damp als een wolkje uit m’n T-shirt.
Na een uurtje klaart het op. In een waterig zonnetje staan we verder te drogen. Als we later verder naar beneden gaan begint het weer te regenen. Bij een parkeerplaats staat een drietal Tjechen te schuilen/wachten op een vriend met auto. We drinken een slok (sterk, maar wat?) met ze. Daarna gaan we verder. Drijfnat komen we weer op het vertrekpunt in terug.... But who cares? We zetten de tentjes weer op camping Faé, douchen en gaan lekker eten (ditmaal in Pinzolo).
Rob Udo
November 2002