Mediahype cases: zinloos geweld

 

Uit:

Mediahype

Nieuws maken door de opwinding te verslaan

Peter Vasterman

Cahier 20. Een uitgave van de Faculteit Communicatie en Journalistiek Utrecht. 1999

 inhoudsopgave

 

"Nieuws is geen soap, er schuilt echt leed achter van echte mensen. De affaires die verderop aan de orde komen, zijn dan ook niet door de media verzonnen. Maar ze zijn wel voor een deel door de media gemaakt. De berichtgeving in de kranten vormt immers een integrerend bestanddeel van deze affaires en kan er niet los van worden gezien. De vraag is: brengen krantenstukken alleen maar verslag uit van gebeurtenissen of genereren zij ook gebeurtenissen die vervolgens weer tot nieuws worden verwerkt?" José Reinaarts.

 

Discussie over hypes in de media blijven vaak steken in vaagheden, omdat onduidelijk is wat nu precies zo kenmerkend is voor dit soort nieuws. Is opkloppen en overdrijven typerend voor hypes? De jacht op nieuws? Het rondzingen van onjuiste feiten?

In dit Cahier een poging om het begrip mediahype los te maken van waardeoordelen en criteria te ontwikkelen voor een helder onderscheid tussen 'reguliere' en 'hype' berichtgeving. Centraal daarbij staat de speciale dynamiek die op gang komt tijdens een mediahype en die het gevolg is van de interactie tussen media en samenleving. Aan de hand van analyses van vijf recente nieuwsgolven (zinloos geweld, versterving, ontucht op scholen, de Groningse bestuurscrisis en de Britse BSE-crisis) wordt een theoretisch model ontwikkeld waarmee onderscheid gemaakt kan worden naar soorten mediahypes. Speciale aandacht gaat uit naar de triggers van de hype, de invloed van de berichtgeving op de gebeurtenissen en de relatie met de 'ontdekking' van nieuwe sociale problemen.

 

Inhoud

Hypes: 'much ado about nothing?'

"Normaal zou het een tweekolommer op de binnenpagina zijn geweest."

 

Leeuwarden, zaterdag 13 september 1997, half drie in de ochtend. Meindert Tjoelker (30) die met zijn vriendin en twee bevriende stellen uit is geweest, loopt via de Nieuwestad in het centrum naar huis. Aan de overkant van de gracht zien ze vier luidruchtige mannen die aanstalten maken om een fiets in het water te gooien. 'Of dat zo nodig moet', roept Tjoelker, waarop de vier de voetgangersbrug overrennen en de aanval openen. Tijdens de korte vechtpartij komt Tjoelker ten val en wordt hij op de grond tegen het hoofd getrapt, met dodelijk hersenletsel als gevolg. Hij overlijdt enkele uren later in het ziekenhuis. De vier daders zijn na de vechtpartij even verderop een café binnengestapt, waar ze een half uur later worden aangehouden. Ze zouden zich niet bewust zijn geweest van de fatale afloop van hun vechtpartijtje.

Onder normale omstandigheden zou de naam Meindert Tjoelker onbekend zijn gebleven en zou zijn gewelddadige dood hooguit een bericht op pagina drie van de Leeuwarder Courant hebben opgeleverd. In plaats daarvan werd Tjoelker binnen enkele dagen belangrijk nieuws voor zo ongeveer alle Nederlandse media, met voorpaginastukken, commentaren, achtergronden en live verslaggeving van de herdenkingsbijeenkomst een week later. Wekenlang zal het 'zinloze geweld' de berichtgeving beheersen want telkens doen zich weer nieuwe incidenten voor die de berichtenstroom voeden. Zinloos geweld lijkt aan de orde van de dag, voor sommige journalisten reden om te spreken van een 'toenemende geweldsspiraal.' Het is nog maar de vraag of er wel sprake is van een plotselinge toename van dit soort geweld, veel aanwijzingen zijn daar niet voor , aannemelijker is dat er na de ruime aandacht voor Tjoelker een zichzelf versterkend nieuwsproces op gang komt dat er voor zorgt dat het thema zinloos geweld nog maandenlang op de voorgrond zal staan.

 

de eerste twee stappen

De eerste stap in de richting van die media-escalatie wordt de dag na de vechtpartij gezet door de districtschef van het politiekorps Midden-Friesland, Cees Bangma, die besluit in de Leeuwarder Courant een oproep te doen om op vrijdagavond om elf uur een minuut stilte in acht te nemen, "om iedereen duidelijk te maken dat de Friese samenleving niet gedachtenloos het oprukkende zinloze geweld aanvaardt." Hij wil niet zozeer het geval alswel het verschijnsel zinloos geweld aan de orde stellen. Achteraf is hij verbaasd over de impact van zijn brief: "Ik had niet gedacht dat er zoveel reactie op zou komen, ik hoopte dat er in de lokale samenleving van Leeuwarden iets zou gebeuren, maar dat het zo massaal zou worden, zo landelijk en zo langdurig, het is sindsdien echt een thema op de politieke agenda geworden, dat had ik niet durven dromen."

De Volkskrant in een terugblik enkele maanden later: "Maandaochtend stond zijn brief in de krant, een kwartier na verschijning belde Radio Fryslân, vervolgens hing er een nationale televisiezender aan de lijn en de rest is geschiedenis." De Volkskrant zelf bracht het eerste bericht over Tjoelker overigens pas op dinsdag de zestiende, de dag na de oproep van Bangma.

Volgens Bangma fungeerde de oproep tot het stille protest op vrijdagavond "als een kanalisatiepunt waar iedereen zich op kon richten." Ook voor de media werd die aangekondigde gebeurtenis een richtsnoer voor de berichtgeving in die week.

De tweede belangrijke stap is de oproep van burgemeester Stekelenburg van Tilburg om de herdenking ook te laten gelden voor Justus Hertig die een dag na de brief van Bangma aan de gevolgen van een steekpartij is overleden die twee weken daarvoor bij een vechtpartij op het terras van een café in de binnenstad heeft plaatsgevonden. Het samenbrengen van deze twee gevallen versterkt het beeld van een golf van gewelddadigheden. In de berichtgeving worden deze twee zaken vervolgens gekoppeld aan vroegere slachtoffers van zinloos geweld, van wie Joes Kloppenburg de bekendste is. Deze Amsterdamse student kwam op 17 augustus 1996 om het leven na een poging een dronken vechtersbaas tot de orde te roepen. Op 17 augustus 1997 is in Amsterdam nog een monument in neon met de tekst "HELP" onthuld ter nagedachtenis aan Kloppenburg. Zijn dood en de rechtszaak tegen de dader heeft in 1996 ook nogal wat publiciteit opgeleverd, en ook toen is er een herdenkingsbijeenkomst geweest, maar lang niet zo massaal als die in Leeuwarden een jaar later.

 

koppeling aan andere gevallen

Ook andere gevallen uit het recente verleden worden in verband gebracht met het verschijnsel zinloos geweld: in de berichtgeving duiken de namen op van onder meer Marcel Kretzer (Hilversum 1995), Mark White (Berkhout 1996), Floris Sebregts (Tilburg 1996). Opvallend is dat de media niet veel bewijsvoering nodig hebben om het beeld van een reeks van incidenten van 'zinloos geweld' te staven. Er schuilt bovendien een zekere willekeur in de opsommingen, waarbij bepaalde namen gaan rondzingen, terwijl andere slachtoffers zelden of nooit worden genoemd, zoals Serge Heederik (Heerlen 1996). Is bij Kloppenburg en Tjoelker duidelijk sprake van tussenbeide komen en bij wijze van sociale controle reageren op geweld of vernieling, in de berichtgeving vindt echter al snel een verbreding plaats van deze definitie: ook gevallen waarin helemaal geen sprake is van tussenbeide komen worden gerangschikt onder zinloos geweld. Het is opvallend dat uitgerekend het geval Hertig dat mede aanleiding was voor de massale verontwaardiging niet valt onder zinloos geweld in de oorspronkelijke betekenis. Enkele maanden later verklaart een Tilburgse politieccommandant in een uitzending van Peter R. de Vries weinig overeenkomsten te zien tussen Hertig en Tjoelker, omdat Hertig 'gewoon' mee ging vechten met zijn vriend die slaags was geraakt met een andere café-bezoeker. In de berichtgeving in de maanden na Tjoelker zullen ook andere uit de hand gelopen café-ruzies met dodelijke afloop onder de noemer zinloos geweld gemeld worden.

 

herdenking als media-event

Na de brief van Bangma en de reactie van Stekelenburg komt de media-dynamiek verder op gang: de rest van de week kan toegewerkt worden naar de massale herdenkingsbijeenkomst van aanstaande vrijdag met achtergronden, interviews, terugblikken en commentaren. De naam Meindert Tjoelker wordt inmiddels landelijk bekend en persoonlijke details kleuren het beeld verder in: Tjoelker (landbouwkundig ingenieur, "geen vechtersbaas, maar een vriendelijke man die zijn burgerplicht deed.") zal begraven worden op de zaterdag waarop hij zou gaan trouwen met Jennifer, zijn vriendin. De fatale avond uit blijkt zijn 'vrijgezellenavond' te zijn geweest. In de loop van de week markeert een almaar groeiende bloemenzee de plek waar Tjoelker werd gedood. De vergelijking met het eerbetoon aan Prinses Diana twee weken daarvoor dringt zich onwillekeurig op. Op de herdenkingsavond zelf doen verschillende nieuwsprogramma's live verslag van de woorden van burgemeester Apotheker en de massale opkomst in Leeuwarden. Het is duidelijk dat de oproep van Bangma en de groeiende media-aandacht voor 'zinloos geweld' veel respons krijgt, niet alleen in Leeuwarden maar ook in andere steden, waar ook een minuut stilte in acht wordt genomen. Wiebe Pennewaard van de Leeuwarder Courant: "Het is een gaaf voorbeeld van een hype. Iets ontstaat vrij incidenteel en dat blijkt dan zo geweldig aan te slaan, kennelijk had Bangma een gevoelige snaar geraakt. Normaal zou het een tweekolommer op de binnenpagina zijn geweest." .

 

geweld gaat gewoon door

Vrijwel zonder uitzondering brengen de media op de maandag daarna op de voorpagina's overzichten van allerlei geweldsincidenten van het afgelopen weekend uit zo'n beetje heel Nederland. "Geweld gaat gewoon door in rustig weekend." "Geweld luwt maar even." Het melden van al deze 'reguliere' incidenten die normaal gesproken niet verder komen dan de regionale kranten of nieuwsbladen versterken de beeldvorming dat er plots sprake is van een geweldspiraal. Ook in de artikelen zelf duiken vaak omschrijvingen op die dat bevestigen. Er is vaak sprake van "toenemend" of van "oprukkend geweld", zowel in De Telegraaf als in de Volkskrant. Twee weken na de dood van Tjoelker volgen twee Volkskrant-verslaggevers een nacht lang de Zwolse politie: "In Zwolle neemt het straatgeweld nog steeds toe. Aan de andere kant nuanceert deze laatste krant dat beeld ook weer in het stuk met de kop "Straatgeweld in statistiek moeilijk terug te vinden."

 

verbreding definitie

De berichtgeving over het fenomeen zinloos geweld loopt vervolgens nog weken, zo niet maanden door. Eind september overlijdt bij een ontgroening in Groningen een student aan de gevolgen van het drinken van een liter jenever en ook die gebeurtenis haalt een krant onder de noemer van zinloos geweld. Er ontstaat een discussie over de aanpak van het probleem, politieke partijen vliegen elkaar in de haren over de politiesterkte en komen er initiatieven tot stand die veel publiciteit krijgen, zoals de oprichting van de stichting Tegen Zinloos Geweld met het Lieveheersbeestje als symbool. De presentatie van de stichting vind plaats op de landelijke dag tegen Geweld in Utrecht, die dat jaar voor de tweede keer wordt georganiseerd op initiatief van slachtoffers van geweld en hulpverleners. In de berichtgeving wordt 'zinloos geweld' in verband gebracht met kindermishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik van kinderen.

Kardinaal Simonis gaat nog een stap verder door zinloos geweld te koppelen aan euthanasie en abortus, hetgeen hem op felle reacties komt te staan, onder meer van minister Els Borst (die zijn uitspraken "ontoelaatbaar en onbegrijpelijk" acht).

Het is duidelijk dat de berichtenstroom niet meer wordt gevoed door nieuwe, incidenten, die passen binnen de 'oorspronkelijke' definitie van zinloos geweld waarbij het slachtoffer tussenbeide komt of ingrijpt. De media hanteren een bredere definitie en rangschikken ook vecht- en steekpartijen zonder duidelijke aanleiding onder "zinloos geweld, dat als een kwade geest door Nederland waart." de Volkskrant, : "Ruzie om sigaretten, het is toch belachelijk. Schaijkenaar (19) neergestoken na woordenwisseling met groepje jongeren." "Uitbarstingen zinloos geweld," schrijft het Brabants Dagblad over enkele kleine incidenten van geweldpleging die weinig met 'Tjoelker' te maken hebben. Ook het publiek reageert op dezelfde manier: een dodelijk slachtoffer bij een steekpartij zonder noemenswaardige aanleiding in Schiedam leidt tot een wake en een bloemenzee. Bovendien is er aandacht voor de ervaringen van slachtoffers van zinloos geweld en het reconstureren van vergelijkbare gebeurtenissen uit het verleden. Op 10 januari 1998, een paar dagen na de vonnissen in de zaak Tjoelker staat de Volkskrant, uitvoerig stil bij een vergelijkbare zaak, namelijk die van de vijftienjarige Pieter Jan Roorda die op 11 juni 1994 overleed na zonder enige aanleiding in een café met karateslagen te zijn toegetakeld.

De twee hoofdverdachten in de zaak Tjoelker worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 maanden wegens openlijke geweldpleging, een derde verdachte krijgt een werkstraf van 240 uur en zes maanden voorwaardelijk. De rechtbank wijst er in het vonnis op dat gelijke gevallen gelijk bestraft moeten worden en dat "de publieke verontwaardiging en commotie daarop geen invloed mogen hebben." De vonnissen leiden tot verontwaardigde commentaren en beschouwingen over de te laag geachte straffen en de strafrechtelijke (on-) mogelijkheden om groepsgeweld te vervolgen.

 

nog steeds zinloos geweld

In het voorjaar van 1998 vermindert de mediabelangstelling voor zinloos geweld, de meeste geweldsincidenten die zich voordoen krijgen weer de reguliere journalistieke behandeling, d.w.z. halen de krant als afzonderlijke gevallen. Toch is er iets veranderd, een schietpartij in een discotheek in Tiel begin mei, waarbij een omstander wordt gedood door een verdwaalde kogel, is voor een leraar van een middelbare school aanleiding tot het organiseren tot een protestbijeenkomst en (weer) een bloemenzee voor de disco met kransen waarop sprake is van zinloos geweld. En als er zich eind mei drie incidenten voordoen van mishandeling zonder aanleiding levert dat voor een korte opleving van het thema in de media. En ook als in juli een Amsterdamse fietsenhandelaar wordt doodgestoken door een ongeduldige klant laait de verontwaardiging even op, maar zet de escalatie niet door. De (schokkende) gebeurtenis alleen is duidelijk niet voldoende.

De belangstelling van de media gaat in dit stadium vooral uit naar de politieke beleidsdiscussies en lokale initiatieven, zoals het invoeren van zero tolerance in bijvoorbeeld Leeuwarden, waarbij iedere overtreding hoe klein ook wordt aangepakt. Bovendien zijn er in verschillende steden debatten over het terugdringen van geweld, een reeks die wordt afgesloten in Leeuwarden een jaar na de dood van Tjoelker. Op deze slotbijeenkomst, die kan rekenen op veel media-aandacht, lanceert premier Kok het idee om getuigen en slachtoffers van geweld de mogelijkheid te geven om anoniem aangifte te doen.

 

De zaak Tjoelker laat zien dat de maatschappelijke concentratie op geweld niet zozeer een gevolg is van een plotselinge, scherpe toename van dat soort incidenten, maar eerder van een zichzelf versterkende mediadynamiek, die op gang komt als een opvallend incident tot deel van een verontrustend verschijnsel wordt gelabeld. Onderzoeksrapporten die een geweldstoename signaleren halen wel het nieuws, maar kunnen zo'n proces niet in gang zetten, omdat de maatschappelijke reacties dan ontbreken. Die verontwaardiging is er wel als zich een opvallende gebeurtenis voordoet waar de media uitgebreid aandacht aan gaan besteden nadat een gezaghebbende bron er een speciale betekenis aan heeft verleend. Pas dan krijgt één gebeurtenis grote gevolgen.

(afgesloten najaar 1998)