(home)

(Ontwerp en techniek)

Tilleren


Klik hier voor een productievoorbeeld van een essen boog uit 1 stuk hout.


Klik hier voor een praktijkgeval.


 

ESSENTIE VAN HET BOGENMAKEN: EEN PAS GEZAAGDE & GERASPTE BOOG NOOIT ZOMAAR OPSPANNEN EN UITTREKKEN, MAAR GECONTROLEERD 'TILLEREN'.  Dit is het zodanig verwijderen van hout, dat je boog precies zo buigt als jij het wilt. Tot aan je treklengte en zo zwaar als je van plan was.


Als dit je eerste boog is ga er dan van uit dat stap 3 t/m 14 ca 1,5 a 2 dagen in beslag mogen nemen. Neem je tijd. Als je ervaren bent kan tilleren in een paar uur.


 

 

1) Bepaal het bovenaanzicht en zaag, rasp, schaaf dit uit balk of stamdeel.

2) Haal de ruwe vorm uit de zijkant. Laat de werparmen zo dik dat ze nog flink stug zijn en bij begin van het "floortilleren" (zie verderop) nog nauwelijks buigen.

Zet een hulplijn op beide zijkanten. Deze lijn moet alle hobbels en bobbels van de rug volgen en op beide werparmen, aan beide zijden, gelijk zijn. Gebruik een schuifmaat voor het uitzetten. De hoogtes A, B en C hangen af van de soort boog. Bij een essen flatbow van ca 70 inch kan B ca 12 mm zijn.

 

 

3) Rasp, schaaf, schraap de buik. Blijf nog een stukje van de hulplijn af. Probeer overal even ver van de hulplijn af te blijven, zodat de werparmen al een mooi egaal verloop krijgen. Controleer met de schuifmaat of je links en rechts, onder en boven symmetrisch werkt. Controleer of je de hobbels en bobbels van de rug goed volgt.

 

 

 

4) Als je de hulplijn nadert kun je beginnen met floortilleren. Laat de werparm eerst maar WEINIG buigen. Je hoeft niet echt hard te drukken en ga nooit doordrukken om te kijken wat er in zit.

Floortilleren doe je volgens de figuur links. Je onderste elleboog kun je in je zij zetten. Kijk naar het buigen van de onderste werparm. Kijken in een grote spiegel of tuindeur e.d. op enige afstand werkt ook goed.

 

Probeer bij een kleine buiging de slappe en stijve plekken te onderscheiden.

Eerste doel is het maken van een mooie ronding bij nog weinig buiging. Dit doe je door de stijve plekken op te zoeken en af te schrapen. Blijf van de zwakkere plekken af!!

 

 

 

Kijk vaak vanaf de punt langs de zijkanten van de werparmen. Zo kun je het dikte verloop controleren. In dit stadium is een egaal verloop vaak al een goede indicatie van een mooie buiging

 

 

 

 

 

++  en..    ++  en..      ++enz......

5) Werk om en om met grof en fijn gereedschap zodat eventuele krassen niet te diep worden. Maak de werparmen geleidelijk dunner zodat er meer buiging ontstaat. Steeds tussendoor floortilleren om de buiging te controleren. Doe dit vaak. Beter 10 x te veel dan 1x te weinig.

Druk je nu te hard door dan kun je vezels in de rug te ver uitrekken, zodat daar straks een zwakke plek ontstaat.

Ter vergelijking kun je een boog gebruiken die al af is. Je zult merken dat die bij een beetje druk al veel buigt. Houd je nieuwe boog eerst een stuk stugger.

Zie je een zwakke plek: markeer deze zodat je die voorlopig met rust laat en de stijve plekken juist bijwerkt zodat die meer buigen en daardoor spanning van de zwakke plek wegnemen. Het effect van een bewerking zie je pas na een aantal buigingen. Hout moet wennen. Tilleren betekent in dit geval ook "leren buigen". Dus na het schrapen ca 10 keer buigen en dan pas kijken of het effect gehad heeft.

 

 

 

 

 

6) Begint de boog mooi rond te buigen dan kan hij op de "pijnbank".

a

a) met een tillerstick of bok kun je de kromming fixeren en van een afstand bekijken. Ook kun je de boog zo onder spanning laten wennen na een schraapbeurt.

De vertanding van de pijnbank kan tot ca 20 inch om de 2 a 2,5 inch. Daarna om de 1 inch.

 

b

 

b) met een tillerboard kun je via katrollen de buiging van een afstand bekijken. Ook kun je de boog laten bewegen om te zien of alle delen niet alleen mooi rond staan maar ook werken. Zeker makkelijk als er krommingen in het hout zitten. Door markeringen op de wand kun je zien of beide armen even ver buigen. Breng een trekbalans aan zodat je goed kunt zien dat je nooit over het trekgewicht gaat. Deze methode werkt super en is de investering meer dan waard.

 

 

 

 

7) Vanaf nu trek je boog nooit verder uit dan:

1) je beoogde werkgewicht (Dit is trekgewicht in ponden + 5 extra voor de afwerking, 1kg = 2,2 pond lbs);

2) de buiging die je gecontroleerd hebt op de pijnbank.

Zodoende komt er nooit meer spanning in het hout dan nodig is en weet je altijd dat de kromming (tot zover) goed is.

 

 

 

8) In de eerste ronde op de pijnbank gaat het erom beide werparmen in balans te brengen en mooi rond te laten buigen.

Span de boog niet op, maar plaats een slappe pees in de voorlopige nokken. Zet hem op de pijnbank en laat de werparmen niet meer buigen dan bij het floortilleren. Controleer op buiging (mooi rond), balans (links en rechts gelijk) en werking (werken kromme delen ook?). Breng eventeel correcties aan. Bewerk nu alleen de stijve plekken.

Straks kijken we wel hoe we de treklengte vergroten. Nu eerst ronding en balans goed maken.

Trek een aantal maal kort aan de pees en laat de boog een paar minuten onder spanning staan (Niet verder dan zonet trekken.)

 

 

9) Met een trekbalans aan de pees kun je het werkgewicht controleren. Let vooral op de mooie buiging van de werparmen en zorg dat je NOOIT over je werkgewicht heen trekt.

 

 

 

 

+en..+en..+en..

10) Heb je eenmaal een mooie vorm, balans en werking dan kun je verder werken volgens onderstaande procedure. Als de armen al beginnen te buigen gebruik dan nog alleen fijn gereedschap zoals een schraper en een schuurblok.

 

a) Controleer buiging en balans. Stijve plekken of 1 stijvere werparm ? eerst corrigeren op deze treklengte en kort laten wennen;

b) Boog te licht? Alleen noodzakelijke correcties uitvoeren;

c) Boog te zwaar? Als buiging en balans goed zijn over de volle lengte wat materiaal weghalen;

d) Enkele malen buigen (iets verder als tevoren) en als buiging en balans goed lijken enkele minuten onder spanning laten wennen;

e) Bij geen goede buiging of balans beslist niet onder spanning laten staan!

e) Herhaal vanaf boven (a).

 

Zo zak je langzaam aan naar beneden. Laaaaaaaangzaaaaaamm aaaaaaann!

Bij twijfel over de ronde buiging beslist niet verder trekken of onder spanning laten staan, eerst maar een bakkie koffie en nog eens kijken. Indien nodig stijve plekjes bijwerken.

 

 

11) Als de buiging mooi is en als de afstand tussen het handvat en de stippellijn op de tekening ca. 6 a 7 inch is (linker plaatje),  kun je de boog laag opspannen zodat de pees net vrij komt van het handvat. (zie rechter plaatje)

En nu niet even lekker uittrekken.

Mocht je nu haast krijgen pak dan een emmer water om af te koelen.

 

 

12) Blijf de procedure (zie 10) volgen om de treklengte te vergroten. Heb je de treklengte verhoogd tot ca 15 inch, en is je werkgewicht goed, dan is het een goed idee om de boog een paar uur of zelfs een nacht op ca 7 inch in de pijnbank te zetten. Dit is als een duurproef, maar bij ongevaarlijk lage buiging. Zwakke plekken komen onheroepelijk naar voren en de boog zal zich alvast enigzins naar de pees zetten. Dit laatste gebeurt anders tijdens het gebruik sowieso.

 

13) Ga daarna geconcentreerd door met de procedure totdat je het goede trekgewicht bij de goede treklengte bereikt hebt. Als je stapjes maar klein genoeg zijn en je het hout tussendoor steeds goed laat wennen is dit een goede methode om precies goed uit te komen.

Als je de helft van je treklengte hebt bereikt kun je de boog opspannen op ca 4 a 5 inch hoogte.

In de slotfase wordt de buiging steeds extremer en de kans op vervormingen dus steed groter. Neem dus kleine stappen, blijf rustig en werk langzaam.

 

14)

Als je de boog symmetrisch getillerd hebt (onder- en bovenarm gelijk), kun je nu de onderarm 1 a 1,5 cm inkorten. Dit vanwege het feit dat je drukpunt van de hand ook niet in het midden van de boog zal liggen maar er boven. Daardoor lijkt de bovenarm korter en dus stijver te worden. Als je boog nu gewoon opgespannen staat lijkt het alsof de onderarm stijver is en minder buigt. Dat is goed!!

 

15)

Als je werkgewicht en treklengte bereikt hebt is de boog nog niet klaar. Dat is hij pas na het inschieten en enkele keren gebruik.

 

Inschieten:

30 pijlen op halve treklengte, daarna tiller controleren, eventueel corrigeren.

30 pijlen 3/4 treklengte, tiller controleren, eventueel corrigeren.

30 pijlen volle treklengte, tiller controleren, eventueel corrigeren.

 

Nu de boog een week goed gebruiken en continue controleren. Alles staat nog goed? Afwerken maar!!!!!

 

Succes!

 

 


Hieronder nogmaals de samenvatting van het tilleren.

SAMENVATTING TILLEREN

  1. Floortilleren tot de armen egaal buigen, met voldoende weerstand
  2. Op de pijnbank de tiller in balans brengen en vorm bepalen met minmale ingrepen
  3. Volgens procedure werkgewicht bewerkstelligen bij lage bespanningshoogte
  4. Vanaf nu nooit over werkgewicht heentrekken
  5. Bij normale bespanningshoogte boog circa nacht onder spanning
  6. Procedure volgen tot treklengte bereikt is

 

Procedure

Zijn vorm en balans goed? Ben je boven werkgewicht? Dan over de volle lengte wat materiaal weghalen en een stukje verder trekken; vorm, werking en gewicht controleren; stijve en dode plekken weghalen; hout onder spanning laten wennen; controleren.

Over volle lentgte materiaal weghalen; stukje verder trekken; vorm, werking en gewicht controleren, stijve en dode plekken weghalen; hout onder spanning laten wennen; controleren .

Over volle lengte beetje materiaal weghalen stukje verder trekken; vorm, werking en gewicht controleren, stijve en dode plekken weghalen; hout onder spanning laten wennen; controleren.Over volle lengte beetje materiaal weghalen; stukje verder.........


 

Een voobeeld van een boog in het begin van het tillerproces.

Met dank aan Alex voor de foto's.

 

Misschien denk je dat deze toekomstige boog nog niet zo ver gebogen staat. Maar toch is hij al te ver uitgetrokken, omdat de balans en buiging niet goed zijn. En je moet proberen dat bij minder buiging al te ontdekken en aan te passen. De kunst van het tilleren is om zo vroeg mogelijk de stijve en slappe plekken of werparmen te ontdekken en te weten hoeveel je die aan moet passen. Wees vanaf de geringste buiging super kritish ten opzichte van balans en buiging. Daarmee leg je een goede basis voor het hele verdere proces. Hoe beter balans en buiging in het begin zijn, des te minder kans is er op grote ingrepen in het vervolg. En dus hoe kleiner de kans dat je boog te licht wordt door zo'n grote ingreep.

De buiging is nog niet diep, dus de schade zal nog meevallen. Maar trek je op deze manier verder dan zullen er twee knikken ontstaan. Verderop zien we waar, of zie je het al?

 

Hieronder een analyse.

Eerst de BALANS, te beginnen met twee plaatjes.

Tussen de twee nokken is een rechte lijn getrokken. (Nu zie je ook meteen dat hij al ongeveer op bespanningshoogte is. Bij een goede buiging en balans moet nu de slappe pees vervangen worden door een strakke, zodat je het trekgewicht goed kunt meten.) Soms zie je het opeens beter als je de zaak omdraait, wat met een foto gemakkelijk gaat natuurlijk. Vandaar twee gespiegelde beelden onder elkaar.

Wat zien we? De foto is niet precies recht van voren genomen en de pees is misschien ook niet helemaal in het midden ingehaakt, maar duidelijk is toch dat de afstand tussen de witte lijn en het midden van werparm B groter is dan bij werparm A. 

Conclusie balans: Werparm B is dus slapper en A zal moeten worden aangepast.

 

Tot zover de balans. Nu de BUIGING.

De groene zones 1 en 2 doen duidelijk het meeste buigwerk. Dit zie je goed door rechte lijnen langs de werparmen te leggen. In de praktijk kun je ook een latje gebruiken.

De uiteinden van de werparm zijn over een te groot deel stijf (A en B). Stijve uiteinden is prima, maar dat hoeft maar 10 a 15 cm te zijn. Nu buigt maar een klein stuk van de werparmen, wat straks bij diepe buiging, tot knikken of breuk kan leiden.

Ter plaatse van C zien we dat een breed gedeelte aan weerszijden van het handvat ook stijf is. Dit komt doordat het handvat aan de buikzijde flauw uitloopt in de werparmen. Zie bij de rode pijlen. Hieronder twee foto"s. Een van Alex zijn boog en een boog waarbij het handvat steiler eindigt en het buigende deel in de werparmen dus langer is.

 

Conclusie buiging: De werparmen buigen over een te klein deel, wat kan leiden tot knikken of breken. Een groter deel van de uiteinden moet meebuigen en het handvat kan steiler in de werparmen overlopen zodat ook daar een groter deel van de werparm buigt.

 

Wat te doen:

 

 


(Ontwerp en techniek)

(home)