woensdag 11 november 2009

Besmettingseffecten bij suïcide clusters?

"‘Een macabere hype’, zo omschrijft GGZ-projectleider preventie Niek Kuijper het tijdens het mediadebat van deze week. Het debat ging over zelfmoord in de pers en vond plaats op het hoofdkwartier van het Noordhollands Dagblad in Alkmaar."
Lees het hele verslag van het debat van de Stichting Mediadebat op De Nieuwe Reporter Zelfmoord: niet doodzwijgen, wel voorzichtig zijn.


Hier een korte reactie.
Uitgangspunt bij het debat is dat de media een besmettingseffect kunnen veroorzaken door sensationeel en gedetailleerd aandacht te besteden aan een specifiek geval van zelfdoding. Hoewel er inderdaad onderzoeken zijn die een samenhang hebben aangetoond tussen mediaberichtgeving en toename van suïcide, zijn er toch wat kanttekeningen te plaatsen bij dat besmettingseffect.

Als er suïcideclusters optreden zoals in West Friesland is het maar zeer de vraag of
de media daar een rol in spelen. Uit onderzoek blijkt namelijk ook dat er besmettingseffecten kunnen optreden binnen sociale groepen. Als een jongere zelfmoord pleegt, verhoogt dat het risico op zelfdoding in zijn of haar sociale omgeving. Er wordt over gepraat en op de een of andere manier voelen jongeren met problemen zich aangesproken door deze ‘oplossing.’ Daar spelen de media geen rol in, maar wel persoonlijke communicatie. Als we er rekening mee houden dat veel jongeren op internet actief zijn (msn, hyves, etc.) dan is het niet ondenkbaar dat jongeren zich eerder laten inspireren door wat hun sociale omgeving op internet erover zegt dan door wat de media melden. Het is overigens de vraag of de risicogroep überhaupt kennis neemt van de mediaberichten in de regionale krant of Hart van NL (toch een belangrijke voorwaarde voor beïnvloeding).

Krijgen de media in deze discussie over clusters van zelfdoding niet een veel te grote rol toebedeeld? Onderzoek dat de invloed van de sociale omgeving en internet afzet tegen de mogelijke effecten van de media is er niet, wel zijn er studies naar suïcideclusters die via internet tot stand komen.

Dit alles neemt niet weg dat een debat over de media zinvol is, maar dan eerder vanwege privacyschendingen, sensatiezucht, halve waarheden en snelle conclusies dan vanwege vermeende besmettingseffecten.

Overigens heb ik nog nergens cijfers gezien die onomstotelijk aantonen dat er in deze regio sprake is van een golf van zelfdodingen onder jongeren. Wel is er een stuk van de GGD Hollands Noorden van 10 februari 2009 waarin staat dat het aantal zelfdodingen in Noord Holland Noord lager ligt dan in de rest van Nederland. Conclusie van de GGD: “In 2006 kwamen volgens de cijfers van de FGE vier jonge mensen (tot 25 jaar) door suïcide om het leven, drie van hen pleegden suïcide in Noord Holland Noord, maar woonden niet in deze regio. In 2007 ging het om vijf jongeren, allen uit Noord-Kennemerland. In 2008 betrof het zes jongeren, waarvan één uit de Kop Noord Holland, drie uit Noord-Kennemerland en twee uit West Friesland.” Het is wachten op de cijfers over 2009. Klik hier voor het persbericht van de GGD En hier het hele rapport.

Labels:

zaterdag 22 augustus 2009

Defensie Iran schrikbeeld voor offensief Israël. Een fraai staaltje framing

“Iraans bezit van S-300’s is schrikbeeld van Israël” luidde de kop boven een achtergrondartikel van 21 augustus van Volkskrant-verslaggever Stieven Ramdharie.

Iran is van plan om een Russisch raketsysteem aan de te schaffen en voor Israël is dat kennelijk een schrikbeeld. Op het eerste gezicht lijkt het allemaal te kloppen: Israël voelt zich bedreigd door de nieuwe Iraanse raketten. Maar al snel blijkt uit het artikel dat het om een luchtverdedigingssysteem gaat, waarmee Iran in staat is om twaalf vijandelijke vliegtuigen en kruisraketten te volgen en neer te schieten.
Nu treedt er even kortsluiting op in het referentiekader (van Israël als bedreigd land) dat is geactiveerd door het woordgebruik (‘schrikbeeld’) van de verslaggever. Het is niet Iran dat Israël gaat aanvallen met die raketten, nee het probleem is dat Israël nu bang is dat bij een Israëlische “verrassingsaanval op Iraanse atoominstallaties” een derde van de jachtbommenwerpers verloren zou kunnen gaan.

Het ‘schrikbeeld’ is dus blijkbaar dat een land zich wapent tegen een aanval door een vijandelijke mogendheid die uit is op de vernietiging van een kerncentrale. Men zou denken dat de aanvalsplannen van Israël eerder het ‘schrikbeeld’ vormen. Tenslotte heeft dat land zich al eerder schuldig gemaakt aan dergelijke aanvallen, bijvoorbeeld in Irak (1981) en in Syrië (2007) zoals het artikel meldt. Ramdharie merkt in de eerste alinea ook nog op dat in Israëlische legerkringen de vrees groot is dat de balans in het Midden-Oosten wordt verstoord door dat luchtverdedigingssysteem. Volgens president Peres versterkt de aanschaf daarvan de “agressieve bedoelingen van Iran.”

Het artikel is helemaal geschreven vanuit het referentiekader van de mensen die een aanval op Iran willen uitvoeren want zij krijgen het moeilijker: “de dreiging die uitgaat van de S-300-raketten, maakt een omvangrijke aanval op onder andere de verrijkingsinstallatie bij Natanz en de Arak-centrale voor zwaar water gecompliceerd.”

Het is verbijsterend om te zien hoe de Volkskrant-verslaggever het hele referentiekader van de Israëlische ‘legerkringen’ overneemt en de voorgenomen aanschaf van een luchtverdedigingssysteem te labelen als een verstoring van het evenwicht. welke evenwicht in een regio waarin Israël als enige over kernwapens beschikt? Ook al spreekt het Iraanse bewind spreekt af en toe dreigende taal jegens Israël, dat is nog geen reden om de aanschaf van een luchtverdedigingssysteem klakkeloos te framen als een schrikbeeld.

Labels:

maandag 11 mei 2009

Hoe breng je een epidemie in beeld? How to lie with maps

Een interessant aspect in de berichtgeving over de Mexicaanse griep is het gebruik van kaarten. Het NOS-Journaal bracht regelmatig een kaart van de wereld in beeld, waarop steeds meer landen rood kleurden omdat daar besmettingsgevallen waren geconstateerd.
Is dat een goede manier om de verspreiding van de griep in beeld te brengen? Dat is de vraag, het is toch een beetje vreemd om na enkele honderden gevallen in de VS en enkele tientallen gevallen in Canada, heel de Verenigde Staten, inclusief Alaska, en heel Canada, tot en met de Northern Territories, ver voorbij de poolcirkel, rood te kleuren.

Wekt dat niet een beetje de indruk dat heel Noord-Amerika tot de gevarenzone behoort? Is het niet een beetje overdreven om zelfs de eskimo’s rood te kleuren. In totaal gaat het om 300 plus 33, dus 333 miljoen inwoners op een oppervlakte van 19.599.701 km². In dat gebied staat het aantal besmettingen dus momenteel op 3559 personen, om 0,00001069%.

Zou het niet verstandiger zijn om op z’n minst de staten van de VS aan te geven waar wel of geen besmettingen zijn? Het roodkleuren van het hele Noord-Amerikaanse continent draagt bij tot een overschatting van de gevaren. Stel dat er een paar gevallen in Rusland bijkomen (17.098.242 km²), wordt dan ook het hele gebied van de grens met Polen tot Noord Korea rood gekleurd? Dan krijgt deze griep toch wel heel apocalyptische proporties.
Ook op Google maps is de epidemie te bekijken, daaruit blijkt dat er tientallen staten in de VS zijn waar geen gevallen gerapporteerd zijn. Bij de indicator van een geval op de kaart staat ook een toelichting (bijvoorbeeld: “milde verschijnselen”). Dat geeft een veel specifieker en minder verontrustend beeld van de epidemie.
Zie de site van Dr. Henry Niman, biomedisch onderzoekers in Pittsburgh, Pennsylvania,
Na how to lie with statistics, how to lie with charts, nu ook how to lie with maps.

Labels:

donderdag 20 november 2008

Eindelijk een populistische omroep!

Ronald Sørensen, fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam, heeft plannen voor de oprichting van een nieuwe omroep die voorlopig de Populistische Omroep Nederland (P.O.N.) gaat heten.
“Iedere stroming in Nederland heeft zijn eigen spreekbuis, behalve het Fortuynisme”, stelt Sørensen vandaag in NRC Handelsblad. Hij zegt zich groen en geel te ergeren aan het huidige publieke bestel, dat volgens hem democratisch tekortschiet. „Wilders- en Verdonk-stemmers worden steevast over het hoofd gezien, of weggezet als een stel domkoppen.”

Het initiatief is mede geïnspireerd door de woorden van de voorzitter de raad van bestuur van de Publieke Omroep, Henk Hagoort, die in oktober stelde dat de publieke omroep zich meer moet inspannen om ook Telegraaflezers en mensen die op Wilders of Verdonk stemmen te bedienen.
In mijn blog van 20 oktober schreef ik dat de publieke omroepen toegang hebben gekregen tot het bestel omdat ze een geestelijke of maatschappelijke stroming vertegenwoordigen. ‘De pluriformiteit van de publieke omroep ligt dus verankerd in dit toelatingscriterium.
Als een maatschappelijke stroming zich niet vertegenwoordigd voelt dient er een aspirant omroep opgericht te worden die zendtijd krijgt op basis van voldoende leden.'
Sörensen gaat nu precies doen waar de publieke omroep voor opgericht is namelijk een omroep oprichten die een maatschappelijke stroming vertegenwoordigd, dus dat valt alleen maar toe te juichen.

Het probleem is alleen dat het publieke bestel ondanks de identiteitsgebonden verankering zich steeds meer wil profileren als een geheel, als dé Publieke Omroep, in plaats van een verzameling van zo’n dertig zendgemachtigden die allemaal stromingen vertegenwoordigen. De hele zenderkleuring van de drie televisiezenders is erop gericht om de herkenbaarheid van de zenders te vergroten en meer rekening te houden met de wensen van het publiek dan met de profileringsdrang van de omroepen. Alle populaire programma’s zijn bijvoorbeeld verplaatst naar Nederland 1 waardoor die zender goed kan concurreren met de commerciële zenders. De netcoördinator bepaalt in grote lijnen de programmering en kiest uit het aanbod van programmavoorstellen van de omroepen.

Daarbij is niet meer de identiteit van de omroepen doorslaggevend, maar het programmaschema met eigen doelstellingen voor de drie publieke zenders. Daardoor kan het makkelijk gebeuren dat bijvoorbeeld de EO op Nederland 1 en Nederland 2 tegelijkertijd te zien is met verschillende programma’s. Deze ontwikkeling waarbij de zender belangrijker wordt dan de individuele omroeporganisatie staat natuurlijk haaks op de manier waarop de pluriformiteit georganiseerd is in Hilversum. Als de nieuwe omroep van Sörensen wordt toegelaten tot het bestel zal deze zich op dezelfde manier moeten conformeren aan een zenderprogrammering waarin de identiteit van de omroep geen doorslaggevend argument meer is om een programma te plaatsen. Het is de vraag of de oprichter van de PON zich dit realiseert. Misschien moet de PON wel mee gaan draaien met Netwerk of Eenvandaag...

Het zou natuurlijk beter zijn om eindelijk eens definitief te kiezen voor een echte Publieke Omroep, waarbij één zender gereserveerd zou kunnen worden voor de identiteitsgebonden programma’s van zendgemachtigden die geestelijke of maatschappelijke stromingen vertegenwoordigen. Het idee van de WRR in het rapport Focus op functies (2005) om de omroepen als kerntaak opinie en debat te geven verdient opnieuw aandacht.

Labels:

zondag 9 november 2008

“Altijd een goed advies, ga naar Peter R. de Vries”

Dat Peter R. de Vries met nieuwe onthullingen komt over Joran van der Sloot is minder verbazingwekkend dan de manier waarop de publieke omroepen hiermee omgaan. Net als de vorige keer krijgt De Vries de kans voorafgaande aan zijn uitzending om een tournee te maken langs verschillende actualiteitenrubrieken. Op vrijdagavond was er eerst Netwerk dat wazige beelden liet van Van der Sloot (die “mooiere wijven” belooft te leveren dan de twee prostituées die hij bij zich heeft), in combinatie met een interview met De Vries. Vervolgens mocht De Vries aanschuiven bij Pauw en Witteman voor een gesprek over zijn jongste wapenfeit met de verborgen camera. Ook hier weer hetzelfde fragment als in Netwerk en op de Telegraaf site. De uitzending zelf is pas zondagavond, de primeur (met dezelfde wazige beelden op internet) werd De Telegraaf al gegund, dus waarom zou de publieke omroep hier dan zoveel werk van maken? Nieuws kan dat niet opleveren, bovendien gaat het weer net als bij Fitna om een uitzending die nog niemand heeft kunnen zien. Waarom niet eerst de uitzending afwachten? Als nou nog de manier waarop Peter R. de Vries Joran van der Sloot stalkt met verborgen camera’s en infiltranten aan de orde zou komen, of de vraag of hier geen sprake is van uitlokking (iets wat niet zo moeilijk is bij een pseudologia fantastica patiënt als Van der Sloot die zich omringt door zogenaamde vrienden die meteen De Vries bellen), dan zou het misschien nog de moeite waard zijn. Maar dat gebeurt niet. Wat zijn dan wel de overwegingen om De Vries zo te helpen bij het creëren van een nieuwe hype? Kijkcijfers? Angst om het verwijt te krijgen De Vries niet serieus te nemen? Zijn Amerikaanse televisieprijs? Altijd een goed advies, ga naar Peter R. de Vries aldus Witteman naar aanleiding van het verhaal dat de vader van de ‘vriend’ adviseerde De Vries te bellen met alle gevolgen van dien.
Het enige tegengeluid kwam van Freek de Jonge bij Pauw en Witteman maar dat leverde niet meer op dan dat het allemaal “weerzinwekkend” was en dat De Vries over lijken gaart omwille van het amusement. Antwoord Peter R. de Vries: “jouw awereness spoort niet helemaal.” Een discussie met amusementswaarde misschien maar waarom vinden de publieke omroepen De Vries telkens groot nieuws?

Labels:

dinsdag 28 oktober 2008

Bloggen versus journalistiek en de controleerbaarheid van de methode

Het blijft merkwaardig dat de discussie over de vraag hoe de bloggen zich verhoudt tot journalistiek nu al jaren zorgt voor begripsverwarring, drogredenen en andere onzuivere redeneringen. Een goed voorbeeld daarvan is de discussie tijdens weblogconferentie Blog08 op 24 oktober 2008.

Mankerende vergelijkingen zijn typisch voor het niveau van het debat: “Vragen of bloggen journalistiek is, is vragen of aardbeienijs ook ijs is,” aldus mediablogger Paul Bradshaw, die de hele discussie maar tijdverspilling vindt. Op dezelfde manier is het natuurlijk allemaal een vorm van communicatie, maar daar schiet je niks mee op, want dan valt reclame, voorlichting en propaganda ook allemaal onder ‘ijs’.

De discussie over blogs en journalistiek is wel degelijk relevant, omdat de journalistiek eisen stelt aan de gehanteerde methode om de feiten te bepalen. Het belangrijkste kenmerk daarvan is verifieerbaarheid: het moet mogelijk zijn om de werkwijze van de journalist te controleren en na te gaan of hij of zij op een betrouwbare manier tewerk is gegaan. Je zou kunnen zeggen dat er pas sprake is van journalistiek als aan die eisen van waarheidsvinding is voldaan.
In de wetenschap werkt het overigens op dezelfde manier: de controleerbaarheid van de methode is het enige houvast in het wetenschappelijk debat. Als bloggers op dezelfde controleerbare manier tewerk gaan verschillen hun publicaties niet van de journalistiek. Werken ze anoniem, is op geen enkele manier duidelijk hoe ze aan hun informatie komen en welke bronnen ze daarvoor hebben gebruikt dan kun je niet spreken van journalistiek. Anonieme bloggers zijn oncontroleerbaar en vallen daar dus per definitie buiten. Als het journalistiek is, dan moeten we er van op aan kunnen (als publiek) dat de informatie redelijk betrouwbaar is en dat bronnen zijn gecheckt, anders is het een andere vorm van publiceren. Journalistiek is geen reclame, geen fictie en geen propaganda. Dat journalisten zich niet altijd aan hun eigen standaarden houden, is overigens nog geen reden om deze definitie te laten vallen.

Als je iets journalistiek noemt kun je er dus kwaliteitseisen aan stellen en dat mis je bij bloggen. Alles kan in de blogosphere, onthullingen, feiten, fictie, geruchten, reclame, propaganda, hatemail, bedreigingen, enzovoorts. Verificatiemogelijkheden zijn er meestal niet en in die gevallen heeft bloggen vaak weinig te maken met journalistiek als waarheidsvinding.

Vreemd dat die discussie telkens zo uit de hand loopt, dat moet te maken hebben met het gevoel bij de bloggers dat ze door de journalistiek nog steeds niet serieus worden genomen, terwijl ze zoveel interessante dingen doen. Dat doen ze ook, maar de vraag naar de verificatiemogelijkheden blijft te vaak onbeantwoord.

Voor reacties op De Nieuwe Reporter klik hier

Labels:

maandag 20 oktober 2008

’Omroep bedient te kleine groep’

De actualiteitenrubrieken van de publieke omroep berichten voor een selectieve groep. „We doen journalistiek iets niet goed”, zegt NPO-voorzitter Hagoort.
De publieke omroep is er voor iedereen. Daarom moeten de actualiteitenrubrieken ’Nova’, ’Netwerk’ en ’EenVandaag’ zich meer inspannen om ook Telegraaflezers en mensen die op Wilders of Verdonk stemmen te bedienen. Daarvoor pleit Henk Hagoort, de hoogste man bij de publieke omroep, vandaag in deze krant.
Trouw 16 oktober

Afgezien van de vraag wat nou precies links of rechtse journalistiek is tegenwoordig duikt er ook nog een ander probleem op in de redenering van NPO-voorzitter Hagoort. Hij gaat er namelijk van uit dat “de publieke omroep er voor iedereen is,” en de actualiteitenrubrieken zich daarom moeten inspannen om ook Telegraaflezers en Verdonk- en Wildersstemmers te bedienen.
Als voorzitter van de nieuwe constructie NPO heeft Hagoort wellicht het idee gekregen dat de publieke omroep een geheel is die heel Nederland als doelgroep heeft. Maar zo zit ons omroepbestel niet elkaar: de zendtijd is in handen van omroepen die toegang gekregen hebben tot radio en televisie omdat ze een geestelijke of maatschappelijke stroming vertegenwoordigen. De pluriformiteit van de publieke omroep ligt dus verankerd in dit toelatingscriterium. Het gaat er niet om dat de Telegraaflezer zicht herkent in Netwerk, maar dat de KRO- en NRCV- achterban dat doet.
Als een maatschappelijke stroming zich niet vertegenwoordigd voelt dient er een aspirant omroep opgericht te worden die zendtijd krijgt op basis van voldoende leden. Dat betekent dus dat er voor de Telegraaflezers en Wilderstemmers (de nieuwe conservatieven en de maatschappelijke teleurgestelden in het Motivaction onderzoek naar leefstijlen) voldoende mogelijkheden zijn om deel uit te gaan maken van de NPO. Kijk naar de komst van omroepen als BNN, Max en Llink in de afgelopen jaren. Je kunt je inderdaad afvragen waarom de nieuwe stromingen die sinds 2002 hebben aangediend slecht vertegenwoordigd zijn in de media, maar niets verhindert dat zij weekbladen (Opinio), dagbladen, websites (Geenstijl.nl) of omroepen oprichten die hun geluid laten horen. Bovendien zijn er nog de commerciële omroepen met programma’s als Hart van Nederland, waar deze groepen (volgens Hagoort) wel naar kijken.

Het probleem is natuurlijk dat de publieke omroep in een soort spagaat zit: een de ene kant dienen de omroepen maatschappelijke stromingen te vertegenwoordigen, aan de andere kant wil de Publieke Omroep als geheel concurreren met de commerciële zenders, vandaar ook de zenderprofilering op de drie netten, die overigens was gebaseerd op de Motivaction lifestyle indeling (en niet op de maatschappelijke stromingen).

Labels:

zondag 3 februari 2008

Weer nieuwsgolf over een film die nog niemand heeft gezien

Na alle publiciteit over de film van Wilders, die nog niemand heeft gezien en die misschien nog helemaal niet bestaat, kregen we afgelopen weekend weer een nieuwsgolf over ons heen over een film die nog niemand had gezien. Het enige verschil is dat deze film wel bestaat.

De afgelopen dagen waren de media in de ban van de aangekondigde uitzending van Peter R de Vries over de verdwijning van Nathalie Holloway. Overal uitgebreide aandacht voor wat de misdaadjournalist mogelijk zou kunnen gaan melden en wat daar mogelijk de gevolgen van zouden kunnen zijn.

Het is natuurlijk een buitengewoon slimme marketingtruc om dagen van tevoren aan te kondigen dat je het raadsel gaat oplossen zonder tekst en uitleg te geven. Langzaam lekt er van alles uit naar de media, die dagenlang ieder snippertje presenteren als groot nieuws. Niemand komt op het idee om rustig af te wachten wat de uitzending te bieden heeft en dan kritisch daarover te berichten. De PRdV-methode kennen we nog van de uitzending over Mabel Wisse Smit in 2003, toen de media zich ook al lieten meeslepen in een groot schandaal nog voordat de uitzending had plaatsgevonden.

In een paginagroot artikel in de Volkskrant van afgelopen zaterdag over de PRdV-methode staat overigens een interessant citaat van een andere (bevriende) misdaadverslaggever over die Mabel-affaire

Toch zijn niet alle zaken van Peter R. de Vries goud. De roemruchte uitzending waarin werd geclaimd dat Mabel Wisse Smit bevriend was met topcrimineel Klaas Bruinsma was bijvoorbeeld ‘niet zijn beste werk’, zegt misdaadverslaggever en vriend Henk Strootman.

‘Volgens mij is nooit echt bekend geworden of dat verhaal van Charlie da Silva (zijn bron, red.) nou wel helemaal kosjer was. Natuurlijk, het was fantástische tv. Maar het was moeilijk verifieerbaar. Het bleef gewoon het verhaal van die Charlie. Om dat verhaal zijn altijd wat twijfels blijven hangen.’


Helaas gold dat niet voor de media die na de aankondiging dat de toestemmingswet niet doorging van iedere twijfel verlost waren en die de claims van Charlie da Silva als feiten beschouwden,

Tot slot: Voor het 'missing white woman syndrome' waar de media aan lijden, zie Wikipedia

Labels:

zondag 27 januari 2008

Framing: herhaling zorgt voor legitimatie

Het is opvallend hoe vaak ik in de berichtgeving over de blokkade van de Gazastrook lees of hoor dat die maatregelen tot doel hebben om de (aanhoudende) raketaanvallen op Israël te stoppen. Nu is het van belang om context te bieden en uit te leggen welke motieven de strijdende partijen zeggen te hebben, maar in dit geval wordt alleen die van Israël telkens weer herhaald. Na verloop van tijd manifesteert zich onvermijdelijk het beeld dat Israël zich verdedigt tegen aanvallen door de Palestijnen. De blokkade van Gaza is een antwoord op die raketten, maar waren die raketten ook niet ergens een antwoord op, of komen die figuurlijk uit de lucht vallen? Door telkens de legitimatie van Israël te herhalen, zonder de context voor de Palestijnen te schetsen ontstaat er een eenzijdig frame waarin het optreden van Israël gerechtvaardigd lijkt. Hoe zou die beeldvorming eruit zien als in ieder bericht wordt herhaald waarom de Palestijnen die zelfgemaakte projectielen (zijn het eigenlijk wel raketten?) blijven afschieten.

Neem dit bericht van AD (17 januaro 2008), afkomstig van persbureau AP:

Israël doodt per ongeluk leden van Palestijnse familie.

GAZA-STAD
Bij een Israëlische luchtaanval zijn gisteren in de Gazastrook drie leden van een Palestijnse familie omgekomen. Hun auto werd getroffen door een Israëlische raket.
Een zegsvrouw van het Israëlische leger meldde later dat het om een vergissing ging. De raket was bedoeld voor militanten in de buurt van het voertuig.
De slachtoffers zijn een 13-jarige jongen, zijn vader en zijn oom. De beschieting volgt op de bloedigste dag in jaren. Dinsdag kwamen bij Israëlische militaire acties in de Gazastrook negentien Palestijnen om het leven.
Israël wilde met de operatie een eind maken aan raketbeschietingen vanuit Gaza op Israëlische grensplaatsen. Militanten van, overwegend, Hamas bestoken al jaren het omliggende Israëlische gebied met zelfgemaakte raketten, 'Qassams'. Daarbij vallen overigens maar zelden dodelijke slachtoffers.


In dit bericht komt alleen een woordvoerder van het Israëlische leger aan bod, dat is al tamelijk eenzijdig, maar erger is dat weer uitgebreid wordt uitgelegd waarom Israël die ‘operaties’ (eufemisme voor moordpartijen) tegen ‘militanten’ (wat zijn in godsnaam militanten?) uitvoert: Israël wordt al jaren bestookt met zelfgemaakte raketten. Maar waarom die zelfgeknutselde raketten worden afgevuurd, dat ontbreekt in dit bericht. De enige nuancering in het stukje vormt de opmerking dat er overigens maar zelden dodelijke slachtoffers vallen.

Nog een paar voorbeelden.
Ander bericht uit AD (16 januari 2008)

GAZA
Israëlische soldaten hebben gisteren negentien Palestijnen gedood in Gaza. Ten minste veertig menssen raakten gewond. Volgens het leger was de aanval gericht tegen militanten die vanuit het noorden van Gaza raketbeschietingen uitvoeren op Israël.


NRC Handelsblad 7 januari 2008:
Jeruzalem, 7 jan. De bewoners van de Gazastrook zitten acht uur per dag zonder stroom doordat de elektriciteitscentrale een tekort aan brandstof heeft. Israël heeft de brandstofleveranties beperkt om de moslimfundamentalistische organisatie Hamas te dwingen de raketbeschietingen op Israëlische doelen te staken.


Het zou interessant zijn om eens na te gaan hoe vaak de legitimatie van Israël en die van de Palestijnen aan bod komen in de berichtgeving over de Gaza-blokkade.

Labels:

Free counter and web stats