Over 'Darwinistische weemoed' (2006):                  
"Veenbaas, van huis uit filosoof, heeft met 'Metropolis' een meeslepend stadsgedicht geschreven, dat swingt, wringt en zindert. Dit zegt de stad: 'ziedende rivieren maak ik mak als opgeschoren poedels'. Dit is een 'wiegelied voor de liefste': 'meisje m'n meisje het wiegje is leeg / het belletje rinkelt het belletje rinkelt / wie zal er nu met z'n voetjes spelen' Naar aanleiding van een foto schrijft hij: 'je dolende je holle moederogen/ je ogen rood van nood van mannennood/ het regent bloedvogels uit je ogen!' Veenbaas is een belangrijk dichter." (Piet Gerbrandy, de Volkskrant, april 2006)

 

Over 'De zon, het smalle bed, mijn lichaam' (2009): 

 

"Jabik Veenbaas' poëzie is beeldrijk zonder overdadig te zijn, fantasievol zonder op hol te slaan, lyrisch zonder uit de bocht te vliegen."      

(Willem Thies op Poëzierapport, juli 2009)    

Bestel de Nederlandstalige poëzie van Jabik Veenbaas bij Uitgeverij De Contrabas, www.uitgeverijdecontrabas.nl, bij bol.com of bij de auteur: veenbaas@planet.nl.

Bestel de Friestalige poëzie van Jabik Veenbaas bij Uitgeverij Bornmeer (tel. 0513 - 490319).                                                                                           

Jabik Veenbaas (1959, Hilaard) studeerde Engels aan de Universiteit van Amsterdam en Wijsbegeerte en Fries aan de Vrije Universiteit. Hij woont tegenwoordig met vrouw en zoon in het Noord-Hollandse plaatsje Bakkum en is werkzaam als vertaler en publicist. Hij publiceerde essays, artikelen en recensies in onder meer Filosofie Magazine, De Tweede Ronde, Trouw, De Leeuwarder Courant, Nexus, het Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte, Literatuur en Filter en poëzie in De Tweede Ronde, Het liegend konijn, De brakke hond en in de Poëziekrant. Hij recenseerde filosofisch werk voor Het Financieele Dagblad.

Veenbaas publiceerde vijf gedichtenbundels, drie verhalenbundels, een bundel essays en enkele toneelstukken in het Fries. In 1990 debuteerde hij met de verhalenbundel Tusken himel en hel (Koperative Utjowerij). Later verschenen nog de verhalenbundels De brulloft fan Valentijn (2000) en De wite ûle (2006). Eind 2001 verscheen zijn eerste gedichtenbundel Metropolis, die in september 2003 gevolgd werd door De jefte en eind 2004 door Brieven oan myn bern en in 2007 door De sinne, it smelle bêd, myn lichem (alle verschenen bij Utjouwerij Bornmeer). In 2003 publiceerde hij de essaybundel De lêzer is in duvel (Uitgeverij Bornmeer), waarin hij, naast beschouwingen van literair-theoretische aard, essays opnam over Friese schrijvers en dichters als Obe Postma, Douwe Tamminga, Trinus Riemersma en Tsjêbbe Hettinga. Van begin 1999 tot begin 2005 recenseerde hij Friestalig proza voor de Leeuwarder Courant. Hij was mede-auteur van Zo lang de wind van de wolken waait, de geschiedenis van de Friese literatuur die in 2006 verscheen bij Bert Bakker.

De poëzie van Veenbaas werd vertaald in het Nederlands. In 2006 verscheen bij BnM Uitgevers te Nijmegen Darwinistische weemoed, een selectie uit zijn eerste twee bundels. Naar aanleiding van deze bundel schreef Piet Gerbrandy in de Volkskrant: 'Veenbaas is een belangrijk dichter.' Voorjaar 2007 verscheen, eveneens bij BnM, Brieven aan mijn kind, een vertaling van Brieven oan myn bern, aangevuld met enkele nieuwe gedichten. In juli 2009 verscheen De zon, het smalle bed, mijn lichaam bij Uitgeverij De Contrabas (Utrecht/Leeuwarden). Willem Thies schreef op Poëzierapport over deze bundel: 'Jabik Veenbaas' poëzie is beeldrijk zonder overdadig te zijn, fantasievol zonder op hol te slaan, lyrisch zonder uit de bocht te vliegen.' In 25 Jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005 (BnM, 2006), De 100 mooiste Friese gedichten (Uitgeverij De Kleine Uil, 2006), Het goud op de weg (Bornmeer, 2008) en De spiegel van de Friese poëzie (Meulenhoff, herfst 2008) werden verzen van hem opgenomen. In oktober 2011 verscheen bij Uitgeverij De Contrabas zijn eerste oorspronkelijk Nederlandstalige bundel: Om de zee te bevaren.

Veenbaas vertaalde proza en poëzie uit het Engels. Hij vertaalde romans en essays van onder meer I. F. Stone, Theodore Dalrymple, Michael Herr, Susan Brownmiller en John Irving en poëzie van onder meer Percy Bysshe Shelley, William Blake, W.H. Auden, S. Plath en C.K. Williams. In 2003 stelde hij Maar mijn hart is onvergankelijk (Uitgeverij Wagner & Van Santen) samen, een bloemlezing met vertalingen uit het werk van de Nigeriaanse dichter Chris Abani. Juni 2007 verscheen bij Uitgeverij Wagner & Van Santen Grashalmen, een omvangrijke selectie uit het dichtwerk van Walt Whitman met Nederlandse vertalingen. In oktober 2010 verscheen bij Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep zijn vertaling van de 'Lyrical Ballads' van William Wordsworth en Samuel Taylor Coleridge.

Hij vertaalde verder veel poëzie uit het Fries naar het Nederlands. Hij vertaalde onder meer Van het Friese land en het Friese leven (Meulenhoff, 1997, tweede druk 1997), een selectie uit het werk van Obe Postma; De citadel (Frysk en Frij, 1999), een selectie uit het werk van Douwe Tamminga; Alles begint bij de dingen (Querido, 2004), een selectie uit het dichtwerk van Theun de Vries; Indian Summer, een selectie uit het werk van Sjoerd Spanninga (samen met Abe de Vries); en Het nachtland/ De knotwilg (Contact, 2003), twee recente bundels van Albertina Soepboer. Voor Bert Bakker stelde hij een tweetalige bloemlezing samen uit de Friese liefdespoëzie: Jij bent zacht als zomerregen (2001, tweede druk 2002). Voor zijn vertalingen van Obe Postma ontving Veenbaas in 1999 de Obe Postma-prijs, de vertaalprijs van de provincie Fryslân.

Veenbaas vertaalde ten slotte ook filosofisch werk. Samen met Willem Visser vertaalde hij van de filosoof Immanuel Kant Prolegomena (Uitgeverij Boom, 1999, tweede druk 2004) en Kritiek van de zuivere rede (Uitgeverij Boom, 2004). Medio 2006 verscheen hun vertaling van Kants Kritiek van de praktische rede en in november 2009 hun vertaling van de Kritiek van het oordeelsvermogen, eveneens bij Uitgeverij Boom. In  2003 maakte Veenbaas de bloemlezing Grote denkers over verdriet en troost voor Uitgeverij Contact (tweede druk 2004). Voorts vertaalde hij werk van Arthur Schopenhauer, Roger Scruton en Theodore Dalrymple. Samen met Willem Visser ontving hij in april 2010 de Filter Vertaalprijs 2010 voor de vertaling van de Kritiek van het oordeelsvermogen (zie het juryrapport). Momenteel werkt hij aan een boek met essays over de Verlichting voor Uitgeverij Nieuw Amsterdam.     

Veenbaas hield lezingen over diverse filosofische onderwerpen, bijvoorbeeld op de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden, bij CREA in Amsterdam en op de Nacht van de filosofie in Leeuwarden. Hij gaf workshops vertalen en poëzievertalen op de vertalersvakschool in Amsterdam, tijdens de jaarlijkse literaire vertaaldagen in Utrecht en op het Poetry International Festival in Rotterdam.