Houten boog uit 1 stuk

(home)

voorbeeld van de productie van een "selfbow" uit essen


Dit voorbeeld betreft een platte boog uit essen.

  1. Zie ook de pagina van Hans Veldhuis (Fletcher) voor dimensies en houtsoorten voor een longbow.

Het is een heel verhaal geworden, maar heb je het eenmaal onder de knie dan kun je een boog maken die precies buigt, en precies zo zwaar trekt als jij wilt. Voor een hele tijd.


2 ESSENTIES VAN HET BOGENMAKEN:

1- EEN RUWE BOOG NOOIT OPSPANNEN EN ZOMAAR UITTREKKEN, MAAR GECONTROLEERD 'TILLEREN'.

2- VOLG ALTIJD DE DRAAD VAN HET HOUT


Hout zoeken en prepareren

Balk of stam?

Het gemakkelijkst maak je een boog van hout dat zo recht mogelijk van draad en vrij van vergroeiingen en noesten is. Het moeilijkste deel van de productie, het tilleren, vereenvoudigt hierdoor aanzienlijk. Een droge balk is wellicht aan te bevelen, omdat je dan meteen aan de slag kunt, zodra het hout enigzins geacclimatiseerd is. Maar een stam bemachtigen en splijten (bijvoorbeeld bij hovenier, rooibedrijf of de tuin van de buurman) is natuurlijk veel leuker.

 

Zie ook pagina "ontwerp en techniek"  voor meer info.



Vorm bepalen

Zie ook pagina "ontwerp en techniek"  voor meer info.

De vorm van de boog, en niet de houtsoort, is bepalend voor de prestaties. Echter niet elke boog is met elke houtsoort te maken.

Om de vorm van deze boog te bepalen stellen we eerst een doel aan de te bouwen boog, bijvoorbeeld:

  Ontwerpeis   Oplossing
1 Het bouwmateriaal is essen. => Essen is een middelmatig sterke houtsoort, maar wel erg taai.
2 Lengte iets korter dan de schutter, handig in gebruik. => Een relatief korte boog moet relatief ver buigen. Essen dan voldoende breed maken en nauwkeurig tilleren.
3 Het trekgewicht moet ca. 40 pond bij 28 inch treklengte worden. => In combinatie met de gewenste lengte vereist dit voor essen werparmen van ca 4,5 a 5 cm breed.
4 Geen grote blijvende doorbuiging, zodat snelheid op termijn behouden blijft. => Hout goed drogen, voldoende breedte in de werparmen (zie 3) en zorgvuldig tilleren.
5 Niet te kritisch bij het tilleren. => Een lang deel van de werparm breed laten. Is iets minder snel maar wel bedrijfszeker.
6 Duurzaam, geschikt voor "ruig" gebruik. => In brede werparmen doen veel vezels het zware werk, een beschadiging of kras kan relatief minder kwaad

 

De keuze

De keuze is gevallen op iets minder snelheid ten gunste van bedrijfszekerheid. Heb je dat eenmaal onder de knie, dan kun je op zoek gaan naar snelheid en de limieten van je kunnen en je materiaal.

Bij een dergelijke keuze past een vorm waarvan de werparmen voor een groot deel breed en plat blijven. De uiteinden zijn ook vrij breed, zodat ze tegen een stootje kunnen. Kortom een boog om lekker mee door het veld te banjeren. Hieronder een tekening van het zaagmodel, welke uiteindelijk een boog van rond de 40 pond opleverde.

Het betreft een zaagmodel voor een volwassen persoon van ca 1.90 mtr en een treklengte van ca 29 inch.

 

 

 

 

 

 

 

Ben je zeker van je zaak of heb je meer ervaring, dan kan het rechte stuk van de werparmen korter worden. Hieronder een voorbeeld. Zoals je ziet wordt de boog slanker en dus waarschijnlijk sneller. Maar er is iets meer risico bij het tilleren.

Wil je nog slanker en sneller? maak het rechte stuk van de werparm nog korter en de nokken slechts 10 a 12 mm breed.



Zaagvorm uit stam of balk halen

Zie ook pagina "ontwerp en techniek"  voor meer info.

 

Rug van de boog

Bepaal wat de rug van de boog gaat worden (dat deel dat bij het schieten naar het doel wijst). Bij een essen stam kan dit eenvoudigweg de buitenste groeiring zijn (niet te verwarren met het binnenste deel van de bast). Laat hem goed intact!

 

In een rechthoekige balk moet je de draad opzoeken. Die zie je in de zijkant van de balk. Deze moet je over de volle lengte van de boog kunnen volgen en moet er nergens uitlopen. ZEKER NIET IN DE ZIJKANT VAN DE BOOG. Hoe de groeiringen in de dwarsdoorsnede staan is minder belangrijk. Vaak wordt er voor gekozen om ze van zijkant naar zijkant te laten lopen, maar van rug naar buik kan ook.

 

Laat de rug EXACT de draad volgen en zorg dat de buik elke hobbel en bobbel van de rug volgt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Hartlijn

Op de rug teken je het vooraanzicht van de boog, te beginnen met de hartlijn. Belangrijk is dat eventueel zichtbare nerven in de rug zoveel mogelijk parallel lopen aan de hartlijn.

De lijn kun je bepalen met een strak gespannen touwtje. Zitten er veel bobbels in het hout dan kun je de schaduwlijn van een lang recht voorwerp volgen. Een rechte lat kan dienst doen als lineaal. De passer helpt om aan beide zijden goed symmetrisch te werken.

Heb je dit eenmaal gedaan en staat het vooraanzicht er op, met duidelijke potloodstrepen, dan kun je dit uitzagen. Of, als je geen lintzaag hebt: nu is het tijd om eens lekker te zweten. Let erop dat je niet door de potloodlijnen heenschiet en werk de zijkanten mooi haaks af.

 

Zijprofiel

Nu kunnen we het zijprofiel op de zijkanten tekenen. Hierbij komt de schuifmaat goed van pas. Waarna dit ook uitgezaagd kan worden. Voor degenen zonder lintzaag: er weer lekker tegenaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In dit deel komt een zware lintzaag goed van pas en iemand die hem vakkundig weet te hanteren ook. Anders de mouwen omhoog en er tegenaan met bijl, zaag, trekmes, beitel enz.

 

 


Correcties

Als het hout kronkelt of tordeert hoeft dit niet van invloed te zijn op de prestaties van je boog. Maar staan ze je niet aan, of wil je bijvoorbeeld een handvat uitlijnen? Dan is dit het moment om ze te corrigeren.

Hout kun je blijvend vervormen onder invloed van hitte. Dit kan door stomen, of door een vlam. Houd in de gaten dat BUIGENDE delen weer deels hun oorspronkeleijke vorm aannemen.



Nu heb je een grove boog en is het tijd deze op de juiste manier te laten buigen, zonder dat je hem verzwakt: Het zogenaamde "tilleren". ( zie ook het hoofdstuk "tilleren")

Dat gaat in twee fasen:

  1. eerst het hout leren mooi te buigen bij geringe buiging
  2. dan op trekgewicht en treklengte brengen

 

"Floortilleren"

In dit stadium moeten we de werparmen beginnen te buigen. Eerste doel is om dit niet ver, maar GELIJKMATIG te doen.

Probeer de boog nooit zomaar op te spannen en uit te trekken! Zwakke plekken vervormen dan onherstelbaar.

 

Begin met "floortilleren", zet het zaagmodel met 1 punt op de grond. Laat hem buigen door tegen het middenstuk te drukken. Waarschijnlijk gaat het nu nog erg zwaar, dat is goed. Doordat je langs de werparm kijkt zie je mooi de stijve en slappe secties. Markeer de stijve secties met potlood. Haal met een rasp materiaal van de BUIK van de stijve secties totdat er een egale ronding ontstaat bij LICHTE BUIGING. Wissel regelmatig onder en boven om te vergelijken. Laat het gerust zwaar zijn, het trekgewicht bepalen we later.

 

 

 

 

 

 

 

Haal HEEL rustig materiaal weg, want de sterkte neemt razendsnel af bij vermindering van de dikte (Maak je het profiel twee keer zo smal dan wordt het 2 keer zo slap. Maar, maak je het twee keer zo dun, dan wordt het 8 keer zo zwak). Een veel voorkomende fout is dat de boog snel te licht wordt omdat men er eens lekker tegenaan gaat.

Controleer goed of alle secties ook ten opzichte van elkaar werken. Laat je niet in de luren leggen door reeds aanwezige krommingen, die wel mooi rond lijken maar niet buigen; de dode plekken. De naastgelegen delen moeten dan te veel doen en gaan bezwijken.

 

De Bogen-Pijnbank

 

 

 

 

 

 

 

Heb je aan twee zijden een egale buiging, dan kan de boog voor het eerst op de pijnbank, oftewel tillerbord. Met een SLAP hangende pees om de einden, buig je hem NIET VERDER dan bij het floortilleren, dus misschien maar een paar centimeter. Door afstand te nemen kun je ook zien of ze GELIJK buigen. Op een pijnbank met katrollen kun je de werparmen op afstand laten bewegen en zien of ze ook gelijk WERKEN. (Je kunt ook iemand vragen de boog steeds even uit te trekken...zakgeldverhoging? ontbijt op bed?). Draai de boog ook regelmatig om, zodat wisselend beide zijden van de werparmen in beeld komen.

Nog steeds niet verder trekken dan in het begin. Breng de beide werparmen in balans, zodat ze evenveel buigen en werken. Zijn ze eenmaal in balans, laat hem dan 10 minuten onder spanning staan. Het hout zal zich zetten en eventuele stijve plekken komen tevoorschijn. Deze wederom bijwerken, onder spanning laten wennen en controleren.

Met behulp van de schuifmaat kun je controleren of je beide werparmen gelijk afwerkt. Ook kun je het taps toelopen van de werparmen controleren.

 

 

Trekgewicht

Alles in balans en goed van vorm? Dan kunnen we eens naar het trekgewicht kijken. Bij een streefgewicht van 40 pond gaan we uit van een werkgewicht van 45 pond, ca. 20 kilo.

Breng een trek-balans tussen de pees en de katrollen. Je kunt het ook op je gevoel doen. Trek nu tot aan de eerder bereikte buiging of een heel klein stukje verder.

  1. Het gewicht is te hoog. Yes! Als je rustig blijft, kan het niet mis. NU GAAN WE DE BOOG OP 45 POND BRENGEN zonder verder te buigen. Ga onderstaande procedure stap voor stap volgen.
  2. Het gewicht is te laag. Geen paniek, we zijn nog lang niet aan de treklengte. Óf maak een lichtere boog, óf volg onderstaande procedure zonder over de volle lengte materiaal weg te halen. (Houd je hoofd regelmatig onder de koude kraan.)

 

Procedure

Zijn vorm en balans goed? Ben je boven werkgewicht? Dan over de volle lengte wat materiaal weghalen en een stukje verder trekken; vorm, werking en gewicht controleren; stijve en dode plekken weghalen; hout onder spanning laten wennen; controleren.

Mooie buiging? Ja? Over volle lentgte materiaal weghalen; stukje verder trekken; vorm, werking en gewicht controleren, stijve en dode plekken weghalen; hout onder spanning laten wennen; controleren.

Mooie buiging? Ja? Over volle lengte beetje materiaal weghalen stukje verder trekken; vorm, werking en gewicht controleren, stijve en dode plekken weghalen; hout onder spanning laten wennen; controleren.

Mooie buiging? Ja? Over volle lengte beetje materiaal weghalen; stukje verder.........enz enz enz.

GEEN MOOIE BUIGING? DAN NIET VERDER TREKKEN, MAAR EERST PROBLEEM VERHELPEN OP DIE TREKLENGTE.

HOUD DE BOOG STEEDS OP 45 POND, Blijf de procedure stap voor stap volgen en de vorm controleren.

WAS JE TREKGEWICHT EERDER TE LAAG, dan moet het nu zijn toegenomen. Anders heb je te veel materiaal weggehaald.

 

 

Normale peeshoogte

Ga door met de procedure, tot je de normale peeshoogte hebt gehaald, circa 5 a 7 inch, oftewel 12,5 a 17,5 cm.

Als de balans en buiging goed zijn, zonder verdachte knikken kun je de boog nu een nacht op spanning laten staan. Op ca 5 inch treklengte. Zo went het hout uitgebreid aan de spanning . In dit stadium moet je boog dit kunnen, zonder noemenswaardige blijvende vervorming aan te nemen.

 

Treklengte en trekgewicht afstemmen

Lekker geslapen? Span de boog af en laat hem even bijkomen. Na het douchen en ontbijt kun je verder met de procedure, tot je bent aangekomen bij een treklengte van ca. 20 inch, oftewel 50 centimeter. GA LANGZAAM. Laat het hout steeds wennen aan de nieuwe spanning.

Vanaf nu alleen nog met fijn gereedschap, zoals vijlen, schrapers en schuurpapier werken. Een scherp zakmes leent zich hier prima voor. Houdt het mes niet loodrecht op de trekrichting om opstropen van het hout te voorkomen.

Ga nu zeer geconcentreerd door naar de 28 inch, 71 cm. Je kunt ook doorgaan naar de 29 inch, 73,5 cm, zodat je later niet bang hoeft te zijn je boog te overtrekken. Houd dan een paar pond meer aan.

Houd de boog op Werkgewicht of laat hem er steeds dichter bijkomen.

Draai hem regelmatig om, en laat hem steeds kort wennen aan correcties, en de nieuwe spanning.

BLIJF LANGZAAM GAAN.

TREK DE BOOG NOOIT OVER WERKGEWICHT . (Vanwege het risico dat een ander dat wel doet, lenen bogenmakers hun "selfbows" niet graag uit.)

 

 

opmeting na tilleren, inschieten en correcties

 

half bovenaanzicht

 

 

zijaanzicht

 

 

 

 

 


SAMENVATTING TILLEREN

  1. Floortilleren tot de armen egaal buigen, met voldoende weerstand
  2. Op de pijnbank de tiller bij geringe buiging in balans brengen en vorm bepalen met minmale ingrepen
  3. Volgens procedure werkgewicht bewerkstelligen bij geringe buiging
  4. Vanaf nu nooit over werkgewicht heentrekken
  5. Procedure volgen tot treklengte bereikt is bij gewenste trekkracht
  6. Tijdens procedure, bij bereiken normale bespanningshoogte, boog minimaal nacht onder spanning laten staan

 


 

Inschieten

Ben je op de 28 inch en staat alles er mooi bij? Trekgewicht 45 pond? Gefeliciteerd!

Schieten maar. Om te beginnen een 20 tal pijlen op halve kracht. Ontspannen en een tijdje laten bekomen. Dan nog eens op de pijnbank, om eventueel opgetreden vervormingen te corrigeren. Nu komen die extra 5 pond, en het bijbehorende hout, goed van pas. Ga door met inschieten en controleren, waarbij je de treklengte rustig opbouwt, tot je op volle kracht schiet.

 

 

 

 

 

 

boog met extreem lange stijve einden.

 

Trimmen

Tot nu is de boog symmetrisch.

Echter, bij het schieten rust je hand niet in het midden. De pees wordt ook niet in het midden aangegrepen. Daarom is het beter dat de onderste werparm iets korter en iets stijver is.

Kies nu een onderkant en kort deze circa een halve inch of een dikke cm in en maak de definitieve inkepingen voor de pees.


Houd de boog de eerste 1000 schoten in de gaten, om te zien of de balans of de buiging gaat afwijken. Indien nodig corrigeren.


Afwerken

 

Handvat

Vorm het handvat naar je wensen. Let er op dat je het niet verzwakt en daarmee het tillerprofiel en het trekgewicht verandert.

 

Afronden

Van de werparmen in ieder geval de hoeken afronden, zodat beschadigingen op de tere randen worden voorkomen. Ook kun je de gehele boog flink afronden voor een eleganter aanzien. Dit brengt een lichte verandering van de eigenschappen met zich mee. Controleer het tillerprofiel ondertussen.

 

Schuren

Schuur de boog zo glad als je hem wilt. Bij normaal schuren en niet te diepe gereedschapskrassen is dit nauwelijks van invloed op de prestaties.


 

(home)