
In het voorjaar van 1996 kwam een reeks van ontuchtzaken op scholen in de publiciteit. Hoe komt zo'n mediahype op gang? Welke processen spelen zich daarin af en wat zijn de gevolgen? Welke rol spelen de media, het publiek, maar ook overheid en maatschappelijke belangenorganisaties?
Voor het ontketenen van een dergelijke mediahype zijn twee factoren doorslaggevend: een voedingsbodem en een opvallende gebeurtenis, die de vonk levert voor de ontbranding. Vervolgens zorgen de media voor een enorme uitvergroting van het probleem waardoor de indruk kan ontstaan dat het probleem alleen maar toeneemt. En die beeldvorming heeft weer allerlei maatschappelijke consequenties.
GEPUBLICEERD IN PROCES AUGUSTUS 1996.
Binnen de context van die publiciteitsgolf over leraren die zich schuldig maken aan ontucht en seksueel misbruik is de keuze van de UN-redactie begrijpelijk: alwéér zo'n geval, dat moet op de voorpagina. En zo ontstond in het voorjaar van 1996 het beeld dat steeds meer leraren zich schuldig maakten aan ontucht en misbruik. Het wordt steeds erger. Kijk maar, iedere dag zijn er weer nieuwe ontuchtzaken die aan het licht komen. En niet alleen op scholen, maar ook in de sport, in tehuizen, in het jeugdwerk, ja zelfs in de dierenwinkel is je kind niet meer veilig: "Meer aangiften van ontucht winkelier." (Brabants Dagblad 27/3/96: "Winkel leek wel een kinderverblijf.").
Op het hoogtepunt van de 'ontuchtgolf' kon iedere krant wel een handvol berichten over misbruikgevallen melden en stonden NOS Journaal, RTL Nieuws en vooral ook SBS Hart van Nederland met de camera's in de aanslag op de schoolpleinen voor de nieuwste onthullingen. Paul Witteman in Nova: "Het lijkt wel een epidemie."
Nederland in de ban van de ontucht.
In 1982 werd de Vereniging tegen Seksuele Kindermishandeling opgericht en in de jaren daarna kwam er een onophoudelijke stroom van artikelen, reportages, boeken en films op gang over seksueel misbruik van kinderen.
Aanvankelijk concentreerde de aandacht zich op misbruik van meisjes binnen het gezin, later ging het ook om misbruik in allerlei andere situaties en relaties. Bovendien beperkte het misbruik zich niet tot kinderen, maar ging het ook om volwassenen. De samenleving werd zich als het ware bewust van telkens weer nieuwe aspecten van het misbruik-probleem: ook allerlei andere groepen bleken slachtoffer te kunnen zijn van misbruik. De nadruk leek te verschuiven naar seksueel misbruik in gezagsverhoudingen: de dokter met de patiënt, de hulpverlener met de verstandelijk gehandicapte, de pastores met de parochiaan, en de trainer met de sporter. Bovendien bleken niet alleen meisjes en vrouwen maar ook jongens en mannen slachtoffer te kunnen zijn van seksueel misbruik.
Tot eind jaren tachtig werd het idee dat ook jongens en mannen slachtoffer zouden kunnen zijn van misbruik nauwelijks serieus genomen, pas in 1987 komen de eerste meldingen en de eerste onderzoeken. Dit maatschappelijke bewustwordingsproces rond seksueel misbruik gaat gepaard met een verharding in het strafklimaat: aangiftes leiden vaker tot rechtszaken en veroordelingen, terwijl vroeger menige misbruikzaak werd geseponeerd bij gebrek aan bewijs. Uiteraard zorgen die rechtszaken voor een toename van de publiciteit over incest en ontucht.
Gezien vanuit die voortdurende vertakkingen en verbredingen van het oorspronkelijke thema was de 'herontdekking' van ontuchtzaken op scholen bijna voorspelbaar. In 1990 werd het Project Preventie Seksuele Intimidatie ingesteld door het ministerie van onderwijs met als opdracht de ontwikkeling van beleid. In 1993 stelde de onderwijsinspectie een handreiking op over preventie en bestrijding van seksuele intimidatie op scholen en adviseert om een vertrouwenspersoon aan te stellen. De onderwijsinspectie zelf heeft al langer vertrouwensinspecteurs aangesteld om scholen te adviseren. En sinds oktober 1994 is elke school verplicht om seksueel misbruik en intimidatie aan te pakken met concrete maatregelen.
Dat er steeds meer gevallen van ontucht of misbruik gemeld gaan worden en dat er grote 'affaires' zullen ontstaan, is vervolgens slechts een kwestie van tijd. Uit het via Internet beschikbaar gemaakte archief van het Eindhovens Dagblad en het Brabants Dagblad blijkt bijvoorbeeld dat er in 1994 15 berichten waren over het onderwerp ontucht en scholen, in 1995 24, terwijl in 1996 tot en met 11 juni al 60 artikelen werden gepubliceerd. Het betreft hier zowel nieuwsberichten over ontuchtgevallen als meer algemene achtergrondverhalen over het verschijnsel op zich. Zo komt het proces langzaam op gang om vervolgens te culmineren in de hype van voorjaar 1996.
Het is geen toeval dat het zowel bij de school in Rijssen als in Amersfoort ging om incidenten die zich jaren eerder gedurende een lange periode, te beginnen in de jaren zeventig, hadden afgespeeld. De zaak van de godsdienstleraar van de Christelijke Scholengemeenschap Reggesteijn is een goed voorbeeld van een affaire die als katalysator kon dienen van een hype.
Voor de media bevatte deze zaak een aantal extra 'aantrekkelijke' aspecten: behalve het grote aantal slachtoffers (zo'n 30 jongens), ging het om mensen die deel uitmaken van de Noorse Broederschap, volgens NRC Handelsblad een "fundamentalistisch protestantse geloofsgemeenschap die een grote preoccupatie heeft met het Kwaad. Vooral als het zich voordoet in de vorm van seks en lustgevoel dient de 'oorlog' aan het vlees te worden verklaard." Bovendien werd korte tijd later ook nog de oud-decaan van deze school aangehouden wegens ontucht. NRC Handelsblad van 6 maart 1996: "Van verkrachtingen of anaal verkeer door beide leraren is volgens de openbare aanklager nooit sprake geweest. Het gaat om tastende en aaiende vingers óp de gulp, en in een enkel geval ín de gulp. In één geval zou er sprake zijn geweest van 'wederzijdse bevrediging'.
Van der Laan geeft heel duidelijk aan dat nu pas de tijd rijp was voor dit onderwerp: "Trends gaan over, dus misschien had ik dit verhaal over twee jaar niet kunnen schrijven, omdat het dan geen onderwerp was. Dat is raar, maar zo werkt het in de journalistiek. Waarom heb ik niet vijf jaar geleden gepubliceerd? goede vraag. (...) Het onderwerp staat nu op de publieke agenda." Pas als dat gebeurt, kan een key event een ware kettingreactie veroorzaken. En dat gebeurde ook, Cees van der Laan: "Vanaf die dag werd het werken me voor enkele dagen onmogelijk gemaakt. Ik werd plat gebeld door de media. Het was echt heel erg: Theo van Gogh, Paul Witteman, Twee Vandaag, de KRO, Veronica, SBS6, de NCRV, allerlei radioprogramma's. Er belde een omroep op met de vraag of ik de namen van de slachtoffers wilde doorgeven, en of ik andere wilde bemiddelen."
Op dat moment is de Guido de Brès affaire dagenlang voorpaginanieuws en komen er telkens weer nieuwe 'feiten' aan het licht. Zo wordt een andere leraar ook beschuldigd van ongewenste seksuele handelingen, die zich 'ergens in de jaren tachtig', moeten hebben voorgedaan. Verder verklaart een leerlinge tegen NRC Handelsblad dat zij in 1987 ten onrechte van school is verwijderd omdat zij meer dan drie vijven had op haar kerstprapport. Met misbruik of ontucht heeft het niets te maken, maar dat lijkt nauwelijks van belang: op de Guido de Brès is blijkbaar van alles aan de hand.
Al snel concentreert de berichtgeving zich op de vraag of het schoolbestuur rector G van Middelkoop, de laan uit zal sturen, omdat hij de zaak zo lang heeft stilgehouden, een deel van de ouders niet heeft ingelicht en geen aangifte heeft gedaan. Het schoolbestuur heeft er meer dan een week voor nodig om de knoop door te hakken en de rector tijdelijk op nonactief te stellen. Het gevolg is dat de media een week lang iedere dag een update zullen brengen over de positie van de rector. Op RTL Nieuws is het laatste Guido de Brès nieuws - namelijk dat er nog steeds geen beslissing is genomen- van minstens evenveel importantie als de koude oorlog tussen China en Taiwan.
Zulke processen zorgen voor een enorme verbreding van de publiciteit over ontucht op scholen. Het gevolg daarvan is dat er nog veel meer ontuchtzaken gemeld zullen worden en veel aandacht in de media zullen krijgen. Daarbij gaat het in de meeste gevallen om gebeurtenissen uit het verleden die nu pas in de openbaarheid komen. Iedere dag is er weer 'ontucht' nieuws, zo blijkt er ook ontucht gepleegd te zijn op scholen in 's Gravezande, Zwijndrecht, Den Haag, Heerenveen, Middelburg, Nijmegen, Oldenzaal, Dokkum, Apeldoorn, Geleen, Veghel, Haarlem, Leuth, Grootebroek, Kampen, Schiebroek, Heesch, Woerden, er lijkt geen einde te komen in de maanden maart tot en met mei. En daarnaast zijn er nog de ontuchtzaken die in de sportwereld aan het licht komen: van een waterpolotrainer in Barendrecht tot en met een jeugdleider van de Hengelose voetbalclub Tubantia. En telkens staan de camerateams aan de poorten.
En wat gebeurt er aan de andere kant, in de samenleving zelf? Bij die reacties op de publiciteit gaat het om verschillende processen: in de eerste plaats zullen mensen die zich slachtoffer voelen van vergelijkbare vormen van misbruik met hun verhaal naar buiten willen komen. Ze krijgen de kans om hun verhaal te doen bij televisie talkshows of in de zaterdagbijlage van een krant. Die verhalen leveren weer herkenning op voor anderen, die vaststellen dat ze het misschien nooit zo hebben benoemd of (h-)erkend maar dat ook zij slachtoffer zijn geweest van ontucht. Er vindt op die manier een voortdurende herinterpretatie plaats van incidenten uit het verleden.
Op de tweede plaats zullen ouders, leraren en vooral ook rectoren en schoolbesturen sneller tot actie overgaan als zich incidenten voordoen die als misbruik of ontucht geïnterpreteerd kunnen worden. De zoenende leraar uit Putten werd meteen geschorst en haalde de voorpagina, terwijl zo'n incident vroeger zeer waarschijnlijk intern zou zijn opgelost, als het al een 'affaire' zou zijn geworden. Op de derde plaats zal zich een nieuwe discussie gaan afspelen in het onderwijs, in de sport, in het jeugdwerk over de grenzen van de toelaatbaarheid van bepaalde 'intimiteiten'. Congressen, workshops en bijscholingen zullen er besteed worden aan de toelaatbaarheid van bepaalde handelingen met kinderen.
Zo organiseerde het Brabants Steunpunt Jeugdwelzijn een speciale cursus over omgaan met intimiteit voor zestig jeugdleiders, waar zich lange discussies afspeelden over knuffelen, stoeien, 'bloot waterspel' en de 'kusjestrein.' "Blote kinderen in 'wasstraat', dat is nu verdacht," kopt de Volkskrant (23/5/96) boven het artikel over deze curus die heel duidelijk in het teken staat van angst en verwarring. "Het zijn vragen en kwesties die een paar jaar geleden bij wijze van spreken nog niet eens bestonden, maar waaraan nu een label hangt: 'Pas op, seksueel misbruik!'"
Eventueel leiden dergelijke discussies tot scherpere normen, het opstellen van gedragscodes (voor sportcoaches zoals de NSF heeft voorgesteld), meer controle, en sneller ingrijpen door autoriteiten en justitie. Het gevolg van dat patroon kan zijn dat er in de komende jaren nog veel meer misbruikgevallen in de publiciteit zullen komen.