zondag 27 januari 2008

Framing: herhaling zorgt voor legitimatie

Het is opvallend hoe vaak ik in de berichtgeving over de blokkade van de Gazastrook lees of hoor dat die maatregelen tot doel hebben om de (aanhoudende) raketaanvallen op Israël te stoppen. Nu is het van belang om context te bieden en uit te leggen welke motieven de strijdende partijen zeggen te hebben, maar in dit geval wordt alleen die van Israël telkens weer herhaald. Na verloop van tijd manifesteert zich onvermijdelijk het beeld dat Israël zich verdedigt tegen aanvallen door de Palestijnen. De blokkade van Gaza is een antwoord op die raketten, maar waren die raketten ook niet ergens een antwoord op, of komen die figuurlijk uit de lucht vallen? Door telkens de legitimatie van Israël te herhalen, zonder de context voor de Palestijnen te schetsen ontstaat er een eenzijdig frame waarin het optreden van Israël gerechtvaardigd lijkt. Hoe zou die beeldvorming eruit zien als in ieder bericht wordt herhaald waarom de Palestijnen die zelfgemaakte projectielen (zijn het eigenlijk wel raketten?) blijven afschieten.

Neem dit bericht van AD (17 januaro 2008), afkomstig van persbureau AP:

Israël doodt per ongeluk leden van Palestijnse familie.

GAZA-STAD
Bij een Israëlische luchtaanval zijn gisteren in de Gazastrook drie leden van een Palestijnse familie omgekomen. Hun auto werd getroffen door een Israëlische raket.
Een zegsvrouw van het Israëlische leger meldde later dat het om een vergissing ging. De raket was bedoeld voor militanten in de buurt van het voertuig.
De slachtoffers zijn een 13-jarige jongen, zijn vader en zijn oom. De beschieting volgt op de bloedigste dag in jaren. Dinsdag kwamen bij Israëlische militaire acties in de Gazastrook negentien Palestijnen om het leven.
Israël wilde met de operatie een eind maken aan raketbeschietingen vanuit Gaza op Israëlische grensplaatsen. Militanten van, overwegend, Hamas bestoken al jaren het omliggende Israëlische gebied met zelfgemaakte raketten, 'Qassams'. Daarbij vallen overigens maar zelden dodelijke slachtoffers.


In dit bericht komt alleen een woordvoerder van het Israëlische leger aan bod, dat is al tamelijk eenzijdig, maar erger is dat weer uitgebreid wordt uitgelegd waarom Israël die ‘operaties’ (eufemisme voor moordpartijen) tegen ‘militanten’ (wat zijn in godsnaam militanten?) uitvoert: Israël wordt al jaren bestookt met zelfgemaakte raketten. Maar waarom die zelfgeknutselde raketten worden afgevuurd, dat ontbreekt in dit bericht. De enige nuancering in het stukje vormt de opmerking dat er overigens maar zelden dodelijke slachtoffers vallen.

Nog een paar voorbeelden.
Ander bericht uit AD (16 januari 2008)

GAZA
Israëlische soldaten hebben gisteren negentien Palestijnen gedood in Gaza. Ten minste veertig menssen raakten gewond. Volgens het leger was de aanval gericht tegen militanten die vanuit het noorden van Gaza raketbeschietingen uitvoeren op Israël.


NRC Handelsblad 7 januari 2008:
Jeruzalem, 7 jan. De bewoners van de Gazastrook zitten acht uur per dag zonder stroom doordat de elektriciteitscentrale een tekort aan brandstof heeft. Israël heeft de brandstofleveranties beperkt om de moslimfundamentalistische organisatie Hamas te dwingen de raketbeschietingen op Israëlische doelen te staken.


Het zou interessant zijn om eens na te gaan hoe vaak de legitimatie van Israël en die van de Palestijnen aan bod komen in de berichtgeving over de Gaza-blokkade.

Labels:

vrijdag 25 januari 2008

Nieuwsmonitor beschrijft niet 'hoe het moet'

Gepubliceerd in NRC Handelsblad van 24 januari 2008

Schrijvend over ons onderzoek naar de berichtgeving over de affaire Mabel Wisse Smit, vraagt Maarten Huygen zich af waarom we geen ‘echte hype’ hebben gekozen, “want de feiten waar die monitor en het prinselijke paar achteraf overheen stappen, waren geen fictie. In een brief aan premier Balkenende heeft prins Friso toegegeven dat hij een ernstige fout heeft gemaakt door niet het hele verhaal te vertellen.”

In ons onderzoek zijn we allerminst over feiten heengestapt. We hebben de feiten zoals naar voren komend in de berichtgeving uitvoerig in kaart gebracht. Op grond daarvan stellen we vast dat de onderzochte media tijdens de affaire in zekere mate een aanjagende, aanklagende en veroordelende rol hebben gespeeld, waarbij we er met nadruk op wijzen dat deze termen in beschrijvende zin gebruikt worden en dus geen oordeel onzerzijds impliceren.

We zetten enkele kritische kanttekeningen zowel bij de rol van de journalistiek als bij de rol van de politiek. Sommige media en politici lijken meer geïnteresseerd in snelle oordelen over ‘feiten’ dan in de feiten zelf, het verhaal leunt zwaar op een bron die naar gangbare maatschappelijke maatstaven niet bij voorbaat als buitengewoon betrouwbaar kan gelden (Charlie da Silva in de uitzending van Peter R. de Vries), dagbladen nemen de door hem geuite beschuldigingen zonder meer over.

Volgens Huygen zijn wij van mening dat dagbladen de twee persconferenties van de minister-president ‘niet zomaar als belangrijk nieuws mochten beschouwen’ en dat ‘media zeker niet zomaar Kamerleden mochten interviewen’. We herkennen ons niet in deze beweringen. Als Kamerleden de vraag opwerpen of het niet beter is af te zien van een toestemmingswet, dan is dat relevant nieuws en mag van media verwacht worden dat zij burgers daarover informeren. Hetzelfde geldt voor de persconferenties van de minister-president. We signaleren echter wel het ‘haasje-over-spelen’ tussen media en politiek, een spel dat al voor de uitzending van Peter R. de Vries begint. En we signaleren het feit dat de dagbladen in commentaren en analyses niet of nauwelijks ingaan zijn op het verschil tussen enerzijds ‘een onvolledig beeld gegeven’ (prins Friso in zijn brief aan de minister-president) en anderzijds ‘onvolledige en onjuiste informatie verschaft’ (brief minister-president aan Tweede Kamer). Dat laatste is in de Haagse politiek toch echt iets anders dan het eerste. En dat geldt niet alleen ‘voor wie de nuance zoekt’.

Huygen maakt een karikatuur van ons onderzoek en doet het voorkomen alsof wij, als ‘Mediawatchinstituut’, elke vorm van kritische berichtgeving willen afschaffen. Het tegendeel is waar. Met het project De Nederlandse Nieuwsmonitor beogen we niet voor te schrijven ‘hoe het moet’, we beogen het uitvoeren van empirisch onderzoek dat binnen de beroepsgroep gebruikt kan worden voor reflectie en discussie over de kwaliteit van journalistiek werk. Het onderzoek naar de affaire Mabel Wisse Smit laat zien dat enkele professionele standaarden onder druk zijn komen te staan. Daarnaast blijkt dat de wisselwerking tussen politiek en media sterk heeft bijgedragen aan het verloop van de affaire. De lezer oordele zelf, het rapport is te downloaden op www.nieuwsmonitor.net.

Otto Scholten, Nel Ruigrok en Peter Vasterman, onderzoekers Nederlandse Nieuwsmonitor


Voor een analyse van het stuk van Maarten Huygen (dat helaas niet online staat) zie het stuk Huygen en de stroman van filosoof Ron Ritzen die drogredenen beschrijft die hij in de media tegenkomt.


Als we meer ruimte hadden gekregen in NRC zou ik dit nog aan bovenstaand stuk willen toevoegen:

Huygen volgt, net als veel andere journalisten, de redenering dat de media niks fout hebben gedaan, omdat ‘het’ waar bleek te zijn: Mabel Wisse Smit was in haar verklaringen ‘onjuist en onvolledig’ geweest. En dankzij de inspanningen van de media kwam die ‘waarheid’ boven water. Dat klopt, maar daar valt nog geen rechtvaardiging aan te ontlenen voor alles wat er in die dagen over de Mabel-affaire over de kijker en lezer is uitgestort. Het feit dat er sprake was van een misstap verschaft de media nog geen vrijbrief voor bijvoorbeeld het eindeloos herhalen van niet geverifieerde berichten (Mabel betrokken bij wapenhandel) of voor een totale aanval op de persoonlijke integriteit van de hoofdrolspeler (Mabel als foute, op macht beluste vrouw). Betekent die misstap soms dat de pers zich niet meer hoeft te houden aan de professionele journalistieke standaarden die in codes en stijlboeken zijn vastgelegd? Wij denken van niet en daarom is het zinvol om achteraf de balans op te maken met het doel materiaal aan te dragen voor een discussie over het functioneren van de media. Bij een volgende affaire zullen zich dezelfde dilemma’s aandienen: is dit nieuws wel publicabel als we het zelf niet kunnen controleren? Is het niet voorbarig om iemand al te veroordelen voor de feiten bekend zijn? Is het wel fair om uitgebreid te gaan speculeren over iemands karakter en hem of haar allerlei lage motieven toe te dichten? Is het wel professioneel om alles nog maar vanuit één referentiekader te benaderen en alle informatie die daar van afwijkt te negeren? En vooral: laten we ons niet teveel meeslepen door de waan van de dag?
“Als er volgens de normen van de monitor wordt gewerkt, leest niemand meer kranten,” schrijft Huygen. Blijkbaar is hem volledig ontgaan dat wij de journalistieke standaarden die in allerlei professionele codes zijn vastgelegd als uitgangpunt hebben gekozen voor ons onderzoek. Of denkt hij werkelijk dat er ruimte meer is voor betrouwbare, evenwichtige en onafhankelijke journalistiek?

Labels:

woensdag 23 januari 2008

Framing: "Wetenschappers kapot en verslagen"

Vandaag maakten onderzoekers van het UMC bekend dat er bij een experimentele behandeling van patiënten met acute alvleesklierontsteking tegen de verwachting in 24 mensen zijn overleden. Bij de controlegroep overleden negen patiënten, in totaal ging het om 296 deelnemers. De experimentele groep werd behandeld met probiotica: goede darmbacteriën die de groei van schadelijke bacteriën tegengaan.

In de berichtgeving vanmiddag viel me op dat het Radio 1 Journaal en het RTL nieuws bij de opening van het bericht benadrukten dat "de onderzoekers er kapot van waren."

RTL Nieuws begint de reportage met beelden van de persconferentie: "aangeslagen doen de onderzoekers van het UMC hun verhaal. 'Wij zijn hier kapot van', zegt de onderzoeksleider.

Waarschijnlijk was onderstaand ANP-bericht daar debet aan:

UTRECHT (ANP) - Onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC) zijn kapot en verslagen na de uitkomsten van een Nederlands wetenschappelijk onderzoek naar de werking van probiotica op het remmen van een alvleesklierontsteking. Het UMC maakte woensdag bekend dat bij dit onderzoek mensen zijn overleden. (...) Volgens de onderzoekers zijn de uitkomsten van het onderzoek dramatisch en volstrekt onverklaarbaar. Op het moment dat de resultaten duidelijk waren, werd het doodstil, aldus Gooszen.


NRC Handelsblad daarentegen opende de voorpagina met het bericht (Proef nieuw middel leidt tot sterfte)waarin dit aspect helemaal niet aan bod komt. De Volkskrant heeft het ook niet als uitgangspunt gekozen, maar meldt op basis van het ANP-bericht wel dat:"Volgens het UMC de onderzoekers zeer zijn aangeslagen."

De grote nadruk in de nieuwsopeningen op de verslagenheid van de artsen fungeert als een perfecte bliksemafleider. Deze zaak zou natuurlijk snel kunnen leiden tot allerlei lastige vragen en een groeiende verontwaardiging, kortom tot een heus medisch schandaal, maar dat proces kan op deze manier effectief in de kiem worden gesmoord. Er valt de onderzoekers niets te verwijten, ze hadden dit zelf totaal niet verwacht. In het persbericht van het UMC wordt de zaak overigens heel neutraal gepresenteerd, dat wijst niet op bewust newsmanagement vooraf, maar blijkbaar hebben de verslaggevers bij de persconferentie wel de 'we zijn er kapot van' invalshoek overgenomen. Een mooi voorbeeld van framing.

De verslaggever van RTL Nieuws ter plekke maakt de zaak nog "onschadelijker" door te melden dat 70 procent van deze patiënten hoe dan ook op korte termijn zou zijn overleden. In NRC Handelsblad staat overigens dat een op de tien mensen overlijden aan deze aandoening. Dat geeft weer een andere kijk op de zaak.

Wildersmania

Afgelopen week was weer Wildersmania week: geen enkele redactie leek zich er aan te kunnen onttrekken. Juist de constatering dat iedereen het over een film heeft waarover nog niets bekend is, was weer aanleiding voor flinke stukken in de krant en debatten op radio en televisie. Vervolgens zorgde de uitgelekte brief van de regering aan gemeenten en ambassades over crisisbeheersing en noodscenario's voor een verhoging de nieuwswaarde van het onderwerp. Terwijl iedereen waarschuwt voor een self fulfilling prophecy (de bekendste sociologische wetmatigheid in menselijk handelen) draagt iedereen er op zijn beurt weer een steentje aan. Ik ook, zie interviews in Algemeen Dagblad (Media in de greep van Geert Wilders)en Limburgs Dagblad/ BN/De Stem (Hoe Wilders de media regisseert) De Limburger meldt overigens dat de Geertje pruik een groot succes belooft te worden tijdens het carnaval.

In de afgelopen maand zijn er volgens Lexis Nexis 944 artikelen verschenen in de Nederlandse dagbladen waarin de woorden 'Wilders' en 'film' voorkomen. De zoekterm Wilders levert over de afgelopen maand 2585 artikelen op. Balkenende scoort in diezelfde periode 1706 artikelen.

Labels:

donderdag 3 januari 2008

Een nieuwe vorm van campagnejournalistiek?

‘Witte elite’ spreekt zich uit voor tolerantie
NRC Handelsblad 2 januari 2008.
"Enkel witte Nederlanders spreken hun zorgen uit over de toenemende polarisatie in een twee pagina's grote advertentie in het dagblad Trouw. ,,We wilden alleen witte mensen op de lijst", zegt initiatiefnemer Doekle Terpstra."
 

Een interessant verschijnsel: een krant plaatst op de hele voorpagina een advertentie van een nieuwe beweging. Bekent Trouw daarmee kleur in het integratiedebat? Is er sprake van een herprofilering van de dagbladen?

Labels:

Free counter and web stats