Mediahype cases: De 'Groningse' CrisisDe affaire Ouwerkerk en de media |
||
|
Uit:MediahypeNieuws maken door de opwinding te verslaanPeter Vasterman Cahier 20. Een uitgave van de Faculteit Communicatie en Journalistiek Utrecht. 1999 "Nieuws is geen soap, er schuilt echt leed achter van echte mensen. De affaires die verderop aan de orde komen, zijn dan ook niet door de media verzonnen. Maar ze zijn wel voor een deel door de media gemaakt. De berichtgeving in de kranten vormt immers een integrerend bestanddeel van deze affaires en kan er niet los van worden gezien. De vraag is: brengen krantenstukken alleen maar verslag uit van gebeurtenissen of genereren zij ook gebeurtenissen die vervolgens weer tot nieuws worden verwerkt?" José Reinaarts.
Discussie over hypes in de media blijven vaak steken in vaagheden, omdat onduidelijk is wat nu precies zo kenmerkend is voor dit soort nieuws. Is opkloppen en overdrijven typerend voor hypes? De jacht op nieuws? Het rondzingen van onjuiste feiten? In dit Cahier een poging om het begrip mediahype los te maken van waardeoordelen en criteria te ontwikkelen voor een helder onderscheid tussen 'reguliere' en 'hype' berichtgeving. Centraal daarbij staat de speciale dynamiek die op gang komt tijdens een mediahype en die het gevolg is van de interactie tussen media en samenleving. Aan de hand van analyses van vijf recente nieuwsgolven (zinloos geweld, versterving, ontucht op scholen, de Groningse bestuurscrisis en de Britse BSE-crisis) wordt een theoretisch model ontwikkeld waarmee onderscheid gemaakt kan worden naar soorten mediahypes. Speciale aandacht gaat uit naar de triggers van de hype, de invloed van de berichtgeving op de gebeurtenissen en de relatie met de 'ontdekking' van nieuwe sociale problemen.
Hypes: 'much ado about nothing?'
|
"Het eerste beeld was 'hij sliep', en dus heb ik vier weken lang geslapen in de media."
Voorspel Op 27 april 1996 landt een arrestatieteam met een helicopter op Schiermonnikoog om de plaatselijke politiechef René Lancee, zijn vrouw, zijn dochter en haar vriend aan te houden op verdenking van seksueel misbruik van de andere dochter. Het zal het startsein blijken te zijn voor een keten van gebeurtenissen die uiteindelijk via de Oosterparkrellen en de 'muiterij' van het college van procureurs generaal zal leiden tot het ontslag van de hoogste baas bij justitie, Doctors van Leeuwen in het voorjaar van 1998. Telkens weer zijn er nieuwe ontwikkelingen, onthullingen, uitgelekte rapporten die leiden tot ontslagen of overplaatsingen van verantwoordelijke gezagsdragers. Op die 'hitlist' verschijnen niet alleen Doctors van Leeuwen en Steenhuis, maar ook de complete Groningse 'driehoek': Veenstra (korpchef), Ouwerkerk (burgemeester) en Daverschot (hoofdofficier van Justitie).
Oosterparkrellen Enkele maanden na de arrestatie blijkt dat Lancee's dochter de beschuldigingen 'non-verbaal' heeft 'gefabriceerd' onder druk van haar ondervragers en haar schoolmentor. Er worden, ook op verzoek van de Tweede Kamer, verschillende onderzoeken ingesteld na de gang van zaken in Groningen en met name naar de samenwerking tussen politie en justitie. Een van die onderzoeken van het bureau Bakkenist lekt in de eerste week van januari uit naar de pers, uitgerekend op het moment dat de discussie over de Oosterparkellen in volle gang is. In de Groningse Oosterparkwijk richten zo'n zestig jongeren in de nacht van 30 december grote vernielingen aan in drie woningen; bomen worden met kettingzagen geveld, huisraad wordt geplunderd en in brand gestoken. Vooral de woning van SP-statenlid Lammerts moet het ontgelden. Hij heeft zich eerder naar het oordeel van de jongeren op de lokale televisie negatief uitgelaten over de jeugd in de Oosterparkwijk. Om kwart over negen komen de eerste meldingen bij de politie binnen, even over tien verzamelen zich twintig agenten in de buurt van de ongeregeldheden, maar men vindt het te gevaarlijk om in actie te komen. Later zou de politie als reden opgeven dat de relschoppers over vuurwapens zouden beschikken, een bewering die later niet wordt bevestigd door de feiten. Om half twaalf besluit de politieleiding om de ME in te zetten waarna de officier van dienst burgemeester Ouwerkerk thuis belt voor toestemming. De burgemeester stemt daarmee in, maar besluit zich niet persoonlijk op de hoogte te stellen van de situatie. Naar eigen zeggen werkt hij verder aan zijn nieuwsjaarstoespraak. Ook de thuis gewaarschuwde districtchef Groningen/Haren, Ter Harmsel, komt zelf niet naar het hoofdbureau. Tegen de tijd dat de ME, die uit alle hoeken van de provincie moet komen, om tien voor half drie arriveert, zijn de rellen voorbij. Korpchef Veenstra die niet wordt gebeld omdat hij vakantie heeft, zal het nieuws de volgende ochtend pas op de kabelkrant lezen. TV Noord heeft tv-beelden gemaakt van de vernielingen en die halen later de landelijke (en zelfs internationale) zenders. NRC Handelsblad kan het nieuws op 31 december nog net op de voorpagina meenemen, de andere landelijke dagbladen vermelden de rellen op 2 januari in overzichten van allerlei 'oud en nieuw' ongeregeldheden in onder meer Almelo, Arnemuiden, Assen, Bodegraven, Emmen, Nijmegen en Woudrichem. Daarna volgen achtergrondverhalen en commentaren over de Oosterparkwijk als probleemgebied en meer in het algemeen over het afnemend gezag van de politie.
geen vuiltje aan de lucht Op 2 januari besluiten de gemeente en de politie een onderzoek in te stellen naar het optreden van de politie tijdens de rellen. Voor burgemeester Ouwerkerk lijkt er op dat moment nog geen vuiltje aan de lucht, de berichtgeving concentreert zich op eerder op de falende politie dan op de burgemeester. 'De politie moet niet de held uithangen', zegt voorzitter H. van Duin van de Nederlandse Politiebond in het Algemeen Dagblad, ook verwijzend naar al die andere rellen. Oud-commissaris van de koningin van Utrecht, Beelaarts van Blokland die het onderzoek gaat leiden, zal op 18 januari verslag uitbrengen, maar op dat moment is de situatie, zeker voor Ouwerkerk, radicaal veranderd. In die paar weken vindt een volledige omslag plaats in de beeldvorming rond de Oosterparkrellen waarbij de media zich steeds meer gaan focussen op de rol van de burgemeester. In de eerste dagen van 1998 ligt Ouwerkerk nog helemaal niet onder vuur, integendeel, zijn uitspraken worden instemmend geciteerd dan wel letterlijk overgenomen. Trouw schrijft: "Ouwerkerk geeft toe dat de politie de aanwijzingen over dreigende onlusten in de Oosterparkwijk heeft onderschat. 'Ik schaam me diep voor wat er gebeurd is. Het is onbestaanbaar dat de politie dinsdagnacht urenlang niet in actie is gekomen. Ik wil dat de volledige waarheid over de gebeurtenissen op korte termijn duidelijk wordt en ik zal dan opening van zaken geven.' Of er ook disciplinaire maatregelen worden genomen, kon Ouwerkerk gisteren nog niet zeggen." Zijn standpunt is helder, oordeelt Nieuwsblad van het Noorden , de politie had moeten ingrijpen. Er is waardering voor een burgemeester die zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid neemt en die rekenschap durft af te leggen.
Enkele dagen later, op zes januari, tijdens een ingelaste vergadering van de raadscommissie voor veiligheidsbeleid, komt de korpschef uitleggen wat er allemaal is misgegaan. "De druk lijkt van de ketel." Schrijft Trouw later in een reconstructie: "Korpschef Veenstra heeft gerapporteerd, iedere betrokkene valt wel wat te verwijten. Maar het gaat nog om zwak gerommel in de verte. De zaak lijkt met een sisser af te lopen. Het is een zaak, maar er zijn belangrijker dingen: de Koerden en de Aziatische crisis."
rapport Bakkenist uitgelekt Maar dan lekt via Radio Noord de eindversie uit van het nog geheime rapport van Bakkenist Management Consultants over het functioneren van politie en jusitie tijdens de zaak Lancee. De verhoudingen tussen OM en de regiopolitie Groningen zijn volgens dit rapport grondig verstoord door een "gebrek aan wederzijds respect en vertrouwen." Ook de communicatie tussen de korpsleiding en de agenten is slecht, Ouwerkerk en Veenstra hebben jaren van mening verschild over de wijze waarop leiding gegeven moest worden aan het korps. Van de bestuursdriehoek komt het OM er nog het best vanaf in het rapport Bakkenist, reden waarom sommigen (zoals de Nederlandse Politiebond) ervan overtuigd zijn dat het lek bij het OM in Groningen moet zitten. Ouwerkerk wordt in het rapport een "te weinig actieve betrokkenheid" als korpsbeheerder verweten "bij de instandhouding van goede bestuurlijke verhoudingen (...)" Ouwerkerk en Veenstra zijn verbaasd over het rapport omdat de conclusies over de zaak-Lancee veel harder zijn dan in het concept dat ze in december onder ogen kregen. Als reactie op het rapport kondigt korpschef Veenstra op 7 januari zijn ontslag aan, een beslissing die niets te maken heeft met de nasleep van de Oosterparkrellen, - daar was hij immers niet direct bij betrokken - al raakt dat in de media snel op de achtergrond.
een grote bestuurlijke crisis In de berichtgeving worden de rellen en de zaak Lancee (rapport Bakkenist) vervolgens wel aan elkaar gekoppeld en geïdentificeerd tot een grote "bestuurlijke crisis." Bovendien krijgt de affaire meer gewicht omdat Dijkstal, Sorgdrager en zelfs Kok uitspraken doen over de politiewet die te weinig mogelijkheden zou bieden om in te grijpen. Zoals gebruikelijk komen er van allerlei kanten commentaren zoals van Ed van Thijn die vindt dat Ouwerkerk moet aftreden. Vanaf dat moment breekt voor Ouwerkerk een nieuwe, naar later blijkt fatale fase aan: terwijl Veenstra nu op sympathie kan rekenen in de pers, komt de burgemeester steeds meer onder vuur te liggen. Merkwaardig genoeg verdwijnen de politiechefs en vooral ook hoofdofficier van Justitie Daverschot, toch de hoofdverantwoordelijken in de zaak Lancee, waar het rapport Bakkenist eigenlijk over ging, steeds verder uit beeld. De beeldvorming rond Ouwerkerk wordt sterk beïnvloed door de eindeloos en in allerlei varianten herhaalde uitspraak dat 'de burgemeester ging slapen toen de stad in brand stond,' waarschijnlijk voor het eerst gelanceerd op 6 januari door VVD-gemeenteraadslid in Groningen Koen Schuiling in NRC Handelsblad. Veenstra herhaalt dat volgens De Telegraaf in zijn schets van "wat voor iedere hoofdcommissaris een horror-scenario is. De stad in brand, een burgemeester die half slaperig beveelt om de ME te waarschuwen en vervolgens weer in slaap valt." In een commentaar eist de krant later het aftreden van Ouwerkerk omdat hij sliep "terwijl de stad kolkt van opwinding en geweld." Hans Ouwerkerk achteraf: "Ik heb niet geslapen op dat moment, dat heeft kennelijk iemand verzonnen en dat wordt dan steeds nageschreven. Het eerste beeld was 'hij sliep', en dus heb ik vier weken lang geslapen in de media." Het woordgebruik in artikelen en commentaren over Ouwerkerk krijgt op een subtiele manier een negatieve lading: als hij oud-commissaris Nordholt vraagt als tijdelijk korpschef, wordt er geschreven over "smeekbede". Vanaf dat moment gaan de media hun pijlen tamelijk eensgezind op Ouwerkerk richten. Op 8 januari vertoont Nova een uitgebreid portret van de burgemeester waarin voornamelijk critici aan het woord komen en vooral zijn karakter ter discussie staat. 'Groningen' krijgt vervolgens op 15 januari een nationale dimensie door het nieuws dat Procureur Generaal Steenhuis een betaalde nevenfunctie heeft bij Bakkenist, het bureau dat het functioneren van politie en justitie heeft onderzocht in Groningen, een gebied dat ressorteert onder Steenhuis. Minister Sordrager 'vallen de oren van het hoofd' als ze dit hoort en ze laat oud-kamervoorzitter Dolman een onderzoek instellen. Steenhuis ontkent betrokkenheid bij de opstelling van het kritische rapport. Oud-korpschef Veenstra ziet hierin zijn vermoedens bevestigd dat het rapport destijds opzettelijk is gelekt.
jas aantrekken jij en oprotten! Diezelfde dag vindt in Groningen de hoorzitting plaats voor de bewoners van de Oosterparkwijk waar Ouwerkerk en de politie zware kritiek krijgen. Zestien cameraploegen registereren de discussies tussen Ouwerkerk en buurtbewoners, en Netwerk doet even live verslag vanuit Groningen. Veel aandacht gaat uit naar twee heftige en emotionele reacties ("Jas aantrekken jij en oprotten.") vanuit de zaal, vooral de uitspraak dat de burgemeester liever achter de oliebollen kruipt, krijgt uitgebreid aandacht, deze bevestigt immers de eerdere beeldvorming. Dat het in het een geval gaat om een labiele vrouw die niet in Groningen woont en in het andere geval om een vrouw die de burgemeester al jaren achtervolgt, dat werd in de berichtgeving op televisie niet duidelijk. Genuanceerde en rustige uitspraken van buurtbewoners en politici op die avond kregen veel minder of helemaal geen media-aandacht. Voor de beeldvorming rond Ouwerkerk is de verslaggeving van deze avond fataal. Een dag later zegt de burgemeester in een interview dat hij zal aftreden als hij geen ruime steun meer krijgt van de gemeenteraad.
Op 18 januari verschijnt het rapport van Beelaerts van Blokland dat kritischer oordeelt over de districtchef van politie, Ter Harmsel dan over Ouwerkerk. Nadeliger voor Ouwerkerk is het uitlekken van een interne rapportage van Ter Harmsel waarin staat dat Ouwerkerk wel degelijk gedetailleerd is ingelicht over de enst van de rellen en niet 'summier' zoals deze zelf beweerde. Deze strategisch uitgelekte informatie -iets waar de kranten verder niet op ingaan, tast de geloofwaardigheid van Ouwerkerk uiteraard nog verder aan en leidt de aandacht af van de politiechef. Typerend voor de berichtgeving is het opsommen van alle 'uitglijders' van de burgemeester in het verleden zoals het 'verzwijgen' van een betaalde bijbaan bij Bouwbedrijf Mourik. Een kwestie die in het verleden al in de gemeenteraad is besproken en afgehandeld.
roep om aftreden luider Na de bijeenkomst van de commissie veiligheid van de gemeenteraad, waarin de burgemeester erkent een beoordelingsfout te hebben gemaakt op de avond van de rellen door niet naar het bureau te gaan, wordt de roep om het aftreden in de media steeds luider. NRC Handelsblad in een commentaar op 22 januari 1998: "Een burgemeester die zo'n diepe vertrouwenscrisis met zijn burger heeft veroorzaakt als Ouwerkerk in Groningen, stapt zelf op. Sterker nog: hij was al lang opgestapt." Ook het Nieuwsblad van het Noorden komt in een 'analyse' en een uitgebreid portret van de Ouwerkerk tot de conclusie dat hij moet opstappen. "De burgemeester zal de stad ongetwijfeld ook met een aantal succesjes hebben gediend, maar ze zijn te weinig in het oog springend om de ruis rond zijn persoon te verdrijven." Zo wordt de druk op Ouwerkerk en de Groningse gemeenteraad aan de vooravond van de gemeenteraardsvergadering door de media steeds verder opgevoerd. Overigens volgen niet alle kranten eensgezind de roep om zijn aftreden: Trouw geeft een neutraal verslag van het raadsdebat en kiest voor een positieve afsluiting door Ouwerkerk en Veenstra's tijdelijk opvolger J. Brand te citeren die zeggen vertrouwen te hebben in het oplossen van de problemen. De gemeenteraadsvergadering -gevolgd door tientallen cameraploegen en journalisten- van 28 januari eindigt met het vertrek van de burgemeester die niet de door hem gewenste ruime meerderheid in de raad krijgt.
mosterd na de maaltijd Plaatsvervangend korpschef H. Munting schrijft in een definitief rapport aan de gemeenteraad dat het rapport-Bakkenist ten onrechte met de Oosterparkwijk-rellen in verband is gebracht. "De bestuurlijke verhoudingen in de regionale beheersdriehoek hebben op geen enkele wijze een rol gespeeld bij de besluitvorming inzake de ordeverstoringen." Maar veel verschil maakt dat kort voor de raadsvergadering niet meer. En tenslotte blijkt uit een enquête (gepubliceerd op op 28 januari 1998) onder alle politieregio's dat op één uitzondering na, geen enkel korps in staat is om in geval van calamiteiten op korte termijn de ME op te trommelen. Maar ook dat is mosterd na de maaltijd.
|
|
|
|
||