DE
AVONDPROFEET
| Voorpagina | Archief | Aanmelden | Vragen | Extra | Laatste |
Dossier: boek vijf
INTERVIEW MET J.K. ROWLING
In een interview van een half uur vertelde Harry Potter-schrijfster J.K. Rowling over het vijfde Harry Pottter-boek, de tijd tussen het vierde en vijfde boek, de merchandising en plastic Potter-poppetjes, de komende boeken, en het eind van Harry Potter. Het interview, met Jeremy Paxman van het hoogstaande actualiteitenprogramma Newsnight, werd op 19 juni 2003 op BBC2 uitgezonden.
(Jeremy en Jo zitten aan een tafel in de
werkkamer van Rowling, en kijken naar het vijfde Harry
Potter-boek)
Jeremy: Dus dit
is het?
Jo: Dit is hem.
Jeremy: En mogen we hem ook even vanbinnen zien?
Jo: Hmmm, ja, jullie mogen iets zien. Hierzo, dit stukje (laat
het titelblad, waar alleen de titel op staat, zien).
Jeremy: Hoeveel pagina's?
Jo: 766 pagina's, en dat met al die writer's block, he! Je bent
het vast met me eens dat dat een hele prestatie is.
Jeremy: Maar vind je die hele geheimhoudings-toestanden rond het
boek nou niet een beetje belachelijk?
Jo: Nee, helemaal niet. Een heleboel ervan heb je ook aan mij te
danken. Ja, absoluut. Tenminste, je kan cynisch zijn - en dat
verwacht ik wel een beetje van jou - en zeggen dat het allemaal
deel uitmaakt van het marketingplan. Maar ik wil gewoon dat de
kinderen niet weten wat er gaat gebeuren in het boek. Want dat is
nou juist een deel van de spanning van het verhaal. En ik heb
haast bloed gezweet om al mijn kleine toespelingen en hints in de
boeken te verstoppen, dit is mijn - nee, ik wilde zeggen 'dit is
mijn leven', maar dat is het niet - maar het is wel een heel
groot deel van mijn leven.
LEVEN IS
VERANDERD
Jeremy: Heb je een prijs moeten betalen voor de faam en het
succes?
Jo: Het deel van de vraag over de faam is interessant, want ik
wilde nooit beroemd zijn, en ik heb er ook nooit van gedroomd.
Mijn voorstelling van een beroemde schrijver was heel anders, en
daar ging ik weer eens de mist in met de realiteit. Ik dacht dat
je als beroemde schrijver een leventje zoals Jane Austen zou
kunnen leiden. Je zou wonen in een plattelandshuisje, en de
boeken zijn dan heel bekend, en je correspondeert af en toe met
de secretaresse van de kroonprins. Ik had niet gedacht dat ze
mijn afval zouden gaan uitpluizen, of foto's van mij zouden nemen
door telelenzen als ik op het strand lag. Ik dacht niet dat het
problemen zou geven met het leven van mijn dochter, maar er zijn
momenten geweest waarop dat wel is gebeurd.
Het zou lomp zijn om te zeggen dat er geen voordelen aan
beroemdheid zitten. Het is leuk als er een volslagen vreemdeling
naar je toe loopt in de supermarkt en allemaal leuke dingen over
je boeken zegt. Daarna loop je toch verder met een goed gevoel.
Zoiets is heel, heel leuk. Ik wou alleen dat ze me niet zouden
aanspreken als je net
Jeremy: Wc-rollen aan het kopen bent?
Jo: Ja, inderdaad, artikelen met een bedenkelijke achtergrond. En
het gebeurt altijd op die momenten, altijd. Nooit als je bij de
groente-en-fruit-afdeling staat.
Jeremy: Denk je dat je veranderd bent door het succes?
Jo: Ja.
Jeremy: Op welke manier?
Jo: Ik heb niet meer het gevoel alsof de ruimte die ik inneem
beter ergens anders voor had kunnen worden gebruikt.
Jeremy: Had je dat gevoel eerst wel dan?
Jo: Ja, zeker. Ik voelde me helemaal nutteloos. Ik was lui, dus
ja, heel erg. Maar nu is het gebleken dat er één ding is waar
ik goed in ben. Ik dacht altijd wel dat ik een verhaal kon
vertellen, maar ik denk dat het een beetje zielig is dat ik als
bewijs daarvan uitgegeven moest worden, voor ik het geloofde.
Jeremy: Je hoort ook van veel mensen die rijk geworden zijn dat
ze zich daar schuldig over voelen. Voel jij je ook schuldig?
Jo: Ja, ik voel me schuldig.
Jeremy: Waarom?
Jo: Nou, ik werd niet meteen rijk toen het eerste boek was
uitgegeven. En de grootste sprong voor mij was het voorschot dat
ik van de Amerikaanse uitgever kreeg. Dat was bijna genoeg om een
huis van te kopen, en daarvoor had ik altijd in huurhuizen
gewoond. Op dat punt voelde ik me niet schuldig, maar vooral
bang. Omdat ik dacht: ik heb nu geld, en dat moet ik niet
verkwisten. En daarna, ja, toen begon ik me schuldig te voelen.
Ik kon de oorzaak en het gevolg zien. Ik wist dat ik een flinke
tijd erg hard gewerkt had. Natuurlijk stond de beloning niet in
proportie tot de hoeveelheid werk, maar doordat ik kan zien hoe
het allemaal gebeurd is, kan ik het makkelijker bevatten.
HET NIEUWE BOEK
Jeremy: Laten we eens wat over het nieuwe boek praten. Harry en
Ron en Hermelien worden allemaal een jaar ouder. Hoe gaan ze
veranderen?
Jo: Ze veranderen behoorlijk veel. Ik vind het altijd een beetje
sinister hoe ze personages in de boeken van 'De Vijf' helemaal
niet veranderen. Ik denk dat ze zo'n twintig avonturen hebben
beleefd, en nooit speelden de hormonen op - behalve dan dat ze
soms tegen Anne zeiden dat ze later een goede huisvrouw zou
worden, als ze de picknickmand uitpakte.
Jeremy: Maar dat is het gebruikelijke patroon voor kinderboeken,
toch? De kinderen worden nooit ouder, maar jij
Jo: In de apotheose van Peter Pan wordt dat ook heel sinister. Ik
kreeg ooit een brief van een vrouw die me had horen zeggen dat
Harry zijn eerste afspraakje ging hebben, en ze zei heel
rechtdoorzee: 'Doe dat alstublieft niet, dat zou verschrikkelijk
zijn. Ik wil dat de wereld in de boeken een wereld is waarnaar ze
kunnen ontsnappen.' Ze zei letterlijk 'vrij van zorgen en angst'.
En ik dacht, 'heeft u de eerdere boeken wel gelezen?' Voor Harry
is de tijd op Zweinstein ook niet altijd even prettig. Ik denk
dat een beetje zoenen de zinnen wel kan verzetten.
Jeremy: Dus er komen paartjes in het boek?
Jo: Over het hele verhaal gezien wel.
Jeremy: Onverwachte setjes, zoals Hermelien en Draco Malfidus,
bijvoorbeeld?
Jo: Dat wil ik eigenlijk niet zeggen, omdat alle fansites dan
teleurgesteld zijn. Zij hebben zo veel plezier met hun
theorieën, en dat vind ik ook leuk. En sommigen hebben toch wel
heel verstandige theorieën. Ik heb naar een aantal dingen
gekeken, maar niemand
Er is één ding waarover ik heel erg gefrustreerd zou zijn als
iemand het raadt, omdat dat ongeveer het hart van het verhaal is
- dat is de verklaring voor alles. Niemand heeft dat nog geraden,
maar sommigen kwamen er wel eventjes in de buurt. Je begrijpt
vast dat ik een beetje geïrriteerd zou zijn als ik er dertien
jaar mee bezig ben geweest, en er iemand langskwam die me ging
uitleggen hoe de vork in de steel stak. Het zou nu te laat zijn,
er is geen weg meer terug, ik kan het niet meer veranderen, alles
bouwt al op naar het einde, ik heb allemaal hints verstopt die
naar dat einde toewerken.
Jeremy: Wordt Harry een koppige puber?
Jo: Hij is veel, veel bozer in dit boek. Hij is de hele tijd
behoorlijk boos, en ik denk dat dat terecht is. Kijk naar wat hij
allemaal heeft moeten doorstaan. Hij raakt langzamerhand
geïrriteerd dat het leven hem altijd zo moet hebben.
HET
FENOMEEN, DE HYPE
Jeremy: Als je nu eens kijkt naar de merchandising, wat zeg je
daarvan? Ik noem bijvoorbeeld de 'Harry Potter IJspompoen Slushie
Maker' en dat soort troep.
Jo: Bestaat dat echt of heb je het verzonnen?
Jeremy: Ik meen het. Er is een lijst met een stuk of vijftig van
die artikelen. T-shirts met Harry Potter erop, Het Nachtelijke
Ritje Badhanddoek, de Harry Potter en Ron Wemel-wekker. Het gaat
maar door.
Jo: Ik wist het van de wekker. Wat ik ervan vind? Ik denk dat ik
dat al vaker heb gezegd. Als ik alles had kunnen tegenhouden, had
ik het gedaan. Twee keer per jaar zit ik met Warner Bros. om de
tafel en we hebben gesprekken over de merchandising, en ik kan
alleen maar zeggen dat je eens had moeten zien wat ik allemaal
wel heb tegengehouden. Een Jammerende-Jenny-toiletbril, die
jammert als je erop gaat zitten, bijvoorbeeld.
Jeremy: (grijnzend) Toch klinkt dat wel grappig.
Jo: Ik wist dat je dat ging zeggen. Maar ik vind het niet
grappig. Het was afschuwelijk, het was een afschuwelijk ding.
Jeremy: Maar je had ook alle merchandising kunnen weigeren.
Jo: Ik denk niet dat ik daar toentertijd in staat toe was. Het
moet rond 1998-99 zijn geweest, ik ben slecht in data, maar toen
begon ik met de gesprekken met Warner. Op dat moment had ik de
macht gewoon niet om ze tegen te houden. Dat is een beetje het
gebruik in de filmwereld. En het zijn heel dure films. En als ze
films blijven maken - waar we natuurlijk geen garantie voor
hebben - maar als, worden ze steeds duurder. Ik krijg al
rillingen als ik hun reactie op boek vijf moet aanhoren. Ik denk
dat ze me ervan verdenken dat ik de dingen alleen maar opschrijf
om te kijken of ze het kunnen maken in de film, maar dat doe ik
natuurlijk niet. Maar ik weet wel dat ze hun hoofd breken over de
schaal van de dingen in de magische wereld.
Jeremy: Maar maak je je nooit zorgen dat de herinnering aan de
plastic poppetjes misschien voor sommige mensen wel het enige is
wat je nalaat?
Jo: Maak ik me daar echt zorgen om? Nee, en dat is helemaal
eerlijk. Ik denk altijd dat de boeken veel belangrijker blijven
dan de plastic prullen. Dat klinkt misschien arrogant, maar dat
is wel hoe ik het voel.
Jeremy: Weet je eigenlijk hoe groot je vermogen is?
Jo: Nee
Jeremy: Tientallen miljoenen, gok ik.
Jo: Ik heb onlangs nog met mijn accountant gesproken, want ik had
in de Rich List gelezen dat ik rijker was dan de
koningin, en dat betekende dat hij heel wat geld verdoezeld zou
hebben. Kijk, ik heb natuurlijk wel een idee, maar het is lang
geen £280 miljoen.
Jeremy: Wat is het ruwweg?
Jo: Denk je dat ik dat vertel?
Jeremy: Ik weet het niet. Maar je moet me vergeven dat ik het je
vraag.
Jo: Nee, ik vind het niet erg.
ZE SCHRIJFT MAAR DOOR
Jeremy: Je hebt wel eens gezegd dat je nadat je een boek af had,
meteen weer verder bent gegaan met het volgende boek. Ben je nu
al bezig met boek zes?
Jo: Ja.
Jeremy: Hoe ver ben je?
Jo: Ik ben nog niet ver, omdat ik net een baby heb gekregen.
Maar, ja, ik begon al te schrijven toen ik zwanger was van David.
En ik heb sinds zijn geboorte ook al weer wat geschreven, en dat
is wel bijzonder, want hij is nog maar tien weken oud. Dus naar
hem gaat mijn aandacht momenteel uit. Maar ik schrijf zo nu en
dan weer wat.
Jeremy: Komen we in het vijfde boek te weten waarom Voldemort
zo'n hekel had aan Harry's ouders?
Jo: Ehm... ja.
Jeremy: Kun je ons een hint geven?
Jo: Nee. Het duurt nu niet lang meer, kom, zeg. Ja, je komt dat
te weten in boek vijf.
Jeremy: En wat wil je ons nog meer vertellen over boek vijf?
Jo: Er is natuurlijk een nieuwe leraar Verweer Tegen de Zwarte
Kunsten.
Jeremy: En dat is een vrouw dit keer?
Jo: Ja, inderdaad. En het wordt niet Fleur, zoals iedereen op
internet speculeert. En het is niet - wie was nou die ander waar
ze het de hele tijd over hadden? - oh ja, mevrouw Vaals. Het is
ook niet mevrouw Vaals. Van die twee las ik het op internet.
Jeremy: En komen we meer te weten over Sneep?
Jo: Ja.
Jeremy: En over Harry's moeder? Was hij verliefd op Harry's
moeder of was er een verborgen liefde, of zoiets?
Jo: En daarom doet hij altijd zo aardig tegen Harry? Je bent ook
maar wat aan het speculeren.
Jeremy: Ja, ik speculeer, maar ik tast gewoon af wat je ons er
over wilt vertellen.
Jo: Nee, ik ga het niet vertellen. Maar je komt inderdaad meer te
weten over Sneep.
Jeremy: En er zit een dood in het boek?
Jo: Ja, een vreselijke, vreselijke, vreselijke dood.
Jeremy: Een vreselijke dood van een sleutelfiguur?
Jo: Ja. Ik kwam de keuken binnen, nadat ik de persoon had
vermoord. Ik had het herschreven en herschreven en toen was het
definitief. De persoon was definitief dood. Ik liep huilend de
keuken binnen, en Neil zei: 'Wat is er met je aan de hand?' en
Neil weet niet wie de persoon is. Ik zei: 'Ik heb net de persoon
vermoord.' En hij zei: 'Doe het dan niet, als je er zo verdrietig
om wordt.' Daar kwam de dokter in hem naar boven, en ik zei:
'Nee, zo werkt het niet. Je schrijft kinderboeken, dus moet je
een meedogenloze moordenaar kunnen zijn.'
Jeremy: Zullen er mensen boos door worden?
Jo: Ja, ik was erdoor in ieder geval helemaal van de kaart. Ik
wist de hele tijd dat het eraan zat te komen, maar ik leefde
tijdens het schrijven in ontkenning en ik ging gewoon door met
het personage zonder eraan te denken. Tot het kwam.
Jeremy: Dus je weet wat er met alle personages gaat gebeuren?
Jo: Ja
ja.
Jeremy: Waarom stop je als ze allemaal volwassen zijn geworden.
Het kan best interessant zijn om over een volwassen Harry Potter
te lezen.
Jo: Hoe weet je dat hij dan nog leeft?
Jeremy: O. Aan het eind van boek zeven?
Jo: Zo ben je wel meteen van alle merchandising af.
Jeremy: Maar dan is Harry Potter wel helemaal dood.
Jo: Ja, maar wat kan het mij schelen. Ik ben toch rijker dan de
koningin! (lacht)
DE
LAATSTE JAREN
Jo: Ik ben nu gelukkiger dan welk ander moment in mijn leven.
Jeremy: Maar dat zit 'm niet alleen in het schrijven, toch?
Jo: Nee, niet helemaal, maar daar heeft het toch wel heel veel
mee te maken. Ik moest even pauze nemen na het vierde boek, en ik
heb het gevoel dat dat me goed gedaan heeft. Ik stak mijn hoofd
omhoog, en vulde mijn longen met verse lucht. Ik keek om me heen,
en ik zag wat er gebeurd was. Ik gaf mezelf de kans om het
allemaal een beetje te bevatten. Als je me vier jaar geleden had
geïnterviewd, was ik lang niet zo ontspannen geweest.
Jeremy: Je bent wel uitgegroeid tot het bezit van de mensen. Dat
de mensen het gevoel hebben, door wat je gemaakt hebt, dat je bij
ze hoort.
Jo: Ja, dat is absoluut waar. Ik denk dat we in mijn kantoor elke
week duizend brieven krijgen - wilt u onze nieuwe winkel openen,
of ze schrijven persoonlijke brieven aan mijn dochter, ze komen
naar de verjaardag van mijn zoon. In sommige opzichten is dat
heel ontroerend, en ze denken, echt, dat ik daar allemaal maar
tijd voor heb.
Jeremy: Ja, maar als je er niet om vraagt krijg je het ook niet.
Jo: Ik neem het ze ook niet kwalijk dat ze het proberen, absoluut
niet. Behalve dan een vrouw die me schreef of ik haar jaarlijks
een aardig geldbedrag kon geven, want zij en haar echtgenoot
waren al drie jaar niet meer naar het theater geweest. En zoals
dat gaat met bedelbrieven, was ik daar niet zo blij mee.
Jeremy: Je moet er veel krijgen. Geef je veel geld weg?
Jo: Mmmmm
Ik geef geld weg, en dat is alles wat ik erover
zeg.
ORDE VAN
DE FENIKS
Jo: Hier mag je niet zo dicht bij komen met de camera. Dit is het
plan voor 'Order of the Phoenix'. Ik maak voor elk boek een soort
schema - eigenlijk heb ik er voor elk boek wel een stuk of
twaalf. Zo kan ik me gemakkelijker herinneren wat er in welk
hoofdstuk gebeurt, zodat ik het plot goed volg. En dan heb je nog
alle sub-plots. Het is een manier om alles overzichtelijk te
houden.
Jeremy: En deze papiertjes die je zo elegant in een koffer
bewaart, zijn dat ideeën voor de verhaallijnen
?
Jo: Sommige aantekeningen zijn helemaal nergens voor nodig, maar
ik bewaar ze omdat ik ze niet weg kan gooien. In sommige
schriftjes staan achtergrondverhalen - zoals deze, hierin staat
de geschiedenis van de Dooddoeners. Ik weet niet of ik dat
eigenlijk wel nodig heb, maar misschien komt er een moment. Hier
staat ook nog een eerdere naam - de Strijders van Walpurgis, zo
heetten ze eerst. Ik heb het waarschijnlijk niet nodig, maar ik
vind het leuk om te weten. Ik houd ervan om dat soort dingen
allemaal voor mezelf te houden.
Jeremy: Hoe werk je het liefst? Er zijn mensen die koste wat het
kost zeshonderd of duizend woorden per dag willen schrijven. Werk
jij op die manier, of anders?
Jo: Nee, dat is net alsof je een hek aan het schilderen bent. Dan
neem je je ook voor om tot een bepaald punt te gaan.
Jeremy: Zo doen schrijvers van naam het.
Jo: Zo doe jij het dus
[Paxman schrijft zelf ook
boeken, red.]
Jeremy: Nee, ik zei 'schrijvers van naam'. Somerset Maugham
schreef elke dag exact zeshonderd woorden, en als hij die gehad
had, stopte hij midden in een zin.
Jo: Nee, dat zou ik niet kunnen.
Jeremy: Hoe doe jij het dan wel? Je gaat zitten en schrijft tot
het niet meer lukt?
Jo: Ja, min of meer. Soms kun je een dag heel hard werken, maar
geen woord hebben geschreven, dan ben je alleen maar aan het
reviseren geweest. Soms gaat het snel.
Jeremy: We weten dat je het eind hebt geschreven.
Jo: Ik heb het laatste hoofdstuk van boek zeven geschreven.
Jeremy: Dus je weet waar je naartoe gaat. Maar weet je ook hoe je
daar komt?
Jo: Ja. Ik laat nog wel wat ruimte open voor als ik aan het
schrijven ben. Anders wordt het wel heel erg een invuloefening,
verbind de puntjes, nietwaar? Zo goed uitgewerkt is het nog niet.
Maar de verhaallijn is ruwweg bekend. Ik denk dat het een
verontrustend idee was als ik nu voor boek zes ging zitten met
geen flauw idee hoe ik verder moest gaan. Het is een ingewikkeld
verhaal, dus ik moet weten wat ik doe.
Jeremy: Wens je wel eens dat je er nooit aan begonnen was?
Jo: Ja, maar niet om de voor de hand liggende redenen. Ik heb
zwarte momenten gehad waarop ik dacht: 'Waar doe ik dit allemaal
voor?' Maar dat komt weinig voor, heel weinig.
Jeremy: Waarom heb je dat gevoel soms?
Jo: Ik heb het de laatste tijd niet meer gehad, het was vooral
toen ik boek vier aan het schrijven was. En het rare was dat de
pers schreef dat ik writer's block had toen ik 'Feniks' schreef.
Jeremy: Maar dat is de nieuwe.
Jo: Ja, die komt eraan. En er werd gespeculeerd dat ik de druk
niet aankon. Ze schreven letterlijk dat ik op de opeenvolgende
dagen óf te veel druk ondervond van het schrijven, óf dat ik te
blij was omdat ik net getrouwd was. Het kon niet allebei, en
daardoor schreef ik niet. Maar, ik zal je zeggen, ik heb nooit
problemen gehad met het schrijven van 'Orde van de Feniks'. Het
was een heel handelbaar boek om te schrijven, en heel leuk om te
schrijven.
Toen ik 'De Geheime Kamer' schreef, toen had ik writer's block.
Kortstondig, denk ik. Het was geen ernstig geval, het heeft maar
vijf weken geduurd. En wat is nou vijf weken? Aan het eind van
'De Vuurbeker' was ik ongelukkig, en er was een moment waarop ik
fantaseerde dat ik een arm zou breken, zodat ik dan niet door zou
kunnen schrijven. Dat meen ik echt. Het was nog net niet dat ik
echt manieren overwoog om mijn arm te breken. Ik zou dan aan mijn
uitgevers kunnen vertellen dat ik er fysiek niet meer toe in
staat was. Ik had namelijk toegegeven aan een compleet
onrealistische deadline. Ik haalde de deadline, maar dat was echt
omdat ik 's nachts doorwerkte. Ik was zo ongelukkig.
Jeremy: Dus je hebt niet geleden aan writer's block? Maar om
welke reden heeft het dan drie jaar geduurd voor het boek kwam?
Waarom duurde het zo lang?
Jo: Nou, dat valt best mee.
Jeremy: Pardon?
Jo: Nee, ik ben er niet zo lang mee bezig geweest. Ik was in
slechte staat toen ik het vierde boek af had, en ik voelde een
heleboel dingen botsen bij 'De Vuurbeker'. De aandacht van de
pers had een voorheen onbekende omvang aangenomen, en ik kon al
niet eens meer buitenshuis werken, en het was allemaal zo
vreselijk druk. Het was dat beroemdheids-probleem. Maar nu heb ik
dat gevoel niet meer. En dat was omdat ik een lange tijd vrij heb
genomen. Ik was nog wel aan het schrijven gedurende de drie jaar,
maar ik wilde even niet uitgegeven worden. Dat was het grote
verschil. Toen ik 'De Vuurbeker' af had, en er waren twee
uitgevers die het destijds al aangekocht hadden, belde ik ze
allebei op, en vertelde ik dat ik mijn voorschot terug wilde
betalen. Je kon over de telefoon haast horen dat ze een
hartverzakking kregen, en ze vroegen me waarom ik dat wilde. Ik
zei dat dat was omdat ik het jaar daarop geen boek wilde
uitbrengen. Ik wilde dit boek in een rustiger tempo schrijven, en
ik wil wat vrije tijd hebben. Toen ik 'De Steen der Wijzen' af
had, begon ik de dag daarna met 'De Geheime Kamer'. De week nadat
ik 'De Geheime Kamer' af had, begon ik met 'Gevangene van
Azkaban'. En ik had 'De Gevangene van Azkaban' nog niet af of ik
was al weer bezig met 'De Vuurbeker', dat overlapte zelfs. Dus ik
had helemaal geen pauze. En ik wist dat ik het niet zou kunnen -
er zou een kortsluiting optreden in mijn hersenen als ik dat weer
ging proberen. Dus ze zeiden: 'Wat dacht je ervan dat we je nog
steeds uitgeven, maar dat we geen deadline meer stellen.' Dat
lijkt me een goed idee, en zo hebben we het gedaan. Dus voor eens
en altijd: er was geen deadline, en ik heb dus ook geen deadline
overschreden.
Jeremy: En je hebt geen writer's block gehad?
Jo: Nee, ik heb alleen maar een kwart miljoen woorden
geproduceerd! Dat lijkt me niet gemakkelijk met writer's block.
Jeremy: Weet je dat dat langer is dan het Nieuwe Testament?
Jo: Oh, God, stop. Hou op met al die feitjes die ik nog niet
wist. Is het echt waar?
Jeremy: Het scheelt ongeveer 70.000 woorden, ja.
Jo: Ik weet zeker dat fundamentalistische christenen daar ook een
reden in vinden om me nog meer te haten. "Ze denkt dat ze
nog breedsprakiger kan zijn dan God."
DE TIJD NA HARRY
Jeremy: Boek vijf - dat ding met de grootte van een baksteen dat
je daar in je hand hebt - was toch eerst nog veel langer?
Jo: Nee hoor, het was niet veel langer. Het is ongeveer hetzelfde
gebleven. Maar oorspronkelijk dacht ik wel dat het iets korter
zou worden dan 'De Vuurbeker'. En hoe ging het spreekwoord ook al
weer - het verhaal groeit als je het vertelt? Dat gebeurde dus.
Het probleem is, ik heb nu zo veel achtergrondinformatie om te
vertellen, en dit keer is het echt belangrijk. Maar boek zes
hoeft niet zo lang te zijn. In dit boek moest ik ze heel vaak
verplaatsen. Er is een heleboel heen en weer-geschuif in dit
boek.
Jeremy: Denk je dat er een boel te vertellen is in boek zeven?
Jo: Ik hoop niet te veel. Ik mik erop dat ik alles met één
groot einde kan afsluiten. Dat was het, goedenacht.
Jeremy: Dus die wordt ook niet zo lang?
Jo: Ik denk eigenlijk dat die juist wel heel lang wordt, omdat ik
er niet mee kan stoppen. Ik blijf waarschijnlijk maar
doorschrijven. Ik start vast met een compleet nieuwe verhaallijn
in boek zeven. Het zal heel moeilijk worden om afscheid te nemen.
Ik kijk ook wel uit naar de periode na Harry in mijn leven, omdat
sommige dingen die erbij komen kijken niet altijd even leuk zijn.
Maar tegelijkertijd zie ik heel erg op tegen het einde van Harry.
Ik ben er natuurlijk wel jaren mee bezig geweest, en het was
hopelijk het meest turbulente deel van mijn leven, maar het was
wel constant even turbulent. Eens is het allemaal afgelopen en
dan val ik waarschijnlijk in een enorm gat.
Jeremy: Weet je al wat je gaat doen als je klaar bent met Potter?
Jo: Nou, in de afgelopen drie jaar heb ik ook een tijdje iets
anders geschreven. Dat was ontzettend leuk, en misschien ga ik
daar wel mee door. Wie weet.
Jeremy: Was dat een roman voor volwassenen?
Jo: Ja, het is iets heel anders. Het was heel bevrijdend om dat
te schrijven.
Jeremy: Dat moet wel heel moeilijk voor je zijn. Je neemt vast
een pseudoniem aan als je die boeken gaat publiceren?
Jo: Ja, precies. Maar ze zullen het zo merken. Ik onderschat de
onderzoekende krachten van de pers niet, maar ik weet nog niet
wat ik ga doen. Ik weet dat ik boeken blijf schrijven, maar ga ik
nog wel boeken publiceren? Ik weet het niet. Natuurlijk schrijf
je om uitgegeven te worden, omdat je schrijft om het verhaal te
delen. Maar ik denk terug aan wat er gebeurde met A.A. Milne, en
hij probeerde natuurlijk ook om romans voor volwassenen te
schrijven, maar er stond geen recensie in de krant waar Winnie
the Pooh, Teigetje en Knorretje niet in werden genoemd. En ik kan
me voorstellen dat met mij hetzelfde zou kunnen gebeuren. Maar
dat maakt niet uit. Mijn schouders zijn breed genoeg, dat kan ik
wel aan. Maar ik zou graag een rustiger leven willen hebben na de
Potter-serie, en het verstandigste is dan om niet meteen weer een
boek uit te geven.
Jeremy: Het is natuurlijk niet verkeerd om dit mee je graf in te
nemen - je hebt een hele wereld verzonnen en kinderen aan het
lezen gekregen.
Jo: Nee, het is zeker niet verkeerd. Ik ben uiteraard immens
trots op Harry, en ik zal er nooit op neerkijken, en ik beloof
dat ik er nooit mijn excuses voor zal maken. Nooit. Ik ben er
trots op en ik zal Harry tegen alles verdedigen.
Jeremy: J.K. Rowling, dank je wel.