De digitale schandpaal
De invloed van internet op het verloop van affaires en schandalen
VOORPUBLICATIE
“De geschiedenis van het schandaal is dus een onderdeel van de geschiedenis van de openbaarheid.” (De Swaan, 1996: 28).
In 17 januari 1998 maakt Matt Drudge op zijn weblog Drudge Report bekend dat Newsweek op het laatste moment heeft afgezien van publicatie van een onthulling over president Clinton, die een verhouding zou hebben met een stagiaire in het Witte Huis. Newsweek wil eerst nog meer feiten verifiëren, maar voor Drudge is dat geen reden om niet meteen te publiceren (Bosscher, 2007: 104). Als het verhaal eenmaal op straat ligt, kunnen de andere media niet achterblijven en binnen de kortste keren is het Lewinsky schandaal een feit (Kovachs & Rosenstiel, 1999: 13). Met één klap wordt duidelijk dat internet de spelregels heeft veranderd en dat ook een relatief onbekende eenmanssite met roddel- en shownieuws in staat is een schandaal te lanceren.
Een kleine tien jaar later, eind november 2007 raakt de Nijmeegse wethouder Paul Depla in opspraak na onthullingen op weblog Geenstijl.nl dat beveiligingscamera’s zouden hebben vastgelegd dat hij zich in de fietsenkelder van het gemeentehuis oraal zou hebben laten bevredigen door VVD-gemeenteraadslid Jolanda van Veluw. Na aanhoudende geruchten heeft Burgemeester De Graaf in het voorjaar al onderzoek laten doen en vastgesteld dat er geen sprake was geweest van “strafbare feiten, seksuele intimidatie of misbruik van een machtspositie.” De Graaf heeft samen met de andere fractievoorzitters besloten om de zaak niet in de openbaarheid te brengen, ook omdat nog steeds niet zeker was of het gerucht waar is. De regionale krant De Gelderlander is van dit alles op de hoogte, maar publiceert er niet over omdat de hoofdredactie vindt dat ook een wethouder recht heeft op een privéleven. Een dag na Geenstijl.nl brengt De Telegraaf het verhaal op de voorpagina (“Seksrel in Nijmeegs stadhuis”) en begint het verhaal rond te zingen op internet. de Volkskrant negeert de affaire aanvankelijk, net als de meeste andere nieuwsmedia, maar dat verandert op het moment dat er sprake is van een “politiek feit”, namelijk het besluit van het VVD-raadslid enkele dagen later om op te stappen. Voor de gemeenteraad geldt juist dat “de recente golf van publicaties (...) een politiek feit heeft gecreëerd dat om een politiek oordeel vraagt,” reden voor een raadsdebat een week later over de affaire. Intussen komt Geenstijl met nieuwe onthullingen over een andere minnares die ook door andere media worden overgenomen.
De site neemt ook heel duidelijk stelling in deze affaire: “Wat nou privézaak? Maar wat is er privé wanneer je als wethouder je functie misbruikt om hoogst persoonlijk een woning te regelen voor je minnares?” Talloze internetgebruikers zetten deze discussie vervolgens nog weken voort op allerlei uiteenlopende platforms, variërend van hun eigen weblog tot en met discussiefora of sites zoals www.nujij.nl. Bij de gemeenteraadsvergadering op 28 november wemelt het van de pers en de cameraploegen - de affaire Depla is definitief landelijk nieuws - maar hij overleeft de crisis, omdat de burgemeester en de coalitie hem blijven steunen in zijn opvatting dat het hier gaat om een privékwestie.
Hoewel de Nijmeegse fietsenkelderzaak van een andere orde is dan het Lewinsky schandaal dat bijna tot het afzetten van president Clinton leidde, zijn de overeenkomsten interessant. In beide gevallen besluit een website te publiceren terwijl de gevestigde journalistieke media dat (nog) niet doen op basis van ethische en professionele overwegingen. Bij allebei zorgt de onthulling op internet ervoor dat er alsnog een affaire op gang komt en dat de andere media daarin meegaan. Het Lewinsky schandaal heeft volgens Williams en Delli Carpini (2004) bijgedragen aan het uithollen van de klassieke poortwachtersfunctie van de journalistiek. Sindsdien heeft het internet zich enorm ontwikkeld: niet alleen zijn er miljoenen websites bijgekomen, het zijn vooral de gebruikers die actief zijn geworden op hun eigen weblogs en op allerlei nieuwe interactieve platforms.
Dat betekent dat het publicitaire speelveld waarbinnen affaires en schandalen zich afspelen nog steeds aan het veranderen is. Was het schandaal vroeger het domein van de professionele journalistiek en de massamedia, tegenwoordig zijn er tal van nieuwe spelers bijgekomen die dankzij internet in staat zijn om onthullingen te doen, mensen aan te klagen of de publieke verontwaardiging een stem te geven. De digitale schandpaal is in opkomst, getuige de onthullingen op Geenstijl en de vele verontwaardigde reacties van de bezoekers. In dit artikel zullen we gevolgen van deze ontwikkelingen verkennen: welke invloed hebben internetpublicaties op het ontstaan en het verloop van affaires en schandalen? Welke soorten websites zijn daarbij van belang, welke rol spelen de internetgebruikers en hoe ziet de interactie eruit tussen de professionele media en het web?
Om deze vragen te beantwoorden is een beschrijvende en een kwantitatieve analyse van vier actuele Nederlandse cases gemaakt. Gekozen is voor twee voorbeelden waarbij meteen opvalt dat internet een belangrijke rol heeft gespeeld, namelijk de affaire rond de (reeds genoemde) Nijmeegse wethouder Paul Depla, aangevuld door de zaak Demmink, de secretaris-generaal van het ministerie van Justitie, die op internet al jaren wordt beschuldigd van pedoseks. Daarnaast komen twee cases aan bod waarbij de rol van internet op het eerste gezicht veel minder evident is: namelijk de ophef over de huurvergoeding van Evelien Herfkens (VN-coördinator Millenniumdoelen) en de verontwaardiging over het actieverleden van (toen GroenLinks Kamerlid) Wijnand Duyvendak, allebei in 2008.
HET VOLLEDIGE ARTIKEL VERSCHIJNT IN HET JUNINUMMER VAN HET TIJDSCHRIFT VOOR COMMUNICATIEWETENSCHAP.
VOORPUBLICATIE
“De geschiedenis van het schandaal is dus een onderdeel van de geschiedenis van de openbaarheid.” (De Swaan, 1996: 28).
In 17 januari 1998 maakt Matt Drudge op zijn weblog Drudge Report bekend dat Newsweek op het laatste moment heeft afgezien van publicatie van een onthulling over president Clinton, die een verhouding zou hebben met een stagiaire in het Witte Huis. Newsweek wil eerst nog meer feiten verifiëren, maar voor Drudge is dat geen reden om niet meteen te publiceren (Bosscher, 2007: 104). Als het verhaal eenmaal op straat ligt, kunnen de andere media niet achterblijven en binnen de kortste keren is het Lewinsky schandaal een feit (Kovachs & Rosenstiel, 1999: 13). Met één klap wordt duidelijk dat internet de spelregels heeft veranderd en dat ook een relatief onbekende eenmanssite met roddel- en shownieuws in staat is een schandaal te lanceren.
Een kleine tien jaar later, eind november 2007 raakt de Nijmeegse wethouder Paul Depla in opspraak na onthullingen op weblog Geenstijl.nl dat beveiligingscamera’s zouden hebben vastgelegd dat hij zich in de fietsenkelder van het gemeentehuis oraal zou hebben laten bevredigen door VVD-gemeenteraadslid Jolanda van Veluw. Na aanhoudende geruchten heeft Burgemeester De Graaf in het voorjaar al onderzoek laten doen en vastgesteld dat er geen sprake was geweest van “strafbare feiten, seksuele intimidatie of misbruik van een machtspositie.” De Graaf heeft samen met de andere fractievoorzitters besloten om de zaak niet in de openbaarheid te brengen, ook omdat nog steeds niet zeker was of het gerucht waar is. De regionale krant De Gelderlander is van dit alles op de hoogte, maar publiceert er niet over omdat de hoofdredactie vindt dat ook een wethouder recht heeft op een privéleven. Een dag na Geenstijl.nl brengt De Telegraaf het verhaal op de voorpagina (“Seksrel in Nijmeegs stadhuis”) en begint het verhaal rond te zingen op internet. de Volkskrant negeert de affaire aanvankelijk, net als de meeste andere nieuwsmedia, maar dat verandert op het moment dat er sprake is van een “politiek feit”, namelijk het besluit van het VVD-raadslid enkele dagen later om op te stappen. Voor de gemeenteraad geldt juist dat “de recente golf van publicaties (...) een politiek feit heeft gecreëerd dat om een politiek oordeel vraagt,” reden voor een raadsdebat een week later over de affaire. Intussen komt Geenstijl met nieuwe onthullingen over een andere minnares die ook door andere media worden overgenomen.
De site neemt ook heel duidelijk stelling in deze affaire: “Wat nou privézaak? Maar wat is er privé wanneer je als wethouder je functie misbruikt om hoogst persoonlijk een woning te regelen voor je minnares?” Talloze internetgebruikers zetten deze discussie vervolgens nog weken voort op allerlei uiteenlopende platforms, variërend van hun eigen weblog tot en met discussiefora of sites zoals www.nujij.nl. Bij de gemeenteraadsvergadering op 28 november wemelt het van de pers en de cameraploegen - de affaire Depla is definitief landelijk nieuws - maar hij overleeft de crisis, omdat de burgemeester en de coalitie hem blijven steunen in zijn opvatting dat het hier gaat om een privékwestie.
Hoewel de Nijmeegse fietsenkelderzaak van een andere orde is dan het Lewinsky schandaal dat bijna tot het afzetten van president Clinton leidde, zijn de overeenkomsten interessant. In beide gevallen besluit een website te publiceren terwijl de gevestigde journalistieke media dat (nog) niet doen op basis van ethische en professionele overwegingen. Bij allebei zorgt de onthulling op internet ervoor dat er alsnog een affaire op gang komt en dat de andere media daarin meegaan. Het Lewinsky schandaal heeft volgens Williams en Delli Carpini (2004) bijgedragen aan het uithollen van de klassieke poortwachtersfunctie van de journalistiek. Sindsdien heeft het internet zich enorm ontwikkeld: niet alleen zijn er miljoenen websites bijgekomen, het zijn vooral de gebruikers die actief zijn geworden op hun eigen weblogs en op allerlei nieuwe interactieve platforms.
Dat betekent dat het publicitaire speelveld waarbinnen affaires en schandalen zich afspelen nog steeds aan het veranderen is. Was het schandaal vroeger het domein van de professionele journalistiek en de massamedia, tegenwoordig zijn er tal van nieuwe spelers bijgekomen die dankzij internet in staat zijn om onthullingen te doen, mensen aan te klagen of de publieke verontwaardiging een stem te geven. De digitale schandpaal is in opkomst, getuige de onthullingen op Geenstijl en de vele verontwaardigde reacties van de bezoekers. In dit artikel zullen we gevolgen van deze ontwikkelingen verkennen: welke invloed hebben internetpublicaties op het ontstaan en het verloop van affaires en schandalen? Welke soorten websites zijn daarbij van belang, welke rol spelen de internetgebruikers en hoe ziet de interactie eruit tussen de professionele media en het web?
Om deze vragen te beantwoorden is een beschrijvende en een kwantitatieve analyse van vier actuele Nederlandse cases gemaakt. Gekozen is voor twee voorbeelden waarbij meteen opvalt dat internet een belangrijke rol heeft gespeeld, namelijk de affaire rond de (reeds genoemde) Nijmeegse wethouder Paul Depla, aangevuld door de zaak Demmink, de secretaris-generaal van het ministerie van Justitie, die op internet al jaren wordt beschuldigd van pedoseks. Daarnaast komen twee cases aan bod waarbij de rol van internet op het eerste gezicht veel minder evident is: namelijk de ophef over de huurvergoeding van Evelien Herfkens (VN-coördinator Millenniumdoelen) en de verontwaardiging over het actieverleden van (toen GroenLinks Kamerlid) Wijnand Duyvendak, allebei in 2008.
HET VOLLEDIGE ARTIKEL VERSCHIJNT IN HET JUNINUMMER VAN HET TIJDSCHRIFT VOOR COMMUNICATIEWETENSCHAP.
Labels: Onderzoek

