Mediahype cases: Ontuchtzaken op scholen.

De gevolgen van "een retegoeie scoop."

 

Uit:

Mediahype

Nieuws maken door de opwinding te verslaan

Peter Vasterman

Cahier 20. Een uitgave van de Faculteit Communicatie en Journalistiek Utrecht. 1999

 inhoudsopgave

 

"Nieuws is geen soap, er schuilt echt leed achter van echte mensen. De affaires die verderop aan de orde komen, zijn dan ook niet door de media verzonnen. Maar ze zijn wel voor een deel door de media gemaakt. De berichtgeving in de kranten vormt immers een integrerend bestanddeel van deze affaires en kan er niet los van worden gezien. De vraag is: brengen krantenstukken alleen maar verslag uit van gebeurtenissen of genereren zij ook gebeurtenissen die vervolgens weer tot nieuws worden verwerkt?" José Reinaarts.

 

Discussie over hypes in de media blijven vaak steken in vaagheden, omdat onduidelijk is wat nu precies zo kenmerkend is voor dit soort nieuws. Is opkloppen en overdrijven typerend voor hypes? De jacht op nieuws? Het rondzingen van onjuiste feiten?

In dit Cahier een poging om het begrip mediahype los te maken van waardeoordelen en criteria te ontwikkelen voor een helder onderscheid tussen 'reguliere' en 'hype' berichtgeving. Centraal daarbij staat de speciale dynamiek die op gang komt tijdens een mediahype en die het gevolg is van de interactie tussen media en samenleving. Aan de hand van analyses van vijf recente nieuwsgolven (zinloos geweld, versterving, ontucht op scholen, de Groningse bestuurscrisis en de Britse BSE-crisis) wordt een theoretisch model ontwikkeld waarmee onderscheid gemaakt kan worden naar soorten mediahypes. Speciale aandacht gaat uit naar de triggers van de hype, de invloed van de berichtgeving op de gebeurtenissen en de relatie met de 'ontdekking' van nieuwe sociale problemen.

 

Inhoud 

Hypes: 'much ado about nothing?'

 

  •   Literatuur

     

Een golf van ontucht.

"Godsdienstleraar vergreep zich eerder."

"Weer ex-leraar in arrest na ontucht."

"Ook ontuchtzaak op school in Ermelo."

"Weer leraar ontslagen wegens ontucht."

"Leraar zmlk-school verdacht van ontucht."

Lelystad, Rijssen, Dokkum, Amersfoort, Ermelo, 's Gravenzande, Zwijndrecht, Veghel, Den Haag, Apeldoorn, Oldenzaal, Heerenveen, Geleen, Apeldoorn, Woerden, Hengelo, Middelburg, Nijmegen, Haarlem, Leuth, Grootebroek, Kampen, Schiebroek, Heesch, Woerden..... In het voorjaar van 1996 komt een groeiende stroom van berichten over ontuchtzaken op scholen op gang. Halen in de jaren daarvoor slechts een enkele misbruikgevallen in het onderwijs het nieuws, in 1996 is er, zo lijkt het, iedere dag wel ontuchtnieuws aan het onderwijsfront te melden. Hetzelfde geldt voor de sport: nadat enkele judo-kampioenes hun voormalige coach hebben beschuldigd van ontucht, komen er steeds meer zaken aan het licht: van een waterpolotrainer in Barendrecht tot en met een jeugdleider van de Hengelose voetbalclub Tubantia. Weer later blijken er ook ontuchtgevallen te zijn bij Scouting en in het jeugdwerk. Pas ver na de zomer van 1996 lijken de ontuchtzaken op hun retour en neemt de publiciteit weer af, maar het aantal zaken blijft in de berichtgeving hoger dan in de jaren voor de ontuchtgolf van 1996.

 

ontuchtzaken van ongekende omvang

Aan dergelijke nieuwsgolven gaat meestal een opvallende gebeurtenis vooraf die in korte tijd veel publiciteit krijgt. In dit geval gaat het om twee veelbesproken gevallen die zich kort na elkaar voordoen, namelijk de ontuchtzaak in Rijssen en de beschuldigingen van bekende judoka's kort daarvoor. Beide zaken hebben voor de media 'aantrekkelijke' kenmerken. Bij de judoka's gaat het om bekende kampioenes, een prominente coach en om ontucht die zich gedurende een lange periode in het verleden heeft afgespeeld. De kwestie krijgt veel aandacht in de media met uitgebreide televisie-interviews en reportages, ook in sportprogramma's.

In Rijssen gaat het om een godsdienstleraar (getrouwd, elf kinderen) van de Christelijke Scholengemeenschap Reggesteijn die gedurende een lange periode een groot aantal 'slachtoffers' heeft gemaakt, bij elkaar zo'n dertig jongens. Tot overmaat van ramp wordt korte tijd later ook nog de oud-decaan van deze school aangehouden wegens ontucht in het verleden. Bovendien gaat het om mensen die deel uitmaken van de Noorse Broederschap, volgens NRC Handelsblad een "fundamentalistisch protestantse geloofsgemeenschap die een grote preoccupatie heeft met het Kwaad. Vooral als het zich voordoet in de vorm van seks en lustgevoel dient de 'oorlog' aan het vlees te worden verklaard." Het zijn interessante ingrediënten voor de media, evenals de afpersing door een oud-leerling waardoor de zaak bij de politie terecht is gekomen.

Rijssen wordt beschouwd als een schokkende "ontuchtzaak van ongekende omvang," zoals Het Parool schrijft, maar bij het langdurig seksueel misbruik van leerlingen blijkt het uiteindelijk te gaan "om tastende en aaiende vingers óp de gulp, en in een enkel geval ín de gulp. In één geval zou er sprake zijn geweest van 'wederzijdse bevrediging'. Van verkrachtingen of anaal verkeer door beide leraren is volgens de openbare aanklager nooit sprake geweest."

nieuwe onthullingen

Als eenmaal een of twee opvallende affaires het nieuws hebben gehaald, dan gaan de media hun schijnwerpers gezamenlijk richten op vergelijkbare zaken en zelf onderzoek doen. Dit leidt tot de onthulling van een ontuchtzaak die Rijssen qua media-aandacht nog zal overtreffen: ook in Amersfoort blijkt zich in het verleden op een christelijke (gereformeerd vrijgemaakte) middelbare school een grote ontuchtzaak te hebben afgepeeld. Welke rol de journalistiek heeft gespeeld bij die ontdekking, valt te lezen in een interview met Cees van der Laan, de verslaggever die de 'Guido de Brès' aan het rollen bracht, "over zijn retegoeie scoop."

"De aanleiding was natuurlijk de affaire in Rijssen. We zaten in overleg bij de GPD en wij wilden iets doen met het onderwerp seksueel misbruik op scholen. Ik riep toen, ik weet nog wel wat, dat kan ik wel eens gaan uitzoeken." Als oud-leerling van de school had hij al heel snel beet: "de eerste oud-leerling die ik belde bevestigde het meteen. Ik herinnerde me dat die een nogal close relatie met de dader had. Toen kwamen de feiten van eind-jaren zeventig boven water."

De invalshoek van zijn onthulling op zes maart 1996 is niet het misbruik op zich, maar het feit dat de schoolleiding de zaak heeft verzwegen en de leraar pas in 1993 heeft ontslagen. Volgens de rector is in overleg met ouders, betrokken leerlingen en andere leden van de schooldirectie besloten geen aangifte te doen. Dat gebeurde omdat "politie-onderzoek en de hele juridische rompslomp, voor leerlingenen ouders verschrikkelijk zou zijn", aldus rector Van Middelkoop.

Het 'stilhouden' voegt een extra dimensie toe aan de zaak die voor journalisten nu extra interessant wordt: de schoolleiding heeft niet naar behoren gehandeld, gaan er nu koppen rollen? Van der Laan geeft heel duidelijk aan dat nu pas de tijd rijp was voor dit onderwerp: "Trends gaan over, dus misschien had ik dit verhaal over twee jaar niet kunnen schrijven, omdat het dan geen onderwerp was. Dat is raar, maar zo werkt het in de journalistiek. Waarom heb ik niet vijf jaar geleden gepubliceerd? Goede vraag. (...) Het onderwerp staat nu op de publieke agenda." Pas als dat gebeurt, kan een dergelijke 'onthulling' een ware kettingreactie veroorzaken. En dat gebeurde ook, Cees van der Laan: "Vanaf die dag werd het werken me voor enkele dagen onmogelijk gemaakt. Ik werd plat gebeld door de media. Het was echt heel erg: Theo van Gogh, Paul Witteman, Twee Vandaag, de KRO, Veronica, SBS6, de NCRV, allerlei radioprogramma's. Er belde een omroep op met de vraag of ik de namen van de slachtoffers wilde doorgeven, en of ik wilde bemiddelen."

Vanaf dat moment zal de Guido de Brès dagenlang voorpaginanieuws zijn en komen er telkens weer nieuwe 'feiten' aan het licht. Zo wordt ook een andere leraar ook beschuldigd van ongewenste seksuele handelingen, die zich 'ergens in de jaren tachtig', moeten hebben voorgedaan. Verder meldt NRC Handelsblad dat een oud-leerlinge bij de

Onderwijsinspectie een klacht heeft ingediend, zij is naar eigen zeggen in 1987 ten onrechte van school verwijderd omdat zij meer dan drie vijven had op haar kerstprapport. Met misbruik of ontucht heeft het niets te maken, maar het bevestigt wel het beeld dat op de Guido de Brès blijkbaar van alles aan de hand is.

Al snel concentreert de berichtgeving zich op de vraag of het schoolbestuur rector Van Middelkoop, de laan uit zal sturen. Dat bestuur heeft er meer dan een week voor nodig om de knoop door te hakken en de rector tijdelijk op nonactief te stellen. Het gevolg is dat de media een week lang vrijwel iedere dag een update zullen brengen over de positie van de rector. Op RTL Nieuws is het laatste Guido de Brès nieuws - namelijk dat er nog steeds geen beslissing is genomen- van minstens evenveel importantie als de koude oorlog tussen China en Taiwan. En zo groeit Amersfoort als schandaal.

 

steeds meer ontuchtgevallen

De intensieve media-aandacht voor Rijssen en Amersfoort heeft verschillende gevolgen: niet alleen krijgen journalisten meer belangstelling voor andere ontuchtzaken, er blijken ook meer gevallen aan het licht te komen. Soms besluiten slachtoffers alsnog aangifte te doen, ook al heeft het misbruik lang geleden plaatsgevonden, zoals in het geval van de Zwijndrechtse scholengemeenschap Walburg (jaren zeventig), het Kalsbeek College in Woerden (eind jaren zeventig), het Bornegocollege in Heerenveen (midden jaren tachtig) of de Apeldoornse Jacobus Fruytier Scholengemeenschap (eind jaren tachtig). Ook op een andere school in Apeldoorn, het Veluws College, wordt aangifte gedaan: "De zegsman van de politie acht het mogelijk dat de leerlinge nu pas met haar beschuldigingen naar buiten is gekomen, omdat er laatste weken meer ontuchtaffaires op middelbare scholen aan het licht zijn gekomen."

Dat kan ook een rol spelen bij die zaken die in het nieuws komen omdat de schoolleiding meer openheid betracht en de ouders per brief op de hoogte stelt, zoals in het geval van Zandevelt College in 's Gravenzande (ZH), waarbij de leraar het jaar ervoor al is ontslagen na twee aangiftes. Soms gaan schooldirecties onmiddellijk tot ontslag op staande voet, zoals in Heerenveen, ook al zijn er op dat moment nog geen aangiftes gedaan. In andere gevallen speelt een ontuchtzaak al langer, maar komt deze nu pas, bij de veroordeling, in het nieuws, zoals bij de zaak in Ermelo op de Prins Willem Alexander-basisschool.

In het kielzog van al die ontuchtzaken kunnen soms relatief kleine, weinig opzienbarende incidenten toch voorpaginanieuws worden: "Zijn schorsing als leraar van het Johannes Fontanus College in Barneveld voor het geven van een zoen (op de wang) aan een leerlinge is voor E. de Graaf geen aanleiding het lidmaatschap van de gemeenteraad voor de RPF in zijn woonplaats Putten op te geven." Een dag later komt dit geval ook voor in een artikel in dezelfde krant over de reeks van ontuchtzaken die dan in de afgelopen twee maanden dagelijks voorpaginanieuws zijn geweest. "Op enige scholen zouden docenten op grote schaal ontucht met leerlingen hebben gepleegd. Deze week nog werd een docent in Putten geschorst." Daarnaast ontstaat er een stroom van achtergrondverhalen, reportages en talkshows waarin voornamelijk deskundigen, hulpverleners en betrokkenen hun licht laten schijnen op het verschijnsel in het algemeen. Daarbij worden al die ontuchtzaken regelmatig beschouwd als 'slechts het topje van de ijsberg.'

 

een nieuw taboe

In die berichtgeving overheersen termen als 'slachtoffers,' 'ontucht,' 'seksueel misbruik' en 'seksueel geweld', waardoor er weinig ruimte is voor nuancering en relativering, dat lijkt een nieuw taboe. Slechts in een enkel artikel of interview (bijvoorbeeld in Nova met de advocaat van een leraar) wordt erop gewezen dat het niet terecht is om elke seksuele handeling tussen een jongere en een oudere per definitie 'seksueel misbruik' te noemen. Zo laat NRC Handelsblad Frits Wafelbakker van het NISSO aan het woord: " 'We zijn ervan overtuigd dat nogal wat jongeren, en met name jongens, seksueel-erotische contacten met ouderen aangaan, en dat ze die contacten zelf uitlokken.' (...) Ook Wafelbakker staat op het standpunt dat opvoeders hun handen thuis moeten houden. Hij was voorzitter van de ministeriële commissie die in 1994 richtlijnen opstelde voor het handelen van beroepsbeoefenaren bij het vermoeden van misbruik van jeugdigen. Een van de belangrijkste aanbevelingen was dat men ervoor moest zorgen dat de pers erbuiten bleef. Volgens hem hebben de scholen toen de eerste meldingen van misbruik een paar jaar geleden binnenkwamen in dat opzicht juist gehandeld."

Dat er sprake is van verschuivende maatschappelijke opvattingen over seksualiteit blijkt ook uit de reactie van de rector van de Amersfoortse Guido de Brès school op de vraag of: "ouders er niet op moeten kunnen vertrouwen dat zij worden ingelicht als hun kinderen op school worden misbruikt?" "Dat hangt ervan af hoe je de term misbruik opvat." Aldus de rector: "In 1990 was er geen sprake van misbruik. De kinderen hadden samen met de docent naar pornofilms gekeken, en af en toe was er sprake van masturbatie. Dat hoort niet, dat geef ik toe, maar van misbruik was geen sprake." In het voorjaar van 1996 vormen dit soort handelingen, in ieder geval in de mediaberichtgeving, een ernstige vorm van seksueel misbruik.

een toenemend aantal klachten

Een jaar later is de ontuchtgolf terug te vinden in het gestegen aantal klachten over seksuele intimidatie bij de onderwijsinspectie van 106 in 1995 naar 178 in 1996. Soms wordt deze stijging van het aantal meldingen verward met een feitelijke toename van het verschijnsel zoals in deze kop op de voorpagina van Utrechts Nieuwsblad : "Misbruik op scholen neemt toe." Volgens het artikel varieerden "de grieven van te seksueel getint gedrag (opmerkingen, blikken) van docenten tot daadwerkelijk seksueel misbruik." De onderwijsinspectie draagt bij aan de verbreding rond misbruik door allerlei klachten onder de noemer te brengen van seksuele intimidatie, die in 80 procent van de gevallen geen aanleiding is voor een aangifte. In de helft van de gevallen waarin dat wel gebeurde (in totaal 38 in 1996) leidde dat tot een veroordeling. In de jaren daarna is het aantal klachten bij de onderwijsinspectie verder gestegen naar 181 in 1997 en naar bijna honderd in de eerste helft van 1998, alleen al in het voortgezet onderwijs. In de berichtgeving neemt het aantal ontuchtzaken op scholen wel weer af, maar het gaat nog steeds om meer zaken dan in de jaren voor 1996.

De massale media-aadacht voor ontuchtzaken op scholen heeft een bijdrage geleverd aan een maatschappelijk bewustwordingproces rond misbruik: de grenzen van (on-)toelaatbaar gedrag zijn verder aangescherpt, scholen hebben gedragscodes en vertrouwenspersonen ingevoerd, en schooldirecties zullen sneller openheid van zaken geven, een direct maatregelen treffen. Leraren daarentegen klagen over paranoïde toestanden en een groeiende 'aanrakingsangst'.