Journalistieke dilemma's in de multiculturele samenleving.

Inleiding tgv de prijsuitreiking van de Zilveren Zebra voor het beste mediaproduct over de multiculturele samenleving in het Wereld Museum Rotterdam 30 november 2000.

 

Informatie over de tijdens de prijsuitreiking vertoonde reportages over journalistieke dilemma's in de multiculturele samenleving, gemaakt door studenten tv van de Utrechtse School voor Journalistiek.

Peter Vasterman.

De organisatoren van deze avond hebben mij gevraagd om een visuele inleiding te houden bij het thema van vanavond. Oorspronkelijk was het de bedoeling om te praten over beeldvorming van allochtonen in de multiculturele samenleving. Dat is een heel breed onderwerp en veel discussies over DE beeldvorming van DE media over DE allochtonen verzanden vaak in onverdedigbare generalisaties en loopgravenoorlogen. Dat begint al met de vraag wat we eigenlijk bedoelen met het begrip beeldvorming.

Beeldvorming blijkt bij nader inzien tamelijk ongrijpbaar, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de vele discussies de afgelopen maanden over de vraag of de media pro-Israël dan wel pro-Palestijns berichten over de nieuwe Intifada. Het gaat om beeldvorming, maar door wiens ogen? It's all in the eye of the beholder, zoals de uitdrukking luidt, mensen zien wat ze willen zien, ze creëren op een hele selectieve manier hun eigen beeldvorming en stellen daar de media vervolgens aansprakelijk voor.

Bepalend voor de beeldvorming zijn vaak de extremen en excessen, de koppen en de schokkende beelden, maar ook het selectieve woordgebruik (vluchteling versus asielzoeker) de impliciete oordelen en datgene wat er nu juist niet wordt verteld in een stuk.

Maar de media doen nog zoveel meer, naast die schreeuwende koppen staan genuanceerde evenwichtige achtergrondverhalen. Naast de sensationele beelden volgen informatieve interviews met relevante bronnen. Maar die vallen misschien minder op en zijn derhalve minder bepalend voor die beeldvorming. Of voor wat mensen uit het media-aanbod aan beeldvorming destilleren.

Daarom voelen nogal wat journalisten zich niet erg aangesproken door kritiek op de immer "verkeerde" beeldvorming over een onderwerp. Bij slecht nieuws kun je de boodschapper wel onthoofden, maar het blijft slecht nieuws. Vinden ze. Bovendien voelen ze zich niet verantwoordelijk voor wat al die andere media doen.

Om die patstelling te vermijden zullen we het vanavond niet zozeer de algemene beeldvorming centraal te stellen als wel de concrete journalistieke dilemma's die het bericht geven over de multiculturele samenleving oplevert.

Omdat het zou moeten gaan om een visuele inleiding heb ik de hulp ingeroepen van de studenten en docenten televisie van de School voor Journalistiek. De opdracht luidde: maak vier korte televisiereportages over deze journalistieke dilemma's, waarin je relevante discussiepunten aandraagt.

Als aanleiding kozen ze vier uiteenlopende 'affaires' die hebben geleid tot veel discussie over de rol van de media:

  • de Kollumers die zich vorig jaar massaal verzetten tegen het asielzoekerscentrum,
  • de Dordtse wijk Krispijn die inmiddels (dankzij de media?) een twijfelachtige reputatie heeft opgebouwd,
  • de recente anti-Israël demonstratie die lijkt om te slaan in fel antisemitisme,
  • en tot slot een allochtoon slachtoffer van zinloos geweld waar de media geen enkele belangstelling voor opbrengen.

 

Welke dilemma's staan daarbij centraal?

Er is een moord gepleegd, asielzoekers worden verdacht, een heel dorp lijkt vervolgens te hoop te lopen tegen het asielzoekerscentrum, er wordt met eieren gegooid, woordvoerders schrikken niet terug voor racistische uitspraken, het is allemaal nieuws, maar hoe moet je daar dan over moeten berichten?

Valkuilen te over: er geen aandacht aan besteden, betekent je journalistieke plicht verzaken om de samenleving te informeren. Wel verslaan kan betekenen dat je xenofobe geluiden een breed platform geeft en vervolgens extra versterkt. Uitgebreide berichtgeving kan leiden tot stigmatisering van asielzoekers en de indruk wekken dat heel Nederland zich verzet tegen de asielzoekerscentra. "Opstand der dorpen," kopte een opinieweekblad boven zo'n verhaal met een onverholen verwijzing naar de klassieker 'Opstand der Horden' van Ortega Y Gasset.

Sommige wijken komen alleen maar in het nieuws met rellen, rotzooi en criminaliteit. Krispijn in Dordrecht is zo'n buurt waar cameraploegen graag inzoomen op relletjes en anders wel op rondhangende Antilliaanse jongeren. Altijd maar rondhangen, dat is toch op zich al geen zuivere koffie? Natuurlijk gebeurt er van alles in deze buurt en uiteraard dienen de media daar verslag van te doen, maar is het voldoende om alleen maar achter de zwaailichten aan te rennen en de mediagenieke incidenten breed uit te meten? En zou de plotselinge aanwezigheid van al die cameraploegen ook niet een provocerend effect kunnen hebben op die jongeren die zich dan nog eens extra willen bewijzen. Welk beeld krijg je als je als journalist je langdurig in zo'n wijk verdiept?

Een rustige demonstratie voor vrede tussen Palestijnen en Israëli's verandert in de berichtgeving vervolgens in een gewelddadig treffen met de politie en een bewijs van oprukkend antisemitisme. Het uitvergroten van vermeend antisemitisme ('de ware vuiligheid' volgens de 'neutrale' Trouw verslaggever) heeft weer allerlei maatschappelijke effecten en zet de verhoudingen tussen verschillende maatschappelijke groeperingen behoorlijk op scherp.

Journalisten houden graag vast aan het beeld van de onafhankelijke waarnemer die alleen maar gebeurtenissen registreert. Maar zou het niet realistischer zijn om er van uit te gaan dat de media niet langs de zijlijn, maar midden op het (maatschappelijke) veld staan. Dat een verslag van een gebeurtenis onherroepelijk deel uit gaat maken van een keten van opeenvolgende gebeurtenissen waarvoor de media ook een zekere verantwoordelijkheid dragen.

Laatste onderwerp. Een dode bij een schietpartij op Rotterdam CS leidt hooguit tot een paar korte ANP-berichten in de pers. Ging het om een ordinaire krachtmeting tussen rivaliserende bendes of om een onschuldig slachtoffer van zinloos geweld, iemand die net als Kloppenburg en Tjoelker tussenbeide wilde komen? Waar de media soms de neiging hebben om 'allochtoon geweld' nogal breed uit te meten, blijft het deze keer verdacht stil. Is het toeval dat er geen allochtone namen voorkomen in het rijtje slachtoffers van zinloos geweld? Zijn er soms geen allochtone slachtoffers van zinloos geweld? Zijn er soms geen stille tochten en protestmarsen gehouden waar de media, net als bij Gorinchem, live verslag van hadden kunnen doen?

Er zijn voorbeelden te over: twee weken voor de schietpartij in Gorinchem, vindt er in de ochtend van 1 januari 1999 in de Haagse Schilderswijk een steekpartij plaats waarbij de 24-jarige Turks-Koerdische man, Mehmet Yilmaz om het leven komt en twee andere slachtoffers gewond raken. De dader is autochtoon en heeft het niet zo op al die allochtonen. Op vier januari lopen enkele honderden nabestaanden en buurtbewoners een stille herdenkingstocht, waarvoor de autoriteiten aanvankelijk geen toestemming voor willen geven uit angst voor ongeregeldheden.

De politie ontkent nadrukkelijk dat er sprake is van racistische motieven bij de dader en dat haalt blijkbaar voor de media de angel uit het nieuws.De berichtgeving over de stille tocht is summier, een follow-up ontbreekt ("Oudejaarsnacht rustig verlopen.") en twee weken later volgt de golf van nieuws over de schietpartij in Gorinchem met allochtone daders. Er komt wat discussie onder meer in NRC Handelsblad en weer een paar weken later brengt Netwerk gelukkig alsnog een uitgebreide reconstructie. Nog een ander geval: op zondagavond 13 december 1998 vindt in Amsterdam een steekpartij plaats waarbij de 25-jarige Nasit Waseen Rana om het leven komt. Een man op een fiets blokkeert de doorgang in de smalle Damstraat, Rana stapt uit en vrijwel meteen wordt hij door de dader (onder invloed van alcohol en drugs) neergestoken. Korte tijd later, op 27 december, organiseren nabestaanden en een stille herdenkingstocht om te protesteren tegen dit zoveelste geval van zinloos geweld. Met fakkels en foto's loopt de groep van ongeveer driehonderd mensen door het centrum van Amsterdam. Nog weken later hangen foto's en bloemen aan een geïmproviseerd hek op de plaats van de fatale steekpartij. De aandacht van de media is nagenoeg nihil.

Laatste meest actuele voorbeeld dat zodadelijk ook in de video's aan de orde zal komen: de gewelddadige dood van de Haagse student Ismael Sidi Abdelghani op 29 september op het Rotterdamse Centraal Station. Was het een typisch geval van zinloos geweld? Ging het inderdaad om een vechtpartij tussen rivaliserende bendes? En is het dan geen nieuws als er een onschuldig slachtoffer valt? Zijn familieleden en vrienden waren in ieder geval verbijsterd over de kleine ANP-berichtjes die aan deze zaak werden besteed. Zelfs een stille tocht en een paginagrote advertentie in de Volkskrant met duizend namen erbij blijken vervolgens niet in staat om ook maar enige aandacht van de media te trekken. Dat is toch wel verdacht, ook gezien al die andere allochtone gevallen.

Heeft het te maken met racisme, met discriminatie, domme vooroordelen of is het eerder een gevolg van hele normale journalistieke routines, waardoor het ANP-bericht dat melding maakt van rivaliserende bendes al meteen vervolgnieuws oninteressant maakt?

Beeldvorming is tamelijk ongrijpbaar, niet alleen voor studenten maar ook voor ervaren journalisten. Je schrijft een nieuwsbericht, je maakt een tv-reportage, of een radiobijdrage en die gaat vervolgens op in een brede stroom van nieuws over dat onderwerp. Een nieuwsstroom die af en toe lijkt op de geest uit de fles: een onbeheersbaar, onvoorspelbaar proces waarvan de uitkomst soms tegenstellingen, stereotypen en xenofobie aanwakkert. Ook al voelen journalisten zich vaak alleen verantwoordelijk voor hun eigen product, toch zouden ze wat vaker met allerlei maatschappelijke groeperingen in discussie moeten gaan over dat brede proces en die onvoorziene gevolgen. Aan de andere kant zouden de critici van de media meer oog moeten hebben voor de dilemma's waar de verslaggever in de dagelijkse praktijk van de multiculturele samenleving mee te maken krijgt.

 

Informatie over de tijdens de prijsuitreiking vertoonde reportages over journalistieke dilemma's in de multiculturele samenleving, gemaakt door studenten tv van de Utrechtse School voor Journalistiek.

 

Titels:

Van vredesdemonstrant tot nazi.

Door: Renske Prevo, Merei Dekker, Mirjam van Biemen.

 

Spuien of doodzwijgen?

Door: Natasja Augustinus, Marjon Beyer, Marije Oudewater, Sanne de Weerd.

 

Sommige doden tellen niet.

Door: Nicole van de Donk, Linda Engels, Hilona El Messaoudi, Tako Rietveld.

 

'Pers maakt Antillianen crimineel'.

Door: Justine Huffmeier, Tena Böck, Josefien Hoenders, Janneke van Elst.

 

Begeleiding: Marcia van Woensel, Hendrien van de Weert en Peter Vasterman.

De videoband met de vier reportages is te bestellen bij de School voor Journalistiek Utrecht. (030-2193000). Lengte ongeveer 20 minuten.