Mediahype cases: Versterving in verpleeghuizen

"We gaan moeder niet versterven, dat is niet de bedoeling..."

 

Uit:

Mediahype

Nieuws maken door de opwinding te verslaan

Peter Vasterman

Cahier 20. Een uitgave van de Faculteit Communicatie en Journalistiek Utrecht. 1999

 inhoudsopgave

 

"Nieuws is geen soap, er schuilt echt leed achter van echte mensen. De affaires die verderop aan de orde komen, zijn dan ook niet door de media verzonnen. Maar ze zijn wel voor een deel door de media gemaakt. De berichtgeving in de kranten vormt immers een integrerend bestanddeel van deze affaires en kan er niet los van worden gezien. De vraag is: brengen krantenstukken alleen maar verslag uit van gebeurtenissen of genereren zij ook gebeurtenissen die vervolgens weer tot nieuws worden verwerkt?" José Reinaarts.

 

Discussie over hypes in de media blijven vaak steken in vaagheden, omdat onduidelijk is wat nu precies zo kenmerkend is voor dit soort nieuws. Is opkloppen en overdrijven typerend voor hypes? De jacht op nieuws? Het rondzingen van onjuiste feiten?

In dit Cahier een poging om het begrip mediahype los te maken van waardeoordelen en criteria te ontwikkelen voor een helder onderscheid tussen 'reguliere' en 'hype' berichtgeving. Centraal daarbij staat de speciale dynamiek die op gang komt tijdens een mediahype en die het gevolg is van de interactie tussen media en samenleving. Aan de hand van analyses van vijf recente nieuwsgolven (zinloos geweld, versterving, ontucht op scholen, de Groningse bestuurscrisis en de Britse BSE-crisis) wordt een theoretisch model ontwikkeld waarmee onderscheid gemaakt kan worden naar soorten mediahypes. Speciale aandacht gaat uit naar de triggers van de hype, de invloed van de berichtgeving op de gebeurtenissen en de relatie met de 'ontdekking' van nieuwe sociale problemen.

 

Inhoud

 

Hypes: 'much ado about nothing?'

poging tot moord

NOS Journaal, 24 juli 1997. "In Groningen is het psycho-geriatisch verpleeghuis 't Blauwbörgje in opspraak gekomen. Een Gronings gezin beschuldigt het verpleeghuis van poging tot moord op een familielid. (...) Verplegend personeel zou de 62-jarige patiënt zonder toestemming van de familie hebben laten uitdrogen om hem zo een zachte dood te bezorgen."

De beschuldiging is niet alleen bij de plaatselijke kranten Groninger Dagblad ("Instelling laat man uitdrogen") en het Nieuwsblad van het Noorden ("Blauwbörgje ontkent beleid van bewust uitdrogen") voorpaginanieuws, maar ook bij landelijke media als NRC Handelsblad: "Verpleeghuis liet patiënt uitdrogen." Het verpleeghuis heeft de patiënt volgens deze krant "willens en wetens laten uitdrogen."

Het is het begin van een maanden durende stroom van publiciteit over 'versterving', een term die pas enkele dagen later opduikt, maar die na verloop van tijd een macabere connotatie zal krijgen.

Volgens de aanklacht die de familie Mulder indient tegen het Groningse verpleeghuis 't Blauwbörgje zou de medische staf de Alzheimer-patiënt R. Mulder bewust voedsel en vocht hebben onthouden. Mulder, die al tien jaar dement is, wordt thuis verzorgd tot hij vanwege een darmafsluiting en een ontsteking aan de genitaliën voor een behandeling in het Martini Ziekenhuis wordt opgenomen. Op 11 juli wordt hij voor verder herstel opgenomen in het Groningse verpleeghuis, waar hij voor zijn opname ook al in de dagbehandeling was geweest. Vanaf woensdag 16 juli eet Mulder niets meer. Mevrouw Mulder en haar dochter treffen hem op 19 juli in coma aan waarop zij hem in allerijl overbrengen naar het Martini ziekenhuis. Daar krijgt de patiënt een infuus en komt hij weer bij kennis. Justitie in Groningen stelt onmiddellijk een onderzoek in. "Persofficier van justitie mr. J. de Valk zei gisteren dat het 'niet niks is' wat er is gebeurd. Volgens hem wijst veel op poging tot moord of doodslag." In de periode daarna zal Justitie lopende het onderzoek geen mededelingen meer doen.

Voor de media vormen de uitspraken van de familieleden een zeer belangrijke informatiebron, omdat de woordvoerder van het verpleeghuis wel ontkent, maar niet inhoudelijk op de zaak wil ingaan. "Er is geen sprake van dat verpleeghuis 't Blauwbörgje patiënt R. Mulder heeft laten uitdrogen," aldus directeur Van der Lei. Dat leidt tot de nodige 'hearsay' in de kolommen met allerlei uitspraken die de verpleging gedaan zou hebben. Dochter Gea: "Toen we hem zaterdag in coma vonden vroegen we waarom hij geen vochtinfuus had. 'Dat is tegen de regels. Wij voeren een uitdrogingsbeleid want dat is een humane manier van doodgaan.' zei de verpleegster toen." Directrice De Bie van 't Blauwborgje gebruikt dat woord niet, maar spreekt van "een unaniem beleid op het terrein van levensbeëindiging." Door niet op de zaak zelf in te gaan, krijgt het verpleeghuis de schijn tegen zich, hetgeen nog eens wordt bevestigd door de emotionele verhalen over het "levensreddend' optreden van de de ex-vrouw en de dochter.

Het vaak terugkerend woord "uitdrogingsbeleid" wekt de indruk dat er in het geval Mulder sprake is geweest van doelbewuste euthanasie zonder medeweten van de familie. De term komt hard aan. De kwestie roept meteen associaties op met de recente Martha U.-zaak en de Haagse verplegersmoorden. Het beeld van verpleeghuizen als gevaarlijke eindstations waar het personeel de patiënten bewust laat verkommeren, is gewekt.

meer meldingen

De affaire breidt zich verder uit als de media op 26 juli berichten over nog vier families die bij de Groningse politie melding maken van familieleden die onder "dubieuze omstandigheden zijn overleden in 't Blauwbörgje." Een geval blijkt zich al vier jaar geleden te hebben voorgedaan. Enkele dagen later maken de kranten melding van een scriptie van verpleeghuisarst in opleiding E. Fischer van de Vrije Universiteit. Schokkend zijn niet zozeer de uitkomsten van het onderzoek als wel de formuleringen die bijvoorbeeld De Telegraaf gebruikt: "Nagenoeg de helft van alle sterfgevallen in een Noord-Hollands verpleeghuis voor psychogeriatrische patiënten blijkt het gevolg van 'versterving', waarbij iemand niet meer te eten en te drinken krijgt en daardoor volledig uitdroogt tot de dood erop volgt. (...) Fischer ontdekte een doelbewust beleid tot uitdroging." Pas aan het eind van het artikel blijkt dat de onderzoekster versterving niet als dubieuze maar als een natuurlijke doodsoorzaak beschouwt.

Op dezelfde dag is te lezen dat "het aantal dubieuze (bijna) sterfgevallen in verpleeghuis 't Blauwbörgje is gestegen tot elf." "Nieuwe gevallen van versterving in Brielle en Eindhoven," meldt het Groninger Dagblad op 9 augustus. "Tweede geval van ongewenste versterving." aldus NRC Handelsblad. Een breed schandaal lijkt in de maak met tientallen dubieuze sterfgevallen, waarbij verplegers lijken te beslissen over leven en dood. Bovendien blijkt versterving niet alleen in verpleeghuizen voor te komen maar ook in psychiatrische klinieken volgens het Nieuwsblad van het Noorden, alleen: "hoe vaak weet niemand." Dat het in Brielle niet gaat om een nieuw geval, maar om een klacht uit 1996 waarover de Inspectie voor de Gezondheidszorg nu een uitspraak doet en dat de patiënt niet is overleden, blijft onduidelijk.

geen vervolging

Op 28 augustus komt het het verrassende nieuws naar buiten dat het Openbaar Ministerie geen vervolging instelt aangezien het verpleeghuis "niet onjuist heeft gehandeld." Wel berispt justitie het verpleeghuis wegens gebrekkige communicatie met de familie Mulder. "Justitie: geen versterving patiënt van Blauwbörgje," schrijft Trouw op 29 augustus, waarmee het beeld wordt bevestigd dat versterving een ontoelaatbare vorm van actieve levensbeëindiging is.

Hoewel er nog geen nieuws is over de andere klachten tegen de verpleeghuizen, dooft de berichtgeving na dit besluit van Justitite nog lang niet uit, de stroom opiniestukken, nieuwsberichten, interviews en achtergrondartikelen gaat gestaag door. Vooral columnisten schromen niet om fors uit te pakken, Marcel van Dam bijvoorbeeld maakt vergelijkingen met nazi-praktijken.

Ook de politiek komt in actie. Zo willen minister Borst van Volksgezondheid en staatssecretaris Terpstra dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg gaat onderzoeken hoe en op grond van welke criteria wordt besloten patiënten geen voeding en vocht meer toe te dienen. Eind september worden er kamervragen gesteld aan Borst en minister Sorgdrager van Justitie.

De berichtgeving over versterving krijgt 4 oktober een nieuwe impuls door een onderzoek waaruit blijkt dat verpleeghuisartsen jaarlijks bij 5.600 sterfgevallen in de laatste levensfase hebben afgezien van het kunstmatig toedienen van vocht en voeding. Dat is bijna een kwart van alle sterfgevallen in verpleeghuizen. De resultaten van dit onderzoek komen in een heel ander daglicht te staan door de voorafgaande negatieve beeldvorming rond versterving. Koppen als: "Kwart sterfgevallen verpleeghuizen door versterving." (Trouw ) of: "Versterving meest toegepast op demente patiënt." (Nieuwblad van het Noorden ) versterken die trend. Half oktober vraagt de Unie KBO per brief aan minister Borst om duidelijkheid over versterving en een voorlichtingscampagne om onterechte onrust bij haar leden weg te nemen. De formuleringen in de berichtgeving lijken die onrust juist te versterken. Zo schrijft het Nieuwblad van het Noorden in het artikel over de Unie KBO: "Vorige week werd bekend dat jaarlijks rond de 10.000 mensen overlijden omdat zijn geen vocht en voedsel meer krijgen toegediend."

verschuivende definitie versterving

Dat de media veel aandacht besteden aan 't Blauwbörgje is op zich niet vreemd, wel opmerkelijk is dat het begrip versterving de betekenis krijgt van een actieve vorm van levensbeëindiging op grond van de beslissing -vaak van het medisch personeel- dat het leven van deze (demente) patiënten niet meer zinvol is. Deze invulling komt sterk naar voren in de eerste berichten over 't Blauwbörgje. Zo omschrijft de Volkskrant versterving als: "het laten overlijden van patiënten door uitdroging en verhongering" en het Groninger Dagblad als: "patiënten laten sterven door uitdroging en onthouding van voedsel." Vanuit dit perspectief gaan journalisten vervolgens de daarop volgende nieuwsfeiten, ontwikkelingen en onderzoeksresultaten (tienduizend van dergelijke verstervingsgevallen!) interpreteren.

Daarmee gaan de media op basis van één geval afwijken van de oorspronkelijke, in ieder geval in de verzorgingssector ingeburgerde term versterving. Door vervolgens die nieuwe definitie te projecteren op allerlei andere gevallen en gegevens ontstaat een onrustbarend beeld van verpleeghuizen waar op grote schaal patiënten aan hun einde komen omdat hen doelbewust voeding en vocht wordt onthouden.

In de zorgsector wordt versterving gehanteerd in de betekenis zoals omschreven door onder meer psychiater B.E. Chabot : het is een natuurlijk proces waarbij de patiënt -voornamelijk chronisch zieken- steeds minder behoefte heeft aan eten en drinken. De beslissing tot versterving, voor zover daar al sprake van is, neemt de patiënt zelf. Als de patiënt wils onbekwaam is, moet de arts in samenspraak met de familie beslissen of het leven gerekt moet worden met behulp van sondevoeding. Terwijl Chabot de nadruk legt op het natuurlijke en passieve karakter van versterving -de patiënt "beslist" zelf- geven journalisten het begrip een actieve invulling -de arts beslist en "pleegt" versterving. In hun stukken maken de verslaggevers vaak geen onderscheid tussen "bewust laten uitdrogen" en "bewust niet toedienen van vocht", terwijl er toch een groot verschil is tussen dood maken versus dood gaan.

versterven: een schande

Vooral medici doen op de opiniepagina"s hun uiterste best het ontstane schrikbeeld te ontzenuwen, zo brengt Trouw op 5 augustus een artikel van verpleeghuisarts Hans van Dam onder de kop "Versterven: een schande als het niet gebeurt". Dat de genuanceerde opiniestukken van medici niet echt doordringen tot de meeste journalisten blijkt uit de definitie van versterving in de nieuwskolommen. Ondanks de corrigerende artikelen van deskundigen blijven de kranten 'actieve' definities hanteren.

Het verstervingsbeleid in verpleeghuizen blijft verdacht, want tenslotte eet het demente slachtoffer zoals ook in NOS Journaal te zien is "vol levenslust weer spinazie en vla." "Misschien trapt hij deze herfst zelfs een balletje met zijn kleinzoon," speculeert deze krant optimistisch.

"Ja misschien open hij wel een supermarktketen," constateert verpleeghuisarts Bert Keizer cynisch in een paginagroot opiniestuk in Trouw , waarin hij kritiek levert op de berichtgeving die zich volgens hem volkomen los heeft gemaakt van de werkelijkheid. Bert Keizer in een interview : "Als je tegen het einde van je leven door een chronische ziekte slecht eet en drinkt dan ga je dood. Als gezondheidswerker zeg je dan niet, 'die mevrouw is aan het versterven, nee dat mens gaat dood.' Toen kregen we daar paniek over en achterdocht in de media, toen zei men, nee die mensen gaan niet dood, die worden dood gemaakt. Deze man was al een jaar of tien dement en die at en dronk heel slecht, dat is de situatie, donderdag komt hij bij het verpleeghuis en zaterdag is ie aan het doodgaan, maar zo gaat dat niet, dat kan niet in drie dagen. Er zijn 56 duizend Nederlanders in verpleeghuizen. En al die media-aandacht leidt ertoe dat mensen angstig worden over wat er met hun ouders in jouw verpleeghuis gebeurt. Bij veel sterfbedden krijg je een moeizame atmosfeer, mensen komen met die beschuldigingen uit de krant naar je toe en zeggen, 'we gaan moeder niet versterven, dat is niet de bedoeling.' "

opwinding

In het najaar wordt de berichtgeving rustiger en worden de omschrijvingen van versterving genuanceerder. Bovendien zijn er ook geen nieuwe ontwikkelingen meer die de eerdere beeldvorming kunnen bevestigen. Ook de in totaal negentien andere aangiftes die werden ingediend nà de moord-beschuldiging tegen 't Blauwbörgje leiden niet tot vervolging, versterving is niet strafbaar aldus het OM als dat plaatsvindt in het kader van normaal medisch handelen. Ook het hoger beroep in de zaak Mulder levert niets op. En zo dooft de mediahype over versterving langzaam uit, maar het is de vraag of de negatieve beeldvorming rond versterving en verpleeghuizen daarmee ook zal zijn verdwenen.

Marjoleine de Vos (NRC Handelsblad) blikt terug op de berichtgeving. "Ik denk dat ik ook meegesleurd ben door de opwinding daarover, want je denkt, wat is het schandelijk dat die familie niet weet wat er met die man gaat gebeuren en dan blijkt die onderhevig te zijn aan een verstervingsbeleid. En het duurde ook een poos voordat duidelijk werd hoe het dan eigenlijk zat. Want het Blauwbörgje bleef wel zeggen dat er niet onzorgvuldig was gehandeld, maar hoe het precies was gegaan en waarom dit dan niet heel eigenaardig was dat was in eerste instantie niet zo duidelijk. Dan stort je je in een soort opwinding en dat is eigenlijk niet goed. Waarom het zo is gegaan? Ik denk dat iedereen heel erg geschrokken is en het raakt aan een angst die iedereen heeft, je bent oud, je bent weerloos, en ze doen maar met je."